Dalfsen tegen windmolens

Pers   

Over ons

Wat vinden wij

Dalfsen

Barometer

Actueel

Alternatieven

Groene stroom

Windenergie

Gastenboek

Links

Archief

Home

 

                                     

 

Etappensieg bei der Windkraft

Goedkeuring voor 'windmolenaftrek'

Ze staan er zomaar, die draaiende krengen

 Windmolens op zee  

Windenergie op zee wordt rendabel

Niets zo veranderlijk als de wind

Recordaantal windmolens geplaatst in EU  
 

Etappensieg bei der Windkraft


Von Chris Stoffels

Die Bezirksregierung Düsseldorf lehnte jetzt den Antrag der Firma ABO Wind AG auf Errichtung von sechs Windkraftanlagen in Gohr und Broich aus formalen Gründen ab. Das Konzept der Stadt scheint aufzugehen.

Jubel bei Bürgermeister Heinz Hilgers. Sein Konzept der Windkraft-Verhinderung für Gohr und Broich scheint aufzugehen. Die Bezirksregierung Düsseldorf lehnte jetzt das Ansinnen des Wiesbadener Unternehmens ABO Wind AG ab, von insgesamt acht Windrädern sechs jetzt in Gohr und in Broich zu errichten. Das bestätigte der Bürgermeister auf Anfrage der NGZ. Die ABO Wind AG hatte am 16. März 2004 bei der Bezirksregierung die Genehmigung der fünf Windkraft-Anlagen in Gohr und der drei Anlagen in Broich in der Nähe der Mülldeponie beantragt. Zugelassen werden sollten laut Antrag zunächst drei Anlagen in Gohr und drei in Broich. Das Untnernehmen befürchtet offenbar, dass die Genehmigung der Stadt Dormagen möglicherweise verschleppt werde.

Die Stadt hatte , wie berichtet, zunächst einen Gutachter beauftragt, für das Stadtgebiet Konzentrationsflächen auszuweisen, auf denen Windkraftanlagen zulässig seien, um eine Konzentrationsfläche zu bilden. In den Fokus des Verfahrens gerieten die Flächen in Broich, für die der Antrag der ABO Wind AG vorlag, sowie eine Fläche am Goldberger See, die mangels Anträgen und Akzeptanz bei den Politikern schnell aus den Augen verloren wurde. Die Mehrheit der Bürger, insbesondere in Gohr und Broich, lehnt die Windräder strikt ab. Doch die Stadt Dormagen will sicher gehen, dass die Windräder nicht die Landschaft verschandeln. Immerhin sollten die Räder bei Gohr laut geändertem Antrag eine Nabenhöhe von 100 Meter erreichen und einen Rotordurchmesser von 77 Metern.

In Broich sollen die Anlagen 93,6 Meter hoch werden bei einem Rotordurchmesser von 82 Metern. Die Stadt entschied zunächst noch Gutachten zur Höhe, Farbe und ähnlichem einzuholen. Insgeheim hofft sie dabei, dass sich das gesamte Verfahren so lange hinauszögert, bis sich die politischen Vorzeichen für die Windkraft unter der neuen schwarz-gelben Regierung von Jürgen Rüttgers in Düsseldorf geändert haben. Immerhin hat der neue Bauminister Oliver Wittke (CDU) in dieser Woche verkündet, er werde noch Anfang September die Vorschriften über die Zulässigkeit von Windkraftanlage verschärfen So soll der Mindestabstand zur nächsten Bebauung mindestens 1 500 Meter betragen und Höhenbegrenzungen festgelegt werden können. Darüber hinaus wird angeregt, regionale Lösungen bei der Ausweisung von Windkraft-Anlagen zu suchen. Insbesondere mit Blick auf den Abstand zur Wohnbebauung wäre das Gohrer und Broicher Vorhaben nicht mehr zulässig.

