Dalfsen tegen windmolens

Archief

Over ons

Wat vinden wij

Dalfsen

Barometer

Actueel

Alternatieven

Groene stroom

Windenergie

Gastenboek

Links

Home

                                     

 Handel in wind  Zembla tv-uitzending                      

 Er waait een nieuwe waan door ons land: de windmolenwaan.

 Lokale klimaatverandering door grootschalige windenergiewinning Noordzee

 Russische winter kouder door windparken

 Heeft windenergie wel toekomst?

 INTERVIEW - Denmark to scrap subsidies for wind power by 2004

 Windpark Noordzee later in gebruik genomen

 Persbericht1

 Persbericht2

 Persbericht3

 Persbericht4

 Persbericht5

 Persbericht6

 Persbericht7

 Leeuwarder Courant van 25 maart 2005 

 Nationaal Kritisch Platform windenergie maart 2005  

 Reeuwijk wijst windmolens af  2-5-2005

 Vijf keer zo duur als de Betuwelijn

 Einde subsidie windparken

 'Brinkhorst schendt het vertrouwen'

 PvdA kritisch over subsidiestop windparken

 Meer black-outs energiesector

 Ontwikkeling windenergie op koers

 Acties tegen windmolens gaan door

 Verwijdering van vele honderden zinloze windmolens!

 Het standpunt van de PvdA inzake windmolens op zee.

 "Groene" Minister Brinkhorst helpt windenergie om zeep
 Actiegroep bestookt raadsleden

Stroomuitval dreigt door windparken

Politiek wil eindelijk windmolens

 

 Handel in wind

Uitzending van ZEMBLA
D
eze documentaire is enkele uren na uitzending te zien in:
Realplayer High| Low
Windows Media High | Low


Dankzij grote reclamecampagnes van energiebedrijven als Nuon en Essent stapten de afgelopen jaren 2,7 miljoen huishoudens over op groene stroom. In Nederland wordt deze schone energie vooral gemaakt via windmolens of biomassa. Groene stroom is drie tot vier keer zo duur als gewone stroom (die afkomstig is uit kolen-, gas- of kerncentrales) maar kost de klant niets extra. Dat kan alleen omdat de overheid honderden miljoenen aan subsidies aan de energiebedrijven gaf om de groene stroom te verkopen. De komende jaren komen er nog miljarden euro's bij voor de duizenden windmolens die op zee moeten worden gebouwd. Of dat wel een verstandige investering is, is te zien in de Zembla-aflevering 'Handel in wind'.

Nederland wil de komende jaren het gebruik van groene stroom verhogen naar negen procent in 2010. Daar is veel voor nodig. Bijvoorbeeld 6000 MW aan windmolenparken in de Noordzee in 2020 (dat is zes keer zoveel windmolens als er nu al in heel Nederland staan). De kosten voor de overheid alleen al worden geschat op een bedrag tussen de acht en vijftien miljard euro. In Zembla wordt duidelijk dat er veel problemen te verwachten zijn van die windmolenparken op zee. Zo draaien windmolens soms heel hard en soms helemaal niet - ze zijn dus geen constante leverancier van stroom. Dat kan betekenen dat bij harde wind 's nachts het stroomaanbod groter is dan de stroomvraag. Als de stroom dan op het elektriciteitsnet komt, kan er een black-out ontstaan.

De enige oplossing is dan het exporteren van de stroom naar een ander land. Zo ging het al eerder in Denemarken. Dat land kent relatief het grootste aandeel windenergie en heeft ook 's werelds grootste windmolenpark op zee. Denemarken moest eerder zijn gesubsidieerde windenergie gratis weggeven aan Zweden om te voorkomen dat in het land het licht uitging. Op het twee jaar oude windmolenpark op zee draaien nu maar vijf van de tachtig molens. De rest is in reparatie. Verantwoordelijk minister Brinkhorst van Economische zaken stelt in Zembla dat Nederland toch moet investeren in windenergie omdat er onvoldoende alternatieven zijn.

Samenstelling en regie: Dirk Kagenaar
Research: Esther Reijnen
Eindredactie: Kees Driehuis
 

 Nieuwsgierig naar het complete verhaal? Surf dan snel naar www.omroep.nl/vara/zembla Klik op archief. (zie rechterzijde van het beeldscherm) en ga naar de uitzending van 4 november 'Handel in wind".
U kunt deze uitzending ook op videoband bestellen voor een bedrag van 5,00 euro (excl. eventuele verzendkosten) bij    
dhr. H. van Zanten,Koedijk 12,  7711 DL  Nieuwleusen
Tel.nr. 0529-427475
 

Er waait een nieuwe waan door ons land:       

de windmolenwaan.

Natuurlijk willen we schoon water en schone lucht. En natuurlijk willen we dat die mythische ozonlaag geen gatenkaas wordt. Maar een rij windmolens bij de zee plaatsen en daarmee ons zicht verstoren op de enige horizon die we nog hebben? Een slecht plan. Vliegend boven Nederland zie ik zuiver wiskundige vormen. Een dorp. Rechthoekige velden. Een kanaal. Veel autowegen. Alweer het volgende dorp, met erg veel uitwaaierende nieuwbouw. En dat is dan mijn met een liniaal geconstrueerde vaderland. Maar sta je op de grond, dan blijken er, als door een wonder, nog wel wat aardige stukken te zijn. Een polder met rijen bomen. Of een rij duinen met wat bos. En bovenal is er de zee. Deze vergezichten zijn gespaard gebleven; en het zijn onze allerlaatste illusies van ruimte. Die laatste illusies zullen ons binnenkort worden ontnomen, want er raast een nieuwe waan door de polder: de windmolenwaan. Ik heb een hekel aan windmolens. En daarmee kom ik innerlijk in conflict. Want windmolens worden geacht het goede te vertegenwoordigen. Groene stroom! Het einde van de kerncentrale! Organisaties als Greenpeace verkondigen dit in verneukeratieve reclamespotjes en advertenties. We zien een mooi meisje op de voorgrond staan, met haar enkels in een plas schoon water; op de achtergrond een rij van die nieuwe molens, alles stralend in de zon. Natuurlijk wil ik schoon water en schone lucht, natuurlijk wil ik dat die mythische ozonlaag geen gatenkaas wordt. Maar van die rij op de achtergrond word ik boos. Want hier wordt de lelijkheid gepropageerd. Lelijkheid is niet iets wat op de politieke agenda staat. Lelijkheid is iets wat men te verwaarlozen vindt. Lelijkheid is blijkbaar iets wat je op de koop toe moet nemen. En dit wekt mijn grenzeloze woede. Want lelijkheid, of benauwenis, heeft wel degelijk gevolgen. We staan steeds minder in contact met onze natuurlijke omgeving: kinderen, zo wordt beweerd, weten niks meer van de natuur. Ze kunnen geen pimpel- van een koolmees onderscheiden en hebben ,,geen idee meer waar de melk vandaan komt'' (koeienmelk is ook geen natuur, maar vooruit). Nederlanders worden, net als Amerikanen, steeds zwaarlijviger. Ze kijken veel te veel tv en bewegen zich te weinig. Veel zangvogels kunnen geen partner meer vinden, omdat hun ,,zang niet meer wordt gehoord'' in het omringende lawaai. Sommige soorten inheemse bloemen groeien alleen nog maar in wegbermen; en zelfs daar lopen ze het gevaar uit te sterven, omdat de bermen telkens weer worden gemaaid (Nederlanders hebben graag ,,alles keurig''). Langs grote snelwegen worden glazen wanden aangelegd als geluidswering; deze wanden vormen ware massagraven voor vogels die zich hier te pletter vliegen. De damherten in de waterleidingduinen werden bijna (deels) afgeschoten, omdat ze ,,een gevaar voor het verkeer vormden''. Enzovoort. Ik kan zo nog eindeloos doorgaan, maar deze voorbeelden zijn eigenlijk heel vervelend. Ik zou ze liever niet geven, maar het is nodig, want het zijn stuk voor stuk voorbeelden van vervreemding. Als volk vervreemden we voortdurend verder van de weilanden, van de bossen, van het water en vooral van de ruimte. En dit heeft wel degelijk invloed op ons denken. Dit was - gedurende enkele weken - een hete zomer. En onmiddellijk waren de wegen naar het strand verstopt, onmiddellijk zat jong en oud aan zee. Erg begrijpelijk, al die mensen die de benauwdheid van hun Vinex-wijk, van hun flatje, van hun uniforme straat even wilden ontvluchten. Al die mensen ervoeren, ondanks de massa's waartussen ze zich bevonden, op die dagen even iets van ruimte, van een onbedorven horizon in de verte - en dus eigenlijk iets van vrijheid. De zee is, nogmaals, het laatste, werkelijk oneindige, Nederlandse landschap. De zee is leegte, en die leegte biedt gelegenheid tot dagdromen. En daarmee een belofte; de belofte van verrassing. Dit gegeven, die zee, als allerlaatste plek voor een ervaring van vrijheid, wordt nu ernstig bedreigd; men wil er lange rijen windmolens gaan plaatsen. Mocht dit doorgaan, dan zullen wij geen lege horizon meer over hebben. We zullen dan geen zee meer zien, maar enkel een rij draaiende rotorbladen in de verte; een industrieterrein. De lelijkheid zal dan gewonnen hebben, en het is niet moeilijk te voorspellen: het zal naargeestig zijn om daarnaast te vertoeven. Want windmolens maken het landschap benauwd. Ze zijn reusachtig, zo idioot hoog. En alles wat zich er verder onder bevindt - bomen, kerkjes, huizen, weilanden - wordt geridiculiseerd. Verkleind. Zet een windmolen naast een kerk of een boom, en de windmolen wint. Je ziet niets anders meer. Het is kwalijk dat politici dan met vergelijkingen komen met vroeger: Nederland, beweren ze pompeus, was altijd al een land van windmolens. Hoe kun je zoiets zeggen, vraag ik me af. Hoe durf je te beweren dat die witte monstruositeiten zo ongeveer hetzelfde zijn als die veel bescheidener molens van vroeger? En wat eigenlijk nog belangrijker is: Nederland was zoveel leger toen. Waarmee een dergelijke vergelijking niets minder wordt dan een misleiding. Rij naar de Flevopolder, rij van Almere naar Zeewolde, en u zult begrijpen wat ik bedoel. Rij naar de kop van Noord-Holland. Rij naar Friesland, waar de Afsluitdijk begint (of eindigt). U zult het zien. Eens was dat het platteland. Eens waren dit polders, met kerkjes, met een dorp hier en daar. Het was liefelijk. Niet meer. Het zijn gebieden geworden waar je het liefst zo gauw mogelijk doorheen raast. Claustrofobische stukken Nederland. Men wil nu - naar Deens voorbeeld - dat hier zes keer zoveel windmolens komen als er op dit moment al staan. Er moet - gauw! gauw! - mee begonnen worden! Nederland, beweert men, ligt hopeloos achter waar het andere Europese landen betreft. Dit is bedacht en berekend door economen. Die vinden dat we ,,anders de boot missen''. Die vinden dat we als de bliksem ,,onze eigen groene stroom moeten gaan produceren''. En: het is nog goed voor het milieu ook! En zo worden we massaal in de luren gelegd. Zo worden de laatste resten ruimte opgevuld. Tot alles zo volgebouwd zal zijn dat we totaal onverschillig zijn geworden. Want lelijkheid zorgt voor onverschilligheid. Waarom zou je je druk maken over een wereld die lelijk is? Waarom zou je je betrokken voelen bij een plaats die feitelijk te onaangenaam is om in te wonen? Maar, zoals gezegd: lelijkheid is geen issue waar het geld regeert. Benauwdheid is geen optie. Dat moeten we op de koop toe nemen. Maar Nederland zal onleefbaar worden. Nederland is een bedrijf, zeker, maar het wordt een industrieterrein als deze plannen doorgaan. En, God, wat zal iedereen weer hogelijk verbaasd zijn als er dan helemaal niemand meer een barst geeft om datzelfde milieu. Als Nederlanders nog veel zwaarlijviger worden, omdat niemand nog zin heeft om naar buiten te gaan. Als het aantal vogelsoorten nog veel verder afneemt. Als blijkt dat Nederland straks geen natuur meer heeft, maar is veranderd in één eindeloze voorstad. Die windmolens zijn, door hun omvang en onontkoombaarheid, de laatste druppel. En denk niet dat ze ,,wel weer eens weg zullen gaan''. Want ze zijn oerdegelijk (ik heb nog nooit gehoord dat er één is omgewaaid of eenvoudigweg verroest). Is er dan een alternatief? Ja, dat is er zeker. Er zijn andere mogelijkheden. Het is mogelijk om gebruik te maken van de getijden; de `molens' die daarvoor nodig zijn, bevinden zich onder water. En er is zonne-energie. Dat is schoon en tamelijk eenvoudig te realiseren. Zonnepanelen kunnen rusten op de daken van huizen, zonder dat het landschap verder wordt verruïneerd. Het hoeft hiervoor niet voortdurend mooi weer te zijn; daglicht is feitelijk genoeg. Maar beide mogelijkheden zijn, vooralsnog, wat duurder in de aanschaf. En dus kiest men stomweg voor verloedering.  Daarom vraag ik u nu: Protesteer! Stuur brieven! Stuur ingezonden stukken! Laat uw stem horen! Zet geen windmolens naast uw huis of boerderij! En weiger die zogenaamde groene stroom waarmee de NUON adverteert! Mochten de plannen doorgaan, mochten de projectontwikkelaars, de politici en economen hun zin krijgen, dan zal er al gauw geen zinnige Nederlander meer in eigen land willen verkeren. O zeker, we zullen blijven werken waar we werken. Maar we zullen vluchten naar het buitenland zodra we kunnen. In de hoop daar dan nog een uitzicht te vinden op een eindeloze zee, die zee van vroeger; de zee van onze oude dromen.

Statistics Daan Remmerts de Vries

Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.

Commentaar op bovengenoemd schrijven in NRC van 28 augustus 2004

 Windmolenhaters aller landen, verenigt u

Dr. E.H. du Marchie van Voorthuysen Groningen

Nu de windmolenwaan is losgebarsten in al zijn aspecten, wil ik wijzen op een goed alternatief: zonthermische krachtcentrales in Zuid-Spanje, Marokko, enz. waar de zon altijd schijnt. Exploitatie van zonne-energie is een economische activiteit, die uiteraard daar plaats zal vinden waar de opbrengsten het hoogst, en de kosten het laagst zijn.     De transportkosten van Marokkaanse elektriciteit naar Nederland bedragen slechts 1,5 cent per kilowattuur. Zonthermische krachtcentrales werken al 15 jaar lang naar volle tevredenheid in Californië. Met parabolische spiegels wordt zonnestraling geconcentreerd op de stoomketels van een gewone, thermische elektriciteitscentrale. De overdag opgevangen warmte wordt voor een deel opgeslagen, zodat ook 's avonds en 's nachts stroom kan worden geleverd. De afvalwarmte kan worden gebruikt om zeewater te ontzilten. In de landen waar de zonnecentrales komen te staan bestaat een toenemend gebrek aan zoet water. Zonthermische krachtcentrales kunnen veel goedkoper stroom leveren dan fotovoltaïsche zonnepanelen. Als wordt besloten om op grote schaal in deze technologie te gaan investeren, zal zonnestroom over tien jaar goedkoper zijn dan stroom uit gasgestookte centrales. Dus, windmolenhaters aller landen, verenigt u en eist actie van uw regeringen.

 

StatisticsVechten tegen de windmolenwaan? 1

H.F.R. Schöyer, Zoetermeer

In Opinie , Debat van 28 augustus keert Remmerts de Vries zich tegen de waan her en der windmolens te plaatsen om energie op te wekken. Een belangrijk argument voor hem is land- en zeeschap en horizonvervuiling. Een belangrijker argument moge zijn dat energieopwekking door middel van windmolens in de afzienbare toekomst nooit rendabel zal zijn. De kosten van energieopwekking d.m.v. windmolens zijn bijna een orde groter dan die van conventionele methoden. Slechts door subsidies en belasting vermindering (betaald door de belastingbetaler) is het mogelijk wind- of andere `groene'-energie te leveren tegen een tarief dat overeenkomt met de tarieven van de conventioneel opgewekte energie. Wel bedacht moet worden dat het belastinggeld nodig voor deze subsidiëring van `het milieu', voornamelijk moet worden opgebracht met arbeid die de conventionele zogenaamde `vervuilende' energie gebruikt. Remmelts de Vries adviseert de groene stroom van Nuon te weigeren. Hij kan algemener zijn. Men doet er verstandiger aan alle groene stroom te weigeren. Er valt te verwachten dat de Nederlander op gelijke wijze zal worden opgelicht als met het aardgas in de jaren zestig. Zelf heb ik een aantal energiemaatschappijen die mij `groene' stroom voor aantrekkelijke tarieven aanboden gevraagd mij zwart op wit te garanderen dat, als het contract mij (op termijn) niet zou bevallen, ik zonder kosten terug zou kunnen keren naar mijn oorspronkelijke energieleverancier of condities. Geen van hen ging hierop in. Men kan verwachten dat zodra de groene stroom door een voldoend aantal klanten wordt afgenomen de prijs fors zal stijgen en dan kan men niet terug behalve tegen hoge kosten. Hoewel niet om dezelfde redenen, ondersteun ik het standpunt van Remmerts de Vries volledig.

 

Vechten tegen de windmolenwaan? 2

Floris Lambrechtsen, Amsterdam

Met stijgende verbazing heb ik de bijdrage van Daan Remmerts de Vries gelezen. Verbazing die al snel omsloeg in oprechte ergernis. Remmerts de Vries weet duidelijk niet waar hij het over heeft als het gaat om beslissingen over het opwekken van duurzame energie en van het bouwen van windmolens in het bijzonder.Ergernis drijft hem voort omdat hij de windmolens als lelijk en benauwend ervaart. Maar objectiviteit passeert subjectiviteit als het gaat om het algemeen belang. De keuze van de Nederlandse overheid met behulp van emissiedoelstellingen het broeikaseffect te reduceren is juist. Alternatieven die Remmerts de Vries noemt, zoals getijdenwerking en zonne-energie zijn de komende 10 jaar nog niet technisch (bij de getijden `molen') en economisch (bij de zonnecellen) haalbaar. Daar moeten we het dus niet van hebben. Dan houd je dus voor het komende decennium wind over als alternatief (en de Kyoto-doelstellingen hebben als deadline al 2008!). De Duitse en Deense buren zijn er in geslaagd om in circa 10 procent van de totale energiebehoefte te voorzien dankzij de wind en daar is de rek uit vanwege het ruimte- en continuïteitsvraagstuk (wind is nu eenmaal niet constant dus je moet altijd voldoende back-up houden). Daar wil Nederland ook naartoe. Ik juich het toe, waarbij we inderdaad niet alle polders moeten volbouwen met die draaiende wieken van 80 meter hoog. Dat moeten we lekker op zee doen, uit het zicht van de strandwandelaar die komt uitwaaien en de zonaanbidder. Dat betekent dus ongeveer 20 kilometer uit de kust, precies zoals men dat van plan is. Daar heeft zelfs Remmerts de Vries geen problemen mee lijkt me.

