Dalfsen tegen windmolens

actueel

Over ons

Wat vinden wij

Alternatieven

Dalfsen

Barometer

Groene stroom

Pers

Windenergie

Gastenboek

Links

Archief

Home

Wordt dit het aanzicht van het Dalfserveld?

Ministerie VROM                                                                                                                              22-6-2005
Wettelijke basis voor afspraken planschade

Gemeenten en bouwers kunnen voortaan afspraken maken over de aansprakelijkheid voor planschadevergoedingen. Deze overeenkomsten zijn niet langer in strijd met de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). In de wet is nu de spoedwet planschade opgenomen. Met de maatregel wil minister Dekker (VROM) vertraging in de (woning)bouwproductie voorkomen. De gewijzigde wet treedt 22 juni 2005 in werking.

Gemeenten kunnen te betalen planschadevergoedingen afwentelen op de veroorzaker. Ze kunnen daarover afspraken maken met projectontwikkelaars dankzij de aangebrachte wijziging in de WRO. Hiermee lost minister Dekker het probleem op voor de situatie die in 2003 ontstond na een uitspraak van de Hoge Raad, het zogenoemde Nunspeet-arrest. Dit hoogste rechtscollege stelde dat overeenkomsten tussen gemeenten en bouwers volgens de wet niet rechtsgeldig waren. De Hoge Raad was onder meer van oordeel dat projectontwikkelaars geen invloed konden uitoefenen op de vaststelling van de hoogte van de planschadevergoeding zelf. In de gewijzigde wet hebben de projectontwikkelaar nu wel een eigen beroepsrecht. Op 7 juni 2005 heeft de Eerste Kamer de spoedwet planschade aanvaard.
De 'reparatie' van de WRO met de spoedwet planschade heeft enige tijd in beslag genomen omdat ook de procedureregels voor de planschadevergoeding zelf zijn aangepast. De twee nieuwe procedureregels treden op 1 september 2005 in werking. Het gaat daarbij om een betalingsregeling en een verjaringstermijn. De aanvrager van een planschadevergoeding moet voortaan een bedrag tussen de 100 euro en 500 euro aan de gemeente betalen voordat zijn aanvraag in behandeling wordt genomen. De bedragen variëren per gemeente. De aanvrager krijgt het bedrag terug als er sprake is van planschade. Het indienen van een verzoek tot planschadevergoeding is voortaan aan een verjaringstermijn van 5 jaar gebonden.

 

Persbericht

 Nationaal Kritisch Platform Windenergie maakt bij de rechter bezwaar                        tegen geheimzinnigheid van ministerie van Economische Zaken.

 Het Nationaal Kritisch Platform Windenergie (NKPW) heeft zich gewend tot de rechtbank te Den Haag in verband met de weigering van het ministerie van Economische Zaken het TNO-rapport inzake het evaluatieonderzoek BLOW (Bestuursovereenkomst Landelijke Ontwikkeling Windenergie) openbaar te maken.

 Het NKPW stelt zich ten doel nut en noodzaak van windenergie op land aan een kritische beoordeling te onderwerpen en derhalve ook de besluitvorming terzake te volgen. Het NKPW vindt het van groot belang dat betrokken burgers reeds kunnen meespreken gedurende, en niet alleen na afloop van het proces van besluitvorming. Met het oog daarop heeft het NKPW onlangs de betrokken bestuurders bij BLOW aangeschreven om, voordat het bij de tussentijdse evaluatie van BLOW begin september tot besluitvorming komt, maatschappelijk overleg te entameren.

 Voorts heeft het NKPW aan het ministerie van Economische Zaken verzocht het TNO-eindrapport inzake het evaluatieonderzoek BLOW direct openbaar te maken, omdat dit rapport ongetwijfeld van groot belang is voor de meningsvorming. Openbaarmaking van het TNO-rapport is niet alleen van belang ter wille van bestuurlijke en politieke transparantie, maar ook om de kwaliteit van de besluiten te stimuleren en maatschappelijk draagvlak te verkrijgen voor genomen beslissingen.

 Het NKPW is dan ook verbaasd en teleurgesteld over de weigering van het ministerie van Economische Zaken om het TNO-rapport onmiddellijk openbaar te maken. Het ministerie stelt onder meer dat “publicatie voorafgaand aan het bestuurlijk overleg afbreuk zou doen aan het proces van zorgvuldigheid” . Naar het oordeel van het NKPW is eerder sprake van het tegendeel.

 Vanwege het spoedeisende karakter heeft het NKPW zich nu gewend tot de Voorzieningenrechter van de arrondissementsrechtbank te Den Haag, met het verzoek de directe openbaarmaking van het TNO-rapport te gelasten.

 Nadere informatie:

 Jim Mollet         tel: 072-5023280, mobiel: 06-45296669, e-mail: ja.mollet@planet.nl

 Saïd Zwerver     tel: 020-6264689, mobiel: 06-52406215, e-mail: s.zwerver@hoflandmilieu.nl

 

'Geluidshinder tast gezondheid aan'

NIVEL: Nederlands Instituut Voor Onderzoek van de Gezondheidszorg

Uitgegeven: 22 juli 2005 12:39
Laatst gewijzigd: 22 juli 2005 12:57

UTRECHT - Nederlanders die kampen met geluidsoverlast zijn twee keer zo vaak matig gezond tot ongezond als anderen. Dat blijkt uit vrijdag gepubliceerde cijfers van onderzoeksinstituut Nivel. Van de ondervraagden ervaart 7 procent geluidshinder.
 

Van de mensen die de hinder ondervinden, heeft 28 procent een slechte gezondheid, aldus het Nivel. Ook hebben ze vaker psychische problemen en slapen ze slechter. Stadsbewoners ervaren iets meer geluidshinder dan plattelandsbewoners: 10 tegen 4 procent. Gezondheidsklachten hierdoor komen zowel bij stedelingen als bij plattelandsbewoners voor.

Het Nivel kan geen bevredigende verklaring geven voor het verband tussen lawaai en gezondheidsklachten. Wellicht klagen mensen die snel last hebben van lawaai ook eerder over hun gezondheid, aldus het onderzoeksinstituut. "Geluidsoverlast is geluidsoverlast als iemand dat als zodanig ervaart."

 Hoewel minder dan een derde van de Nederlandse woningen in stille gebieden staat (gemiddeld minder dan 50dB),  geeft ruim driekwart van de Nederlanders aan nooit geluidsoverlast te ondervinden. Zeven procent van de bevolking zegt wel vaak geluidshinder te ervaren. Niet geheel verwonderlijk melden stadsbewoners vaker geluidsoverlast dan bewoners van de rest van Nederland: in (zeer) sterk stedelijke gebieden heeft zo’n 10% van de bevolking vaak last van geluid, in de rest van Nederland zo’n 4%

Slechte gezondheid
Mensen die vaak geluidsoverlast ondervinden, zeggen twee keer zo vaak een matige tot slechte gezondheid te hebben als degenen die nooit last hebben van geluidshinder (28% tegenover 14%). Hetzelfde geldt voor psychische problemen (22 % tegenover 11%) en slaapproblemen: 14% van de mensen met geluidshinder zegt slecht te slapen, tegenover 6% van de mensen in een rustiger omgeving.

Hoewel mensen in steden vaker geluidsoverlast melden, gaat het hier niet specifiek om stadsproblematiek. Zowel in de stad als op het platteland melden mensen die geluidsoverlast ondervinden vaker psychische klachten, een matige tot slechte gezondheid en slaapproblemen.

Het onderzoek is uitgevoerd door het NIVEL onder 12.699 respondenten in het kader van de tweede Nationale Studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk.

 

 Stichting Dalfsen tegen Windmolens

De Dalfser Marskramer 26 juli 2005

 Een paar honderd inwoners van Dalfsen en Nieuwleu-sen hebben zich inmiddels verenigd in een gezamenlijke actie om de verdere bouw van windmolens op het platteland te voorkomen. De drie windmolens in Staphorst stonden er immers ook ineens zonder dat er bezwaar tegen kon worden gemaakt. Er is daarvoor ook een Stichting opgericht waarvan de inmiddels 13 actieve bestuursleden onder leiding van het dagelijks bestuur hard aan de slag zijn gegaan. De Stichting heeft tot doel de inwoners te informeren over de schadelijke gevolgen van de windmolens en de enorme kosten die eraan verbonden zijn. Daarnaast zal zij ook voorlichting geven over alternatieve vormen van groene energie waar weinig bezwaren aan zitten. Om de bouw van Windmolens te bevorderen heeft de Provincie Overijssel in onze gemeente het Dalfserveld als mogelijke locatie aangewezen. Ook de direct aan onze gemeente grenzende Tolhuislanden zijn dankzij initiatieven in Zwolle nog in de race als locatie. Het Ruitenveen lijkt voorlopig van de baan, maar ook hier is waakzaamheid geboden. Er staat nog niks definitief vast.

 Waarom geen windmolens?

Iedereen die de uitzending van Zembla op 4 november 2004 op televisie heeft gezien is direct genezen van het idee dat windenergie nuttig is en toekomst heeft. Die uitzending van drie kwartier is door de Stichting op dvd gezet en is voor € 5,- bij haar te verkrijgen. Dat is tevens een financiële steun voor haar werk.

 Energieopbrengst

Windenergie is zeer onbetrouwbaar, omdat het niet altijd of voldoende waait. Andere keren waait het te hard en moeten ze stil staan. Gemiddeld is de opbrengst maar 30% en veel daarvan gaat ook nog verloren omdat het niet kan worden opgeslagen. Er wordt wel flink voor betaald, tot wel 80% subsidie! Dat is ook de enige reden dat molenbouwers en energiemaatschappijen er enthousiast over zijn. (komen daar die bonussen voor de directies misschien vandaan?)Bestaande elektriciteitscentrales moeten blijven bestaan, vernieuwd en onderhouden, omdat we ze eenvoudigweg niet kunnen missen. Bovendien leveren deze centrales naast de 1500 windmolens die er al staan nog steeds 99% van alle energie. Dat we moeten werken aan alternatieve en groene energie is duidelijk. De kolen- en olievoorraden raken een keer op.  Zonne-energie, energie uit biomassa, waterstofmotoren enz. verdienen onze actieve belangstelling en steun. Windenergie, hoe spijtig ook om vast te stellen, heeft geen toekomst.

 Landschap

Het platteland is vanwege de kleinschaligheid volstrekt ongeschikt om bouwwerken van 140 meter hoogte op te nemen. Elke verhouding tot de omringende bebouwing en natuurlijke waarden is volledig zoek. De natuurlijke harmonie tussen mens en omgeving is drastisch doorbroken. Het gaat om bouwwerken die stuk voor stuk hoger zijn dan de Domtoren van Utrecht! Het beleid is er zelfs op gericht een windpark te realiseren in het Dalfserveld. Moet je je voorstellen: 6 tot 8 Domtorens aan weerzijden van de Dedemsweg tussen Dalfsen en Nieuwleusen.De beide gemeentekernen zouden er compleet door gedomineerd worden. De herinrichting van het waterfront in Dalfsen en het nieuwe centrum in Nieuwleusen heeft tot doel welzijn en welvaart van de inwoners te bevorderen in samenwerking met het bedrijfsleven. Die investeringen zullen nutteloos blijken. Mensen zullen wegtrekken naar andere gemeenten. Door de ontluikende toeristische aantrekkelijkheid van onze gemeente tussen Vecht en Staatsbos, waar kleine en grote initiatieven de afgelopen jaren aan bij hebben gedragen, kan een dikke streep.

 Milieu

Uit allerlei landelijke onderzoeken naar de effecten van windmolens op het milieu is gebleken dat vooral de invloed op de vogelstand aanzienlijk is. Duizenden vogels vliegen zich te pletter op de wieken. Het Dalfserveld staat bij kenners bekend om de diverse soorten broedvogels en wintergasten die er jaarlijks hun domein hebben. Deze open gebieden zijn van groot belang voor de overleving en wintertrek. Het zijn foerageergebieden, zonder welke vele soorten niet zouden kunnen overleven. Op dit terrein is ook Europese wetgeving van kracht. De Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn leggen dwingende regels op aan de lidstaten ter bescherming van vogels en andere diersoorten.