Noch im Herbst sollen nach dem Willen von Wittke die neuen Vorschriften in Kraft treten. Die Bezirksregierung gibt dem Vorgehen der Stadt Recht. In den Bescheiden heißt es: „Zum Schutz des Landschaftsbildes und um negative Auswirkungen auf die angrenzenden Wohnbebauungen zu verhindern, sollen im Bebauungsplan planungsrechtliche Festsetzungen zum Standort, der Gestaltung und Höhenentwicklung von Windkraftanlagen festgelegt werden.“ Und genau diese Untersuchung hat die Stadt in Auftrag gegeben, die Bezirksregierung legt das Procedere minutiös dar. Hilgerst: „Wir werden das Verfahren jetzt ganz normal weiter führen - ohne besondere Eile, aber auch ohne schuldhafte Verzögerung.“ Für die ABO Wind AG besteht jetzt die Möglichkeit, gegen den Ablehnungsbescheid Widerspruch einzulegen, wenn der Widerspruch abgelehnt wird, zu klagen. Zur Sache: Auf Zeit

 

Ze staan er zomaar, die draaiende krengen
 

Van onze verslaggever John Schoorl


‘Dalfsense Don Quichottes’ strijden tegen de komst van zes tot tien windturbines


DALFSEN - Gemor van burgers heeft de overheidsplannen voor de bouw van nieuwe windmolens flink vertraagd. Ook inwoners van Dalfsen willen hun lieflijke landerijen beschermen.

Mooi dat die hoge rotdingen er niet gaan komen, zeggen ze in Dalfsen. Want kijk toch naar dat prachtige platteland, dat uitgestrekte landschap en die lieflijke landerijen. Daar passen toch niet die godsgruwelijklelijke windmolens tussen. Ga toch heen.

Ze zijn nette mensen, de mensen van actiegroep stichting Dalfsen Tegen Windmolens. Ze zijn nette mensen die in opstand komen, en geen geitenwollensokken-types die zomaar ergens tegen zijn, omdat ze altijd overal tegen zijn. Ze komen op voor hun eigen belang, wat ook weer het belang moet zijn van collectief Dalfsen: een lege horizon, zonder de nauwelijks renderende windmolens.

Neem Wim Stollmeyer, een voormalige leraar geografie van het ROC in Zwolle en secretaris en webmaster van de groep. Of bestuurslid Harry Been, prominent inwoner van Dalfsen, algemeen directeur van de KNVB en regisseur van grootschalige voetbaltoernooien als Euro2000 en het onlangs gehouden WK-jeugd.

Wat begon als een ludieke bijeenkomst in café Westeinde tegen windmolens in Nieuwleusen, is nu een strak georganiseerd geheel. Ze hebben sinds kort een website, een bestuur, een stichting en hun eigen variant op ‘Loesje’, Njetje geheten: Windmolenpark? Weg platteland.

Er zijn contacten met andere actiegroepen in het land, die zich in het Nationaal Kritisch Platform Windenergie (NKPW) hebben verzameld. En dit maatschappelijk verzet, zoals in Dalfsen of in het nabijgelegen Dedemsvaart, heeft effect, blijkt uit een rapport van onderzoeksinstituut TNO. Negen van de twaalf provincies halen door het burgerlijk gemor niet de doelstelling om meer windturbines te bouwen. Vier jaar geleden spraken overheid, gemeenten en provincies af dat er in 2010 1500megawatt aan windenergie op land moet zijn geïnstalleerd.

Wim Stollmeyer tuurt vanaf zijn achtertuin naar het twee kilometer verderop gelegen Dalfserveld waar de zes tot tien windmolens moeten komen. Als hij zijn hoofd iets naar rechts kijkt, ziet hij al drie windmolens die nabij Staphorst zijn neergezet. ‘Die stonden er voordat we het goed en wel door hadden. Dat gaat ons hier niet gebeuren, al noemen ze ons Dalfsense Don Quichottes.’