 

 Vechten tegen de windmolenwaan? 3

R.A. Norg, Ermelo

Het artikel van Remmerts de Vries is mij uit het hart gegrepen. Als watersporters en fietsers worden wij in Nederland veelvuldig geconfronteerd met deze `windmolenwaan'. Gelukkig zijn er in ons nog altijd mooie Nederland `witte raven' te vinden. Wij vonden die al zeilend in het Noorden, na het van windmolens vergeven Friesland voeren wij van Zoutkamp het mooie Reitdiep op waar het prachtige landschap niet werd ontsierd door de `windmolenwaan'. Er zijn in Nederland kennelijk toch nog bestuurders die de schoonheid van hun land willen behouden.

 

 

StatisticsVechten tegen de windmolenwaan? 4

Dick Thoenes, Dwingeloo

Nederland wordt inderdaad in snel tempo volgebouwd met lelijkheid en dat is heel verschrikkelijk. Windmolens dragen echter niet alleen bij aan de verlelijking van ons land, ze zijn ook nog eens in hoge mate overbodig. Allereerst is de met windmolens opgewekte stroom enige malen duurder dan conventionele stroom. Dat betekent verkwisting van geld dat beter besteed kan worden. In de tweede plaats dragen ze niet merkbaar bij aan vermindering van het broeikaseffect. Als alle huidige windmolenplannen worden verwezenlijkt zal de CO2-uitstoot in Nederland hoogstens met 2 procent worden verminderd. In de derde plaats zijn de cijfers van het door CO2-uitstoot veroorzaakte broeikaseffect, waarmee de regering rekening houdt, enorm overdreven. Zelfs als alle landen van de wereld windmolens zouden neerzetten op dezelfde schaal als we dat nu in Nederland willen doen (wat natuurlijk niet gebeurt), dan zou de opwarming van de aarde niet meetbaar worden verminderd.

StatisticsVechten tegen de windmolenwaan? 5

Egbert Bömers, Amsterdam

Remmerts de Vries wijst op alternatieven: zonne-energie. ,,Zonnepanelen kunnen rusten op de daken van huizen, zonder dat het landschap verder wordt geruïneerd. Het hoeft hiervoor niet voortdurend mooi weer te zijn; daglicht is feitelijk genoeg.'' Onze Don Quichotte toont hiermee zijn geloof in het zonnepaneel. Dat het paneel met wat daglicht genoegen neemt, is een hardnekkige mythe. Uitgerekend in kringen van zijn groene tegenstanders gaat het verhaaltje rond. Kennelijk weet Remmerts de Vries niets van het paneel. Na ruim vijftien jaar ervaring met zonnecellen en windmolentjes wil ik hem en anderen van het `paneel' geloof laten vallen. Op zulke donkere dagen als die net achter ons liggen, merkte ik wederom op dat de opbrengst van de cellen dan slechts zo'n 5 procent bedraagt van het maximaal haalbare, bij blauwe hemel én een noordenwind, oorzaak van de helderste luchten. ok wanneer er dunnere wolken langs het zwerk schuiven, geeft dat een verlies van pakweg 50 procent. Trouwens, wat te denken van Remmerts de Vries' vermelding van verborgen mechanieken onder zeewater: de `molens' waarmee getijdenenergie zou zijn op te wekken?

 

Vechten tegen de windmolenwaan? 6

Ir. J.A.Halkema, Den Haag

Wat presteren die Nederlandse windmolens nu eigenlijk. Een simpel rekensommetje toont dat wel heel duidelijk: er staan nu ruim 1.500 windmolens in ons land. Zeer veel relatief kleine, wat minder van die enorme kanjers. Die produceren per jaar met elkaar nog niet eens een procent, namelijk ongeveer 9 promille van ons elektriciteitsgebruik.

Dat betekent dat gemiddeld per windmolen 0,009 gedeeld door 1500, zijnde zes miljoenste deel van het Nederlandse elektriciteitsgebruik wordt opgewekt. Die zeer vele honderden `kleinere' windmolens presteren bovendien nog aanzienlijk minder dan dat gemiddelde van zes miljoenste deel. Deze honderden windmolens zouden dus zonder dat het ook maar enige meetbare invloed op ons elektriciteitsnet zou hebben, afgebroken en opgeruimd dienen te worden. Hoe dramatisch deze onzinnig kleine jaaropbrengst in kilowatturen ook al mag klinken, nog veel ergerlijker wordt het wanneer men zou beseffen dat dat weinige zeer onregelmatig, met horten en stoten, afhankelijk van de toevallige windsterkte wordt geproduceerd. Vele dagen niets en dan weer enkele dagen wel wat. Ook dat verzwijgen de bouwers van windmolens altijd. De zeer terechte verontwaardiging van Remmerts de Vries over de afschuwelijke aantasting van ons landschappelijke leefmilieu vertelt dus nog maar een klein deel van het drama. Deze windmolenwaan is bovendien volledig zinloos omdat het nauwelijks iets opbrengt. En zeker niet betrouwbaar.

 

UTRECHT, 2 NOV.  Actiegroepen in de provincie Utrecht hebben succes geboekt in hun strijd tegen windmolenparken. Vooral de grotere locaties bij woonwijken riepen protest op. Tijdens de commissievergadering van gisteren bleek dat een meerderheid van Gedeputeerde Staten een aantal locaties wil schrappen en de rest wil overlaten aan gemeenten.

   

 Lokale klimaatverandering door grootschalige windenergiewinning Noordzee

Kleine windmolenparken lijken geen invloed op het plaatselijk klimaat te hebben, maar grootschalige parken van tienduizend vierkante kilometer zullen wel degelijk een verandering in het klimaat langs de Nederlandse kust veroorzaken, zo blijkt uit een onderzoek van het Instituut voor Marien en Atmosferisch Onderzoek Utrecht van de Universiteit Utrecht en de leerstoelgroep Meteorologie en Luchtkwaliteit van de Wageningen Universiteit.

Minder wind en neerslag
Een verkennend onderzoek dat door het Instituut voor Marien en Atmosferisch Onderzoek Utrecht (IMAU) van de Universiteit Utrecht en de leerstoelgroep Meteorologie en Luchtkwaliteit van de Wageningen Universiteit is uitgevoerd, laat zien dat een grootschalig park, voorzien van windmolens met een spanwijdte van bijna 100 meter, wel degelijk een significante invloed op het klimaat op de Noordzee en langs de Nederlandse kust zou kunnen hebben. Niet alleen in het gebied van het windmolenpark zal de windsnelheid sterk worden gereduceerd, maar ook in de wijdere omgeving zal de invloed merkbaar zijn. Uit een modelstudie is gebleken dat er ook langs de Nederlandse kust waarneembare effecten zijn. Niet alleen zal er bij een westelijke circulatie minder wind zijn, ook zijn er aanwijzingen voor een afname van de neerslag. De reden hiervoor is dat een omvangrijk park een stuwend effect op de wind heeft, waardoor een deel van de waterdamp condenseert. Dat zal leiden tot meer bewolking en meer neerslag in de directe omgeving van het windmolenpark. Het effect is te vergelijken met de stuwende werking van een gebergte. De luchtmassa die dan vervolgens de Nederlandse kust bereikt, is dientengevolge wat droger. Naast de klimatologische veranderingen valt te verwachten dat een grootschalig windmolenpark in de Noordzee ook invloed zal hebben op de golfbewegingen en de getijden; bij een eventueel vervolgonderzoek zal ook dit aspect worden onderzocht.

Windmolenparken Noordzee
Binnenkort wordt begonnen met de aanleg van de eerste windmolenparken in de Noordzee. Deze parken zijn nu nog bescheiden van omvang en de effecten op wind- en zeestromingen, golfbewegingen en neerslag lijken verwaarloosbaar klein. Op langere termijn (binnen 20 jaar) wordt gedacht aan veel grootschaliger exploitatie van windenergie op de Noordzee. Vooral het Nederlands Continentaal Plat is een gunstige locatie, vanwege het windklimaat, de relatieve ondiepte, de geschiktheid van de bodem voor het funderen van grote windmolens en vanwege de grote energievraag in de omringende landen. De mogelijke omvang van het windpark zou 10.000 vierkante kilometer kunnen bedragen: een strook van 150 kilometer noord-zuid en 60 kilometer oost-west, aan de westzijde begrensd door het Engelse Continentaal Plat en aan de oostzijde door een 30 kilometer brede open zone langs de Nederlandse kust. In dit gebied zouden vijf- tot tienduizend windmolens met elk een vermogen van vijf Megawatt geplaatst kunnen worden en voorzien in een belangrijk deel van de toekomstige elektriciteitsbehoefte van Nederland. Het streven van de Nederlandse overheid is een potentieel van 6000 Megawatt aan offshore windenergie in het jaar 2020.
 

Amerikaanse klimatologen hebben ontdekt dat megawindparken het wereldklimaat kunnen beïnvloeden. Maar bij de huidige schaal waarop windenergie gewonnen wordt, is die invloed verwaarloosbaar.

Russische winter kouder door

windparken

Windenergie en het klimaat

 

 

maandag 8 november 2004

 

Nederland begint binnenkort met de aanleg van een groot buitengaats windmolenpark naar Deens voorbeeld. 36 Windturbines van 2,75 megawatt komen tien kilometer uit de kust ter hoogte van Egmond aan Zee. Milieuorganisaties maken zich zorgen over de invloed van het megaproject op trekvogels en zeezoogdieren. En over de invloed van windmolens op het klimaat.
 
Onderzoek van de Universiteit Utrecht eerder dit jaar liet zien dat een dergelijk park het weer in Nederland zal beïnvloeden: het wordt droger en het zal minder waaien. Vooral bij westenwind verwacht klimatoloog Han van Dop stuwing van lucht tegen het windpark, vergelijkbaar met de invloed van een bergrug.
 
Amerikanen hebben nu een soortgelijke studie gedaan naar de invloed van megawindparken op het wereldklimaat. David Keith en collega’s gaan uit van grote windmolenparken in de Verenigde Staten, Europa en Azië en brengen die in hun klimaatmodellen onder als een vergroting van de wrijving die overstromende luchtmassa’s ondervinden. Die extra wrijving beïnvloedt het transport van warmte en vocht en kan op die manier consequenties hebben voor het wereldwijde klimaat, redeneren de onderzoekers.
 
Ze gebruikten twee gerenommeerde circulatiemodellen om de invloed van de windmolenparken op het wereldklimaat te berekenen. Beide modellen gaven vergelijkbare uitkomsten: alleen in de winter is er een aanwijsbare beïnvloeding van de temperatuur. Na tientallen jaren zou de wintertemperatuur in de Verenigde Staten twee graden stijgen en in Rusland even zoveel dalen. Dan hebben we het wel over enorme windparken die 10 procent van het landoppervlak beslaan: vijf van de Amerikaanse Staten ingericht als windmolenpark.
 
In werkelijkheid zal het nooit zover komen. Zelfs al zou er een honderdvoudige toename komen van windenergie en zou 10 procent van alle stroom uit windmolens afkomstig zijn, dan nog blijft de temperatuurverandering na enkele decennia beperkt tot maximaal 0,5 graden in de winter. Iets wat niemand op zal vallen omdat het ruimschoots overschaduwd wordt door menselijke en natuurlijke klimaatverandering.
 
Windmolens vormen dus geen bedreiging voor het wereldklimaat. Aan de andere kant is ook de bijdrage die ze aan de CO2-reductie leveren tamelijk gering, namelijk ongeveer 1 procent. Of je dat ziet als waardevolle bijdrage aan de redding van het klimaat of als weggegooid geld is een politieke opinie, geen wetenschappelijke.
 
Jos Wassink
 

 

Heeft windenergie wel toekomst?

Door Gerrit Leeflang 

Amsterdam – Wat doen we met windmolens? Gaan we door of stoppen we ermee en bundelen al ons kapitaal en onze innovatiekracht in een andere richting? In waterstof bijvoorbeeld of kernsplitsing, kernfusie, zonne-energie, biobrandstoffen, aardwarmte (-koeling) of water- of getijdenkracht? Of blijven we bij de fossiele brandstoffen en wachten we tot zachtjes het licht en de kachel uitgaan? Want windmolens, zeggen de tegenstanders, zijn veel te duur als je het afzet tegen het rendement. Dat is misschien wel waar, maar, zeggen de voorstanders, we zijn nu op een punt aanbeland dat op sommige plekken de kosten van windenergie gelijk aan die van centrales die gebruik maken van fossiele brandstoffen.

Windmolens zijn zinloze machines, schrijft ingenieur J.A. Halkema in zijn gelijknamige boekje. Prof.dr.ir. F. Kreuger van de TU Delft laat eveneens kritische geluiden horen in zijn publicatie ‘Waar staan we met windenergie?’ Ook hij vindt dat er maar een heel klein effect staat tegenover het vele geld dat in windenergie wordt gepompt. Voorts stelt hij dat windenergie geen conventionele centrales kan vervangen en dat het zelfs de elektriciteitsvoorziening gevaar kan brengen.

Waar het vroeger vrijwel alleen kritiek betrof over windmolens als landschapsvervuilers halen nu dus ingenieurs de zakjapanners tevoorschijn om voor te rekenen dat hier geld aan luchtkastelen wordt besteed.

Halkema al jaren een fervent tegenstander, stelt dat bij een verdubbeling van de wereldbevolking over enkele tientallen jaren, en daarmee een enorme toename van de energiebehoefte, het een verspilling van tijd en energie is zich bezig te houden met systemen zoals windenergie, die vanwege hun technische en natuurkundige onmogelijkheden nooit in staat zullen zijn om grote hoeveelheden energie op te wekken. Bij propagandisten van windenergie gaat het volgens hem niet om grote hoeveelheden kilowatturen op te wekken, maar echter om veel geld te verdienen. Wind is het allerzwakste medium voor de aandrijving van een krachtwerktuig stelt hij. Alleen vanwege zijn gewicht al, 1,22 kg/m3 . Water daarentegen weegt 800 keer zo veel, 1000 kg per kubieke meter. De drie bladen van een windmolen worden maar getroffen door een heel klein deel van de lucht, het meeste gaat er tussendoor. En de propeller draait alleen als het voldoende waait en heeft een maximaal vermogen bij 8 Beaufort (stormachtig). Halkema: “Maar de meest ellendige eigenschap van een windmolen is dat het vermogen varieert met de derde macht van de windsnelheid. Dat betekent dat het vermogen dat dus maximaal is bij zeer harde wind, 7 tot 8 Beaufort, extreem sterk daalt wanneer de windsterkte afneemt. Vermindert de wind maar iets meer dan de helft, 4 Beaufort of circa 8 m/s, dan daalt het vermogen door deze derde macht al tot een 1/2x1/2x1/2=1/2; dat is 12 procent van zijn vermogen.” Bij een daling naar een derde van de windsnelheid, blijft er dus slechts 3% van het vermogen over.

De KEMA-windmonitor over de periode april 2002 tot maart 2003 laat zien dat het totale Nederlandse energieverbruik in die periode gemiddeld over het hele jaar circa 12.500.000 kilowatt is. In die periode waren er 1528 windmolens in gebruik met een nominaal vermogen van 678.000 kilowatt, dat is 444 kilowatt per windmolen. Deze produceerden 103.900 kilowatt. Dat is, zo rekent Halkema, maar 8,3% ten opzicht van ons totale Nederlandse verbruik. Doorrekenend stelt hij dat een windmolen ongeveer 1/200.000 deel van ons totale energieverbruik opwekt. Hij vindt dan ook dat de Nederlandse burger op schandalige wijze wordt bedrogen met al die verhalen over het nut van die onzinnige apparaten.

Kreuger schrijft in een publicatie in een nieuwsbrief van de stichting HAN, dia als doel heeft publiek en politiek van een zo objectief mogelijke informatie te voorzien op het gebied van het milieu, biotechnologie en aanverwante terreinen, over de stand van zaken wat betreft windmolens, dat als windzwakke en/of windstille dagen (dus gering aanbod) samenvallen met de winterpiek (dus grote vraag), de windparken geen vermogen bijdragen. De Nederlandse centrales moeten dan op vol vermogen draaien, om uitval van stroomlevering te voorkomen. Dus net zoals ze dat nu zouden moeten doen zonder windparken. De centrales hiervoor moeten in stand gehouden worden dan wel bijgebouwd worden als het elektriciteitsverbruik groeit. “Het realiseren van windparken heeft dus geen invloed op de bouw van elektriciteitscentrales in Nederland. Het milieueffect van windmolens is volgens Kreuger dus te verwaarlozen. “Het totaal van alle windmolens in Nederland draagt thans minder dan 0,25% bij aan de besparing van brandstoffen of aan de uitstoot van rookgassen.”Voorts zet hij grote vraagtekens bij de kosten van een megawindpark voor de kust, dat 15 tot 25 miljard euro moet gaan kosten. De variatie in die getallen hangt af van de groei van het verbruik. “Om aan te geven dat deze uitgave nationale proporties aanneemt, is dit bedrag vergeleken met de kosten van de Deltawerken, een project van nationale grootte, dat men indertijd uit levensnoodzaak is aangegaan. Het beoogde megawindpark in zee blijkt dan drie tot vijfmaal meer te gaan kosten dan de Deltawerken en met een resultaat dat geen zichtbaar gewicht in de schaal legt.”                