 Gezondheid

De gevolgen van windmolens op de volksgezondheid baren ernstige zorgen. Nog lang niet alles is bekend. Stukje bij beetje komt informatie naar buiten. Dat betreft onder meer het geluid dat wordt geproduceerd, de straling die ontstaat en de schittering die bij bepaalde lichtinval wordt waargenomen. De molens die geplaatst worden zijn 140 meter hoog en worden voorzien worden van alarmlichten, die vooral ook in de avond en de nacht voor een enorme onrust zullen zorgen.Uit recent onderzoek van de universiteit Groningen blijkt dat windmolens veel meer schadelijk geluid produceren dan is toegestaan. Dat heeft onder meer te maken met geluidsgolven die wij niet direct bewust waarnemen, maar wel schadelijke invloed uitoefenen op onze gezondheid. De toename van o.a. slaapstoornissen en psychische problemen in windmolengebieden worden door artsen aan deze verschijnselen toegeschreven.

Het is ook bekend geworden dat de Duitse Windmolenindustrie zelf inmiddels waarschuwt voor de gezondheidsrisico’s, omdat er al schadeclaims zijn toegekend. De Duitse industrie adviseert tenminste een afstand van twee tot drie kilometer tot de eerste bewoning in acht te nemen! Men wordt dus steeds voorzichtiger. De Stichting is voornemens op het terrein van de gezondheidsschade uitgebreid onderzoek op te vragen in binnen- en buitenland.

 

 



Dieselrijder 'tankt' bij de Lidl

Autorijden op plantaardige olie kan, maar mag niet

Automobilisten met een diesel kunnen de tank vullen met zonnebloemolie van de supermarkt. Goedkoper dan het pompstation, maar met het risico dat er een boete volgt.


Door Olga van Ditzhuijzen

BUSSUM, 4 AUG. ,,Het is een witte pick-up truck, volg de krokettenlucht maar'', zegt Gérard Buhr (57) aan de telefoon. Op de parkeerplaats van station Naarden-Bussum hangt inderdaad een geur van walmende frituurolie. Het spoor leidt naar een omgebouwde Ford Escort 1.8 TD met een enthousiaste Buhr achter het stuur. Hij geeft toe: ,,Het ruikt wel wat vreemd, maar de lucht van diesel is ook niet fijn.'' De auto van Buhr rijdt op zonnebloemolie.

Sinds de verhoogde olieprijzen verdiepen steeds meer hobbyisten zich in de mogelijkheden van alternatieve brandstoffen. Op verschillende internetforums, zoals die van 'Twaalf ambachten', een platform dat onderzoek doet naar 'ecologische technieken', wisselen automobilisten tips uit over plantaardige brandstoffen. Algenolie, kippenvet, soja- en koolzaadolie: als het maar brandt, lijkt het devies.

De meest toegankelijke soort is gewoon bij de supermarkt te koop: ,,Ik 'tank' bij de Lidl'', zegt Buhr. ,,Ik koop zoveel flessen als ik nodig heb en gooi het ter plekke in de tank. Eén flesje zonnebloemolie kost 59 cent, een liter diesel kost rond de euro. Reken maar uit.'' Buhr gebruikt zonnebloemolie, ,,omdat het de goedkoopste soort is. Of ik er nu olijfolie in gooi of arachideolie (olie uit pinda's), dat maakt voor de motor niet uit.'' Buhr erkent dat hij vooral geïnteresseerd is in alternatieve brandstoffen vanwege de prijs. ,,Als ik wat goedkopers vind dan zonnebloemolie, gooi ik dat erin.'' Aan de motor brengt het geen schade toe: ,,Ik heb nog geen enkel probleem gehad.''

In Duitsland maken automobilisten op grote schaal gebruik van bio-diesel, dieselolie die met 20 procent plantaardige olie is aangelengd. Een tiental tankstations levert deze diesel.

In Nederland is dit type brandstof niet toegestaan. ,,Volgens mij ben ik in overtreding, omdat ik geen brandstof-accijns betaal over de zonnebloemolie'', zegt Buhr. ,,Ik wil wel het moment meemaken dat ik een bon krijg. Waarom zou ik in vredesnaam niet mogen stoken wat ik zelf wil?''

,,Op het moment dat je zonnebloemolie, die voor huishoudelijk gebruik bestemd is, in de tank van een auto gooit, heet het brandstof'' zegt een woordvoerder van de douane, die belast is met de controle op accijns. ,,Brandstof mag alleen worden vervaardigd in een 'accijnsgoederenplaats'. Dat moet aan zoveel milieu- en veiligheidseisen voldoen dat het voor particulieren niet rendabel meer is.''

Over elke vorm van brandstof moet accijns worden betaald, vanwege de belasting van het milieu. Volgens de douane staat voor rijden met 'illegale' brandstof een boete van 4,53 euro per liter tankinhoud. Die wordt niet vaak uitgedeeld, zegt een woordvoerder: ,,We komen nauwelijks auto's op biodiesel of zonnebloemolie tegen.''

Buhr is erg tevreden over zijn keuze om de tank met plantaardige olie te vullen. ,,In een dieseltank kun je van alles gooien, meneer Diesel zelf gebruikte destijds ook raapolie als brandstof. Het is hartstikke schoon: bij zonnebloemolie komen volgens mij geen roetdeeltjes vrij zoals bij gewone dieselolie.''

Technisch is het inderdaad mogelijk om een dieselauto op doodgewone zonnebloemolie te laten rijden, zegt K. Krishna, onderzoeker bij de vakgroep reactor- en katalysetechniek van de Technische Universiteit Delft. ,,De effecten op de lange termijn zijn nog onduidelijk. Er moet nog onderzocht worden wat de gevolgen zijn voor enerzijds de motor, en anderzijds het milieu'', aldus Krishna. ,,Bij de verbranding van plantaardige olie komen minder roetdeeltjes vrij dan bij het verbranden van dieselolie. Tegelijkertijd levert de verbranding van zonnebloemolie meer uitstoot van stikstofoxiden (NOx) op. De milieuvervuiling door diesel en huishoudelijke olie is in principe inwisselbaar'', zegt de onderzoeker. Stikstofoxiden dragen bij aan smogvorming. Veel beter voor het milieu dan gewone dieselolie is het rijden op zonnebloemolie waarschijnlijk niet.

De automobilist Buhr is pas sinds vijf maanden in het bezit van een auto, hij is meteen op zonnebloemolie gaan rijden. ,,In de winter zal het wat moeilijker worden, dan wordt de olie wat dikker en duurt het langer om hem aan de praat te krijgen.''

Andere gebruikers van alternatieve brandstoffen hebben meestal aanpassingen gemaakt in hun auto. Zo is het gebruikelijk om twee tanks te hebben: één voor gewone diesel, om de auto mee op te starten, en één tank om later naartoe over te schakelen, met zonnebloemolie. Buhr vult zijn enkele tank met pure zonnebloemolie, zó uit de plastic fles van de supermarkt. Hooguit giet hij een scheutje diesel erbij om het opstarten te vergemakkelijken. Tevreden stuurt Buhr het Fordje met de frituurdampen uit de uitlaat door de weilanden rond Bussum. ,,Het rijdt geweldig, toch?''

NRC 5 september 2005
 

Betalen voor indienen claim planschade

 

DEN HAAG - Wie straks de schade wil verhalen omdat naast zijn huis een torenflat is gebouwd of een nieuwe weg is aangelegd, moet bij de aanvraag eerst een vergoeding betalen aan de gemeente. Deze inleg kan per gemeente variëren van 100 tot 500 euro. De nieuwe procedure gaat per 1 september in.

Wanneer een schadeclaim wordt toegekend, krijgt de huiseigenaar die inleg terug, verzekert een woordvoerster van het ministerie van VROM vrijdag. Gelijktijdig met deze nieuwe procedure gaat ook een andere regel in: de zogenoemde planschade verjaart na vijf jaar.

Het ministerie past de regels voor deze schadevergoedingen aan om de hoos aan claims terug te dringen. De afgelopen jaren liep het aantal aanvragen flink op. De verwerking ervan kost gemeenten bakken met geld, ook wanneer de claim niet tot compensatie van de geleden schade leidt. Dat laatste gebeurt in ongeveer de helft van de gevallen.

Het Rijk sleutelt flink aan de regels voor de planschadeclaims. Eerder deze zomer voerde minister Dekker van VROM al de 'spoedwet planschade' door. Die regelt dat gemeenten en projectontwikkelaars afspraken mogen maken over wie bij projecten als een nieuwe wijk of weg voor eventuele schadeclaims opdraait. Dat deze afspraken voorheen niet wettelijk waren geregeld, bleek verlammend te werken bij bijvoorbeeld de bouw van een nieuwbouwwijk. Gemeenten werden huiverig voor grote of controversiële projecten uit vrees voor claims.

Tevens werkt de minister al enkele jaren aan een grootscheepse herziening van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), waarin de regels voor de planschade zijn vastgelegd. Een van de aanpassingen hierin is de komst van een soort eigen risico voor de bezitters van woonhuizen en bedrijfspanden. Daalt de waarde van het pand door bijvoorbeeld een nieuwe weg met 5 procent of minder, dan komt de eigenaar niet in aanmerking voor vergoeding.

De Tweede Kamer is nog bezig met de behandeling van deze wetsherziening. Het ministerie hoopt dat de nieuwe WRO in 2007 van kracht kan worden.

 Telegraaf, 12 augustus 2005

Posteractie tegen windmolens

De stichting “Dalfsen Tegen Windmolens” is een posteractie begonnen tegen de bouw van windmolens op het Dalfserveld. Het zijn affiches in de trant van 'Loesje', maar in Nieuwleusen geschreven door 'Njetje'.

De posters zijn onder meer op bushokjes en prullenbakken gehangen. Er staan teksten op zoals 'Windmolenpark'? Weg platteland!'. De gemeente heeft er al enkele verwijderd. De actievoerders gaan ook samenwerken met bewoners van Dedemsvaart-Zuid. Daar zijn ook windmolens gepland.

© RTV Oost 18-8-2005

 

Auf 1.500 m Distanz zu Wohngebäuden

 

werden in Zukunft neue Windräder in NRW bleiben. Den Worten sollen Anfang September per Erlass der neuen Koalitionäre auch Taten folgen. Grüne Politiker warnen bereits davor, die Windkrafttechnologie abzuwürgen und damit entstandene Arbeitsplätze zu gefährden. Allein 10.000 Menschen würden in NRW mit dem Bau von Windkraftanlagen ihr Geld verdienen. Nun, ähnlich ließe sich auch mit dem Bau von Panzern argumentieren. Brauchen wir in der Landschaftschutzpolitik nicht einen Paradigmenwechsel á la 'Schwerter zu Pflugscharen'? Wichtig ist doch, was an Arbeitsplätzen produziert wird und was Verbraucher mit den Produkten anfangen können. Windstrom? Nein Danke! Taugt nichts, weil  nur unstet verfügbar. Die hochgejubelte Windkraft hat einen über zehnjährigen Praxistest nicht bestanden. Das hochgesteckte Ziel wurde verfehlt. Kein konventionelles Kraftwerk ist wegen ihr vom Netz gegangen. »Bis zum Jahre 2020 werden wir 40.000 MW Kraftwerkskapazität in Deutschland zu ersetzen haben« - lautet inzwischen Minister Trittins derzeitige Parole (BMU-Pressedienst Nr. 115/05 vom 10. Mai 2005). Und wozu wurden die vielen Windräder gebaut? Als 'rotierende Schwerter' mit Spitzengeschwindigkeiten von über 200 km/h hatte sie der Focus 23 in seiner Juniausgabe bezeichnet und Bedenken der Vogelschützer für Mäusebussard, Rotmilan, Seeadler, Storch und Fledermaus publiziert. Im Havellandt wurde wegen dem Rastplatz von 50.000 Kranichen schließlich der Bau eines Windparks abgelehnt.