Vier boeren in de buurt zien de komst van de windmolens wel zitten en hebben grond beschikbaar gesteld. Kippenboer Bert Huisman vertelt dat hij al vier jaar bezig is. Voor de groene energie, zegt hij smalend, om er snel aan toe te voegen: en voor het geld. Ja, het is wel eens niet makkelijk, zo’n actiegroep, maar het is hun goed recht. ‘Als je er boos om wordt, dan heb je al verloren.’

Medio september neemt de provincie een beslissing over Dalfserveld, en dan is het aan de gemeenteraad. Harry Been: ‘Mensen denken te gauw dat het wel goed zal wezen met die molens. Maar het is niet goed. En daarom voer ik actie tegen de overheid die deze dingen wil.’

Nu wordt zelfs een Overijsselse coryfee in de strijd naar voren geschoven: Aalt Westerman, troubadour te Dalfsen. Eerder scoorde hij een grote regionale hit met Als je voor het eerst opa of oma wordt, en nu buigt hij zich op verzoek van de actiegroep over een lied tegen de windmolens, dat op het piratenfestival in september voor het eerst wordt gespeeld.

‘Ik ben van oorsprong niet zo’n protestzanger’, laat Westerman weten, ‘maar als we nu niks doen dan zitten we de rest van ons leven tegen die draaiende krengen aan te kijken.

‘Ik moet er nog effe voor gaan zitten, maar ik heb dat nummer zo in elkaar gezet. Wind tegen wind, daar draait het om.’

Volkskrant, 29 augustus 2005

 

Goedkeuring voor 'windmolenaftrek'

DELFZIJL - Een inwoner van Termunterzijl hoeft 30 procent minder onroerendzaakbelasting (OZB) te betalen omdat er een windmolen binnen een straal van 2,5 kilometer van zijn huis staat, zo blijkt uit een uitspraak van de Hoge Raad. D. Elema van de stichting Windhoek maakte dit maandag bekend.

Elema was zelf de zaak begonnen. De stichting ageert al jaren tegen de bouw van een groot windmolenpark bij Delfzijl. De aftrek van 30 procent werd eerder al vastgesteld door de belastingrechter en bleef in cassatie in stand. De gemeente Delfzijl was naar het hoogste rechtsorgaan gestapt in een poging de belasting alsnog te innen. Volgens de stichting schept de uitspraak een precedent voor mensen die elders in het land in de buurt van windmolens wonen

Telegraaf, 30 augustus 2005

Windmolens op zee

Subsidies moeten omlaag

HET KONINKLIJK INSTITUUT VAN INGENIEURS (Kivi) heeft drie jaar geleden al eens becijferd dat het plan van de overheid om in 2020 6000 megawatt aan windmolens op zee te bouwen, dat zijn drieduizend 'krengen' van ieder 2 megawatt, zo'n 15 tot 20 miljard euro zou gaan kosten. Dat geld, driemaal de kosten van de Deltawerken, zou grotendeels moeten worden opgebracht door de overheid.

Die rekensom komt tot dusver aardig uit. Met de huidige subsidieregeling kost een park van 6000 megawatt de overheid 2 miljard euro per jaar aan subsidie. Daarmee is dan wel 15 procent van het Nederlandse stroomverbruik op milieuvriendelijke wijze gedekt.

Niettemin gaat het om een enorm bedrag. Het is terecht dat een kamermeerderheid van CDA, VVD en LPF subsidiëring van windmolens op deze schaal afwijst. De regering had overigens al eerder de subsidieverlening tijdelijk stopgezet vanwege de oplopende kosten. De subsidiëring van windmolens op land gaat wel gewoon door. Die molens, goed voor 1,5 procent van het stroomverbruik, kostten de belastingbetaler vorig jaar 144 miljoen euro aan subsidie.