                                                                      Telegraaf, 10 juli 2004

 

 Persbericht1

VVD Utrecht voelt niks meer voor windmolens / Wim Langejan

Na D66 vindt ook de VVD-fractie in de Provinciale Staten van Utrecht dat de plannen voor windmolenparken de prullenbak in moeten. De opstelling van de liberalen betekent dat er nu al een streep kan door 5 windturbines tussen Amersfoort en Bunschoten. In de Provinciale Staten is daarvoor te weinig politieke steun. Eerder al waren CDA en D66 tegen.Hoe het met de andere
locaties in de provincie (langs snelwegen bij Abcoude/Vinkeveen, Breukelen, Woerden/Harmelen, en langs het Amsterdam-Rijnkanaal bij Schalkwijk) afloopt hangt af van vooral CDA en PvdA, met 16 en 14 zetels 2 van grootste fracties. Het CDA ‘worstelt nog met de discussie’ zegt fractievoorzitter Raven. De PvdA heeft nog steeds ‘als uitgangspunt’ dat in de provincie Utrecht windturbines geplaatst worden, zegt fractievoorzitter Levering. Kleinere partijen als GroenLinks (6 zetels) en SP (3 zetels) vinden dit ook.
(Bron: Utrechts Nieuwsblad, dinsdag 5 oktober 2004)

 Persbericht2

Windmolen is onbetrouwbare bron / J. A. Halkema

Windenergie moet de komende jaren voorzien in een aanzienlijk deel van onze behoefte aan stroom, vindt minister Brinkhorst. Maar windmolens kunnen dat onmogelijk: de wind levert te weinig capaciteit om een serieuze en betrouwbare energiebron te zijn. Wie anders beweert, houdt essentiële informatie achter en liegt. Met absolute zekerheid kan lucht, die nagenoeg niets
weegt en met relatief geringe snelheid wordt aangevoerd, nooit door een windmolen worden omgezet in een zinnige en bijdrage aan onze behoefte aan elektriciteit. Laat staan dat dit een ononderbroken stroom kan zijn. Immers, waar maar weinig energie wordt aangevoerd kan ook maar weinig worden geoogst. Promotors van windenergie zullen daarom nooit bekendmaken hoe
onbeduidend de bijdrage van windmolens is aan het Nederlandse elektriciteitsgebruik.
(Bron: Brabants Dagblad, zaterdag 2 oktober 2004)

 Persbericht3

Wijs komst van molens af in Goudse regio’

De gemeenten in de Goudse regio moeten de komst van windmolens van 120 meter hoog langs rijksweg A12 tussen Woerden en Gouda afwijzen. Deze oproep doet de fractie van de SGP/ChristenUnie in de Reeuwijkse gemeenteraad. De partij heeft de gemeenten en de fracties in de Staten van Zuid-Holland en Utrecht gevraagd in het belang van het behoud van het open landschap in het Groene Hart krachtig stelling te nemen tegen de komst van windmolens. Voorzitter Oskam van de SGP/ChristenUnie-fractie vindt dat het cultuurhistorisch unieke landschap niet opgeofferd mag worden aan energieopwekking. Om zijn doel te bereiken, wil hij het convenant, waarin de Reeuwijkse gemeenteraad heeft beloofd zich te zullen inzetten voor
de stimulering van windenergie, opzeggen. VVD-er Oskam is ook tegen de windmolens. Hij wijst er op dat de windmolens een ernstige bedreiging vormen voor de relatief schone horizon. ‘Wat gebeurt er met ons unieke landschap? Waarom geen aandacht meer voor de ecologische hoofdstructuur, die loopt vanaf de Nieuwkoopse Plassen over het Reeuwijkse land naar de Biesbosch? Dat de zoeklocatie grenst aan het natuur- en recreatieschap, alsmede aan de Oude Hollandse Waterlinie is ondergeschikt gemaakt aan de doelstelling voor energieopwekking’, constateert Oskam. Hij voegt er nog als argument aan toe dat de inwoners zich nu pas beginnen te realiseren dat er 120 hoge masten aan de horizon gaan verschijnen. Bij het maken van een keuze tussen het opwekken van duurzame energie en landschappelijke kwaliteit, kiezen de fracties van de VVD en de SGP/ChristenUnie voor het landschap omdat hiervoor geen alternatieven voor handen zijn. ‘De horizon kan maar een keer worden verstoord door de windmolens met als gevolg dat het unieke landschap sterk wordt aangetast. Het gevolg is dat een aantrekkelijk woon- en leefgebied sterk aan belevingswaarde inboet. Steeds meer mensen delen onze mening en kiezen voor behoud van landschap en wijzen de geplande plaatsing van windmolens af’, benadrukt Oskam.
(Bron: Utrechts Nieuwsblad, vrijdag 1 oktober 2004)

 Persbericht4

Waterschap Groot Salland stapt uit windmolens

Waterschap Groot Salland stapt uit de groep initiatiefnemers voor een windmolenparkje op de grens van Haatland - en Zuiderzeehaven.‘Te commercieel en niet passend bij onze hoofdtaken’, zegt voorlichter Warry Meuleman van het waterschap. Het waterschap was 1 van de 4 partijen die gezamenlijk de bouw en exploitatie van 7 grote windmolens op die plek ter hand willen
nemen. Andere 3 partijen zijn de bedrijven Ventuse en Graansloot en de Zuiderzee Ontwikkelingsmaatschappij. Opzet was eind september de officiële overeenkomst te tekenen tussen de gemeente aan de ene en de 4 initiatiefnemers aan de andere kant.
Door het afhaken van het waterschap heeft de ondertekening van de overeenkomst nog niet plaatsgehad. Naar verwachting van de gemeente zal het niet langer meedoen van het waterschap overigens geen verdere vertraging opleveren voor het project.
(Bron: De Stentor, vrijdag 1 oktober 2004)

 Persbericht5

Afblazen van plan windmolens jaagt Lopik op kosten / Karin Verhoef

Het plaatsen van windmolens bij het bedrijventerrein in Lopik is van de baan. Onverwacht stemden in de raadsvergadering 8 leden tegen en 7 voor, waarmee de voorgenomen plaatsing van 3 turbines niet doorgaat. Dit tot blijde verrassing van voorzitter Van Noord van belangengroep Windkracht 10 en voorzitter Straver van de ondernemersvereniging. ‘Ik kan het nog nauwelijks
geloven’, aldus actievoerder Van Noord direct na de raadsvergadering. ‘Twee jaar actievoeren zijn dus niet voor niets geweest’.
De meest verrassende tegenstem kwam van CDA’er Zwambag, die een maand geleden nog vóór stemde. ‘Je kunt het voortschrijdend inzicht noemen, en dat is een heel proces geweest’, aldus Zwambag. ‘Het draagvlak onder de bevolking wordt steeds minder, niet alleen in Lopik maar in de hele provincie Utrecht. Ik vind nog steeds dat we dringend op zoek moeten naar alternatieve
energiebronnen, maar je moet ook rekening houden met wat onder mensen leeft’. Vertegenwoordiger Dahmen van Eneco, de maatschappij die de turbines zou gaan exploiteren, zegt dat de energieleverancier een schadeclaim zal indienen bij de gemeente Lopik. ‘Er heeft voor ons voorbereidend werk in gezeten en dus een kostenpost. We gaan de raad van bestuur nu verzoeken
in te stemmen met een schadeclaim’. Over de hoogte van dat bedrag wil hij geen uitspraken doen.
(Bron: Utrechts Nieuwsblad, donderdag 30 september 2004)

 Persbericht6

wo 29 sep 2004, 19:52
'Coalitie zet windmolenpark op de tocht'
DEN HAAG - Door het voorstel van de regeringspartijen om 100 miljoen euro te schrappen bij de zogeheten energie investeringsaftrek (EIA), staat de bouw van een groot windmolenpark op zee op losse schroeven, aldus een woordvoerder van het energiebedrijf Nuon woensdag.

Nuon en Shell hebben een plan ontwikkeld om volgend jaar te beginnen met de bouw van een windmolenpark van 100 megawatt voor de kust van Egmond aan Zee. De raden van bestuur van beide concerns moeten dit nog goedkeuren, maar hebben grote vraagtekens bij het rendement.

Dat komt nog verder onder druk als de bezuiniging op de EIA terechtkomt bij de windmolens. Binnen de coalitie is vooral de VVD kritisch over de zin van subsidies aan windenergie. De EIA is niet alleen bedoeld voor windmolens, maar ook voor andere investeringen in opwekking van energie. De regeringspartijen laten het aan minister Brinkhorst van Economische Zaken over om de bezuiniging in te vullen.

Vice-premier Zalm was woensdag in de Tweede Kamer mild over het plan van de regeringspartijen om voor meer dan 1 miljard euro te wijzigen in de voorstellen van het kabinet, maar zei ook "op te zien" tegen de bezuiniging op de EIA. CDA-fractievoorzitter Verhagen liet in een antwoord op een kritische vraag van zijn GroenLinks-collega Halsema weten vast te houden aan deze bezuiniging.

 Persbericht7

De gemeente Bodegraven ziet de bui al hangen. Blijkbaar hebben de gemeenten Hardenberg en Ommen wel voldoende financiële middelen.

Windmolens uit beeld door miljoenenclaims

BODEGRAVEN | Burgemeester en wethouders van Bodegraven weigeren uit angst voor schadeclaims van miljoenen euro's medewerking te verlenen aan de bouw van twee grote windturbines naast het AC restaurant.

Burgemeester Borgdorff verklaarde dit gisteravond tot grote verrassing van de massaal opgekomen voor- en tegenstanders van deze turbines. "Bij de wethouders is onvoldoende steun voor de indiening van een wijziging van het bestemmingsplan, waarmee dit plan in strijd is. Wij maken ons als college in verband met de financiële positie van de gemeente ernstige zorgen over de negatieve gevolgen van de planschadeclaims.", aldus Borgdorff.

Het heeft volgens hem geen enkele zin om opnieuw allerlei onderzoeken te doen naar voor- en nadelen van windturbines. "Alles is al onderzocht en daar komt ook nog bij dat ik mij zo langzamerhand afvraag wat tegenwoordig nog een onafhankelijk onderzoek is."

Voorzitter Van Elk van de windvereniging De Windvogel, de initiatiefnemer voor de turbines, sprak zijn verbazing uit over het standpunt van B en W, omdat er formeel nog helemaal geen bouwplan is ingediend. Ondanks de afwijzing zal de vereniging het plan alsnog indienen. Van Elk hoopt dat de gemeenteraad het college terugfluit en alsnog besluit medewerking aan windenergie in het dorp te verlenen.
Aanvankelijk waren burgemeester en wethouders van plan om pas na een uitgebreide inspraakronde in december een besluit te nemen.

Verzet

Borgdorff erkende dat dit de opzet was, maar daar is het college bij nader inzien toch vanaf gestapt. Voornaamste reden van de koerswijziging is volgens Borgdorff dat het verzet onder de toekomstige omwonenden zienderogen toenam. Naast de planschadeclaim van zeven miljoen euro voeren de tegenstanders aan dat het woon- en leefmilieu door geluidsoverlast, slagschaduw en andere negatieve neveneffecten drastisch verslechtert. Deze argumenten hebben uiteindelijk bij B en W de doorslag gegeven.
De meningen over de noodzaak van de aanleg van de twee grote windturbines op de grens van Bodegraven en Reeuwijk lopen behoorlijk uiteen. Dit bleek gisteravond overduidelijk tijdens de hoorzitting die de Bodegraafse raadscommissie bestuur en beheer in het gemeentehuis hield.

De provincie Zuid-Holland, evenals Bodegraven ook ondertekenaar van het windconvenant, is daarentegen wel voorstander van het plan. Woordvoerder De Jager betoogde dat alle zeilen bijgezet moeten worden om de doelstelling, 250 megawatt in Zuid-Holland, te halen. De bouw van twee windturbines in Bodegraven/Reeuwijk dragen volgens De Jager bij aan de verwezenlijking van deze doelstelling. Deze mening wordt niet gedeeld door Kortbeek, woordvoerder namens de bewoners van de Elzenhof, Goudseweg, Broekveldselaan en Oud Bodegraafseweg. Zijn betoog komt er op neer dat de waarde van de woningen in de omgeving van de windturbines zullen kelderen. Daarnaast waarschuwde hij de gemeente voor planschadeclaims van 3,5 tot zeven miljoen euro.
                                                                 Bron Goudsche Courant

 

INTERVIEW - Denmark to scrap subsidies for wind power by 2004


COPENHAGEN - Denmark's new centre-right government will concentrate on competitiveness, instead of a green image and not subsidise installation of new wind turbines from 2004, Economy Minister Bendt Bendtsen said last week. Installation of wind turbines has depended heavily on subsidies, not only in Denmark, but all over the world. "I'm of the opinion that Denmark shouldn't continue to subsidise installation of new wind turbines after 2003," Bendtsen said in an interview. He said electricity from wind turbines was too expensive, denting Danish firms' competitiveness.

By 2003 the current price guarantee agreement expires and by that time green energy is seen accounting for 27 percent of Denmark's electricity need compared to a target of 20 percent. Danish wind turbine makers have gained from the former government's pro-wind attitude over the past decade and Denmark now hosts some of the world's largest manufacturers, such as Vestas , NEG Micon and Bonus Energy. Tiny Denmark, which is the world's fourth-largest nation in wind turbine capacity, is planning to build two offshore wind farms in 2002 and 2003 with total capacity of around 300 megawatt. "These plans won't be changed," Bendtsen said. However, he has scrapped the plans for three more wind farms of 150 megawatt each to be installed by 2008.

FUTURE OFFSHORE PLANS SCRAPPED

The former Social-Democratic led government had a target to meet 50 percent of Denmark's electricity demand by green energy by 2030, boosted by 4,000 megawatt installed offshore. Denmark's new minister has no such targets. "I'm not against wind turbines, but I think they should compete in a free market, and they can do so in a few years, I believe. We still might prepare licensing rounds for offshore wind parks," he said. He added electricity from a new power station costs 25 oere per kilowatt hour, while electricity from wind turbines, located at the best sites, are getting still closer to this level. Denmark was the first country to launch state-run emission trading schemes for the largest Danish power companies. Other CO2 schemes are being planned worldwide and in the EU as countries look for ways to meet their commitments under the U.N. Kyoto protocol to curb greenhouse gas emission, believed by many scientists to contribute to global warning.

"We are in talks about the CO2 quotes with Danish power stations," the minister said. The schemes run to end-2003. "We want to reach Denmark's Kyoto target, but we'll start using funds destined for Eastern Europe for joint implementation in these countries instead," Bendtsen said. By joint implementation, Denmark can bring down emissions in Eastern Europe and in return receive emission credits that can be set against its national target established by the Kyoto protocol.

The 15 EU members are striving for an average eight percent reduction in 1990 green house gas levels by 2010.

Story by Birgitte Dyrekilde

Story Date: 11/2/2002


All Contents
© Reuters News Service 2003

 

Windpark Noordzee later in gebruik genomen

15 december 2004

UTRECHT - Het windpark voor de kust van IJmuiden levert pas vanaf de zomer van 2006 stroom aan het net. Aanvankelijk zouden de windmolens volgend jaar al gaan draaien, maar dan begint de bouw pas. De vertraging heeft te maken met het feit dat projectontwikkelaar E-Connection de financiering niet rond kon krijgen.
 

E-Connection kreeg te maken met een aantal investeerders dat afhaakte. Daarmee kwam de voortgang van het project in het geding. De totale investering in het park bedraagt 287 miljoen euro.

 

 Leeuwarder Courant 25 maart 2005

Vandaag bij ons in de krant:
Antiwindprofessor wordt hij wel genoemd. Maar dat vindt professor dr. Pieter Lukkes uit Leeuwarden onterecht. Hij is geen actievoerder, maar wil van de overheid en de windenergielobby gewoon een bewijs dat windenergie nuttig en noodzakelijk is.

Falend beleid
Door Louis Westhof
Vanuit zijn woning aan de rand van de Leeuwarder binnenstad kijkt professor dr. Pieter Lukkes uit op de Prinsentuin. Geen windturbine die op deze plek zijn uitzicht zal bederven, ooit. Toch trekt de emeritus-hoogleraar economische en sociale geografie aan de Groninger universiteit fel van leer in zijn strijd tegen het windenergiebeleid van de overheid. ,,Omdat het huidige beleid verzinsels vertelt in plaats van met bewijzen te komen. Een onafhankelijke wetenschappelijke en maatschappelijke analyse van de voor- en nadelen is nooit gemaakt. Dat stoort mij enorm."

,,Ik ben op zoek naar een deugdelijke en wetenschappelijk houdbare onderbouwing van windenergie. Als die aantoont dat windenergie maatschappelijk en anderszins noodzakelijk is, dan heb ik daar vrede mee." Zijn conclusie was dat windenergie de Nederlandse samenleving vele miljarden euro's kost, terwijl de effecten voor onze energievoorziening en het milieu gelijkstaat aan 'pissing in the ocean': een kwart procent van onze totale energiebehoefte komt uit windenergie.

Lukkes wist in 1996, het jaar dat hij naar Friesland terugkeerde, helemaal niets van windenergie. Zijn enige mening over windturbines was gebaseerd op fietstochtjes door Wûnseradiel. ,,Ze misstaan in het landschap." Toch dacht ook hij toen nog dat windenergie een noodzakelijk alternatief was voor de conventionele energiebronnen. Die zijn niet onuitputtelijk en stoten allerlei gassen uit, zoals CO, SO en NO, die het broeikaseffect vergroten.

De ommekeer was een rapport van energiebedrijf Nuon. ,,Of van de provincie - ik weet het niet eens meer." Wel zeker is dat in het rapport dingen stonden die in zijn ogen ongeloofwaardig zijn. ,,Bijvoorbeeld dat turbines langs vaarten niet opvallen. En dat de hoogte van de turbines er niet toe doet, omdat de mensen het verschil toch niet zien." Dat laatste klopt, zegt Lukkes. ,,Maar alleen als je tweedimensionaal redeneert en de turbines van boven bekijkt. Dan blijven het stippen in het landschap." Ik had meteen het gevoel dat we bij de poot worden genomen."

Veelvuldig haalde hij de media met artikelen, waarin hij zijn gifpijlen richt op de gevestigde politiek. ,,Niet de windturbines liggen ten grondslag aan de trammelant in lokale gemeenschappen, maar falend beleid." Door zijn krachtige stellingname tegen het windenergiebeleid werd hij getypeerd als 'antiwindprofessor'. Daarmee wordt hem geen recht gedaan, meent de oud-hoogleraar. ,,Een actievoerder ben ik niet. Ik probeer doodgewoon bij de bevorderaars van windenergie bewijzen voor de juistheid van hun beleid los te peuteren."

Voorstanders van windenergie wreven hem aan tegen de ontwikkeling van duurzame energie te zijn. Onterecht, zegt Lukkes. ,,Ook ik ben voorstander van een schone energiehuishouding en ben me ervan bewust dat dit de gemeenschap een vermogen kost. Maar de overheid is verplicht uit die vele miljarden euro's gemeenschapsgeld een maximaal rendement te halen. De teneur van mijn betoog is dat het beleid op dit punt ernstig tekort is geschoten en dat zonder dit falen er nu in Nederland nauwelijks windturbines zouden zijn."