 

Windkraft erinnert an einen grünen Tyrannosaurus rex mit weit aufgesperrtem Rachen auf Nahrungssuche. Seine Beute: vom Aussterben bedrohte liebliche Landschaften, sanfte, aber auf der 'Roten Liste' befindliche Hügelketten mit Fernblick, unwiederbringbare Mittelgebirgslandschaften mit geschlossenen Waldsystemen, Landschafts- und Meeresschutzgebiete mit ökologischem Seltenheitswert etc. Hinten heraus kommen stählerne Anlagen mit gigantischen Ausmaßen, riesige und bisher nie dagewesene Vogelschwerter mit Mini-Generatoren bis in Hundertmeterhöhen, im Streit um diese Dinger gespaltene ländliche Kommunen und ebenso gierige, wie unfreundliche Investoren. Danach zieht das Raubtier weiter.

 

Doch für Minister Trittin ist 'Artenschutz' erst, wenn das »Wolfsgeheul auf dem Handy« klingelt und er für Jugendliche das Herunterladen von Klingeltönen (Wolf, Hyäne, Panda, Afrikanischer Elefant, Papagei sowie dem Siamang, einer zu den Gibbons zählenden Affenart) aus dem Internet anpreisen kann

(BMU-Pressedienst Nr. 207/05 vom 15. August 2005).

 



Verzet tegen windmolens succesvol

Provincies missen doelen
Door onze redacteur Marcel aan de Brugh

ROTTERDAM, 26 AUG. Burgers en actiegroepen vechten de bouw van windturbines op land steeds vaker aan. Daardoor halen negen van twaalf provincies hun doelstelling voor eind 2005 waarschijnlijk niet.

Dat blijkt uit een rapport van TNO. Volgens TNO is de weerstand tegen windenergie inmiddels zo goed georganiseerd, dat een efficiënte aanpak van nieuwe projecten ,,nauwelijks meer tot de mogelijkheden'' behoort. Een belangrijke rol daarin speelt het Nationaal Kritisch Platform Windenergie.

Volgens voorzitter Jim Mollet van het NKPW levert windenergie ,,een futiele bijdrage'' aan duurzame energie. Hij noemt wind een onbetrouwbare bron omdat het lang niet altijd waait. Turbines leveren bovendien veel geluidsoverlast, ze staan lelijk in het landschap, en verminderen de waarde van woningen. De actiegroep ziet meer in het bijstoken van biomassa door energiecentrales. ,,We hebben inmiddels een draaiboek hoe en wanneer we procedures het beste kunnen dwarsbomen'', zegt Mollet. De NKPW heeft ervoor gezorgd dat het TNO-rapport via de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) vroegtijdig is vrijgegeven.

Volgens Hans Kursten, hoofd duurzame energie bij elektriciteitsbedrijf Eneco, is er sprake van ,,een nieuwe Hollandse ziekte'' die niet alleen op het gebied van windenergie speelt. ,,Ik was gisteren in Barneveld. Daar klaagden gemeenteambtenaren dat het niet uitmaakt welk project je opstart, er komt altijd bezwaar tegen.''

Volgens het TNO-rapport zullen alleen Flevoland, Noord-Holland en Zuid-Holland aan de tussentijdse doelstelling voor eind 2005 voldoen. De uiteindelijke doelstelling voor 2010 zal waarschijnlijk door zes provincies worden gehaald. Dan moet er 1500 megaWatt aan windenergie op land zijn geïnstalleerd, volgens de afspraak die overheid, provincies en gemeenten vier jaar geleden hebben gemaakt. Elke provincie heeft daarvan een deel op zich genomen.

De bouw van windturbines past in de doelstelling van het kabinet dat in 2010 9 procent van alle verbruikte elektriciteit uit duurzame bronnen moet komen. Dat zijn zon, wind, waterkracht en biomassa. De provincies Utrecht, Limburg en Friesland zullen hun doelstelling voor 2010 ,,vrijwel zeker'' niet halen, aldus het rapport. Drenthe, Overijssel en Gelderland halen hem ,,waarschijnlijk niet''.

Toch zal het gezamenlijke doel van 1500 megaWatt in 2010 wel worden gehaald, omdat sommige provincies meer doen dan afgesproken. Zo zou Flevoland 220 megaWatt aan vermogen installeren, maar zit de provincie nu al aan 450 megaWatt. Over vijf jaar levert Flevoland 40 procent van alle, in Nederland opgewekte windenergie.

NRC, 26 augustus 2005

 

Extremisme in windmolenland

Tegenstanders windenergie doen alles om procedures te dwarsbomen.

De weerstand tegen windenergie neemt toe, vooral doordat de overheid er geen standpunt over inneemt. Zes van de twaalf provincies halen hun doelstelling waarschijnlijk niet. „Er woedt een loopgravenoorlog."

door onze redacteur MAACEL AAN DE BRUCH

 

HARMELEN, 27 AUG. Langs de A 12 bij Harmelen, tussen Utrecht en Woerden, zouden windturbines komen. Even ver­derop, onder Woerden, ook. Net als bij Breukelen, langs de A2. Maar de plannen zijn allemaal gesneuveld.

Er is een toenemende weerstand tegen windenergie, schrijft TNO in een onlangs vrijgegeven rapport. De weerstand is in­middels zo goed georganiseerd dat een ef­ficiënte aanpak van nieuwe projecten nauwelijks meer tot de mogelijkheden behoort. Daardoor halen zes van de twaalf provincies hun doelstelling voor 2010 waarschijnlijk niet. Dat zijn Utrecht, Lim­burg, Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland.

„Stel je voor dat hier acht van die turbi­nes van ruim honderd meter hoog komen, met klappende bladen. Dat zou vreselijk zijn", zegt Jim Mollet, voorzitter van het Nationaal Kritisch Platform Windenergie (NKPW), dat fel tegenstander is van wind­energie. Mollet wijst naar een weiland dat ingeklemd ligt tussen de A12 bij Harme­len, een paar maïsvelden en een woonwijk. De provincie Utrecht had er windmolens gepland, maar dat plan is met succes aan­gevochten. Volgens Mollet zouden de turbines te dicht bij de woonwijk komen. Hij zegt dat zijn organisatie een draaiboek heeft waarin staat hoe procedures het best kunnen worden gedwarsboomd.

Volgens Marc Calon is er een „loopgra­venoorlog" aan de gang tussen voor- en te­genstanders van windenergie. Calon is ge­deputeerde van de provincie Groningen, en tevens voorzitter van SLOW, de stich­ting die de landelijke plannen rond wind­energie begeleidt. Rijksoverheid, provin­cies en gemeenten zijn vier jaar geleden overeengekomen dat er in Nederland in 2010 een vermogen van 1.500 megawatt aan windenergie moet zijn. Dat is vol­doende om 900.000 huishoudens van stroom te voorzien. Het past in het grotere plan van het kabinet: in 2010 moet 9 pro­cent van alle verbruikte stroom uit duur­zame bronnen (zon, wind, waterkracht, biomassa) komen. “Beide kampen zijn nu allebei nogal extremistisch bezig", zegt Calon.  „Zo komen we geen stap verder."

Molet van de NKPW somt de bezwaren van windenergie op.

De turbines tasten het landschap aan en zorgen voor geluids­overlast. Windenergie is inefficiënt, want het waait niet altijd. Dat maakt het duur. Doordat de wind grillig is, komt de stroom in horten en stoten, en daarop is het elek­triciteitsnet niet ingesteld. Tot slot bestaat windenergie bij de gratie van de subsidie op groene stroom, de MEP.

De NKPW ziet meer in het bijstoken van biomassa door elektriciteitscentrales. Dat zet meer zoden aan de dijk.

„Windmolens kunnen het landschap in­derdaad ingrijpend veranderen", zegt Jas­per Vis van de Stichting Natuur en Milieu. „Daarom moet je goed nadenken waar je ze neerzet."  Dat windenergie duur is, ont­kent hij. „Het is inderdaad duurder dan stroom uit bijvoorbeeld steenkool, maar in die prijs is de milieuschade niet verre­kend." Dat windenergie niet alle duurza­me energie levert, is volgens Vis niet meer dan logisch. „Je moet zoveel mogelijk duurzame bronnen aanboren", zegt hij.

Wel klopt het dat het   elektriciteitsnet pro­blemen krijgt met de pieken en dalen van windenergie, maar dat gaat pas op als windenergie meer dan 20 procent van alle

stroom op liet net uitmaakt. “Waarschijnlijk zitten we in 2010 pas op drie procent", zegt Vis. De kritiek dat turbines amper zijn verbeterd weerlegt hij. Tien jaar gele­den leverden ze een vermogen van 500 ki­lowatt. Tegenwoordig zitten ze al op 3, soms wel 5 megawatt.

Ondanks alle weerstand wordt de doel­stelling van 1.500 megawatt voor 2010 toch gehaald, zegt Calon. Vooral omdat Flevo­land veel meer bouwt dan afgesproken. Maar het wringt dat zes provincies hun af­spraak niet nakomen. Dat vindt ook Vis, van de Stichting Natuur- Milieu. „Ieder­een moet zijn bijdrage leveren."

Volgens Hans Kursten, hoofd duurzame energiebij elektriciteitsbedrijf Eneco, is er sprake van “een nieuwe Hollandse ziekte­“ die niet alleen op het gebied van windener­gie speelt. “Ik was gisteren in Barneveld. Daar klaagden gemeenteambtenaren dat het niet uitmaakt welk project je opstart er komt altijd bezwaar tegen."

Al die weerstand heeft zijn effect. Vorig jaar claimde een burger verlaging van zijn onroerende zaak belasting(OZB) omdat er een windturbine in de buurt van zijn huis was geplaatst. Die zou de waarde van zijn woning verminderen, zodat hij ook min­der OZB zou boeven betalen. De rechtbank in Delfzijl stelde hem in het gelijk. “Het scheelt enkele honderden euro's per jaar",

zegt Mollet. Gemeenten zijn volgens hem huiveriger geworden om in de buurt van woonwijken te plannen, want ze vrezen tien tot honderdduizen­den euro's verlies aan belastingopbreng­sten. Maar volgens Kursten van Eneco wordt de soep niet zo heet gegeten. De ge­meente Delfzijl is in beroep gegaan tegen de uitspraak, dus staat nog niks vast.

Van de rijksoverheid krijgt SLOW weinig steun, vindt Calon. Er zijn vier ministeries bij windenergie betrokken. “Die doen verrekte weinig”, zegt hij. Minister Brinkhorst (Economische Zaken. D66) heeft vorig jaar de subsidie op windmolen­parken in zee stopgezet, omdat het de staat te veel geld kostte. Een paar maanden geleden verlaagde hij  de MEP-subsidie, voor renovatie van windmolens.  “Een slechte zet", zegt Vis van de Stichting Natuur en  Milieu. “Ik heb Brinkhorst nooit een lans horen breken voor windenergie."  In zijn rapport wijdt TNO de toegenomen weerstand tegen windenergie aan het feit dat de overheid er geen duidelijk stand­punt over inneemt. Een goede analyse van kosten en baten is nog steeds niet uitgevoerd. Volgens Mollet is het Centraal  Plan­bureau daar nu, in opdracht van het minis­terie van Economische Zaken, eindelijk aan begonnen. Die analyse zal naar ver­wachting volgende maand verschijnen. Dan bespreekt de Tweede Kamer ook de energienota van Brinkhorst. “Het kan de redding zijn voor windenergie, maar ook de nekslag", zegt Mollet.

NRC, 27 augustus 2005


Ruim baan voor grote windturbines

Protesten helpen niet: locaties in Dedemsvaart-Zuid en Dalfserveld

door FRED BEENS

15 SEPTEMBER 2005 - ZWOLLE - ‘Dalfserveld vol natuur. Vol is vol’. De slogan op het T-shirt van een van de actievoerders sprak boekdoelen. Net als de affiches die gisteravond her en der in het provinciehuis in Zwolle lagen met de tekst: ‘Wilt u een tik van de zeven windmolens. Nou, wij in Dedemsvaart-Zuid niet’.

Maar Provinciale Staten beslisten gisteravond anders: het Dalfserveld en Dedemsvaart-Zuid werden aangewezen als meest kansrijke locaties in Overijssel voor het plaatsen van forse windturbines.