Dergelijke overheidssteun is op termijn niet te verantwoorden. De subsidies moeten lager, dat erkennen zelfs de voorstanders, maar met hoeveel? Op de achtergrond speelt daarbij een fundamentelere vraag, namelijk: hoe betrouwbaar is windenergie? Op het elektriciteitsnet moeten aanbod en afname van stroom voortdurend met elkaar in balans zijn, anders valt de stroom uit. Als de wind wegvalt, moeten andere centrales daarom bijspringen. Nederland is vorig jaar al een paar keer aan een grote stroomstoring ontsnapt nadat windmolens in Duitsland stil waren gevallen. Als straks alle landen rond de Noordzee in windenergie stappen, zal dit probleem alleen maar groter worden.

De regering is intussen teruggekomen van haar eerdere ambities om 6000 megawatt te bouwen en staat nu een 'gefaseerde aanpak' voor. Dat is verstandig. Nuon en Shell gaan een demonstratiepark bouwen bij Egmond aan Zee. Uit dat project zal moeten blijken hoe we verder moeten met windenergie op zee. Daarbij zou het bedrijven als Nuon en Shell sieren als zij meer risico's durven te nemen dan zij nu doen. Shell maakt in paginagrote advertenties reclame met zijn windenergie-activiteiten, maar vertelt er nooit bij dat het daarvoor honderden miljoenen aan subsidies ontvangt. Het park bij Egmond wordt vrijwel geheel door de belastingbetaler gefinancierd. Als Shell echt gelooft in windenergie, dan moet het bedrijf laten zien dat windenergie mogelijk is zonder overheidssteun.

KAREL BECKMAN

Copyright (c) 2005 Het Financieele Dagblad

 Windenergie op zee wordt rendabel
 Van onze verslaggever Sanne ten Hoove

DEN HAAG - Windenergie op zee wordt omstreeks 2030 rendabel. 15 Procent van de Nederlandse stroombehoefte kan dan uit windenergie worden gehaald. Dat blijkt uit een studie van het Centraal Planbureau (CPB) die maandag is verschenen. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek stijgt de productie van groene stroom snel.

Grote windmolenparken op zee kampen nu nog met hoge aanloopverliezen. Het CPB pleit daarom voor een geleidelijke invoering van windenergie. Bouwers kunnen dan optimaal profiteren van de voortschrijdende techniek, leren van eerder gemaakte fouten en makkelijk inspelen op veranderingen, zoals schommelingen in de olieprijs.

Na 2025 kan windenergie het bedrijfsleven winst opleveren. Voorwaarde is dat elektricteitsbedrijven veel geld moeten betalen voor de uitstoot van het broeikasgas CO2. Ook de olieprijs is van groot belang. Hoe hoger de prijs, hoe concurrerender windenergie is. Het CPB rekent met een olieprijs tussen de 25 en 35 dollar. Dat is fors lager dan de huidige prijs, die tussen 60 en 65 dollar ligt.

Minister Brinkhorst van Economische Zaken ziet zich gesteund door het CPB-rapport. Hij zal vandaag aankondigen dat hij een miljard euro wil steken in windenergie. Uiteindelijk moet in 2010 zevenhonderd megawatt aan windenergie worden opgewekt.

‘Dit is goed nieuw's’, zegt het PvdA-Kamerlid Diederik Samsom over de CPB-bevindingen. Volgens hem kan windenergie in ‘2015 of eerder’ rendabel zijn. De branchevereniging voor windenergie, de NWEA, wil dat het CPB nieuwe berekeningen uitvoert.

VVD-Kamerlid Paul de Krom vindt grootschalige windmolenparken op zee een slecht idee: ‘Alle plussen en minnen bij elkaar opgeteld zijn de risico’s veel te groot’, aldus het liberale Kamerlid.

CDA-Kamerlid Jos Hessels houdt twijfels bij windenergie. Eerder liet hij weten dat de windtechnologie ‘uitontwikkeld’ is.

Volgens het CBS nam windenergie in het eerste helft van dit jaar 1,9 procent van het totale elektriciteitsverbruik in Nederland voor zijn rekening. De productie van duurzame elektriciteit, zoals windenergie, is in het eerste halfjaar van 2005 fors gestegen. De ‘groene stroom’ was goed voor 6,4 procent van het binnenlands verbruik, tegen 3,8 procent een jaar eerder. De belangrijkste oorzaak van de stijging is dat er meer biomassa in de centrales wordt meegestookt. De import van ‘groene stroom’ daalde van 9 procent van het elektriciteitsverbruik in 2004 naar ongeveer 6 procent.