,,Begin jaren negentig heeft een kabinet zonder onderzoek naar nut of noodzaak een windenergiebeleid ingezet. Onvoorstelbaar is dat dit peperdure beleid nimmer is herijkt. Een bedrijf dat zoiets doet, is binnen de kortste keren failliet. Daarom is het onthutsend dat Haagse en provinciale kringen er nog steeds niet over piekeren om eindelijk eens een grondig onderzoek uit te voeren naar de houdbaarheid van hun overjarige beleidsgrondslagen.''

De professor is weinig hoopvol over een ommekeer. ,,Rijk en provincies willen er niks van weten om externe kosten, zoals landschapsverlies en een dalende waarde van onroerend goed, toe te rekenen aan windenergie. Weliswaar zeggen rechters, de Europese Commissie en wetenschappelijke onderzoekers dat die kosten reëel zijn, maar rijk en provincies ontkennen keihard het bestaan ervan." Dat komt omdat de wetenschap en de politiek de laatste decennia ver uit elkaar zijn gedreven. Lukkes: ,,Vooral op het gebied van de ruimtelijke inrichting van ons land heeft de wetenschap afgedaan als basis voor beleid.''

Heeft het nog wel zin om door te gaan nu de landelijke politiek zijn kritiek als ,,niet welkom" terzijde heeft geschoven? Een sprankje hoop is er wel. Van de twaalf provincies en VROM ontving hij laatst een brief waarin wordt toegegeven dat windenergie een politieke keuze is. Tegelijk wordt gesteld dat voor windenergie geen sluitende wetenschappelijke bewijsvoering mogelijk is. ,,Dat anders gezegd het windenergiebeleid op drijfzand rust. Politiek is dat een bekentenis van jewelste."


Nationaal Kritisch Platform Windernergie

                      NKPW

___________________________

Tekstvak: Nationaal Kritisch Platform Windenergie

 

 

Nieuwsbrief

Leeuwarden, maart 2005

Beste mensen, donateurs en sympathisanten,

Deze keer een Nieuwsbrief met een verzoek om een financiële bijdrage. Laat ik daar maar mee beginnen.

Financiën.

In april 2004 hebben wij, nadat de stichting NKPW officieel was opgericht, een rekening geopend bij de Rabobank ( nr. 13.04.22.769 ). Bij de nieuwsbrief van  12 mei 2004 is aan ca. 75 actiegroepen en individuele actievoerders een acceptgirokaart gestuurd met het verzoek deze nieuw gevormde rekening te vullen ter bestrijding van de algemene kosten.

Helaas heeft niet meer dan ca. 50 % hierop gereageerd. Daarnaast is door 15 andere personen geld gestort en heeft de actiegroep GRFW uit Leeuwarden een behoorlijke som die was geboekt op een aparte rekening van de stichting NKPW in oprichting, t.w. 456,-- Euro, aan ons overgemaakt. In totaal is tot nu toe, 11 maanden later, 2543,-- Euro binnengekomen.

In deze periode hebben wij 1112,--  Euro uitgegeven.

Op de jaarbijeenkomst van 15 januari j.l. heeft een ieder een overzicht gekregen van inkomsten en uitgaven.

De vaste jaarkosten begroten wij, bij ongewijzigd beleid, op tenminste 1400,-- Euro. Dit bedrag dient ter dekking van de kosten van de bestuursvergaderingen, kosten van het secretariaat, de algemene jaarbijeenkomst, bankkosten, verzenden van de nieuwsbrieven, bijdrage aan Kamer van Koophandel, kosten van acceptgirokaarten, onderhoud website e.d.   

Als bestuur proberen wij de kosten zo laag mogelijk te houden door zo goedkoop mogelijke vergaderlocaties te zoeken en de reis- en verblijfkosten voor eigen rekening te nemen.

Het zal duidelijk zijn dat bij geleidelijk toenemende taken  en activiteiten van het NKPW meer geld nodig zal zijn dan nu geschat.

Om niet in te teren op het bescheiden kapitaaltje van 1430,-- Euro dat we op dit moment nog hebben, is het duidelijk dat wij tenminste ca. 1400,-- Euro per jaar inkomsten nodig hebben. Fondsen zijn moeilijk te bereiken. Onze activiteiten maken ze tot nu toe wat kopschuw. Op een bijdrage vanuit de "milieuhoek" hoeven we vooralsnog ook niet te rekenen. 

Het zal dus van u, donateurs, moeten komen. Bij een jaarbedrag van tenminste 25,-- Euro per groep en 10,-- Euro per individuele actievoerder komen wij wel aan de gewenste 1400,-- Euro.

Wij doen daarom een dringend beroep op u ons blijvend te steunen via een jaarbijdrage. Voor het gemak sturen wij u hierbij alvast  een acceptgirokaart daarvoor. 

Zij die in 2004 niet geageerd hebben krijgen nu de unieke kans hun achterstand alsnog in te lopen.

 Bijeenkomst in Utrecht.

Op de bijeenkomst in Utrecht waren ruim veertig personen aanwezig die met elkaar drie en twintig actiegroepen vertegenwoordigden, iets minder dan de helft dus. Na een inleiding van de voorzitter hield de jurist Jan Veldman hield een zeer overzichtelijk en uitgebreid betoog over alles wat er zoal komt kijken bij het maken van bezwaar tegen te realiseren windparken.

In de daarop volgende discussie werd op voorstel van de voorzitter besloten tot het instellen van een “Task Force”. Deze groep mensen, in totaal ongeveer 10 personen, is inmiddels met haar activiteiten gestart. 

 Task Force.

De groep heeft tot taak een strategie te ontwikkelen om de discussie over windturbines op land ook ‘Nederlandbreed’ gezicht te geven. Acties die uit die strategie voortkomen moeten aandacht, begrip en steun genereren  bij publiek en landelijke politiek voor de boodschap van het NKPW. Verder is punt van aandacht voor de ‘task force’ de interne relatie tussen de locale actiegroepen en de landelijke organisatie. De basis voor de ‘task force’ vormt o.a. het (studie-) communicatie-rapport “Samen het verschil maken; op weg naar een windturbinevrij Nederland” van studenten van de Hanzehogeschool te Groningen (n.a.v. gesprekken met Hans Nauta). Zaterdag 26 maart a.s. heeft de ‘task force’ haar eerste bijeenkomst.

 Er is heel wat nieuws, zowel gunstig als ongunstig te melden.

Ongunstig was dat de Stichting Windhoek haar laatste juridische gevecht heeft verloren, waardoor er nu ten zuiden van Delfzijl zeven zeer grote windturbines worden geplaatst.

De plannen om hier een nog véél groter windpark van te maken gaan nog steeds door. Voor de zeven turbines die nu worden geplaatst hoeft geen MER te worden gemaakt. Dat moet wel wanner het park verder wordt uitgebreid en groter wordt dan 10 MW.

Ook mag genoemd worden de reactie van het IPO op de brief van Prof. Lukkes met kritische vragen, die hij ongeveer een jaar geleden aan diverse beleidsmakers heeft toegestuurd. Aan de felheid van de reactie is overigens af te lezen dat de voorstanders zien dat de publieke opinie geleidelijk aan in hun nadeel aan het veranderen is.

Gunstig lijkt het dat de plannen om bij Hellevoetssluis (actiegroep windmolens N57 nee) een windpark te bouwen voorlopig zijn afgewimpeld. Ook zijn de plannen voor een windpark in Zeeuws Vlaanderen (rondom Sluis een stuk bescheidener geworden, mede als gevolg van de felle acties die daar gevoerd zijn.

We bemerken een toevloed van nieuwe initiatieven voor het oprichten van windturbines. Dit zou te maken kunnen hebben met de politieke geluiden die wijzen op minder riante subsidies en fiscale faciliteiten dan tot nog toe het geval is.

 Gesprekken met Kamerleden.

Het is het bestuur niet gelukt een gesprek aan te gaan met de Partij van de Arbeid. De drie kamerleden die hiervoor zijn benaderd menen dat ons standpunt hen voldoende duidelijk is en dat zij de zin van een dergelijk gesprek niet zien

 Voordrachten in den lande.

Bestuursleden van het NKPW hebben ter gelegenheid van een aantal voorlichtingsbijeenkomsten een voordracht gehouden. Het betreft bijeenkomsten in Borger/Odoorn, Hellevoetssluis en Dalfsen. Zeer recent is de voorlichtingsbijeenkomst in de gemeente Veendam, waar de vele projectontwikkelaars over elkaar struikelen bij het indienen van plannen voor Windparken. Gezien de opstelling van de gemeenteraad lijken deze plannen niet veel kans te maken.

 Nieuwe actiegroepen

Er hebben zich weer een aantal nieuwe actiegroepen gemeld sinds het verschijnen van de laatste Nieuwsbrief van december:

Werkgroep Houd Zijpe Leefbaar bij Burgerbrug in Noord Holland. Dit is een actiegroep die eigenlijk al een paar jaar bestaat, maar nu contact heeft gezocht met het NKPW.

Actiegroep Windmolens Zeumeren, in de buurt van Voorthuizen in Gelderland. Maar liefst 700 handtekeningen heeft de actiegroep hier verzameld en bij de gemeente ingediend.

Een kleine actiegroep in de buurt van Warfhuizen in Groningen die ook al jarenlang aan het procederen is. Aanvankelijk waren er 70 personen die bezwaar hadden ingediend tegen de bouw van een grote windturbine in hun woonomgeving. De bezwaarschriften van een groot aantal van hen was destijds niet ontvankelijk verklaard omdat deze bezwaarmakers geen direct zicht zouden hebben op de windturbine.

Een duidelijk argument om zo gauw mogelijk een stichting in het leven te roepen met in de statuten een doelstelling die gericht is op het voorkomen van plaatsen van windturbines op het gemeentelijke grondgebied.

Onlangs heeft de secretaris een inventarisatie gemaakt van het aantal actiegroepen dat bij het Platform is aangesloten. Er zijn nu 48 actiegroepen die het manifest onderschrijven en 14 die dat (nog) niet hebben gedaan om uiteenlopende redenen. In totaal beschikken wij over een achterban van ruim 10.900 sympathisanten, wanneer wij alle indieners van bezwaarschriften en protesthandtekeningen tegen windparken in de omgeving bij elkaar optellen.

 Noodwetje. (Wet RO artikel 49 A).

Sinds 1 januari van dit jaar is het voor gemeenten mogelijk om eventuele schadeclaims van omwonenden te verhalen bij de projectontwikkelaars. De gemeenten willen dus kennelijk geen verantwoording nemen voor hun beleid. De gemeente Delfzijl heeft advies aangevraagd bij het SAOZ. (Stichting Advisering Onroerend Zaak, een Stichting die bemiddelt bij bezwaren van onroerendgoed bezitters tegen de vaststelling van de hoogte van hun OZB). Deze stichting heeft een voorlopig advies uitgevaardigd dat niet veel goeds belooft voor bezwaarmakers: “wanneer een windmolen is geplaatst, overeenkomstig het bestemmingsplan kan er onmogelijk sprake zijn van planschade”. Dat wordt dus juridische strijd, wanneer beëdigd taxateurs een waardedaling van het onroerend goed hebben vastgesteld van 30%. Het gaat dan natuurlijk ten eerste de vraag of er inderdaad schade dient te worden uitgekeerd en vervolgens om de hoogte daarvan.

Totnogtoe is er nog nooit een schadeclaim als gevolg van plaatsing van windturbines toegekend.

 E-mail adressen.

Van een aantal contactpersonen hebben wij nog steeds geen e-mail adres. Deze Nieuwsbrief mag tevens een aansporing zijn tot diegenen die wèl over een dergelijk adres beschikken, maar niet in de mailinglist zijn opgenomen dit aan het secretariaat door te geven. Het is natuurlijk ook mogelijk een ander persoon als contactpersoon aan te wijzen die wel over e-mail beschikt, zodat ook deze actiegroep op de hoogte blijft van de informatie die wij voortdurend rondsturen.

Het is ook voor derden mogelijk om op persoonlijke titel opgenomen te worden in de mailing list voor het ontvangen van de bovengenoemde informatie. Van deze personen wordt dan wel verwacht dat zij in dat geval zullen worden aangemerkt als donateur en dat van hen een kleine vergoeding wordt verwacht. Aanmelden bij de secretaris.

Het is ons gebleken dat regelmatig e-mail berichten die de secretaris rondstuurt door zijn postmaster niet kunnen worden bezorgd. Met name betreft het e-mailadressen van hotmail. Waarschijnlijk is in dat geval de account vol. Hierbij dus een aansporing aan de bezitters van een hotmailadres om de account regelmatig op te schonen.

 Tot slot.

Veel succes bij uw acties om te voorkomen dat ons landschap, en uw woonomgeving in het bijzonder, ontaardt in een laag renderend industrieterrein.

Ons landschap is geen industrieterrein!

En: laat u horen op informatieavonden, stuur berichten aan de secretaris wanneer er iets nieuws te melden is bij u uit de buurt en reageer op “foute” krantenartikelen.

Probeer ook mensen te vinden die bereid zijn om donateur te worden van de Stichting NKPW.

Met zo’n grote achterban moet een gezonde financiële positie van het NKPW toch mogelijk zijn.

Stuur deze nieuwsbrief dus ook door aan uw achterban.

 Namens het bestuur,

H.E. Nauta, secretaris NKPW.

 

 Reeuwijk wijst windmolens af.

Vijf keer zo duur als de Betuwelijn

Nieuwe studie toont aan: Windmolenplan van de overheid kost 23 miljard euro, verziekt eenderde van het landschap en levert niets op.

Groene stroom zou ongeveer even duur zijn als gewone, de zogeheten grijze, stroom. Dat staat tenminste in al die brieven en brochures die dagelijks op de deur­mat vallen. Maar dat is niet zo. In het blad Economisch Statistische Berichten is uitgerekend dat groene stroom de overheid in 2002 ongeveer een half miljard euro heeft gekost, en daar zaten niet eens alle subsidies bij.

En dan te bedenken dat de grote groei nog moet beginnen. In Nederland staan op dit moment zo'n anderhalfduizend windmolens met een geïnstalleerd vermogen van ongeveer 600 megawatt. Voor alle duidelijkheid: dat is maar net iets meer vermogen dan die ene, relatief kleine kerncentrale in het Zeeuwse Borssele. Toch produceren al die molens veel minder elektriciteit (eenderde) dan die ene centrale; de wind wil zich nu eenmaal niet naar onze behoeften schikken.

De overheid heeft grootse plannen met windenergie. In 2010 moet het zes keer zoveel zijn (uitgedrukt in vermogen), in 2020 dertien keer zoveel. Dat gaat ongehoord veel kosten, mede omdat veel van die windmolens op zee zullen verrijzen, wat aanzienlijk ingewikkel­der is en minder beproefd, en dus meer subsi­die behoeft. Pieter Lukkes, gepensioneerd hoogleraar geografie aan de Rijksuniversiteit Groningen, komt in zijn rapport Iewiewaai­weg (Stichting Frija, Burgum) tot de conclu­sie dat er tot 2020 ongeveer 23 miljard euro aan subsidie nodig zal zijn. Ter vergelijking: volgens het laatste rapport van de Algemene Rekenkamer zal de Betuwelijn 4,7 miljard euro vergen.

Bovendien zal het landschap nog erger worden aangetast dan door die vrachtspoorlijn. Lukkes maakt aannemelijk dat 30 procent van het grondgebied van Nederland een gehavend uiterlijk zal krijgen, als de windmolenplannen doorgaan. `Vaarwel mooi, leeg polderland­schap met in de verte die lieve, kleine kerktorens. Welkom lelijke windturbine met je zoevende geluid, je rode knipperlicht en je stroboscopische zonneflitsen.'

Natuurlijk kunnen dit soort veranderin­gen moeilijk in geld worden uitgedrukt. De 71-jarige Lukkes heeft echter wel een moe­dige poging gedaan, puttend uit zijn ervaring als sociaal-economisch geograaf en project­ontwikkelaar. Hij was onder meer betrokken bij de bouw van Hoog Catharijne en weet dus iets over de kosten van grote projecten (en over lelijkheid).

Allereerst daalt de prijs van woningen in de buurt van grote windturbines met zo' n 10 procent. Alleen al daardoor zal een waar­dedaling van bijna 1 miljard euro in de vast­goedsector optreden, zo voorspelt Lukkes. Ook heeft hij omwonenden van twee Neder­landse dorpen met veel windmolens (Belling­wedde en Swifterbant) de vraag voorgelegd hoeveel geld ze ervoor over zouden hebben om het open landschap te behouden (willing­ness to pay) en hoeveel geld ze ervoor over zouden hebben om de windmolens te aan­vaarden (willingness to accept). Met behulp van die uit de geografie afkomstige begrippen schat Lukkes hoeveel de aantasting van het landschap, de collectieve ruimte, waard is. Hij komt tot bedragen in de orde van grootte van 3 tot 10 miljard euro.

Natuurlijk is dit nattevingerwerk. Maar niet van realiteit gespeend. Want geregeld proberen de pushers van groene stroom, de energiemaatschappijen, protesten van omwo­nenden af te kopen door hun een bedrag te bieden. Zo werd in 2000 in de Wieringermeer aan tachtig bezwaarmakers een bedrag van gemiddeld 10.000 euro geboden per inge­trokken protest tegen een windmolenpark.

Als die windmolens zo veel geld kosten en het landschap dusdanig verpesten, waarom worden ze dan gebouwd? Niet omdat we de elektriciteit van die windmolens zo hard no­dig hebben. De verdertienvoudiging van het windmolenvermogen is niet eens voldoende om de verwachte groei van het elektriciteits­verbruik tussen nu en 2020 op te vangen.

Het enig juiste antwoord op de vraag waarom de regering toch zo gek is om nog eens vijf Betuwelijnen uit te geven, is natuur­lijk: om de planeet te redden. De ijsbeertjes op de Noordpool hebben het moeilijk, de zee­spiegel stijgt, gossie, wat is het warm tegen­woordig, enzovoorts. Volgens de theorie van het broeikaseffect komt dit allemaal doordat de mens door verbranding van fossiele brand­stoffen te veel van het broeikasgas CO2 in de lucht brengt. En dus moet Nederland aan de windmolens, die dit gas niet produceren.