Maar dat wil niet zeggen dat de strijd gestreden is, zo bleek na de finale stemming uit de reactie van A.L. Smit. Hij sprak voor behandeling van het agendapunt waarin het streekplan Overijssel 2000+ werd aangepast, in namens de Stichting Behoud Open Landschap tussen Ommen, Dedemsvaart en Rheezerveld. Volgens Smit hebben de gemeenten Ommen en Hardenberg al duidelijk voor ogen wat er in Dedemsvaart-Zuid aan turbines kan worden geplaatst en dat is veel meer dan de acht die gisteravond als maximum per locatie werden vastgesteld. ‘Als de betreffende bouwaanvragen zijn ingediend kun je nieuwe stappen van de tegenstanders verwachten. Ingebruikname van de turbines kan dan enorm worden vertraagd.’

Dat zou een flinke domper zijn voor de provincie Overijssel, die zich in 2001 in een landelijk akkoord vastlegde op het aanleveren van 30 megawatt aan windenergie vóór het jaar 2010. Op dit moment draaien nog maar drie windturbines in Overijssel, tussen Staphorst en Nieuwleusen. Die leveren samen zes megawatt.

Overigens zijn er door het besluit van provinciale staten meer mogelijkheden om turbines in Overijssel te plaatsen. Het streekplan biedt nu ruimte om dergelijke apparaten ook te bouwen op bedrijventerreinen van minimaal veertig hectare. Een amendement van D66, waarin gevraagd werd dergelijke bouwsels ook toe te staan op terreinen van minimaal twintig hectare, haalde het niet. ‘Te versnipperd’, vond gedeputeerde Theo Rietkerk.

De Stentor 15 september 2005

CDA en VVD stellen miljardensteun ter discussie

KAREL BECKMAN

AMSTERDAM - CDA en VVD zien geen heil meer in grootschalige subsidiëring van windmolenparken op zee. Volgens de regeringspartijen zijn offshore windmolenparken te duur en leveren ze te weinig rendement op voor het milieu en de energievoorziening.

Als de regeringspartijen hun zin krijgen, bespaart de overheid miljarden aan subsidie. Op dit moment is het overheidsbeleid erop gericht om in 2020 zestig windmolenparken (6000 Megawatt) in de Noordzee te realiseren, goed voor 15 tot 20% van het Nederlandse stroomverbruik. Daarmee moet de economie minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen als olie en aardgas.

Nuon en Shell bouwen bij Egmond aan Zee een klein park van 100 Megawatt, waarvoor zij euro 350 mln aan subsidie ontvangen. Het park bij Egmond is een van de twee windmolenparken waarvoor tot dusver een vergunning is verleend.

Het CDA stelt nu dat het overheidsgeld beter aan andere doelen kan worden besteed. 'Je moet de beperkte middelen die je hebt voor duurzame energie, goed inzetten', zegt kamerlid Jos Hessels. 'Wij zien meer toekomst in zonne-energie en schone kolen- en gascentrales.'

Het CDA wil alleen nog subsidies verstrekken voor innovaties in windmolentechnologie, niet voor de exploitatie van de parken. 'Dat betekent dat nog maar een fractie overblijft van de oorspronkelijke miljarden die de overheid voor offshore windmolens had uitgetrokken', zegt Hessels.

De VVD neemt al langer stelling tegen de 'astronomische' overheidssteun voor windmolens op zee. 'We moeten hiermee stoppen, tenzij de resultaten van de twee parken die nu worden gebouwd erg meevallen', zegt VVD-kamerlid Paul de Krom.

De Krom en Hessels hebben er echter beiden een 'hard hoofd' in dat de parken 'ooit rendabel zullen worden'. De VVD'er beroept zich onder meer op een 'maatschappelijke kosten-batenanalyse' die onlangs is uitgevoerd aan de Katholieke Universiteit Leuven. Daarin wordt uiterst kritisch geoordeeld over windmolens op zee.

Het CDA verwacht meer van het ondergronds opslaan van het broeikasgas kooldioxide dat vrijkomt bij de verbranding van olie, gas en steenkool. CDA-kamerlid Liesbeth Spies heeft bij minister Brinkhorst van Economische Zaken gepleit voor subsidiëring van een nieuw te bouwen 'klimaatneutrale' elektriciteitscentrale in Drachten. Daarbij wordt kooldioxide opgeslagen in een leeg gasveld. 'In windenergie worden weinig doorbraken verwacht', zegt Spies.

Brinkhorst zette eerder dit jaar de subsidiëring van offshore windenergie tijdelijk stil vanwege de hoge kosten. Hij wil nog niet reageren op de stellingname van de regeringspartijen. 'Het CPB komt waarschijnlijk deze week met een kosten-batenanalyse', zegt een woordvoerder. 'Op basis daarvan komt de minister met een voorstel.'

Boris van der Ham van coalitiepartner D66 vindt dat een 'nuchtere afweging' moet worden gemaakt. 'Er dreigt een gevoel te ontstaan dat windmolens sowieso niet deugen. Daar ga ik niet in mee.' Staatssecretaris van Milieu Pieter van Geel (CDA) stelt via een woordvoerder dat windenergie een 'noodzakelijk spoor' blijft naar een toekomst van duurzame energie.

'Als Nederland het buitenland wil bijhouden, dan moet de subsidie op peil blijven', zegt Richard Kooloos, energie-expert van Fortis . 'Doe je dat niet, dan wordt het moeilijk voor de Nederlandse industrie om expertise op te bouwen.'

 

Draaiende wind
Windmolens op zee zouden in 2020 6000 MW moeten leveren, dat is 15-20% van het totale stroomverbruik

Een run op de subsidies leidde dit voorjaar tot een tijdelijke subsidiestop

CDA en VVD willen nu een permanente subsidiestop

Centraal Planbureau komt deze week met een kosten-baten- analyse van windenergie

                                                                                                                            12 september 2005

Copyright (c) 2005 Het Financieele Dagblad

 

Windmolens op zee

Subsidies moeten omlaag

HET KONINKLIJK INSTITUUT VAN INGENIEURS (Kivi) heeft drie jaar geleden al eens becijferd dat het plan van de overheid om in 2020 6000 megawatt aan windmolens op zee te bouwen, dat zijn drieduizend 'krengen' van ieder 2 megawatt, zo'n 15 tot 20 miljard euro zou gaan kosten. Dat geld, driemaal de kosten van de Deltawerken, zou grotendeels moeten worden opgebracht door de overheid.

Die rekensom komt tot dusver aardig uit. Met de huidige subsidieregeling kost een park van 6000 megawatt de overheid 2 miljard euro per jaar aan subsidie. Daarmee is dan wel 15 procent van het Nederlandse stroomverbruik op milieuvriendelijke wijze gedekt.

Niettemin gaat het om een enorm bedrag. Het is terecht dat een kamermeerderheid van CDA, VVD en LPF subsidiëring van windmolens op deze schaal afwijst. De regering had overigens al eerder de subsidieverlening tijdelijk stopgezet vanwege de oplopende kosten. De subsidiëring van windmolens op land gaat wel gewoon door. Die molens, goed voor 1,5 procent van het stroomverbruik, kostten de belastingbetaler vorig jaar 144 miljoen euro aan subsidie.

Dergelijke overheidssteun is op termijn niet te verantwoorden. De subsidies moeten lager, dat erkennen zelfs de voorstanders, maar met hoeveel? Op de achtergrond speelt daarbij een fundamentelere vraag, namelijk: hoe betrouwbaar is windenergie ? Op het elektriciteitsnet moeten aanbod en afname van stroom voortdurend met elkaar in balans zijn, anders valt de stroom uit. Als de wind wegvalt, moeten andere centrales daarom bijspringen. Nederland is vorig jaar al een paar keer aan een grote stroomstoring ontsnapt nadat windmolens in Duitsland stil waren gevallen. Als straks alle landen rond de Noordzee in windenergie stappen, zal dit probleem alleen maar groter worden.

De regering is intussen teruggekomen van haar eerdere ambities om 6000 megawatt te bouwen en staat nu een 'gefaseerde aanpak' voor. Dat is verstandig. Nuon en Shell gaan een demonstratiepark bouwen bij Egmond aan Zee. Uit dat project zal moeten blijken hoe we verder moeten met windenergie op zee. Daarbij zou het bedrijven als Nuon en Shell sieren als zij meer risico's durven te nemen dan zij nu doen. Shell maakt in paginagrote advertenties reclame met zijn windenergie -activiteiten, maar vertelt er nooit bij dat het daarvoor honderden miljoenen aan subsidies ontvangt. Het park bij Egmond wordt vrijwel geheel door de belastingbetaler gefinancierd. Als Shell echt gelooft in windenergie , dan moet het bedrijf laten zien dat windenergie mogelijk is zonder overheidssteun.

KAREL BECKMAN

                                                                                                                                  13 september 2005

Copyright (c) 2005 Het Financieele Dagblad

 
Politiek wil af van subsidie van windmolens in zee

CDA en VVD zien geen heil meer in grootschalige subsidiëring van windmolenparken op zee. Volgens de regeringspartijen zijn offshore windmolenparken te duur en leveren ze te weinig rendement op voor het milieu en de energievoorziening.

Als de regeringspartijen hun zin krijgen, bespaart de overheid miljarden aan subsidie. Op dit moment is het overheidsbeleid erop gericht om in 2020 zestig windmolenparken (6000 Megawatt) in de Noordzee te realiseren, goed voor 15 tot 20% van het Nederlandse stroomverbruik. Daarmee moet de economie minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen als olie en aardgas.

Nuon en Shell bouwen bij Egmond aan Zee een klein park van 100 Megawatt, waarvoor zij euro 350 mln aan subsidie ontvangen. Het park bij Egmond is een van de twee windmolenparken waarvoor tot dusver een vergunning is verleend.
Andere doelen

Het CDA stelt nu dat het overheidsgeld beter aan andere doelen kan worden besteed. 'Je moet de beperkte middelen die je hebt voor duurzame energie, goed inzetten', zegt kamerlid Jos Hessels. 'Wij zien meer toekomst in zonne-energie en schone kolen- en gascentrales.'

Het CDA wil alleen nog subsidies verstrekken voor innovaties in windmolentechnologie, niet voor de exploitatie van de parken. 'Dat betekent dat nog maar een fractie overblijft van de oorspronkelijke miljarden die de overheid voor offshore windmolens had uitgetrokken', zegt Hessels.

De VVD neemt al langer stelling tegen de 'astronomische' overheidssteun voor windmolens op zee. 'We moeten hiermee stoppen, tenzij de resultaten van de twee parken die nu worden gebouwd erg meevallen', zegt VVD-kamerlid Paul de Krom.

Rendabel

De Krom en Hessels hebben er echter beiden een 'hard hoofd' in dat de parken 'ooit rendabel zullen worden'. De VVD'er beroept zich onder meer op een 'maatschappelijke kosten-batenanalyse' die onlangs is uitgevoerd aan de Katholieke Universiteit Leuven. Daarin wordt uiterst kritisch geoordeeld over windmolens op zee.

Het CDA verwacht meer van het ondergronds opslaan van het broeikasgas kooldioxide dat vrijkomt bij de verbranding van olie, gas en steenkool. CDA-kamerlid Liesbeth Spies heeft bij minister Brinkhorst van Economische Zaken gepleit voor subsidiëring van een nieuw te bouwen 'klimaatneutrale' elektriciteitscentrale in Drachten. Daarbij wordt kooldioxide opgeslagen in een leeg gasveld. 'In windenergie worden weinig doorbraken verwacht', zegt Spies.

Brinkhorst zette eerder dit jaar de subsidiëring van offshore windenergie tijdelijk stil vanwege de hoge kosten. Hij wil nog niet reageren op de stellingname van de regeringspartijen. 'Het CPB komt waarschijnlijk deze week met een kosten-batenanalyse', zegt een woordvoerder. 'Op basis daarvan komt de minister met een voorstel.'

Afwegen

Boris van der Ham van coalitiepartner D66 vindt dat een 'nuchtere afweging' moet worden gemaakt. 'Er dreigt een gevoel te ontstaan dat windmolens sowieso niet deugen. Daar ga ik niet in mee.' Staatssecretaris van Milieu Pieter van Geel (CDA) stelt via een woordvoerder dat windenergie een 'noodzakelijk spoor' blijft naar een toekomst van duurzame energie.