Volkskrant, 20 september 2005

Netbalans is de grootste uitdaging voor windparken in zee

Niets zo veranderlijk als de wind


 

Volgend jaar verrijzen in de Noordzee de eerste twee parken met windmolens. Deze week bogen experts zich over de vraag: hoe passen we die stroom betrouwbaar en betaalbaar in het net?


Door onze redacteur Marcel aan de Brugh

BAARN, 20 OKT. In de duinen bij Egmond en IJmuiden gaan nu de elektriciteitskabels de grond in voor de eerste Nederlandse windmolenparken, die volgend jaar in de Noordzee moeten verrijzen. Het is het begin van een veel groter project, dat miljarden euro's gaat kosten. Uiteindelijk moeten er zoveel windmolens in zee komen, dat ze 15 procent van alle in Nederland verbruikte elektriciteit opwekken. Althans, dat is het plan. Of het ooit zover komt, is nog maar de vraag. De bouw van deze parken is omgeven met vragen over de betrouwbaarheid van de stroomaanvoer, onduidelijkheden over de kosten, en politiek getouwtrek. Vorige week ontstond er in de Tweede Kamer nog onenigheid over de investeringen in deze vorm van duurzame energie.

Deze week praatten in Baarn enkele tientallen deskundigen met elkaar over een van de belangrijkste vragen rondom de windparken op zee: hoe pas je de opgewekte stroom op een betrouwbare en betaalbare manier in het elektriciteitsnet? ,,Het probleem van wind is zijn onvoorspelbaarheid'', zegt prof.ir. Wil Kling, deeltijdhoogleraar elektriciteitsvoorziening aan de universiteiten van Delft en Eindhoven, en tevens werkzaam bij Tennet, de instantie die in Nederland het elektriciteitsnet beheert. ,,De ene keer waait het hard, de andere keer zacht, of helemaal niet.'' Dr.ir. Han Slootweg van energiebedrijf Essent voegt daar aan toe dat het in West-Europa in de zomer en de winter het minst hard waait, terwijl de vraag naar stroom dan juist het grootst is. In de zomer schakelen Italianen, Spanjaarden en Grieken hun airco aan, in de winter stoken Zweden, Denen en Duitsers hun verwarming op.

De bouw van windparken in zee vraagt ook een dringende verzwaring van het bestaande Nederlandse stroomnet, zegt ir. Henk den Boono van projectontwikkelaar E-Connection, die volgend jaar twee windparken in de Noordzee zal aanleggen. Met name in Zuid-Holland, tussen de Maasvlakte en Beverwijk. Daar zal straks een hoop stroom aan land komen. De huidige hoogspanningslijnen in Zuid-Holland kunnen dat niet aan - het zijn voornamelijk 150 kiloVolt-lijnen. Tennet is derhalve begonnen met de aanleg van een extra 380 kV-lijn van de Maasvlakte via Wateringen en Bleiswijk, en vandaar recht omhoog naar Beverwijk.

Het is de onvoorspelbaarheid van de wind die stroomproducenten en netbeheerder Tennet voor de grootste uitdaging stelt. Het elektriciteitsnet vereist namelijk een strikt evenwicht tussen de productie van stroom en de afname ervan. Verstoringen van de balans kunnen het systeem platleggen. En opslag van elektriciteit, om bijvoorbeeld bij te springen bij een plotselinge daling van het aanbod, is nu nog onbetaalbaar. ,,Je hebt met windmolens altijd back-up vermogen nodig om de balans in stand te houden'', zegt Kling. Dat vermogen komt van traditionele kolen- of gasgestookte centrales in Nederland, die vanuit de Tennet-controlekamer in Arnhem vlug te bedienen zijn om meer of minder te produceren. Trouwens, het argument dat windmolens geen CO2 uitstoten, gaat vanuit dit oogpunt niet op.