Zou dit allemaal waar zijn, dan is er wel­licht iets voor groene stroom te zeggen. Luk­kes gaat niet in op de vraag of de omstreden broeikashypothese klopt, maar redeneert heel klinisch hoeveel CO2 er bespaard wordt en waar dat gebeurt. Hij concludeert in de eerste plaats dat Nederland minder elektriciteit pro­duceert dan het nodig heeft en de bouw van windmolens dus een import vervangende functie heeft. Fijntjes wijst hij erop dat die operatie ons niets oplevert in het kader van bet Akkoord van Kyoto, waarbij elk aangesloten land zich verplicht heeft de uitstoot van broei­kasgassen terug te brengen. De stroom die wij importeren, wordt in Frankrijk, België en Duitsland opgewekt. Als wij dus - dankzij de windmolens - minder stroom uit die landen nodig hebben, wordt daar en niet bij ons min­der broeikasgas geproduceerd.

Maar goed, zou de broeikashypothese kloppen, dan is het in ieder geval gunstig als er minder CO2 de lucht in gaat, in Nederland dan wel in de ons omringende landen. Maar hoeveel min­der van dit gas gaat er dan precies de lucht in, wil Lukkes weten. Als de energie van de windmolens gebruikt wordt om de import van die vermaledijde nucleaire stroom terug te brengen, zoals diverse linkse partijen willen, leveren de windmolens geen enkel voordeel op: ook een kerncentrale produceert geen CO2. Worden de gasgestookte centrales ver­vangen omdat die de duurste stroom leveren, dan is dat ook niet zo gunstig, omdat die rela­tief minder CO2 produceren dan kolencentra­les. Maar ja, daarvan is de stroom weer erg goedkoop. Het is dus nog niet zo simpel om aan te geven hoeveel broeikasgas de windmo­lens besparen.

En hoe moet die besparing in geld worden uitgedrukt? Vorig jaar heeft Nederland CO2-enissierechten in het buitenland gekocht voor circa 5 euro per ton. Lukkes ver­wacht dat die prijs tot 30 a 50 euro per ton zal zijn toegenomen tegen de tijd dat de han­del in emissierechten werkelijk op gang komt. Aldus berekent hij - alweer, met behulp van aannames - dat de maatschappelijke baten van het windmolenprogramma in totaal op zo'n 3 miljard euro zullen uitkomen.

Op dat bedrag moeten echter correcties worden aangebracht. Immers, de wind waait lang niet altijd. Er zal dus altijd een back-up nodig zijn: conventionele, snel startende cen­trales, die aangezet moeten worden als het windstil is. De vraag is: hoeveel? Als het aan de Nederlandse kust niet waait, dan doet het dat in Noordrijn Westfalen misschien wel en kunnen wij via het koppelnet stroom uit Duitsland halen. De geleerden zijn het er nog niet helemaal over eens hoe dit berekend moet worden. Een groep deskundigen van het Ko­ninklijk Instituut van Ingenieurs kwam vorig jaar tot de conclusie dat voor 75 procent van het windmolenpark gewone elektriciteitscentrales achter de hand moeten worden gehouden. Andere schattingen komen zelfs hoger uit. Conclusie is in elk geval dat een deel van de maatschappelijke baten op deze manier weer teniet wordt gedaan. Lukkes veronder­stelt dat uiteindelijk maar 80 procent van de opgewekte windenergie daadwerkelijk bijdraagt aan de besparing op fossiele brandstoffen.

Al met al heeft Lukkes een maatschappe­lijke kosten-batenanalyse van windenergie opgesteld. Dat is iets heel anders dan de ge­bruikelijke, bedrijfseconomische analyse. Immers: wat goed is voor een bedrijf, hoeft nog niet goed te zijn voor de samenleving. Of, zoals Lukkes zelf schrijft: `Ook al maken energiemaatschappijen een gigantische winst op groene stroom, dan nog is het niet gezegd, dat die winst goed is voor het land.'

Zeg dat wel. De windmolenplannen van de overheid zullen vier tot vijf keer zoveel kosten als de Betuwelijn. Daarnaast zal het landschap zwaar worden aangetast en zullen de baten, uitgedrukt in bespaarde hoeveelheden broei­kasgas, tegenvallen en zelfs geheel verdampen als er bezuinigd wordt op de import van nucle­aire stroom. Lukkes komt al cijferend tot de conclusie dat de maatschappelijke kosten van de Nederlandse windmolenplannen ruim elf keer zo hoog zullen zijn als de baten. Mis­schien valt er op zijn aannames af te dingen. Okay, laat het vijf keer zo hoog zijn.

Daar gaat het niet om. Waar het wel om gaat, is dat er een groene gekte heerst in Nederland. Half Nederland lijkt het verstand op nul te hebben gezet en heeft zich in de luren laten leggen door de verkooppraatjes van de energiemaatschappijen, die schatrijk worden met groene stroom. Intussen huilt het parlement tranen met tuiten over de enorme kosten van de Betuwelijn terwijl het tegelijkertijd een nieuw project aan het optuigen is, dat vijf keer zo veel en tien keer zo onzinnig zal wor­den als de Betuwelijn.

Het wachten is op een parlementaire enquête over de groene gekte. Voorspelling: zo rond 2015.

Elsevier - juli 2003

 

 
Einde subsidie windparken
Regeling voor Rijk te duur

 NRC: Door een onzer redacteuren

DEN HAAG 11 MEI. De toekenning van nieuwe subsidies voor de aanleg van windparken op zee en voor groene plantaardige brandstof is met onmiddelijke ingang stopgezet. Minister Brinkhorst (Economische Zaken, D66) heeft hiertoe besloten omdat de uitgaven voor gesubsidieerde elektriciteit veel sneller stijgen dan voorzien.

Twee grootschalige windmolenparken op de Noordzee die al zijn goedgekeurd, worden wel gesubsidieerd uitgevoerd. Het gaat om parken ter hoogte van Egmond aan Zee en IJmuiden. Er liggen 70 aanvragen voor windparken op zee waarvoor de toekenning van subsidies bevroren wordt.

Sinds de invoering van de zogenoemde Milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie (MEP) blijven de inkomsten achter terwijl de uitgaven aanzienlijk hoger zijn dan begroot. Eind dit jaar toont de MEP-regeling een tekort dat is opgelopen tot 174 miljoen euro. Zonder maatregelen zullen de tekorten na 2005 verder toenemen. De MEP is een zogenoemde open-einde regeling waarbij geen maximum voor de uitgaven bestaat.

,,Door het succes van de MEP is de productie van gesubsidieerde duurzame energie sneller gestegen dan verwacht'', schrijft Brinkhorst in een brief aan de Tweede Kamer. De MEP is in het leven geroepen om het aandeel van 'duurzame energie' (opwekking waarbij geen CO vrijkomt) te verhogen tot 9 procent in 2010. De beschikbaarheid van subsidies heeft de investeringen in duurzame energie sterkt aangemoedigd. Vorig jaar is de productie van duurzame energie met 25 procent toegenomen vergeleken met 2003. De doelstelling voor 2010 zal ook met de nu aangekondigde subsidiestop volgens Brinkhorst gehaald worden. Hij wil de MEP omvormen tot een regeling die de groei naar 9 procent duurzame elektriciteit ,,op gecontroleerde wijze kan faciliteren''.

De Stichting DE-Koepel, die ruim 250 bedrijven actief in duurzame energie vertegenwoordigt, heeft verontwaardigd op het besluit van Brinkhorst gereageerd. ,,Dit is een enorme domper voor de sector'', aldus T. Bokhoven, voorzitter van DE-Koepel.


 

 NRC: Door onze redacteur Marcel aan de Brugh
 

Promovendus Junginger berekent potentieel voor windparken

'Brinkhorst schendt het vertrouwen'
 

Minister Brinkhorst zet een aantal subsidies voor milieuvriendelijke energie stop. Verbazingwekkend, aldus Martin Junginger. Morgen promoveert hij op onderzoek naar onder meer windenergie. ,,We moeten juist meer bouwen.''

ROTTERDAM, 12 MEI. Voor de aanleg van windparken op zee zet minister Brinkhorst (Economische Zaken, D66) de subsidies onmiddellijk stop. Zo besloot hij eergisteren. Hetzelfde geldt voor grote centrales die elektriciteit opwekken uit de verbranding van plantaardig materiaal (biomassa). Terwijl Brinkhorst twee jaar geleden die subsidies juist in het leven riep om de productie van milieuvriendelijke energie te stimuleren. ,,Het toont weer aan hoe wispelturig het beleid van de overheid kan zijn. De industrie klaagt daar al jaren over, en terecht'', zegt Martin Junginger, die onderzoek heeft gedaan naar nieuwe technologieën om milieuvriendelijke energie op te wekken, en de voorwaarden om ze goedkoper te maken. Morgen hoopt hij op zijn onderzoek te promoveren aan de Universiteit Utrecht.

Door het besluit van Brinkhorst komt de Nederlandse doelstelling in gevaar, meent Junginger. In 2010 moet 9 procent van alle verbruikte elektriciteit afkomstig zijn uit milieuvriendelijke bronnen, zoals wind, zon en biomassa. In 2020 moet dat percentage gestegen zijn naar 17 procent. Nu ligt het op ruim 4 procent. Brinkhorst denkt dat Nederland zijn doelstellingen wel haalt, zo schreef hij deze week in een brief aan de Tweede Kamer.

Waarom komen volgens u de doelstellingen nu in gevaar?,,Omdat bedrijven voorzichtiger worden om in deze technologieën te investeren. Ze doen dat alleen als er een redelijk stabiele markt is waarop ze hun product ook kwijt kunnen. De overheid kan daarbij helpen via subsidies voor bijvoorbeeld windparken.

,,Als bedrijven niet investeren in deze nieuwe technologieën, doen ze er geen ervaring mee op. En dan zal de productieprijs hoog blijven. Dat is het centrale thema van mijn proefschrift: de leercurve die bedrijven doormaken. Ik heb me hierbij geconcentreerd op de productie van verschillende soorten milieuvriendelijke energie, met name windenergie en elektriciteit uit biomassa.

Wat is dat, de leercurve?

,,Vliegtuigbouwer Wright ontdekte het toen hij zijn eerste vliegtuigen maakte. De kosten om een product te maken dalen naarmate je er meer van maakt. Omdat je al doende leert van je fouten, en nieuwe, goedkopere oplossingen verzint.

,,Het principe van de leercurve stelt dat bij elke verdubbeling van de productie de kosten met een vast percentage dalen. Dat blijkt voor eindeloos veel producten op te gaan. Voor schepen, voor chemicaliën, computerchips, en ook voor windturbines.

Hoeveel dalen de kosten?

,,Dat verschilt per product. Voor computerchips en zonnecellen blijkt het percentage op 20 procent te liggen. Voor windturbines op land ligt het iets lager, tussen de 15 en 19 procent. Voor windturbines op zee was het getal nog niet bekend, omdat er nog maar zo weinig van gebouwd zijn. Om iets te kunnen zeggen over dat getal heb ik de leercurves bepaald van de belangrijkste onderdelen van zo'n windpark op zee: de fundering, de kabels en de turbines. Dan kom je op een kostenreductie van maar liefst 25 tot 39 procent tot 2020. Dat is hoog.

,,Illustratief is de bouw van 's werelds grootste windpark Horns Rev in de Noordzee, voor de Deense westkust. Het installeren van de eerste turbine op zee duurde drie dagen, dat van de tachtigste en laatste turbine nam nog maar acht uur in beslag. Dat is negen keer zo snel.''

Je mag dus verwachten dat de kosten van windparken op zee snel omlaag gaan als je er meer van bouwt?

,,Ja. Ik zie de bouw van windparken op zee als een van de meest belovende technologieën voor Nederland om milieuvriendelijke energie op te wekken. Voorwaarde is wel dat er voldoende pilot plants gebouwd worden. Juist dat maakt Brinkhorst nu lastiger.

,,Daarnaast zie ik veel perspectief voor de verbranding van biomassa in grote centrales. Maar dat succes zal voor een belangrijk deel afhangen van de internationale situatie. Nu importeert Nederland veel biomassa uit het buitenland in de vorm van hout, houtsnippers en allerlei plantaardige oliën. De vraag is of dat over 15 jaar nog kan. En als andere landen ook veel belangstelling krijgen voor biomassa is de vraag of Nederland het voor dezelfde prijs kan blijven invoeren, of dat het duurder wordt.''

U verwacht veel van de twee technologieën waarvoor minister Brinkhorst nu juist de subsidies stopzet.

,,Ja. Ik vind het verbazingwekkend. Brinkhorst maakt hiermee veel vertrouwen kapot bij de fabrikanten. De vraag is of ze nog bereid zijn te investeren in deze technologieën.''

De telegraaf:

 PvdA kritisch over subsidiestop windparken

DEN HAAG - PvdA-Tweede-Kamerlid Samsom vindt dat minister Brinkhorst van Economische Zaken de subsidiestop voor windmolens op zee in de media verdedigt met " onzin". Hij wil de D66-bewindsman dinsdag ter verantwoording roepen, omdat die de kosten voor het opwekken van groene stroom schromelijk zou overdrijven.

Zonder subsidiestop komen de kosten voor de burger niet uit op 1000 euro extra per jaar, maar op 70 euro, zegt Samsom. Volgens hem houdt Brinkhorst er geen rekening meer dat verscheidene aanvragers van subsidie aanspraak kunnen maken op eenzelfde project. Bovendien moeten de kosten worden uitgesmeerd over een periode van vijftien jaar.

Meer black-outs energiesector

18 april 2005

LONDEN (ANP) -

Stroomstoringen die grote “black-outs”veroorzaken, zoals in 2003 aan de oostkust van de Verenigde Staten, zullen in de toekomst steeds vaker voorkomen. Dit komt door onvoldoende investeringen en verouderde energiecentrales.

Dat stelt het accountantskantoor PricewaterhouseCoopers in een maandag gepubliceerd onderzoek.

Volgens het rapport is tot het jaar 2030 wereldwijd ongeveer 12,7 biljoen dollar aan investeringen nodig om aan de groeiende vraag naar elektriciteit te kunnen voldoen. Verwacht wordt dat in die periode het elektriciteitsverbruik zal verdubbelen. Het bedrag is flink hoger dan de 10 biljoen dollar die het Internationale Energiebureau (IEA) nodig acht om de energievoorziening te garanderen.

Het onderzoek is uitgevoerd onder ongeveer 120 investeerders en leidinggevenden in de energiesector in 36 landen. Daaruit kwam naar voren dat tweederde van de respondenten denkt dat het aantal ernstige stroomstoringen in de toekomst gelijk blijft of zal toenemen. Een kwart gaf aan juist een daling van het aantal black-outs te verwachten.

Vooral in de VS zijn extra investeringen vereist. Het land heeft tot 2030 ongeveer 3,4 biljoen dollar nodig. Dit komt vooral doordat het de grootste energieverbruiker ter wereld is. Europa moet 1,9 biljoen dollar investeren en China heeft 2,4 biljoen dollar nodig om de energievoorziening op peil te houden.

In 2003 werden grote delen van het noordoosten van de VS getroffen door stroomstoringen. Hierdoor kwamen miljoenen mensen in steden als New York zonder stroom te zitten. Ook in Europese landen als Italië en Groot-Brittannië komen geregeld ernstige stroomstoringen voor.

De respondenten gaven aan veel vertrouwen te hebben in kernenergie. Meer dan de helft denkt dat veel landen nieuwe kerncentrales gaan bouwen om verouderde kolen- en kerncentrales te vervangen. Minder vertrouwen hebben de ondervraagden in duurzame energiebronnen, zoals zonne- en windenergie. Het merendeel is van mening dat het aandeel van deze energiebronnen in het totale verbruik in de komende tien jaar vrijwel gelijk zal blijven.

© 1996-2002 Dagblad De Telegraaf. Alle rechten voorbehouden. e-mail: redactie@telegraaf.nl

 

 

 

 

 Ontwikkeling windenergie op koers

 

Persbericht IPO, 12-5-2005

De groei van windenergievermogen op land was vorig jaar 180 MegaWatt (MW). Daarmee lag de groei alweer voor het derde achtereenvolgende jaar ruim boven het jaargemiddelde van 105 MW dat volgens de Bestuursovereenkomst Landelijke Ontwikkeling Windenergie (BLOW) in de periode 2001-2010 tenminste moet worden gehaald.

Dit blijkt uit het Jaarverslag BLOW 2004 dat de Landelijke Stuurgroep Ontwikkeling Windenergie (LSOW) heeft uitgebracht. In dit jaarverslag doen de in de BLOW samenwerkende overheden (5 ministeries, 12 provincies en de VNG) verslag van hun werkzaamheden in 2004 op het gebied van windenergie.
De stuurgroep constateert verder dat de groei wat minder eenzijdig in Flevoland terecht is gekomen. Die verschuiving naar andere provincies zal de komende jaren naar verwachting doorzetten. De ontwikkeling van het feitelijk geplaatst vermogen moet volgens de stuurgroep, mede gezien de in provinciale en gemeentelijke plannen nog resterende plaatsingsruimte voor windparken, ruim voldoende zijn om de landelijke taakstelling (1.500 MW) voor 2010 te kunnen halen..

De stuurgroep constateert niettemin met enige nadruk, dat "er geen enkele reden is om voldaan achterover te gaan leunen". In sommige provincies blijft de ontwikkeling nog aanzienlijk achter bij de in BLOW afgesproken taakstelling. Bovendien sneuvelen in de praktijk tot nu toe nog heel wat windlocaties op het traject van plannen naar realisatie. Tenslotte is de taakstelling van 1.500 MW slechts een bestuurlijk overeengekomen minimum. De stuurgroep werpt voorzichtig de vraag op of deze taakstelling naar huidig inzicht niet te bescheiden is geweest.

Momenteel wordt, bijna halverwege de BLOW-periode, het BLOW-proces geëvalueerd. De BLOW-partijen zullen op 20 juni a.s. bestuurlijke conclusies aan de evaluatie verbinden. Vervolgens maken de partijen nadere afspraken over de inspanningen die nodig zijn om de ontwikkeling van windenergie op land in de tweede helft van de BLOW-periode een bevredigend vervolg te geven.

 

Verwijdering van vele honderden zinloze windmolens!

Door: Ir. Hans Halkema

(Febr. 2004)

Windmolens die geen enkele zinnige bijdrage aan de opwekking van elektriciteit kunnen leveren, moeten afgebroken en opgeruimd worden. En dat zijn er vele honderden, verspreid over het hele land. Laten we dat eens getalsmatig bezien:

Het totale jaarlijkse gebruik aan elektriciteit is in Nederland circa 12.500.000 kWjaar (kWj). Dat wordt in de Nederlandse centrales opgewekt met een totaal vermogen van 12.500.000 kW. Eén honderdduizendste deel van dat gebruik is dus 125 kWjaar, op te wekken met 125 kW.