'Als Nederland het buitenland wil bijhouden, dan moet de subsidie op peil blijven', zegt Richard Kooloos, energie-expert van Fortis . 'Doe je dat niet, dan wordt het moeilijk voor de Nederlandse industrie om expertise op te bouwen.'
Draaiende wind
  • Windmolens op zee zouden in 2020 6000 MW moeten leveren, dat is 15-20% van het totale stroomverbruik
  • Een run op de subsidies leidde dit voorjaar tot een tijdelijke subsidiestop
  • CDA en VVD willen nu een permanente subsidiestop
  • Centraal Planbureau komt deze week met kosten-baten- analyse van windenergie

Copyright (c) 2005 Het Financieele Dagblad
 

Windenergie is voorlopig onrendabel

CPB pleit voor gefaseerde aanpak

AMSTERDAM - Snel investeren in windenergieparken op zee is maatschappelijk niet rendabel. Alleen bij een gefaseerde aanpak kunnen de kosten en baten van windenergie enigszins in balans worden gebracht.

Dat schrijven het CPB en het Energie Onderzoek Centrum Nederland in een gisteren gepubliceerde studie naar de kosten en baten van windenergieparken op zee. De studie is verricht op verzoek van minister van Economische Zaken Brinkhorst naar aanleiding van een motie vorig jaar van de Tweede Kamer.

Volgens de studie levert investeren in 6000 megawatt windenergie op zee in 2020 een zwaar negatief saldo van kosten en baten op. Afhankelijk van de ontwikkelingen op de olie- en gasmarkt, gaat het om euro 2,5 mrd tot euro 6,8 mrd.

Als de investeringen worden uitgesmeerd over een langere periode tot 2030, komt het negatieve saldo uit op euro 290 mln tot euro 3,9 mrd. Bij een gefaseerde aanpak kan beter gebruik worden gemaakt van leereffecten. Bovendien kan beter worden ingespeeld op de moeilijk te voorspellen ontwikkeling van de olieprijs en het klimaatbeleid.

Echt rendabel wordt investeren in windenergie op zee alleen als conventionele vormen van energieopwekking fors duurder worden gemaakt als gevolg van een zeer stringent klimaatbeleid. Ook als de olieprijs structureel op een niveau van $ 60 tot $ 70 per vat zou blijven, zou windenergie rendabel worden. Het CPB gaat er echter van uit dat de olieprijs in de komende jaren zal gaan dalen.

Brinkhorst stelt dat hij zich door de studie gesteund voelt in zijn beleid dat is gericht op een meer geleidelijke ontwikkeling van windenergie op zee. Hij geeft aan dat hij ernaar streeft om in 2010 zo'n 700 MW uit windenergie op zee ter beschikking te hebben. Dat is nodig om te voldoen aan de Europese doelstelling van 9% duurzame stroomopwekking.

Met het oog op dat doel worden de subsidies hervat zodra de nieuwe wet Milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie (MEP) van kracht is. Onder de nieuwe wet krijgt de subsidiestroom een jaarlijks plafond. Bovendien wil de minister met tenders de meest kostenefficiënte projecten selecteren.

De Nederlandse Wind Energie Associatie is teleurgesteld over het CPB-rapport. Volgens de NWEA schat het CPB de olieprijzen veel te laag in en onderschat het de maatschappelijke baten.

Het rapport van het CPB komt nadat bekend is geworden dat Brinkhorst de komende jaren windmolenparken op zee wil subsidiëren met euro 1 mrd. VVD en LPF lieten maandag in een reactie op het CPB-rapport weten dat ze daar tegen zijn. Ook het CDA ziet meer in investeringen in energiebesparing en energiezuinige centrales.

Olieprijs

Om de kosten van windenergie tegen de baten te laten opwegen is een olieprijs nodig van $ 60 tot $ 70 per vat

In een gunstiger mix met andere duurzame elektriciteitsbronnen zou de 'break-evenprijs' tussen de $ 45 en   $ 48 liggen.

Het CPB gaat uit van een olieprijs van gemiddeld $ 25 tot $ 35

                                                                                                                                  20 september 2005

Copyright (c) 2005 Het Financieele Dagblad

 

De wind draait

Kabinet wil 2 miljard in windparken stoppen; CDA

en VVD denken daar anders over.

 Het is een waarheid als een koe: als het niet waait, dan draaien de wieken

van een windmolen niet en dus levert een windmolen dan geen elektriciteit . Hoe komt het toch dat ogenschijnlijk verstandige mensen dit maar niet willen begrijpen?

Neem de uitzending van het tv-programma Buitenhof afgelopen zondag.

Daarin sprak journalist Rob Trip met minister Laurens Jan Brinkhorst (D66) van

Economische Zaken. Drie opmerkelijke uitspraken vielen te noteren. Brinkhorst

zei dat het debat over kernenergie in Nederland open moest, maar vond de tijd

niet rijp om nieuwe kerncentrales te bouwen. Hoezo open debat als een van de

mogelijke conclusies bij voorbaat wordt afgesloten?

Een tweede intrigerende opmerking was dat de minister meedeelde een lange ervaring in ’de milieubeweging’ te hebben.

Hij doelde daarmee niet op zijn lidmaatschap van Greenpeace, maar op het

feit dat hij tien jaar de hoogste milieuambtenaar in Europa was. Wie een

illustratie wil van de stelling dat milieuambtenaren de loopjongens zijn

van de milieubeweging, vond haar hier.

Ten derde viel op dat de journalist vond dat de minister veel te weinig in

windenergie en andere vormen van ’duurzame’ energie investeerde, en daar

scherp over doorvroeg.

De journalist meende aldus vermoedelijk in een kritischetraditie te handelen.

Ten onrechte.

Verspilling van belastinggeld is niet links, is niet kritisch en is niet goed voor

het milieu. Windmolens leveren veel te dure elektriciteit. Ook heeft het geen zin om met het oog op de toekomst in windmolens te investeren. Uit alle studies blijkt dat het over twintig, dertig jaar nauwelijks beter is. De windturbine is technologisch vrijwel uitontwikkeld. Ook als er nieuwe materialen worden gebruikt, ook als de slimste elektronica ertegenaan wordt gegooid, blijft windenergie te duur. De enige manier om de stroom iets goedkoper (maar nog steeds te duur) te krijgen, is om die krengen nog hoger te bouwen.

Toch maakt het kabinet naar alle waarschijnlijkheid volgende week bekend

opnieuw een substantieel bedrag in windenergie te stoppen.

Eerst ging het gerucht dat het 4 miljard euro zou zijn, thans lijkt het erop dat het bij 1 miljard blijft. Dat bedrag gaat naar het bouwen van windmolens op zee.

Gelukkig is het allesbehalve zeker dat die plannen het halen . Het kabinet

kan zo veel willen, als het parlement niet meegaat, dan blijven het bij voornemens .

Zo langzamerhand komen de regeringspartijen CDA en VVD bij zinnen.

Van de VVD was al bekend dat ze tegen windmolens is, omdat deze zoals woordvoerder Paul de Krom zegt ”meer op subsidies dan op wind draaien“. Ook het CDA lijkt om. Kamerlid Jos Hessels zei deze week in Het Financieele Dagblad dat er betere bestemmingen denkbaar zijn voor de miljardensubsidies die windenergie behoeft.

Hè hè, de wind begint uit een andere hoek te waaien.

Simon Rozendaal

 

Wet moet kosten groene stroom in toom houden

DEN HAAG (ANP) - Minister Brinkhorst van Economische Zaken heeft dinsdag een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd dat de kosten van groene stroom in de hand moet houden.

Subsidies op groene stroom worden betaald uit een zogeheten afnemerstarief per aansluiting op het elektriciteitsnet. Zonder nadere maatregelen zou dat tarief stijgen van 52 euro nu naar vele honderden euro's.

De subsidies worden voortaan gebonden aan een jaarlijks vast te stellen maximum. Brinkhorst belooft dat dit maximum hoog genoeg zal zijn om de doelstelling van 9 procent duurzame energie in 2010 te halen.

Greenpeace heeft kritiek op het wetsvoorstel, omdat het ook de mogelijkheid biedt voor subsidies op ondergrondse opslag van het broeikasgas CO2. De milieuorganisatie wil niet dat dit ten koste gaat van subsidie op ,,echte'' duurzame energie. Volgens Greenpeace is er onvoldoende zekerheid dat het CO2 op den duur niet alsnog vrijkomt uit de ondergrond.

 

Opstellingsvarianten voor windturbines in kaart gebracht

Woensdag 21 september 2005

 De werkgroep Ommen-Hardenberg heeft enkele mogelijke locaties voor de plaatsing van windturbines in het gebied Dedemsvaart-Zuid/Ommen Noord in kaart gebracht. Hiervoor heeft de werkgroep een landschappelijke beoordeling uitgevoerd, waaruit een opstelling van drie lijnen als de meest ideale naar voren komt. De mogelijke locaties en de landschappelijke beoordeling worden op 4 en 5 oktober tijdens inloopbijeenkomsten aan de inwoners van Hardenberg en Ommen gepresenteerd.

 Begin 2004 hebben de provincie Overijssel en de gemeenten Ommen en Hardenberg de ‘Beleidsvisie Windenergie Noord-Oost Overijssel’ vastgesteld. Hierin werden de kansrijke gebieden voor grootschalige opstellingen voor windenergie genoemd. De twee meest kansrijke gebieden mogen van Provinciale Staten eerst ontwikkeld worden, één van deze gebieden is het gebied Dedemsvaart-Zuid/Ommen-Noord. Het gaat om het open agrarisch gebied rond de Elfde Wijk, de Driehoek en de Verlengde Zestiende Wijk. De gemeenteraden van Ommen en Hardenberg hebben ingestemd met dit zoekgebied, waarbij de gemeenteraad van Hardenberg alleen heeft ingestemd met het gebied ten zuiden van de hoogspanningsleiding en ten oosten van het Ommerkanaal.

 De werkgroep Ommen-Hardenberg heeft de beleidsvisie verder uitgewerkt en is binnen het gebied op zoek gegaan naar meer concrete locaties voor de plaatsing van windturbines. Voor het bepalen van deze locaties gelden diverse uitgangspunten en ruimtelijke richtlijnen. Na het zorgvuldig afwegen van alle relevante aspecten uit de beleidsvisie heeft de werkgroep een landschappelijke beoordeling uitgevoerd. Hierbij heeft de werkgroep bijzondere aandacht gehad voor de opstellingsvorm en het aantal windturbines per opstelling.

 Uit de landschappelijke beoordeling blijkt dat in het gebied een opstelling van drie lijnen van maximaal vier turbines in een Oost-West lijn de voorkeur geniet. Dit sluit het best aan op de regionale landschappelijke opbouw en kan goed worden aangesloten op bestaande landschappelijke structuren. Oost-West lijnen in het zuidelijke deel van het plangebied, grotendeels op Ommer grondgebied, hebben ruimtelijk gezien de voorkeur. Deze opstelling geeft ook het meest rustige totaalbeeld en bevindt zich op grotere afstand van de hoogspanningslijn en van geconcentreerde bebouwing. Op het grondgebied van de gemeente Hardenberg zijn langs de Verlengde Zestiende Wijk of ten zuiden daarvan mogelijkheden voor een lijn. De Oost-West lijn moet volgens de werkgroep de kavelrichting volgen. De lijnen kunnen nog iets verschuiven.

 De landschappelijke beoordeling wordt tijdens twee inloopbijeenkomsten toegelicht. Inwoners en belangstellenden kunnen tijdens de inloopbijeenkomst uitleg krijgen over windenergie in het algemeen en de landschappelijke beoordeling van het gebied. Tijdens de avond is er de mogelijkheid om op de plannen te reageren en/of vragen te stellen. De inloopbijeenkomsten worden gehouden op dinsdag 4 oktober 2005 van 17.00 tot 20.00 uur in ’t Centrum aan de Julianastraat in Dedemsvaart en op woensdag 5 oktober van 17.00 tot 20.00 uur in De Lindenberg aan de Balkerweg in Ommen. Inwoners van het gebied zijn in een nieuwsbrief geïnformeerd over de landschappelijke beoordeling.