Tennet moet nu al vaak ingrijpen om het aanbod precies af te stemmen op de vraag. Elke dag schat het hoeveel stroom er de volgende dag nodig is in Nederland, en stemt die af met de energiebedrijven die opgeven wat ze die volgende dag denken te produceren. Maar als de weersvoorspellingen niet helemaal kloppen, en het morgen bijvoorbeeld iets kouder is dan verwacht, ligt de vraag naar stroom hoger dan verwacht. Tennet lost die onbalans steeds op, maar factureert de energiebedrijven daarvoor. Dergelijke afwijkingen in vraag en aanbod stijgen naarmate er meer windenergie komt, gezien het grillige karakter van de wind. Het wordt dus duurder voor energiebedrijven. Daarom werken ze, vaak in samenwerking met meteorologische stations, aan computerprogramma's die weer en wind beter kunnen voorspellen.

Hoe grillig de wind kan zijn, blijkt onder meer uit het Wind Report 2005 van het Duitse energiebedrijf E.On, 's werelds grootste producent van windenergie. In dat rapport worden de gebeurtenissen rond Kerstmis vorig jaar beschreven. Op 24 december, 's ochtends om kwart over negen, voedden de windturbines het elektriciteitsnet van E.On in Duitsland met ruim 6.000 megawatt (MW) aan stroom. Een record dat jaar. Maar binnen tien uur viel de aanvoer terug naar 2.000 MW. En een dag na Kerstmis zakte hij zelfs onder de 40 MW. ''Het stelt netbeheerders voor enorme uitdagingen om zulke grote verschillen aan te kunnen'', concludeert het rapport.

Er zijn meer uitdagingen. De corrosieve werking van de zilte zeelucht bijvoorbeeld. De luchtgekoelde onderdelen van een windturbine, zoals de generator, moeten hiertegen beschermd worden. Verder zou het rendement verbeteren als turbines ook bij harde windstoten en storm kunnen blijven draaien - nu worden ze uit veiligheidsoverwegingen uitgeschakeld.

Toch zagen de deskundigen in Baarn geen technisch onoplosbare problemen. ,,Het zal vooral een politieke en economische discussie worden'', zegt Slootweg. Dat Nederland begint met slechts twee windparken, werd als verstandig gezien. Met de opgedane kennis kunnen de volgende parken naar verwachting beter en goedkoper worden gebouwd. Het Centraal Planbureau en het Energieonderzoek Centrum Nederland pleitten er eerder deze maand al voor om geen haast te maken met de Nederlandse doelstelling om op zee een vermogen van 6.000 MW te plaatsen. De bouw moet worden uitgestreken over tenminste 25 jaar, om zo optimaal te profiteren van het leereffect. Bij een snellere bouw zullen de baten niet opwegen tegen de kosten.

 NRC  20 oktober 2005

 

 

Recordaantal windmolens geplaatst in EU

Uitgegeven: 1 februari 2006 21:03

BRUSSEL - In de EU-landen is vorig jaar een recordaantal windmolens geplaatst. De capaciteit groeide met 6183 megawatt tot 40.504 megawatt. De brancheorganisatie Europese Wind Energie Associatie (EWEA) heeft dat woensdag gemeld. "We hebben in 2005 al het doel gehaald dat de Europese Commissie voor 2010 had gesteld", juichte voorzitter Arthouros Zervos van de EWEA.
 

De capaciteit voor windenergie is de laatste tien jaar met gemiddeld 32 procent per jaar gegroeid. De grootste toename in 2005 was in Duitsland (1808 megawatt) en Spanje (1764 megawatt). Nederland staat op de zesde plaats in de EU met een groei van 1219 megawatt eind vorig jaar.

 

Actueel Home Dalfsen Barometer Alternatieven Groene stroom Gastenboek Links Over ons Wat vinden wij Windenergie Archief