De productiefactor is - gemiddeld - voor alle windmolens in Nederland zoiets als 17 procent, oftewel 1/6 deel. Dus als u wilt weten met welk effectief vermogen een windmolen elektriciteit produceert, dan deelt u zijn nominale vermogen door 6 en u hebt het antwoord. Eenvoudiger kan toch niet. Zo ziet u dat een windmolen van 750 kW nominaal maar effectief draait met 750/6 = 125 kW. En dat is precies éénhonderdduizendste deel van het totale voor de Nederlandse elektriciteitsproductie draaiende vermogen, namelijk de hierboven genoemde 125 kW. Het blijkt dus onzinnig om windmolens met een nominaal vermogen van 750 kW, of zelfs nog minder, in gebruik te houden. Deze zouden zonder uitzondering afgebroken en zonder verdere milieuvervuiling opgeruimd dienen te worden. Voor onze totale productie van elektriciteit zal het niets uitmaken, maar het zal wel een enorme opluchting zijn voor ons landschap!

Voor uw rekengemak geef ik - rekenende met die 17 procent productiefactor - nog het navolgend lijstje:

Een 1000 kW molen produceert effectief met ca. 1000/6 = 167 kW. Dat is 1,3 honderdduizendste deel van wat wij nodig hebben. Een 2000 kW molen draait effectief met 2000/6 = 333 kW, zijnde 2,7 honderdduizendste deel. Een 3000 kW molen draait effectief met 3000/6 = 500 kW, zijnde 4 honderdduizendste deel en een 4000 kW molen - een enorme kanjer - draait met 4000/6 = 667 kW, zijnde 5,3 honderdduizendste deel van wat wij nodig hebben. Dus hoe groot de windmolens ook gebouwd worden, hun opbrengst is en blijft minimaal. Ook voor die doodenkele windmolen met een productiefactor van 25 procent! Nooit meer dan 'een lachertje' ten opzichte van wat wij nodig hebben.

Vergeet bovendien nooit dat een windmolen de elektriciteit altijd volkomen onvoorspelbaar wisselvallig opwekt. Nooit in één ononderbroken sterkte. Gedurende vele dagen per jaar wordt er zelfs helemaal niets opgewekt. Alle windmolens - van welke grootte dan ook - zijn alleen al om die reden onbruikbaar voor directe voeding van ieder soort verbruiker!

Wanneer men dit weet is het toch eigenlijk al gekkenwerk om überhaupt nog windmolens te bouwen! Nog onzinniger is het om toch nagenoeg niets opbrengende windmolens in bedrijf te houden. Eigenlijk zouden zij allen afgebroken en opgeruimd dienen te worden.

Maar laten wij dat voorlopig beperken tot die molens die minder dan, of gelijk aan éénhonderdduizendste van ons totale gebruik leveren. Daarmee rekenende komen we welgeteld op 712 (!) windmolens die zo snel mogelijk afgebroken en opgeruimd moeten worden! [Dit aantal volgt uit de opbrengsttabellen van Kema-Windmonitor!]

Voor onze nationale elektriciteitsvoorziening zou dat opruimen in ieder geval niets meetbaars uitmaken. Wel wat betreft de subsidies die er voor het in bedrijf houden van deze totaal nutteloze dingen door ons allen betaald moeten worden. Want u weet het toch ook? Al die dingen draaien dankzij subsidies!

Maandag 3 mei: de kosten van windmolens

3 mei 2004  
Het ECN (energieonderzoekscentrum) heeft een rapport gemaakt waaruit blijkt dat offshore windparken de Nederlandse belastingbetaler 5 miljard euro's kan gaan kosten. Is dat veel? Niet als je het vergelijkt met de kosten, alle kosten, van andere energiebronnen, zoals kolen of gas. De ECN studie is het beste argument om windenergie op zee voortvarend aan te pakken.

 

Het standpunt van de PvdA inzake windmolens op zee.

Het ECN berekent dat de kosten van de 6000 MW windenergie in totaal 3 tot 5 miljard Euro (uitgerekend in huidige eruo's) in de komende 26 jaar bedragen. Het ECN geeft aan dat de baten, bijvoorbeeld door minder milieuvervuiling, hier niet bij zijn meegenomen. Die baten zijn echter wel bekend. Het ExterE-project van de Europese unie heeft namelijk de externe kosten (milieu- en gezondheidskosten etc.) van de meeste energieopties gedetailleerd in kaart gebracht

Wanneer we ervan uitgaan dat de windmolens niet zouden worden geplaatst en dezelfde hoeveelheid stroom moet worden opgewekt door middel van kolen- en gascentrales dan bedragen de extra externe kosten gemiddeld 1,9 Eurocent per kiloWattuur. De vermeden kosten van 6000 MW offshore windvermogen (totale productie 315 miljard kilowattuur) bedragen dus in totaal ongeveer 6 miljard Euro.

De VVD laat niet na te vragen om een volledige kosten-baten analyse van offshore windenergie. Dat is heel verstandig. Wanneer je de kosten zoals door het ECN berekend vergelijkt met de baten zoals ze kunnen worden afgeleid uit het ExternE project, dan valt de kosten-baten-analyse zelfs in het slechtste scenario van windenergie nog positief uit. Dat is een goede stimulans om voortvarend door te gaan met de ontwikkeling van 6000 MW. De obstructie van deze duurzame energiebron heeft nu lang genoeg geduurd.

Diederik Samson

"Groene" Minister Brinkhorst helpt windenergie om zeep

12 mei 2005  
Deze week kondigde Minister Brinkhorst een subsidiestop aan voor off shore windparken. Hiermee helpt hij een sector om zeep die net leek te gaan bloeien in Nederland. Hij verdedigde deze subsidiestop op TV met klink klare leugens over de kosten voor de burger. Lees hier mijn tegenbetoog en de berichtgeving in de media
Tijdens een uitzending van Twee Vandaag   verdedigde de Minister de subsidiestop voor offshore windmolenparken door te benadrukken dat hij de burger niet wilde opzadelen met 1000 euro extra lasten. In de radio uitzending van "Met het Oog op morgen voegde hij eraan toe dat dit een jaarlijkse extra last zou zijn!   De berekening van Brinkhorst is als volgt: Er zijn 70 vergunningen aangevraagd voor parken van 200 MW elk. Ieder windmolenpark kost de burger 15 euro subsidie per jaar (100 miljoen euro per jaar, gedeeld door 7 miljoen huishoudens). 70 parken kost de burger dus 15 maal 70 = 1000 euro (!!) per jaar. Indrukwekkend, maar glashard gelogen   Wat is de werkelijkheid?
Er zijn 70 vergunnningen aangevraagd door enthousiaste projectontwikkelaars. Die concurreren echter grotendeels op hetzelfde gebied: er zijn slechts 15-20 vergunningen die niet overlappen. Samen goed voor maximaal 6000 Megawatt (2000 molens). Die worden lang niet allemaal morgen, maar in de loop van de komende 15 jaar neergezet. In die tijd zal ook de kostprijs van windmolens en dus de daaraan gekoppelde subsidie dalen. Het ECN heeft al nauwkeurig berekend (in opdracht van EZ nota bene) dat die hele operatie Nederland tot 2030 ongeveer 12 miljard euro kost. Dat klinkt nogal veel – en dat is het ook – maar het is welgeteld 12 miljard in 25 jaar voor 7 miljoen huishoudens = 70 euro per huishouden per jaar. Da’s wel wat anders dan de 1000 Euro per jaar per huishouden die Brinkhorst de burgers voorhield. Bovendien besparen we in dezelfde periode ongeveer het dubbele (20 miljard) doordat kosten voor luchtvervuiling, klimaatverandering etc. afnemen, maar die discussie voeren we later.

Brinkhorst heeft zich vaak geafficheerd als de enige echte groene Minister in dit Kabinet. Wat mij betreft is hij eerder een liegende Minister.

Diederik Samson.

 Artikel uit De Stentor van 17-05-2005
Actiegroep bestookt raadsleden

door HANS KEESMAAT

17 MEI 2005 - DALFSEN/NIEUWLEUSEN - Omdat de Dalfser gemeenteraad waarschijnlijk binnen enkele maanden een besluit neemt over de eventuele plaatsing van windmolens in het Dalfserveld, wil de onlangs opgerichte Stichting Dalfsen Tegen Windmolens op korte termijn in actie komen.

De stichting, voortgekomen uit een eerdere initiatiefgroep, wil zoveel mogelijk mensen bij de discussie betrekken, maar bovenal de leden van de gemeenteraad. ‘We gaan de raadsfracties bestoken met lastige vragen, waardoor we hen wellicht zelf ook aan het twijfelen brengen. Want we vragen ons af of zij wel voldoende zicht hebben op de gevolgen van de plaatsing van windmolens in dit gebied’, zegt Annette Wessels, één van de dertien bestuursleden, waartoe verder onder meer Wim Stollmeyer, Harry Been en Klaas Tuin behoren. De stichting, die bij de oprichtingsvergadering onlangs een veertigtal belangstellenden trok, werkt aan een brochure of pamflet waarin haar bezwaren worden uiteengezet. Ook wil zij meer informatie verzamelen, onder meer met betrekking tot het milieu en mogelijke gezondheidsrisico’s. ‘We merken in gesprekken op verjaardagen en dergelijke dat veel inwoners er absoluut geen idee van hebben wat er dreigt te gebeuren’, zegt Sonja van der Zwaag. ‘De windmolens waar het hier om gaat, zijn 120 meter lang, dat is 40 meter hoger dan die bij Staphorst.’

Naast ‘horizonvervuiling’ wordt het verhoudingsgewijs lage rendement als argument in stelling gebracht. ‘We zijn bijna allemaal vóór groene stroom, maar windenergie is één van de minst rendabele vormen van alternatieve energie’, stelt Wessels. ‘De continuïteit is wankel, want de winning is afhankelijk van de vraag of er wind staat en hoe sterk die is. Bovendien kun je het niet opslaan. Al deze factoren, plus de waardedaling van woningen in de nabijheid, maken dat de energiewinning niet opweegt tegen de kosten en de nadelen.’ Wat die waardevermindering betreft, heeft de actiegroep het voor elkaar gekregen dat een een groot aantal bezwaarschriften is ingediend tegen de WOZ-waardebepaling voor woningen in de omgeving.

Eén van de opmerkelijkste voornemens van de stichting is de subsidieaanvraag die de gemeente Dalfsen volgende week tegemoet mag zien. ‘We worden gedwongen om in actie te komen tegen plannen waarvoor gemeente, provincie en rijk initiatieven nemen’, verklaart Wessels deze stap. ‘We steken er tijd, geld en energie in. Het lijkt ons niet onredelijk dat we een bepaald percentage krijgen van het bedrag dat de overheden aan voorlichting uitgeven.’
 

Stroomuitval dreigt door windparken
Door een onzer redacteuren

AMSTERDAM, 26 MEI. De sterke groei van windmolenparken in Duitsland kan de komende jaren voor grootschalige stroomstoringen zorgen in het noordwesten van Europa. In december en januari werd ternauwernood voorkomen dat de elektriciteit uitviel in deze regio.

Dit heeft de beheerder van het Nederlandse hoogspanningsnet Tennet gisteren gezegd in het jaarverslag over 2004. Minister Brinkhorst (Economische Zaken, D66) besprak de waarschuwing vandaag in Den Haag met zijn Duitse ambtgenoot.

Het probleem is niet een tekort aan stroom, maar juist een overvloed. De Duitsers hadden al veel windmolens staan in het noorden, maar bouwden onlangs nog eens een nieuw windpark in zee dat 15.000 megawatt kan produceren. Omdat de wet in Duitsland voorschrijft dat windenergie voorrang heeft als het voorradig is, moet deze elektriciteit allemaal via het netwerk naar het zuiden van het land, iets wat de stroomkabels niet aankunnen. ,,Stroom zoekt de weg van de minste weerstand'', aldus een woordvoerder van Tennet, ,,en dus komt het ook Nederland binnen.''

Het probleem is dat wind snel kan opkomen en kan gaan liggen waardoor de hoeveelheid stroom op het netwerk radicaal kan veranderen. Dit kan de balans op het net verstoren waardoor de stroom uitvalt. Tennet kon de vorige twee keer net op tijd vraag en aanbod weer met elkaar in evenwicht brengen, maar de netbeheerder is bezorgd over de situatie.

,,Gezien de voorziene sterke groei van windenergie in Duitsland de komende jaren, is op korte termijn een structurele versterking van het interne Duitse net vereist om te voorkomen dat Noordwest-Europa in de nabije toekomst te maken krijgt met grootschalige storingen'', aldus Tennet in het jaarverslag. De beheerder wil dat de Duitsers de capaciteit van hu stroomnet vergroten, iets dat overigens zeker drie tot vijf jaar duurt door onder meer vergunningsprocedures.

Het aan de grens afsluiten van de Duitse stroom is geen optie. ,,We kunnen daar een beetje knijpen, maar we kunnen niet afsluiten. Dan komt het via een ander land als een boomerang terug en bovendien zadelen we de Duitsers dan op met een grote storing.''

Ook in Nederland moet de capaciteit worden vergroot, niet alleen om een gepland windpark van 6.000 megawatt in de Noordzee op te vangen, maar ook omdat verbruik en aanbod toenemen.

26 mei 2005

Artikel uit De Stentor van 02-12-2004

Politiek wil eindelijk windmolens

van een onzer verslaggevers

2 DECEMBER 2004 - STEENWIJKERLAND - Als er een fanclub zou zijn van het fenomeen windmolens? Dan was de gemeente Steenwijkerland beslist géén lid. Tot die slotsom komt Jan Bakker (CDA) nu het college van B en W geen windmolenpark wil toestaan nabij Scheerwolde en liefst opnieuw een ‘integrale, brede discussie’ over het thema groene energie zou voeren. Geen sprake van, als het aan een krappe politieke meerderheid ligt. Dit stuk moet door de raad.

‘Vertragingstactiek’ noemt Folkert Jellesma (GroenLinks/D66) de suggestie, die wethouder Ineke Steinmetz deze week voorlegde. ‘Niet wéér langer uitstellen. Er ligt nu een hele goede, concrete aanvraag die we serieus willen bekijken.’ Jellesma doelt op het recente verzoek van adviesbureau Groenraedt BV om vier windturbines (met een ashoogte van 105 meter) te bouwen langs de Scholtensloot, parallel aan de Woldlakeweg. Tegenargumenten vindt het college in de Uitgangspuntennotitie waarin die locatie in strijd blijkt met de ontwikkeling van ‘gele vlekken’ en daarom niet vermeld staat.

Er zijn overigens al twee potentiële locaties waarvoor volgens Steinmetz nu concrete belangstelling bestaat: op industrieterrein Groot Verlaat in Steenwijk en nabij de buurtschap Baarlo bij Blokzijl. Papieren tijgers, vermoedt de politiek. ‘Groot Verlaat groeit vol, de slagschaduw van windmolens op kantoren is daar niet gewenst. En Baarlo zal teveel maatschappelijke weerstand opleveren.’

De gemeente staat naar eigen zeggen ‘niet negatief’ tegenover groene stroom, ‘maar heeft geen taakstelling voor het realiseren van windenergie’. In de commissie nuanceerde de wethouder dat. ‘We hebben natuurlijk wél de morele plicht bij te dragen aan groene stroom.’ Maar dan liggen er voldoende alternatieven, zoals zonnepanelen en biogas door vergisting van dierlijke mest. Dat laatste geniet de voorkeur van VVD, BuitenGewoon Leefbaar en PvdA, die liever weer met het college om tafel gaan in plaats van adhoc deze aanvraag te honoreren.

Voor de rest heeft het lang genoeg geduurd. Bakker: ‘We praten er al tien jaar over en er staat er nog geen één.’ De windmolenkwestie is volgens de CDA-er een hoofdpijndossier geworden. ‘Ook wij willen geen wildgroei. Alleen onder zeer strikte voorwaarden en een beperkt aantal.’ Een meerderheid wil ‘nu ook wel eens schone energie’ produceren en bejubelt het lef dat agrarisch ondernemers tonen met dit soort initiatieven. ‘Als een aantal boeren hiermee een tweede inkomen kan vinden om het bedrijf in stand te houden én het buitengebied van groene stroom te voorzien, is dat een goede zaak’, aldus Jellesma. Hij schuwt een gezamenlijk amendement met het CDA in de raad niet als dit windmolenplan toch van tafel wordt geveegd.

Ontwikkeling windenergie op koers

Persbericht IPO, 12-5-2005

De groei van windenergievermogen op land was vorig jaar 180 MegaWatt (MW). Daarmee lag de groei alweer voor het derde achtereenvolgende jaar ruim boven het jaargemiddelde van 105 MW dat volgens de Bestuursovereenkomst Landelijke Ontwikkeling Windenergie (BLOW) in de periode 2001-2010 tenminste moet worden gehaald.

Dit blijkt uit het Jaarverslag BLOW 2004 dat de Landelijke Stuurgroep Ontwikkeling Windenergie (LSOW) heeft uitgebracht. In dit jaarverslag doen de in de BLOW samenwerkende overheden (5 ministeries, 12 provincies en de VNG) verslag van hun werkzaamheden in 2004 op het gebied van windenergie.
De stuurgroep constateert verder dat de groei wat minder eenzijdig in Flevoland terecht is gekomen. Die verschuiving naar andere provincies zal de komende jaren naar verwachting doorzetten. De ontwikkeling van het feitelijk geplaatst vermogen moet volgens de stuurgroep, mede gezien de in provinciale en gemeentelijke plannen nog resterende plaatsingsruimte voor windparken, ruim voldoende zijn om de landelijke taakstelling (1.500 MW) voor 2010 te kunnen halen..

De stuurgroep constateert niettemin met enige nadruk, dat "er geen enkele reden is om voldaan achterover te gaan leunen". In sommige provincies blijft de ontwikkeling nog aanzienlijk achter bij de in BLOW afgesproken taakstelling. Bovendien sneuvelen in de praktijk tot nu toe nog heel wat windlocaties op het traject van plannen naar realisatie. Tenslotte is de taakstelling van 1.500 MW slechts een bestuurlijk overeengekomen minimum. De stuurgroep werpt voorzichtig de vraag op of deze taakstelling naar huidig inzicht niet te bescheiden is geweest.