 De landschappelijke beoordeling wordt na de inloopbijeenkomsten en het verwerken van de reacties nu voorgelegd aan de gemeenteraden van Hardenberg en Ommen. Daarna kunnen initiatiefnemers opdracht geven tot nadere onderzoeken en eventueel een aanvraag voor de plaatsing van windturbines indienen. Het is dan aan de gemeenteraden om te beslissen over de opstellingsvarianten en de aantallen. Provinciale Staten van Overijssel hebben onlangs besloten dat het maximaal aantal turbines op 8 per gebied komt te liggen.

 Laatste wijziging: 21-09-2005

 

Windmolens inzet van lokale verkiezingen

 DALFSEN - Als het aan Willem van der Rest van de stichting Dalfsen tegen Windmolens ligt, komt de mogelijke plaatsing van een aantal windturbines in de ge­meente Dalfsen bij de komende gemeenteraadsverkiezingen hoog op de politieke agenda te staan.

Van der Rest maakte afgelopen maandag van het inspreekrecht ge­bruik om de raadsleden nog eens fijntjes te wijzen op de groeiende oppositie die de windmolens in Ne­derland ondervinden. Hij refereer­de onder meer aan een rapport van TNO over windenergie.

Ook van andere zijden krijgen de windmolens de laatste tijd klappen. Zo bepaalde een rechter onlangs dat omwonenden van een windtur­bine minder onroerendezaakbelas­ting hoeven te betalen. Van der Rest zei dat ook de planschade flink in de papieren kan lopen, tot wel der­tig procent van de waarde van een woning. Hij stelde verder tevreden vast dat ook het koningshuis, in de persoon van Z.K.H. Pieter van Vol­lenhoven, zich inmiddels in de dis­cussie heeft gemengd. Hij toonde zich verder verheugd over een uit­spraak van de VVD dat windmo­lens meer op subsidies draaien dan op wind.

"Niemand heeft de verplichting om windmolens te plaatsen", drukte Van der Rest de raadsleden op het hart. "Het levert niets op, een klein aantal inwoners profiteert, terwijl velen er de nadelen van ondervin­den", zo concludeerde hij. Met be­langstelling ziet hij de gemeente­raadsverkiezingen van 2006 tege­moet. "Die kunnen duidelijk maken welke partijen het landschap in Dalfsen een warm hart toedragen", aldus Van der Rest.

Dalfser Courant, 28 september 2005

   PERSBERICHT 

Den Haag, 28 september 2005  

 LPF ZAL CPB-ADVIES WINDENERGIE NIET IN DE WIND SLAAN

 Het overheidsplan om windmolenparken te realiseren voor de energievoorziening in ons land moet van de baan. De Lijst Pim Fortuyn zal hiertoe een motie indienen tijdens de komende Algemene Financiële Beschouwingen.

 “Nu de portemonnee van het kabinet toch al dwingt tot moeilijke keuzen is een miljardeninvestering in windmolens tegen het advies van het Centraal Plan Bureau (CPB) in niet uit te leggen,” aldus fractievoorzitter Van As. “En als een Kamermeerderheid desondanks besluit om windmolenparken te realiseren, dan ben ik ervan overtuigd: ‘Die wind zaait, zal storm oogsten.”

 Uit recente studie van het CPB bleek duidelijk dat de baten van windenergie met de bijkomende milieuvoordelen de komende decennia lager zijn dan de kosten die moeten worden gemaakt voor het winnen van windenergie. Een extra bekrachtiging van haar betoog uitte het CPB vandaag nog in het Financieele Dagblad. Het is volgens de Lijst Pim Fortuyn onvoorstelbaar om het CPB-rapport dat het advies geeft de investering van maar liefst een miljard euro niet te doen, te negeren.

Fractieleider Gerard van As: “De coalitiepartijen CDA en VVD vroegen zelf eerder om een kosten-batenanalyse op basis waarvan besluiten kunnen worden genomen. Het zou wel heel opzienbarend zijn wanneer ze deze goede raad van het CPB in de wind zouden slaan.”

 “De honderden miljoenen euro’s die de windmolens in beweging zetten – immers, windmolens draaien op subsidie in plaats van wind – zouden volgens de Lijst Pim Fortuyn daarvoor moeten worden aangewend, waar het de economie versterkt. De fractie pleitte enkele weken geleden tijdens het duurzaamheiddebat in de Kamer al voor het direct stoppen met de bouw van windmolens en liet tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen vorige week weten een dergelijke besteding niet te steunen.

 

Energie uit wind, kern, kolen, zon, biomassa:

het is niet goed of het deugt niet


29 september 2005
SOESTDUINEN (Energeia) - De zoektocht naar de juiste opwekkingsmethode voor stroom begint een beetje een afvalrace te worden. Tegen windenergie is veel weerstand. 'Windmolens draaien meer op subsidie dan op wind', zo zei VVD-politicus Paul de Krom gisteren op een congres over het Energierapport nog eens. Directeur Paul Dijkstra van NRE was het met hem eens: Nederland is geen windland.

Met biomassa heeft De Krom ook problemen, net als directeur Joost van Dijk van Eon Benelux, zo bleek op het congres. Eon had er samen met Greenpeace onderzoek naar laten doen. Waar de milieu-organisatie tot de conclusie kwam dat biomassa de 'oplossing van het klimaatprobleem' is, concludeerde Eon dat een biomassa-centrale van 1.000 MW te ambitieus is. Reden: het grote volume van de aan te voeren biomassa (vier keer zo groot als kolen), wat tot logistieke problemen leidt. Ook vindt Van Dijk het niet erg zinvol om met houtsnippers over heel de wereld te gaan slepen.

Maar als je windenergie en biomassa wegstreept van het palet van mogelijke opwekkingsmethoden in Nederland blijft er bitter weinig over, zo was de teneur van een opmerking van Helma Kip van Essent. Dat komt omdat er een aantal feiten zijn, zo stelde ze. Een eerste feit is dat de bouw van een kerncentrale in Nederland nog een beetje moeilijk ligt. Andere feiten zijn het Kioto-verdrag en de duurzame energiedoelen die Europa aan Nederland heeft opgelegd. De bouw van een nieuwe kolencentrale ligt dus ook niet zo voor de hand.

De andere sprekers hebben kolen- en kernenergie echter nog lang niet afgeschreven. Eon is, zoals bekend, aan het denken over de bouw van een kolencentrale op de Maasvlakte. Het bedrijf is in gesprek met de industrie over langjarige afname-contracten. Probleem zijn wel de lokale milieuregels en de tegenstrijdigheden daarin. Toch is het investeringsklimaat in Nederland goed. En de kosten van kolenenergie liggen op de Maasvlakte door de gunstige ligging zo'n EUR 8 per MWh lager dan verderop in het binnenland van Europa, zo stelde Van Dijk.

De Krom is het met hem eens en wil dat de overheid "de prikkels op de juiste manier neerlegt" om zo'n centrale te realiseren. En hij wil ook nog wel eens een pleidooi houden voor kernenergie. "Als iemand mij kan vertellen hoe we de Kioto-normen halen zonder kernenergie, dan hoor ik het graag." Ook sluit De Krom biomassa niet helemaal uit, zo benadrukt hij. "Maar de duurzame energiedoelen betekenen niet dat ik domme dingen moet gaan doen om die te halen." De Krom brak verder een lans voor waterstof. "De Verenigde Staten steken er EUR 1 mrd in. Waar is Europa?" Hij pleitte ook voor een krachtenbundeling tussen overheid, universiteiten en bedrijven.

Ook Dijkstra van NRE ziet mogelijkheden voor, vooral, kleinschalige biomassa. Hij verwijt het ministerie van Economische Zaken dat die in het Energierapport 2005 geen keuze maakt. "Of je kiest voor kernenergie, maar dan moet je nu stappen zetten of je kiest voor een kolencentrale met afvang van CO2." Van belang vindt hij dat er een dialoog tussen overheid en bedrijven op gang komt. "Maar dan moeten eerst andere problemen (de ruzie over de splitsing van de bedrijven, red.) van tafel."

Als je biomassa gebruikt moeten het houtgewassen zijn, zoals wilg, riet, populier en hennep, zo vindt wetenschapper Wim Turkenburg. De mening van de deskundigen op het congres over koolzaad als biobrandstof was eensgezind: niet doen. Met de zogenaamde tweede generatie biobrandstoffen, zoals waterstof, kan je met de auto vier keer zo ver rijden per hectare als met koolzaad, zo vatte Turkenburg de lage potentie samen. Volgens Van Dijk is het bovendien cru om landbouwgronden te gebruiken voor brandstof als er nog zoveel honger is in de wereld.

Over zonne-energie waren de meningen verdeeld. Volgens Turkenburg is zonne-energie duur en zal het dat altijd blijven. Directeur Ton Hoff van ECN denkt echter dat de kosten wel degelijk omlaag kunnen: van EUR 120 naar EUR 60 per MWh. En dan wordt het concurrerend. Ook De Krom ziet veel in (grootschalige) opwekking van zonne-energie. Een nieuw modewoord in de energiesector is ten slotte schoon fossiel: ofwel fossiele opwekking met opvang van de vrijkomende CO2. En de term energiebesparing is natuurlijk weer helemaal terug van weggeweest. Alleen is de grote vraag: hoe die te realiseren

Copyright©, Energeia, 2005

 

De Krom (VVD): het blijft bij twee windmolenparken op zee


29 september 2005
SOESTDUINEN (Energeia) - Alleen de bouw van de twee windmolenparken op zee waarvoor op dit moment een vergunning is afgegeven moet doorgaan. "Daar blijft het bij, tenzij het zo enorm meevalt dat we door moeten gaan". Dit zei Tweede-Kamerlid Paul de Krom van de VVD gisteren op een congres in Soestduinen over het Energierapport 2005. NRE-directeur Paul Dijkstra is het met hem eens. "Nederland is geen windland", zo vond hij.

De Krom verwacht overigens niet dat het 'enorm meevalt' met de bouw van windmolenparken, zo liet hij er meteen op vallen. "Windmolens kosten de overheid bakken met geld maar ze leveren niet veel op. Het heeft lang geduurd voordat dit doordrong tot de Kamer, maar het is nu wel gelukt. Er is 1 mrd uitgetrokken voor windenergie uit het FES. Dat gaat dus niet gebeuren", aldus een stellige De Krom.

Pas na 2025 wordt windenergie enigszins rendabel volgens De Krom maar dan veronderstel je wel dat energieprijzen heel hoog blijven. De parken waarvoor een vergunning is afgegeven zijn het Near Shore Windpark dat door Shell en Nuon gebouwd gaat worden en het Q7-windmolenpark, waar E-concern de vergunning van heeft.

Directeur Paul Dijkstra van het Eindhovense energiebedrijf NRE was het met De Krom eens. Dijkstra, die naar eigen zeggen veel ervaring met wind heeft, is tot de conclusie gekomen dat Nederland geen 'windland' is. Zelfs op de beste plekken in Nederland (de Maasvlakte en de Eemshaven) is de windsnelheid niet hoger dan 7 meter per seconde. In andere streken is dat 11 tot 12 meter per seconde. Het aantal uren per jaar dat de molens draaien is hooguit 2.000, minder dan een kwart van de tijd dus.

Dijkstra hekelt het zogenaamde Blow-akkoord waarin alle provincies hebben vastgelegd dat ze een bepaalde capaciteit aan windenergie zullen bouwen. Dit is "dommigheid" en het convenant moet daarom snel worden teruggedraaid. Als voorbeeld van de uitzichtloosheid van de doelen noemde hij de pogingen van Eneco om windmolens neer te zetten in Barneveld. ("Wie wil dat dan ook?") Er was veel tijd en geld in gestoken maar de vergunning is afgeschoten omdat een militaire radar er last van heeft.

Copyright©, Energeia, 2005

 

 
Park voor grote windmolens
 
 
Al jaren worden windturbines almaar groter. Met de hoogte neemt de elektriciteitsopbrengst exponentieel toe. Turbines waren tien jaar geleden nog 30 tot 45 meter hoog.
 