Momenteel wordt, bijna halverwege de BLOW-periode, het BLOW-proces geëvalueerd. De BLOW-partijen zullen op 8 september a.s. bestuurlijke conclusies aan de evaluatie verbinden. Vervolgens maken de partijen nadere afspraken over de inspanningen die nodig zijn om de ontwikkeling van windenergie op land in de tweede helft van de BLOW-periode een bevredigend vervolg te geven.
"Groene" Minister Brinkhorst helpt windenergie om zeep

12 mei 2005  
Deze week kondigde Minister Brinkhorst een subsidiestop aan voor off shore windparken. Hiermee helpt hij een sector om zeep die net leek te gaan bloeien in Nederland. Hij verdedigde deze subsidiestop op TV met klink klare leugens over de kosten voor de burger. Lees hier mijn tegenbetoog en de berichtgeving in de media
Tijdens een uitzending van Twee Vandaag   verdedigde de Minister de subsidiestop voor offshore windmolenparken door te benadrukken dat hij de burger niet wilde opzadelen met 1000 euro extra lasten. In de radio uitzending van "Met het Oog op morgen voegde hij eraan toe dat dit een jaarlijkse extra last zou zijn!   De berekening van Brinkhorst is als volgt: Er zijn 70 vergunningen aangevraagd voor parken van 200 MW elk. Ieder windmolenpark kost de burger 15 euro subsidie per jaar (100 miljoen euro per jaar, gedeeld door 7 miljoen huishoudens). 70 parken kost de burger dus 15 maal 70 = 1000 euro (!!) per jaar. Indrukwekkend, maar glashard gelogen   Wat is de werkelijkheid?
Er zijn 70 vergunnningen aangevraagd door enthousiaste projectontwikkelaars. Die concurreren echter grotendeels op hetzelfde gebied: er zijn slechts 15-20 vergunningen die niet overlappen. Samen goed voor maximaal 6000 Megawatt (2000 molens). Die worden lang niet allemaal morgen, maar in de loop van de komende 15 jaar neergezet. In die tijd zal ook de kostprijs van windmolens en dus de daaraan gekoppelde subsidie dalen. Het ECN heeft al nauwkeurig berekend (in opdracht van EZ nota bene) dat die hele operatie Nederland tot 2030 ongeveer 12 miljard euro kost. Dat klinkt nogal veel – en dat is het ook – maar het is welgeteld 12 miljard in 25 jaar voor 7 miljoen huishoudens = 70 euro per huishouden per jaar. Da’s wel wat anders dan de 1000 Euro per jaar per huishouden die Brinkhorst de burgers voorhield. Bovendien besparen we in dezelfde periode ongeveer het dubbele (20 miljard) doordat kosten voor luchtvervuiling, klimaatverandering etc. afnemen, maar die discussie voeren we later.

Brinkhorst heeft zich vaak geafficheerd als de enige echte groene Minister in dit Kabinet. Wat mij betreft is hij eerder een liegende Minister.

Diederik Samson.

Artikel uit De Stentor van 17-05-2005
Actiegroep bestookt raadsleden

door HANS KEESMAAT

17 MEI 2005 - DALFSEN/NIEUWLEUSEN - Omdat de Dalfser gemeenteraad waarschijnlijk binnen enkele maanden een besluit neemt over de eventuele plaatsing van windmolens in het Dalfserveld, wil de onlangs opgerichte Stichting Dalfsen Tegen Windmolens op korte termijn in actie komen.

De stichting, voortgekomen uit een eerdere initiatiefgroep, wil zoveel mogelijk mensen bij de discussie betrekken, maar bovenal de leden van de gemeenteraad. ‘We gaan de raadsfracties bestoken met lastige vragen, waardoor we hen wellicht zelf ook aan het twijfelen brengen. Want we vragen ons af of zij wel voldoende zicht hebben op de gevolgen van de plaatsing van windmolens in dit gebied’, zegt Annette Wessels, één van de dertien bestuursleden, waartoe verder onder meer Wim Stollmeyer, Harry Been en Klaas Tuin behoren. De stichting, die bij de oprichtingsvergadering onlangs een veertigtal belangstellenden trok, werkt aan een brochure of pamflet waarin haar bezwaren worden uiteengezet. Ook wil zij meer informatie verzamelen, onder meer met betrekking tot het milieu en mogelijke gezondheidsrisico’s. ‘We merken in gesprekken op verjaardagen en dergelijke dat veel inwoners er absoluut geen idee van hebben wat er dreigt te gebeuren’, zegt Sonja van der Zwaag. ‘De windmolens waar het hier om gaat, zijn 120 meter lang, dat is 40 meter hoger dan die bij Staphorst.’

Naast ‘horizonvervuiling’ wordt het verhoudingsgewijs lage rendement als argument in stelling gebracht. ‘We zijn bijna allemaal vóór groene stroom, maar windenergie is één van de minst rendabele vormen van alternatieve energie’, stelt Wessels. ‘De continuïteit is wankel, want de winning is afhankelijk van de vraag of er wind staat en hoe sterk die is. Bovendien kun je het niet opslaan. Al deze factoren, plus de waardedaling van woningen in de nabijheid, maken dat de energiewinning niet opweegt tegen de kosten en de nadelen.’ Wat die waardevermindering betreft, heeft de actiegroep het voor elkaar gekregen dat een een groot aantal bezwaarschriften is ingediend tegen de WOZ-waardebepaling voor woningen in de omgeving.

Eén van de opmerkelijkste voornemens van de stichting is de subsidieaanvraag die de gemeente Dalfsen volgende week tegemoet mag zien. ‘We worden gedwongen om in actie te komen tegen plannen waarvoor gemeente, provincie en rijk initiatieven nemen’, verklaart Wessels deze stap. ‘We steken er tijd, geld en energie in. Het lijkt ons niet onredelijk dat we een bepaald percentage krijgen van het bedrag dat de overheden aan voorlichting uitgeven.’
 

Stroomuitval dreigt door windparken
Door een onzer redacteuren

AMSTERDAM, 26 MEI. De sterke groei van windmolenparken in Duitsland kan de komende jaren voor grootschalige stroomstoringen zorgen in het noordwesten van Europa. In december en januari werd ternauwernood voorkomen dat de elektriciteit uitviel in deze regio.

Dit heeft de beheerder van het Nederlandse hoogspanningsnet Tennet gisteren gezegd in het jaarverslag over 2004. Minister Brinkhorst (Economische Zaken, D66) besprak de waarschuwing vandaag in Den Haag met zijn Duitse ambtgenoot.

Het probleem is niet een tekort aan stroom, maar juist een overvloed. De Duitsers hadden al veel windmolens staan in het noorden, maar bouwden onlangs nog eens een nieuw windpark in zee dat 15.000 megawatt kan produceren. Omdat de wet in Duitsland voorschrijft dat windenergie voorrang heeft als het voorradig is, moet deze elektriciteit allemaal via het netwerk naar het zuiden van het land, iets wat de stroomkabels niet aankunnen. ,,Stroom zoekt de weg van de minste weerstand'', aldus een woordvoerder van Tennet, ,,en dus komt het ook Nederland binnen.''

Het probleem is dat wind snel kan opkomen en kan gaan liggen waardoor de hoeveelheid stroom op het netwerk radicaal kan veranderen. Dit kan de balans op het net verstoren waardoor de stroom uitvalt. Tennet kon de vorige twee keer net op tijd vraag en aanbod weer met elkaar in evenwicht brengen, maar de netbeheerder is bezorgd over de situatie.

,,Gezien de voorziene sterke groei van windenergie in Duitsland de komende jaren, is op korte termijn een structurele versterking van het interne Duitse net vereist om te voorkomen dat Noordwest-Europa in de nabije toekomst te maken krijgt met grootschalige storingen'', aldus Tennet in het jaarverslag. De beheerder wil dat de Duitsers de capaciteit van hu stroomnet vergroten, iets dat overigens zeker drie tot vijf jaar duurt door onder meer vergunningsprocedures.

vrijdag 27 mei 2005

Duitsland pakt probleem met windmolens op

Van onze redactie economie  

Het Nederlandse hoogspanningsnet is onveilig door toedoen van Duitse windmolens. De Duitse regering onderkent het probleem.  

Duitsland neemt de Nederlandse zorgen over uitvallende stroom door windmolens zeer serieus. Dat heeft de Duitse minister van economische zaken, Clement, gisteren in Amsterdam gezegd. Eventueel is hij bereid Duitse wetgeving aan te passen.

De SPD-bewindsman reageerde op het jaarverslag van de Nederlandse netwerkbeheerder Tennet, die waarschuwt dat overbelasting van het netwerk in Duitsland kan leiden tot problemen hier. Minister van economische zaken Brinkhorst had de zaak met Clement opgenomen.

Als in het noorden van Duitsland een stevige bries opsteekt, gaan daar tal van windmolens volop elektriciteit produceren. Duitse netbeheerders zijn bij wet verplicht om deze groene stroom met voorrang af te nemen. Vaak zijn dan elders energiecentrales nog niet afgeschakeld en worden de elektriciteitsleidingen zwaar belast. De elektronen zoeken de weg van de minste weerstand en komen uit in Nederland.

Dit probleem is in Duitsland onderkend en er wordt volop gezocht naar een oplossing, aldus Clement. Hij beloofde daarover in overleg te treden met Nederland en sloot een wetswijziging niet uit.

Copyright: Trouw

vrijdag 27 mei 2005

Turbines draaien slechts zelden zoals ze zouden moeten draaien

Van onze redactie wetenschap

Windmolens draaien, maar lang niet altijd. Stabiele bronnen als de elektriciteitscentrale zijn dus onmisbaar.

Systemen om windenergie op te slaan

Batterijen. Technisch mogelijk, maar pas over tien à twintig jaar economisch rendabel.

Waterstof. Pas over twintig of dertig jaar wordt het rendabel om met het energieoverschot water te splitsen in waterstof en zuurstof. Nu is er nog dertig procent energieverlies bij de omzetting. Bovendien is het moeilijk om het waterstofgas op te slaan.

Waterkrachtcentrales. Denemarken stuurt zijn stroomoverschot naar Noorse stuwmeren. De elektriciteitsproductie wordt gestopt of het peil van het stuwmeer wordt opgepompt. Dit gebeurt ook in het Alpengebied.

Perslucht. De energie wordt als gecomprimeerde lucht opgeslagen in lege gasvelden. Nog niet rendabel.

Opslag in elektriciteitsnet. Meest gebruikt. Bij veel wind minderen andere centrales, die dat gemakkelijker kunnen, hun productie.

Windmolens leveren tegenwoordig gemiddeld 20 procent van hun maximale vermogen. Soms staan ze stil en soms leveren ze dat maximum. Maar een enkele keer waait het zo hard dat de molens moeten worden afgeschakeld -om beschadiging te voorkomen- en dan moet het achterland in zeer korte tijd zijn stroom elders vandaan halen.

,,Dat is wat met het Noord-Duitse windmolenpark nu een paar keer is gebeurd'', zegt L. van der Sluis, hoogleraar elektriciteitsvoorziening in Delft. ,,Op zo'n moment komt een grote vermogensstroom vanuit Frankrijk op gang, je hebt het dan over een paar duizend megawatt. Een deel van die stroom zoekt zijn weg via het Nederlandse net en als dat netwerk juist 'vol' is, wordt het overbelast en schakelt het zichzelf af. Dan zitten we op een eiland en zijn we qua energievoorziening op onszelf aangewezen. Een paar jaar geleden was dat in Italië en de VS het begin van een proces waarbij op het eind iedereen in het donker zat.''

Je zou Nederland daar wel tegen kunnen beschermen, door bij de grenskoppelpunten van het netwerk een buffersysteem te plaatsen die de extra stroom buiten de deur houdt. Maar, zegt Van der Sluis: ,,Als Duitsland ook zo'n systeem installeert, heffen ze elkaar op.''

Volgens hem is windenergie een onzekere factor in het elektriciteitsnetwerk. ,,Je moet die energie benutten, maar meer dan 20 procent moet het in Nederland niet worden. Je moet windenergie mixen met stabiele elektriciteitscentrales.''

Als de fluctuaties minder groot zijn, kun je de pieken opvangen door de extra energie op te slaan in bijvoorbeeld batterijen, of de stroom naar een waterkrachtcentrale te sturen om het waterpeil in het stuwmeer op te hogen. ,,Maar je kunt ook de vraag het aanbod laten volgen'', zegt G. Schaeffer van onderzoekscentrum ECN. ,,Nu pleegt men wel eens een telefoontje naar grote fabrieken om als het energieaanbod laag is, de productie wat te minderen. Met moderne informatietechnologieën kun je dat idee op veel grotere schaal toepassen.'' Nu zetten mensen bijvoorbeeld de wasmachine aan met een tijdklok. In de toekomst zou de stroomleverancier de machine kunnen aansturen, bij een ruim stroomaanbod.

Copyright: Trouw

vrijdag 27 mei 2005

 'Overbelasting van de netten is een gevolg van de liberalisering'

door Guido Goudsmit

Door de liberalisering van de elektriciteitsmarkt zijn de netten overbelast. ,,Het is jammer dat de windmolens de schuld krijgen.''

Uitwisseling met buitenland beperkt

Landelijk netbeheerder Tennet is verantwoordelijk voor de 'snelwegen' van het stroomnet, die alle regionale netten en het Europese net met elkaar verbinden. Om de marktwerking in de energie mogelijk te maken, houdt het overheidsbedrijf in de gaten of het net over voldoende import-, export- en transportcapaciteit beschikt.

Import en export van stroom kan alleen door middel van de zogenaamde 'interconnectie' met het buitenland. Tennet stelt dat door het sterk wisselende Duitse windaanbod minder uitwisselingscapaciteit beschikbaar is voor de markt. Nederland kan technisch gesproken 5000 megawatt uitwisselen, maar vanwege onregelmatigheden in het Europese net moet Tennet capaciteit achter de hand houden.

Investeringen in de capaciteit moeten ervoor zorgen dat Nederland in 2011 tweemaal zoveel stroom kan invoeren. Begin maart sloot Tennet akkoorden met België en Frankrijk om de interconnectie te verbeteren.

De populariteit van de Duitse windmolens ondergraaft de stabiliteit van het Nederlandse stroomnet. Het risico van een blackout in Noordwest-Europa is reëel, zegt netbeheerder Tennet. Plotselinge stroompieken uit de Noordduitse windmolenparken vinden onder meer via het Nederlandse net hun weg naar Zuid-Duitsland, en kunnen stroomstoringen veroorzaken.

Voor experts komt de waarschuwing in het jaarverslag niet als verrassing. ,,Tennet en de Duitse netbeheerder zullen hun transportcapaciteit moeten uitbreiden, en dat willen ze ook graag'', zegt Gerard van Bussel, hoofddocent windenergie aan de Technische Universiteit Delft. In Oost-Nederland is Tennet al aan het werk. Van Bussel: ,,Je kon dit zien aankomen. Het is jammer dat de windmolens de schuld krijgen, terwijl de overbelasting van de netten een gevolg is van de liberalisering van de Europese stroommarkten.''

In de ogen van de Delftse technicus is de bezorgdheid terug te brengen tot een financieel-economische kwestie. ,,Het is niet zozeer een technisch verhaal.'' Hij wijst op de gigantische groei van het transport van elektriciteit door Europa sinds de liberalisering in de jaren negentig gestalte kreeg. ,,Bedrijven proberen zo goedkoop mogelijk elektriciteit in te kopen in het buitenland. Daar zijn die netten niet op 'uitgelegd'. Je hoefde als netbeheerder vroeger hoogstens te kunnen bijspringen wanneer er ergens in Europa een centrale uitviel. Nu worden voortdurend grote hoeveelheden stroom over de grenzen doorgestuurd.'' Volgens Van Bussel is door de liberalisering te weinig geïnvesteerd in conventioneel vermogen, om plaatselijke stroomtekorten te ondervangen.

Elektriciteitsnetten moeten fluctuaties in het stroomaanbod kunnen opvangen. Zeker windenergie - het is windstil of het waait juist hard - is wispelturig. Technici beschouwen 'netinpassing' van windenergie, zolang het aandeel niet meer is dan 20 procent van het aanbod is, als een koud kunstje. Een sterk transportnetwerk is wel voorwaarde, stelt de Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA).

In Noord-Duitsland ligt het aandeel van wind, net als in Denemarken, echter op zo'n 40 procent. In Denemarken neemt het aantal kortsluitingen in het transportnet toe. De belangenclub Bundesverband Windenergie (BWE) relativeert de moeilijkheden, maar de Duitsers investeren wel noodgedwongen in netverzwaring en netuitbreiding. Duitsland heeft 16000 megawatt aan windvermogen opgesteld; de bouw van windparken lijkt voorlopig onstuitbaar.

Technici voorzien dat in de nabije toekomst windturbines makkelijker kunnen worden afgeschakeld, zodat windenergie geen plotselinge stroompieken hoeft te veroorzaken. Docent Van Bussel ziet ook een juridische weg. ,,De Duitse regelgeving dwingt netbeheerders windenergie met voorrang op het net te zetten en over de regionale netbeheerders te verdelen. Die wetgeving zouden de Duiters kunnen wijzigen.'' Het is een dure oplossing: windparkeigenaren zouden gecompenseerd moeten worden, want ze zullen hun contracten niet kunnen nakomen.

Copyright: Goudsmit, Guido

 

Bye bye wind                                 Elsevier 1 juni 2005

Windmolens draaien meer op subsidie dan op

wind, gelukkig breekt dat besef langzaam door

De wind is grillig. Soms buldert hij, soms fluistert hij, soms zwijgt hij. Voor de afnemer van stroom heeft die wispelturigheid vervelende gevolgen. Zo heeft Tennet, de beheerder van het Nederlandse elektriciteitsnet, in zijn jaarverslag gewaarschuwd voor een stroomuitval

ten gevolge van de grote hoeveelheid windmolens in Noord-Duitsland. Als gevolg daarvan is alleen al het afgelopen halfjaar twee keer sprake geweest van een dreigende onbalans in het Nederlandse net. De elektriciteitsnetten in Noordwest- Europa zijn aan elkaar gekoppeld. En dus moet, wanneer het opeens hard gaat waaien in Noord-Duitsland, de

overtollige stroom mede via Nederland naar Zuid-Duitsland worden vervoerd. Ook Denemarken heeft al met de nukken van de wind kennisgemaakt. Niet zelden moet dit land als het waait, daar de stroombehoefte in eigen land niet toereikend is, smeken bij de buren of die de overtollige stroom alsjeblieft willen afnemen.

Tennet vindt dat de capaciteit van het transportnet moet worden uitgebreid. Nog verstandiger is om windenergie af te bouwen. Er zit te weinig energie in wind. Zelfs offshore, zelfs over twintig jaar zal windenergie duurder blijven dan bijvoorbeeld kernenergie. Ook moet er altijd reserve achter de hand zijn voor als de wind niet waait.

Windenergie leek een sympathieke route om aardolie te besparen, maar het is een doodlopende weg. Na de voor bondskanselier Gerhard Schröder desastreus verlopen deelstaatverkiezingen in Rijnland-Westfalen, en het daarmee samenhangende aanstaande einde van de rood-groene coalitie in Duitsland, zal ook dat land beseffen wat VVD-kamerlid Paul de Krom onlangs zei op een symposium over de energievoorziening:

windmolens draaien meer op subsidie dan op wind.

Ook in Nederland breekt dit inzicht langzaam door. Zo besloot minister Laurens Jan Brinkhorst (D66) van Economische Zaken onlangs om te wieden in de vele subsidies voor windenergie.

De conclusie: bye bye windenergie.

Simon Rozendaal

 

 Windmolenpark Littenseradiel komt er niet

 

DEN HAAG/LITTENSERADIEL - In de Friese gemeente Littenseradiel komt geen windmolenpark. De Raad van State heeft woensdag de bouw van zeventien windturbines verboden.

De uitspraak is een grote overwinning voor natuurorganisatie It Fryske Gea, die bezwaar maakte tegen de beslissing van de gemeente en beroep aantekende tegen goedkeuring door de rechter.

It Fryske Gea tekende vorig jaar bezwaar aan tegen de bouw van het grootste windmolenpark van Friesland, maar de bestuursrechter verbood de bouw van slechts twee windmolens. Voor de andere dertien zette de Raad van State het licht woensdag op rood. Na wijziging van de hoogte van de windturbines van veertig naar 35 meter had de gemeente een nieuwe bouwaanvraag moeten indienen, oordeelde de raad.

Vier boeren die de gemeente om een vergunning voor de bouw van een turbine hadden gevraagd, werden door het hoogste bestuurlijke rechtscollege eveneens in het ongelijk gesteld.

De Friese natuurbeschermers zijn tegen windturbines in het open veld omdat ze de historische en culturele waarde van het platteland aantasten.

Telegraaf 15 juni 2005

 

Windmelken voorbij voor Friese boer

De Raad van State verklaarde gisteren de bouwvergunning voor 17 nieuwe windmolens in het Friese Littenseradiel onwettig. Tot verdriet van de boeren en de wethouders.
Door onze correspondent Karin de Mik

KUBAARD, 16 JUNI. Vanuit het huiskamerraam van hun boerderij in het Friese Kubaard ziet het veehoudersechtpaar Klaas en Anna Bootsma diverse windturbines draaien. In de verte een grote van hun collega Reitsma, dichtbij een kleine tweewiekige sneldraaiende dorpsmolen.  Zelf vroegen ze vijf jaar geleden ook een vergunning aan voor een 40 meter hoge turbine. ,,Kijk, hier achter de ligboxenstal stond hij gepland'', wijst Bootsma op een plattegrond. Maar die molen zal er nooit komen te staan.

Gisteren bepaalde de Raad van State dat er definitief geen zeventien nieuwe windturbines mogen worden gebouwd rond de dorpen Wommels, Easterein en Kubaard in de Friese gemeente Littenseradiel. De bezwaren van onder meer de natuurorganisatie It Fryske Gea werden gegrond verklaard. Voor Bootsma zou de turbine een belangrijke tweede tak zijn geweest bij zijn veehouderijbedrijf. Het echtpaar heeft 35 hectare grond, 50 koeien, 40 stuks jongvee en 60 schapen en lammeren - geen groot bedrijf volgens huidige begrippen. ,,We kunnen nu eten, maar daar is ook alles mee gezegd'', vertelt Anna Bootsma. ,,Investeren kunnen we niet.'' Voor het bijkopen van melkquota, de vervanging van machines of groot onderhoud van de stallen is geen geld.

Volgens advocaat Eelke Wiarda van de dertien boeren betekent de vernietiging van de bouwaanvraag een inkomstenderving van 30.000 euro per boer per jaar. ,,De opbrengsten van een windmolen zouden een belangrijke compensatie zijn geweest voor de lagere melkprijzen.'' In 2000 kregen Bootsma en twaalf andere veehouders van de gemeente hun bouwvergunning voor een windturbine van 40 meter. Dat gebeurde vlak voordat de provincie Friesland bepaalde dat de bouw van solitaire molens in het open Friese landschap voortaan verboden was.

Windturbines zijn nu alleen nog toegestaan in clusters (twee of meer) bij een industrieterrein of langs een weg of spoorlijn. Er werden in totaal 30 aanvragen ingediend, waarvan de helft is geplaatst. Later werd de hoogte aangepast naar 35 meter.

It Fryske Gea maakte hiertegen bezwaar bij de Leeuwarder rechtbank. Het vond dat sprake was van een nieuwe bouwaanvraag en niet van een wijziging. De rechtbank verwierp het bezwaar, maar It Fryske Gea ging in beroep bij de Raad van State, die de organisatie nu in het gelijk heeft gesteld.

,,Aan een horizon horen geen grote molens'', stelt ecoloog Henk de Vries van It Fryske Gea. ,,En zeker niet in het gebied waar een duizend jaar oude slaperdijk, de Slachte, dwars door het terpenlandschap kronkelt.'' Hij geeft toe dat de natuurorganisatie soms in een spagaat staat: ,,We zijn voor schone windenergie, maar niet op elke plek.''

Bootsma heeft de bezwaren van It Fryske Gea en hun jarenlange juridische strijd tegen zijn windturbine nooit begrepen. ,,Onze boerderij ligt ver van de Slachtedijk af. En wat is aantasting? Ik stoor me niet aan windturbines.'' Hij schudt zijn hoofd. ,,En It Fryske Gea had ons boeren nog wel beloofd dat ze onze bedrijfsvoering niet in gevaar zouden brengen.'' Maar volgens De Vries is de exploitatie van een windturbine geen agrarische activiteit. ,,Vaak zie je dat boeren die er een hebben, juist hun boerenbedrijf van de hand doen.''

Hindrik Kuiper uit het nabijgelegen dorp Easterein vroeg eind 2000 ook een vergunning aan. Niet voor een 40 meter hoge turbine, maar voor een van 35 meter. Bezwaren van It Fryske Gea hiertegen werden ongegrond verklaard. ,,Wij zagen de bui hangen en speelden op safe door direct een molen van 35 meter aan te vragen. Die hoogte paste toen nog in het bestemmingsplan.''

CDA-wethouder Wiepke Schukken (ruimtelijke ordening) van Littenseradiel vertelt dat zijn gemeente jarenlang een ruimhartig beleid voerde bij het verstrekken van vergunningen voor windturbines. Hij ziet als wethouder liever een turbine bij een boer draaien dan dat er grote kippen- of klavermesterijen bij komen. Bovendien, zo zegt hij, ,,windturbines passen bij de dynamiek van onze gemeente. We zijn hier geen openluchtmuseum.''

Toch is plaatsing van solitaire molens niet meer mogelijk. Vanaf nu ook niet in Littenseradiel.
 

16 juni 2005 NRC

Windmolens doen niet en kunnen niet doen wat er verteld wordt !

 Zij zouden volgens de verhalen een zinnig deel van onze (Nederlandse) behoefte aan elektriciteit kunnen opwekken. En dat is nu juist iets dat zij niet kunnen en nooit zullen kunnen.

 Waarom? Omdat wij, in ieder land overigens, elektriciteit nodig hebben die met de grootst mogelijke ononderbroken betrouwbaarheid en altijd in de benodigde sterkte geleverd wordt. Zoals dat ook altijd het geval is en is geweest voor alle verbruikers:

 industrie- verkeer- polder- en rioolgemalen- huishoudens- alle openbare voorzieningen- kortom voor iedereen, van verkeerslichten tot ziekenhuizen.

 En dát kan een windmolen nu juist in de verste verte niet en zal dat ook nooit kunnen:

de levering van stroom door een windmolen,  hoe groot die ook moge zijn, zal altijd  minimaal zijn en bovendien gedurende een jaar vele honderden onderbrekingen vertonen. Doodgewoon omdat die stroom extreem sterk met de windkracht varieert en dus zeer vaak nul is of uitermate zwak. Alleen tussen windkracht Beaufort 4 en 8 wekt een windmolen stroom op. En wel bij B4 nog maar net meetbaar weinig en pas bij B7 tot B8 vol vermogen. Laat iedereen nu eens opletten wanneer de wind echt harder dan B4 of tegen B8 sterkte (‘stormachtig’) waait: uiterst zelden.

 Windenergie is tengevolge van deze altijd verzwegen eigenschappen de meest ongelukkige opwekker van stroom voor een openbaar net: volkomen onvoorspelbaar wisselvallig (dus onbetrouwbaar) en in verhouding tot datgene wat Nederland nodig heeft (nu ca. 13.000.000 kW) bespottelijk weinig. (Niet meer dan enkele honderdduizendste delen!) En zo duur dat daarvoor de dwaaste subsidies gegeven moeten worden. Die wij allen zelf, als Nederlandse burgers, betalen.

          Windenergie is een door politici ondersteunde technisch

         dwaze hersenschim die Nederland honderden miljoenen kost.

                                           ----------------------------------

Ir. J.A.Halkema - Den Haag

juni 2005

--------------------------------------------------------------------------------------

een nieuwsberichtje van 15 juni 2005:  
 
 ‘Dedemsvaart-Zuid beste locatie voor windturbines’ 
 
HARDENBERG – ‘Als een windmolenpark niet in Dedemsvaart-Zuid gerealiseerd kan worden, dan kan het nergens in Overijssel. Vanuit het oogpunt van natuur, milieu en landschap willen wij erop wijzen dat Dedemsvaart-Zuid de beste locatie is in Overijssel.’ 
 
 
 
Directeur Jan de Vrieze van Natuur en Milieu Overijssel vond het tijd worden voor wat tegengas en sprak daarom gisteravond (ook namens Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Landschap Overijssel en lokale natuur- en milieugroepen) onverwachts de Hardenbergse raadscommissie Ruimte toe. Die toonde zich nauwelijks onder de indruk. ‘We zullen uw argumenten meenemen als we als gemeente weer aan zet zijn,’ vond CDA-fractievoorzitter Meulink.
‘Op de site van Dedemsvaart tegen windmolens staat bijvoorbeeld uit zijn verband getrokken informatie over natuur, milieu en landschap’, aldus De Vrieze. Uit onderzoek blijkt volgens ons dat Dedemsvaart-Zuid vanuit natuur en landschap bezien de beste locatie voor een groot windmolenpark is. Het is een relatief jong ontginningsgebied dat wordt gekenmerkt door grootschaligheid met een strakke, rationele verkaveling. De locatie Dalfserveld vinden wij minder geschikt omdat het gebied is aangewezen als ganzen- en/of wintergastengebied. We hebben als groene organisaties liever één of twee grootschalige parken dan kleine opstellingen op meerdere locaties. In andere provincies wordt ook steeds meer voor clustering gekozen’, beargumenteerde De Vrieze.
 
 
 

DeDelfzijl krijgt eerste oliemolen voor biobrandstof

 

(c) foto: Jan Zeeman

Delfzijl - Minister Veerman van Landbouw opent woensdag in Delfzijl de allereerste oliemolen van Nederland voor de productie van biologische brandstof voor voertuigen. In deze molen wordt uit koolzaad plantaardige olie gewonnen, een vervanger voor de conventionele dieselolie. Een nieuw initiatief voor Nederland; in Duitsland zijn er al driehonderd molens.

Wie bereid is zijn auto of vrachtwagen voor een paar duizend euro om te laten bouwen, rijdt voortaan zonder problemen op plantaardige olie. Als er even geen koolzaadolie beschikbaar is, kan er desnoods getankt worden bij de supermarkt; een omgebouwde auto doet het ook prima op slaolie.

De oliemolen in Delfzijl heeft een capaciteit van 3,5 miljoen liter per jaar. Daarvoor moet 2000 hectare koolzaad worden geproduceerd. Driehonderd vrachtwagens kunnen een jaar lang rijden op de olie die de molen produceert. Gezien de beschikbare landbouwgrond, kan in Nederland maximaal 250 miljoen liter olie per jaar geproduceerd worden. Dat is slechts 3 procent van de totale vraag naar diesel.

Hoge vlucht

In Duitsland heeft het gebruik van biobrandstof desondanks een hoge vlucht genomen. Een auto rijdt op koolzaadolie namelijk een stuk zuiniger én schoner. De uitstoot van koolmonoxide en roetdeeltjes vermindert met de helft. De uitstoot van kooldioxide wordt zelfs met 100 procent gereduceerd. In Duitsland is er echter een belangrijk verschil met de Nederlandse situatie. Wie bij onze oosterburen zijn tank laat vollopen, betaalt daar geen accijns over.

Daarvan is in Nederland nog geen sprake, maar ook zonder belastingvoordeeltjes is de productie van biodiesel levensvatbaar, zeggen de drijvende krachten achter de oliemolen. "Ik ben een idealist", geeft initiatiefnemer H. Aberson grif toe. "In tegenstelling tot wat mensen nog wel eens denken, zijn wij geen nieuwe Shell. In eerste instantie willen wij ervoor zorgen dat er in eigen land een schone brandstof geproduceerd kan worden. Dat is goed voor het milieu, maar ook voor de werkgelegenheid voor boeren. Elke euro die nu naar de oliesjeiks gaat, blijft zo in eigen land."

Aberson is er van overtuigd dat 'zijn' oliemolen een succes wordt. "De afzet voor het komende jaar is al compleet verkocht", laat hij verheugd weten. "We hebben contracten afgesloten met grote transportbedrijven, maar ook met afvalverwerkers en gemeenten die de veegwagens op koolzaadolie willen laten rijden."

Zeventig boeren

Minder idealistische motieven heeft Lenus Hamster, voorman van de zeventig boeren die in de Noord-Nederlandse Oliemolen BV deelnemen. De landbouwers leveren het koolzaad dat in de molen verwerkt wordt, maar hopen ook te kunnen meedelen in de recettes. "Er moet wel brood op de plank", verklaart Hamster de motieven van de meeste boeren. De landbouwer is in de loop der jaren wel een actief promotor van biobrandstof geworden. Die promotie is volgens hem nog hard nodig, want binnen de regering lijkt nog slechts een enkeling op de hoogte van de voordelen van koolzaadolie. Van het afschaffen van accijns op de milieuvriendelijke brandstof is vooralsnog geen sprake. In landen als Duitsland, Zweden, Oostenrijk en Spanje is dat al lang gebeurd.

 06 juli 2005, 08:37 uur

 

 

StiStimulans van bio-brandstof bij de pomp

delfzijl - Minister Cees Veerman van landbouw wil het gebruik van 'duurzame' biobrandstoffen stimuleren door deze bij te mengen met gewone brandstof aan de pomp.

Hij praat in het kabinet over een regeling waarbij een algehele accijnsvrijstelling gaat gelden voor bijmenging van maximaal 2 procent bio-ethanol bij super- of loodvrije benzine en biodiesel danwel 'pure plantaardige olie' bij diesel.

Dat maakte de minister woensdag bekend bij de officiële opening van Nederlandse eerste biobrandstof-fabriek in Delfzijl. In deze Noord-Nederlandse Oliemolen wordt zogeheten pure plantaardige olie (ppo) geperst uit koolzaad. Die kan worden gebruikt als 'duurzame' brandstof voor vrachtwagens of personenauto's mits de motoren enige technische aanpassingen ondergaan.

Deze regeling vormt onderdeel van een pakket maatregelen waarmee Veerman de trage groei van het gebruik van biobrandstof in Nederland alsnog een impuls wil geven. Juist gisteren maande verantwoordelijk eurocommissaris Piebalgs het kabinet om meer haast te maken met de doelstellingen.

Infrastructuur

Voornaamste obstakel voor een snelle opmars van biobrandstoffen is, dat er nu nog geen infrastructuur voor bestaat. Anders dan in bijvoorbeeld Duitsland is hier geen landelijk dekkend netwerk van pompstation waar ppo, biodiesel en bio-ethanol (opgewekt door vergisting van onder meer suikerbieten) kan worden getankt. Door deze biobrandstoffen vrij te stellen van accijns als ze worden bijgemengd, hoopt Veerman dit probleem te omzeilen.

De initiatiefnemers van de Noord-Nederland oliemolen, een groep van zestig Oost-Groninger akkerbouwers, de Friese biobrandstofpionier Solar Oil Systems en landbouworganisatie LTO-Noord, hadden gehoopt dat de minister donderdag al meteen met harde toezeggingen zou komen. Veerman moest vorige week echter zelfs zijn al afgesproken landbouwbudget zwaar verdedigen in het kabinet. Slechts door met zijn aftreden te dreigen, wist hij dat veilig te stellen.

Na de harde confrontatie van vorige week is het politieke klimaat in Den Haag er nu even niet naar om meer geld uit te trekken voor een accijnsvrijstelling of andere landbouwgebonden initiatieven. De besluitvorming is volgens Veerman nu over het zomerreces getild.

Geen biodiesel

De Noord-Nederlandse Oliemolen maakt pure plantaardige olie ofwel ppo. Dat is niet te verwarren met biodiesel, zoals die vanaf volgend jaar wordt gemaakt in Emmen, in de eerste Nederlandse biodieselfabriek. Daar wordt ppo opgewerkt tot een brandstof die kan worden gebruikt in dieselmotoren. Dat kan ook met ppo, maar dan moet wel eerst de motor worden aangepast.

In DvhN op papier (pag. 19): Yoghurt uit koolzaad maakt teelt aanlokkelijk

 

07 juli 2005, 09:27 uur • 

 

Lelijke windturbine domineert landschap

Het onderschrift bij de voorpaginafoto (20 juni) van de windturbine en de 17de-eeuwse watermolen de ‘Zelden van Passe’ langs de A4 lijkt een positieve milieutoon te hebben. Het is een bewezen feit dat windenergie niet bijdraagt aan onze

energievoorziening en propaganda voor de daarmee geproduceerde groene stroom is volksverlakkerij.

De ‘Zelden van Passe’ vormde een mooie visuele inleiding naar het ook onder Zoeterwoude fraaie en open veenweidegebied van het ‘Groene Hart’. Nu staat daar een monster van een turbine die het landschap domineert en in het Groene Hart in

westelijke richting, juist waar dat nog niet het geval was, een zeer ernstige horizonvervuiling geeft. Onbegrijpelijk dat gemeente en provincie dit bouwwerk op deze plaats waar men het Groene Hart zou moeten koesteren, hebben doen oprichten. Laat die beoogde tweede turbine daar niet komen en laat men zich beraden op verwijdering van dit visuele obstakel.

Ing. J. Wijnants,

Oud-wethouder (VVD) van Voorburg

NRC 20 juni 2005

 

Actueel Home Dalfsen AlternatievenBarometer  Groene stroom Gastenboek Links Over ons Wat vinden wijWindenergie