De laatste jaren zijn er veel turbines geplaatst met een hoogte van 70 of 80 meter. De eerste windturbine met een hoogte van 100 meter en met wieken van 50 meter - de breedte van een voetbalveld - is onlangs geplaatst in de Wieringermeer. Flevoland en Noord-Holland plaatsen nog tientallen van zulke giganten.
 
Met grote windturbines veranderen landschappen. In de afgelopen tien jaar hebben we in Nederland geprobeerd windturbines in lijnen te plaatsen bij wegen, waterlopen of bedrijventerreinen. Men probeerde ze in het landschap in te passen, terwijl ze daarvoor veel te groot zijn.
 
Grote turbines vormen zelf een landschap. Ze domineren het onderliggende landschap en ook de infrastructuur. Alleen de grote contrasten in ons Nederlandse landschap, zoals de grens van land en IJsselmeer, hebben een schaal die past bij grote turbines.
 
Om dergelijke turbines een plek te geven, moet er in grotere maten worden gedacht in het landschap én in de besluitvorming. De turbines overstijgen al snel de schaal van een dorp of gemeente. Een andere aanpak is geboden.
 
Met de nieuwe turbines moet landschap worden ontworpen op nationaal of ten minste regionaal niveau.
 
De huidige verdeling van de taakstelling over de provincies en vaak over gemeenten leidt tot kleine clusters. Daarmee gaat de kans verloren om een goed landschappelijk ontwerp te maken.
 
Als deze grote objecten worden gebundeld, blijven elders lege landschappen bestaan. Als we 300 grote windturbines verspreid plaatsen op 20 kilometer van elkaar, zie je overal in Nederland een windturbine. Wanneer we er 300 neerzetten met een onderlinge afstand van 500 meter, passen die in een gebied van 7,5 bij 10 kilometer. Dan kan een spannend windturbinelandschap worden gemaakt.
 
Een `turbine-bos' met een binnen- en een buitenkant, met richtingen en verschillende dichtheden. Hiermee ontstaan nieuwe kwaliteiten, waar ook toeristen op afkomen. Om de beweging te beleven of om van het uitzicht te genieten vanuit een grote turbinekamer.
 
Een concentratie van turbines kan het onderliggende historische landschap op een nieuwe manier laten voortbestaan. Tegelijk met grote investeringen in turbines kan geïnvesteerd worden cultuurhistorisch erfgoed en natuur of infrastructuur.
 
Momenteel wordt in het beleid deze benadering nog nauwelijks als vertrekpunt genomen. In het beleid wordt gekozen voor plaatsen ver uit de buurt van woningen, waar windturbines geen kwaad zouden kunnen.
 
Turbines worden zo ervaren als moderne ondingen die op lawaaiige rotplekken komen, zoals bij snelwegen. In het beleid kiest men ook voor verdeling van de `ellende' in bestuurlijke zin. Elke provincie en veel gemeenten moeten bijdragen aan het landelijke doel.
 
Deze uitgangspunten hebben hun waarde en zelfs een juridische status. Ze leiden echter tot een slechte landschappelijke kwaliteit. Met de komst van grote turbines moet het ruimtelijke-ordeningsbeleid toewerken naar landschappen die de moeite waard zijn.
 
Voor de plaatsing van grote turbines moet in Nederland op nationaal niveau gekozen worden voor één of enkele locaties. Per locatie moet ten minste regionaal gedacht worden.
 
Voor deze aanpak is bestuurlijke durf nodig en organisatorische creativiteit. Met die creativiteit zit het wel goed, wanneer de politiek een grote keuze maakt.
 
 
Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.
 


 

Regeringspartijen zien meer in alternatieven als CO2-opslag en 'klimaatneutrale' centrales

Gepubliceerd door Paul de Krom op 12 september 2005

Het Financieeled Dagblad, 12 september 2005. Minister Laurens Jan Brinkhorst van Economische Zaken (EZ) heeft 'extra investeringsruimte', zei hij donderdag tegen de Tweede Kamer, vooral dankzij de gestegen aardgasbaten. Ook de energiesector kan op Prinsjesdag rekenen op extraatjes.

Niettemin staat de minister voor harde keuzes in het energiebeleid. De afhankelijkheid van olie en gas moet minder, de uitstoot van het broeikasgas kooldioxide (CO2) moet omlaag en torenhoge energieprijzen moeten beteugeld.

Windmolens op zee waren tot voor kort favoriet. Zij konden rekenen op de hoogste subsidie onder de zogeheten MEP-regeling, die door Brinkhorst is opgezet om milieuvriendelijke energieopwekking te stimuleren. En de overheid had grootse plannen: er zou in 2020 6000 megawatt (MW) aan windmolens op zee worden gerealiseerd. Daarmee zou in 15-20% van het Nederlandse stroomverbruik worden voorzien.

Critici wezen er al snel op dat de kosten erg hoog zouden zijn en de opbrengsten twijfelachtig. Het Koninklijk Instituut van Ingenieurs (Kivi) constateerde in april 2002 dat 6000 MW een investering van euro 15 mrd zou vergen, grotendeels op te brengen door de overheid.

Nuon en Shell, die een park bouwen voor de kust van Egmond, vroegen - en kregen - honderden miljoenen aan subsidie voor dit kleine project (100 MW). Het project Q7 van Econcern krijgt ook een dergelijke subsidie. Nadat zich dit voorjaar een rij nieuwe exploitanten aandiende bij EZ, besloot Brinkhorst in paniek de subsidieverlening op te schorten. Verkeer & Waterstaat blokkeerde tegelijk alle nieuwe vergunningverleningen.

Als het aan CDA en VVD ligt, wordt de tijdelijke subsidiestop omgezet in een permanente. Het CDA wil alleen nog innovaties in windmolentechniek ondersteunen. Maar de partij gelooft daar niet echt in. 'Er worden op dit gebied weinig nieuwe doorbraken verwacht', zegt CDA-kamerlid Liesbeth Spies. PvdA-parlementariër Diederik Samsom is het daar niet mee eens. 'Natuurlijk is innovatie mogelijk. De productie kan een factor twee goedkoper worden.'

Richard Kooloos, senior manager Global Energy & Utilities Group bij Fortis , denkt dat de Nederlandse industrie kansen misloopt als de subsidie wordt afgebouwd. 'In het buitenland gaan de ontwikkelingen door.' Kooloos verwacht 'eerder in het buitenland nieuwe off shore parken te kunnen financieren dan in Nederland. Het beleid is te onvoorspelbaar.'

Maar volgens VVD-kamerlid Paul de Krom gaat het niet alleen om geld. 'Wind is een instabiele bron van energie. Je hebt altijd reservecapaciteit nodig.'

CDA en VVD zien meer in alternatieve vormen van duurzame energie, zoals het 'klimaatneutraal' maken van elektriciteitsopwekking. Dit gebeurt door het broeikasgas CO2 af te vangen en ondergronds op te slaan. Uit onderzoek van TNO blijkt dat er genoeg ondergrondse reservoirs zijn om honderd jaar lang de totale wereldwijde CO2-uitstoot op te slaan.

In landen als de VS, Canada en Noorwegen word al volop geëxperimenteerd met het opslaan van CO2 in ondergrondse aardlagen. Op het Nederlandse deel van de Noordzee voert Gaz de France, met steun van de Nederlandse overheid, een project uit. Shell-dochter NAM komt nog dit jaar met plannen voor CO2-opslag in gasvelden.

In het Friese Drachten gaat SEQ uit Bunnik mogelijk zelfs de eerste 'klimaatneutrale' elektriciteitscentrale ter wereld bouwen. Deze gasgestookte centrale wordt via een pijpleiding aangesloten op een oud gasveld in Akkrum. De CO2 die vrijkomt bij de verbranding van het aardgas wordt in het veld gepompt. Met behulp van die CO2-injectie kan weer gas worden gewonnen dat in het veld is achtergebleven. Dat kan weer worden gebruikt voor de elektriciteitsproductie.

Maar ook deze ZEPP-centrale ('Zero Emissions Power Plant') kan niet zonder subsidie. Het Centraal Planbureau oordeelde in juni dat het gaat om een 'in de wereld unieke technologie', die vooralsnog echter 'relatief erg duur' is.

Volgens een van de initiatiefnemers, Wouter van de Waal van SEQ, negeert het CPB echter dat het rendement van de centrale na vijf jaar sterk verbetert. 'Dan kunnen we zonder subsidie verder.'

Het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN), het belangrijkste energie-onderzoeksinstituut, juicht de ZEPP-centrale wel toe. 'In 2050 zijn alle centrales zonder emissies', zegt Jan Willem Erisman van het ECN. 'Er zijn nu demonstratieprojecten nodig. SEQ zet een zeer geavanceerd concept neer.'

Ook het CDA is 'heel enthousiast' over dit project. 'Wij hebben dit aangeboden aan Brinkhorst met een strikje erom', zegt Spies. SEQ heeft bij EZ een subsidieaanvraag ingediend. Het bedrijf vraagt 4,1 cent per kWh. Ruim de helft goedkoper dan windmolens op zee.

 

Miljardensteun voor windmolens slecht besteed

CPB: 'Als je naar de kosten en baten kijkt, moetje het voorlopig niet doen'

 DEN HAAG - Windmolens roepen bij zowel voor- als tegenstanders felle emoties op, hebben ze bij het Centraal Planbureau gemerkt. 'We krijgen niet vaak zoveel reacties op een onderzoeksrapport', zeggen Annemiek Verrips en Taco van Hoek, respectievelijk onderzoeker en onderdirecteur van het CPB.

Het CPB heeft samen met het Energieonderzoekscentrum Nederland (ECN) naar aanleiding van een motie van CDA en VVD in juni vorig jaar, een 'maatschappelijke kosten -batenanalyse' gemaakt van windmolens op de Noordzee. Een onbevooroordeelde analyse, beklemtonen Verrips en Van Hoek. 'Wij hebben niet een positief of negatief gevoel bij windmolens.'

De analyse van het CPB levert echter vooral teleurstellende conclusies op voor de voorstanders van windmolens. Het CPB concludeert dat het oorspronkelijke plan van de overheid om in 2020 6000 megawatt aan windmolens op zee te realiseren (zestig forse windmolenparken), miljarden aan subsidies kost en weinig oplevert, noch voor het klimaat, noch voor de werkgelegenheid.

'Als je naar de kosten en baten kijkt voor Nederland, zou je het gewoon niet moeten doen', zegt Verrips. 'Die boodschap is niet echt opgepikt door de media.'

Door de politiek ook niet, want gelijktijdig met publicatie van het CPB-rapport maakte minister Laurens Jan Brinkhorst van Economische Zaken bekend tot 2013 euro 1 mrd aan subsidies toe te kennen voor windmolens op zee.

In een brief aan de Tweede Kamer schrijft Brinkhorst dat het CPB weliswaar laat zien dat 6000 megawatt niet rendabel is, maar dat hij deze beleidsdoelstelling sowieso al heeft geschrapt. Voor een 'meer geleidelijke ontwikkeling', zoals hij die nu voorstaat, vindt hij in het rapport 'duidelijke ondersteuning en onderbouwing'.

Van Hoek denkt daar toch iets genuanceerder over. 'De gefaseerde aanpak is misschien het beste gegeven de EU-doelstellingen die er zijn op dit gebied. Maar op basis van de kosten en baten ligt uitstel meer voor de hand dan een gefaseerde ontwikkeling.'

Waar Van Hoek en Verrips meer aandacht voor zouden willen hebben is de principiële kritiek die zij in het rapport uiten op de Europese doelstellingen voor duurzame energie. Die doelstellingen botsen volgens hen namelijk met de Europese emissiehandelsrichtlijn. Die richtlijn legt een plafond op aan de uitstoot van het broeikasgas kooldioxide (C02) door de industrie. Binnen dat plafond wordt het aan marktpartijen overgelaten om te bepalen wat de meest efficiënte methoden zijn om hun C02­uitstoot te verminderen. 'De overheid subsidieert via de zogenoemde Mepregeling echter een aantal technieken om groene stroom op te wekken, zoals windenergie, zonne-energie en het mee- en bijstoken van biomassa in elektriciteitscentrales. Met die subsidies ga je als overheid dus toch weer specifieke technieken stimuleren in plaats van dat aan de markt over te laten', zeggen de onderzoekers.

Die subsidies hebben volgens de CPB-onderzoekers geen positief effect voor het klimaat, althans als het emissiehandelssysteem wordt voortgezet. 'Het aanleggen van windmolens op zee doet de vraag naar C02-rechten afnemen, omdat je voor windenergie geen rechten hoeft te kopen. Daardoor daalt de prijs, waardoor andere mogelijkheden om C02-uitstoot terug te dringen, bijvoorbeeld door energiebesparing, worden verdrongen. Per saldo levert de subsidiëring van windmolens dus niet minder C02-uitstoot op. Dat is een belangwekkende conclusie, maar daar hoor je in de media weinig over.'

Dat Brinkhorst toch doorgaat met het ondersteunen van windmolens op zee, heeft mede te maken met de EU-doelstelling voor duurzame energie waar Nederland aan moet voldoen. De

EU-landen moeten in 2010 9% van hun stroom 'duurzaam' opwekken. Dat kan bijna niet zonder windmolens.

Volgens de CPB-onderzoekers brengt die Europese doelstelling, net als het subsidiëren van windenergie, onnodige kosten met zich mee. 'Op de lange termijn kan het om miljarden gaan.' Aan een exacte schatting wil Van Hoek zich niet wagen. 'Dat hangt van allerlei factoren af, die we niet apart hebben bekeken.'

De C02-uitstoot kan volgens het CPB veel goedkoper worden teruggedrongen met besparingsopties dan door duurzame energie . 'Het is vreemd dat de EU-lidstaten zich vastpinnen op zo'n doelstelling, terwijl het emissiehandelssysteem al een plafond oplegt.'

Blijft de vraag of de aannames van het CPB niet te pessimistisch zijn voor windenergie. Zo stelt de Nederlandse Windmolen Energie Associatie (NWEA) dat het CPB uitgaat van een te lage olieprijs, van $ 28 tot $ 35 per vat, terwijl de marktprijs nu boven de $ 60 ligt.

Verrips en Van Hoek erkennen dat windmolens eerder rendabel zullen worden als de olieprijs hoog blijft. Ook een stringent Europees klimaatbeleid, dat een laag plafond voorschrijft voor C02­emissies, zal windmolens competitiever maken, zeggen zij. 'In dat geval wordt windenergie vanzelf rendabel. Maar dan is er ook geen subsidie meer nodig.'

Richtingenstrijd

Het Centraal Planbureau stelt vast dat het bouwen van 6000 megawatt aan windmolens in zee in 2020 euro 3,4 tot 6 mrd meer kost dan het oplevert. Bij deze berekeningen zijn ook indirecte effecten meegenomen, zoals milieuwinst.

Voor de werkgelegenheid levert het subsidiëren van windmolens niets op, omdat alleen een verschuiving van werkgelegenheid plaatsvindt. Van de voordelen die Nederland zou kunnen hebben als 'first mover', moet volgens het CPB ook niet te veel worden verwacht.

Inmiddels heeft de regering haar ambities naar beneden bijgesteld. EZ streeft nu naar 700 megawatt in 2010. Dit is inclusief twee parken van elk 100 megawatt die al een vergunning hebben. Van slechts één park (van Nuon en Shell bij Egmond) is zeker dat het wordt gebouwd.

Op de begroting van EZ is euro I mrd gereserveerd voor subsidie aan windmolens op zee. Meer dan de helft daarvan wordt pas uitgekeerd in de periode 2010-2013. Een deel van het geld komt uit de milieuheffing die energieverbruikers betalen (euro 350 mln per jaar) en een deel uit de extra aardgasbaten.

 KAREL BECKMAN

 Copyright (c) 2005 Het Financieele Dagblad

Publicatiedatum: 28-9-2005

Kamerleden krijgen college duurzame energie (11/10/2005)

Aan de vooravond van de beraadslagingen over de Energienota, staan vier hoogleraren vanavond op Het Plein in Den Haag om een college te geven over duurzame energie. Volgens initiatiefnemer Chris Westra komt er veel non-informatie langs en weet de Tweede Kamer vaak niet waar ze over praat.

Een college op Het Plein, hoe moet ik me dat voorstellen?
‘Er komt een grote videowall en een podium. Het lijkt net of K3 en Lange Frans komen optreden, alleen staan zij niet in de spotlights, maar vier heren hoogleraren uit Delft en Utrecht. Ze gaan praten over windenergie en zonnecellen.’

Hun boodschap?
‘Dat de overheid op het spoor van de duurzame energie verder moet gaan. Het kabinet heeft de mond vol over de kenniseconomie, maar uiteindelijk komt er weinig van terecht. We zullen de politici eens bijspijkeren over dit onderwerp.’

Zijn de hoogleraren opgewassen tegen deze setting?
‘Dit zijn allemaal heren van mijn leeftijd. Nu keurig burger, maar vroeger zaten we met z’n allen in de bus en reden we naar Kalkar om te protesteren tegen kernenergie. Ooit stonden zij op de barricaden. Nu weer, op Het Plein.’

Waarom moeten ze de barricaden weer op?
‘Omdat onze overheid op het gebied van duurzame energie visie, ambitie en daadkracht mist. Het is toch niet te verkopen dat je net over de Duitse grens tegen enorme windmolenparken aan rijdt en dat elk huis zonnepanelen op het dak heeft. Daar hebben ze het wel in de gaten: duurzame energie is goed en goedkoop voor iedereen.’

Verwacht u ook de hoeveelheid publiek van een popconcert?
‘Ik denk dat er veel mensen zullen komen. En voor de pers ligt er geschreven informatie klaar; een schriftelijke cursus zeg maar. Niets is ons te dol om een golf van positieve informatie over duurzame energie door Nederland te laten gaan.

 Reactie

 Duurzame energie (te weinig energie-inhoud) zal geen rol van betekenis spelen. Bovendien is de beschikbaarheid te laag is en vertoont het een te grillig patroon in energielevering. Kernenergie met zijn nadelen zal toch de enige oplossing zijn. Kernfusie komt voorlopig niet aan bod.

J.Balk, met pensioen 12/10/2005

 

Kamer stemt in met bouw windmolens in zee


Door een onzer redacteuren

DEN HAAG, 13 OKT. De Tweede Kamer gaat akkoord met het plan van minister Brinkhorst (Economische Zaken, D66) om 'gefaseerd' windmolenparken in zee te bouwen. In een debat gisteren stemden CDA en oppositie daarmee in.

Brinkhorst liet in het debat blijken ,,onthutst'' te zijn over het aannemen door de Kamer van een motie van de LPF-fractie eerder deze week. De LPF legde de eigen motie zo uit dat er alleen nog 500 miljoen euro subsidie kan worden gegeven aan de reeds afgesproken twee windmolenparken en daarna een moratorium geldt. Tot opluchting van de minister legde het CDA de motie echter zo uit dat er wel degelijk financiële steun kan worden gegeven aan de bouw van meer windmolens.

Dat valt volgens het Kamerlid Hessels (CDA) ook onder wat in de LPF-motie genoemd wordt: ,,bronnen van schone en efficiënte vormen van energie''. Eerst zullen echter de effecten van de geplande twee parken moeten worden onderzocht, vindt het CDA. Minister Brinkhorst concludeerde vervolgens dat de motie een ondersteuning van zijn beleid was.

Coalitiepartner VVD is vierkant tegen meer subsidie voor windenergie, liet VVD'er De Krom in het debat weten. Wat de liberalen betreft kan het bij de twee reeds afgesproken parken blijven. Begin september van dit jaar bleken VVD en CDA flink van mening te verschillen over de plannen van Brinkhorst voor de aanleg van windmolenparken in zee. Brinkhorst wil daarvoor de komende jaren nog 1 miljard euro beschikbaar stellen, maar de VVD vond de helft meer dan genoeg. Windenergie is volgens De Krom een riskante bron: ,,Als het niet waait heb je niks''.

Tot nu toe zijn plannen voor twee grote windmolenparken goedgekeurd, een bij Egmond en de ander bij IJmuiden. Bij Egmond zouden 36 windmolens in zee worden gebouwd. Beide parken leveren gezamenlijk 220 megawatt aan energie op. Op prinsjesdag is officieel bekendgemaakt dat Brinkhorst tot 2013 via het Fonds Economische Structuurversterking (FES) 1 miljard euro beschikbaar wil stellen voor de verdere ontwikkeling van windenergie op zee. Op het ministerie liggen volgens een woordvoerder van Economische Zaken nog dertig plannen te wachten op goedkeuring. Ook Brinkhorst wil geen grootschalige plannen meer, maar vindt wel dat er naast andere vormen van energieproductie ruimte voor bescheiden toepassing van windenergie moet zijn.

13 oktober 2005

 

CENTRAAL PLANBUREAU
Onderwerp: persbericht
Nummer: 42
Datum: 8 oktober 2005
Inlichtingen bij: Richard Nahuis (tel: 070-3383482), of Dick Morks (tel: 070-3383410)

Energiebelasting bedrijven te laag

Uit vrees voor verplaatsing van aantrekkelijke bedrijven naar andere landen kiezen overheden lage energiebelastingen voor bedrijven. Het verschil in energiebelasting tussen bedrijven en gezinnen, dat daardoor vergroot wordt, brengt extra kosten met zich mee. Het uitvoeren van het Kyoto-protocol, dat een reductie van energiegebruik beoogt, pakt daardoor duurder uit dan tot nu toe gedacht.

Deze conclusies trekken de onderzoekers Richard Nahuis en Paul Tang in het CPB Discussion Paper 'Environmental Policy Competition and Differential Tax Treatment'. Het onderzoek betreft een theoretische analyse van overheidsoptreden wanneer bedrijven vrijelijk over de landsgrenzen kunnen bewegen en het Kyoto-protocol wordt ingevoerd. In het Kyoto-protocol zijn afspraken gemaakt over de reductie van broeikasgassen. Landen die het protocol ondertekenen hebben zich vastgelegd op een emissiereductie ten opzichte van het emissieniveau van 1990. Voor de EU-15 gaat het om een percentage van 8%, te bereiken tussen 2008 en 2012.

De energiebelastingen voor bedrijven zijn in het algemeen lager dan voor huishoudens. Dit komt bijvoorbeeld doordat de accijns op diesel lager is dan die op benzine, terwijl diesel veel belangrijker is voor bedrijven dan voor huishoudens. Ook zijn energieprijzen voor bedrijven soms lager dan voor huishoudens, zoals de verschillende gasprijzen voor groot- en kleinverbruikers. De onderzoekers zoeken de verklaring in de concurrentie tussen overheden om aantrekkelijke bedrijven binnen te halen. Elke overheid kan door andere tarieven dan elders vast te stellen vervuilende bedrijven over de grens jagen ('not in my backyard') of juist naar het eigen land lokken ('omgekeerde dumping'). Het laatste motief heeft in de praktijk van het energiebeleid de overhand.

De relatief hoge energiebelasting voor huishoudens stimuleert gezinnen verder te gaan met energiebesparing dan bedrijven. Dat betekent dat huishoudens dure besparingsopties uitvoeren, terwijl bedrijven goedkopere opties laten liggen. Dat is niet efficiënt.

Het Kyoto-protocol zal het verschil in belastingdruk tussen huishoudens en bedrijven vergroten tenzij er additionele afspraken gemaakt worden. Binnen het Kyoto-protocol moeten overheden immers een gegeven doelstelling behalen en kunnen zij met elkaar emissierechten verhandelen. Hoe ze dan de lasten over bedrijven en consumenten verdelen is volledig vrij. Bij de meeste schattingen van de kosten van het Kyoto-protocol wordt geen rekening gehouden met de neiging van overheden om het belastingverschil te vergroten. Wanneer wel rekening wordt gehouden met dit effect en de daarmee verbonden inefficiëntie, dan zullen de kosten van Kyoto hoger uitvallen.

Afspraken zoals het Europese stelsel voor emissiehandel kunnen daarentegen voorkomen dat nationale overheden met elkaar concurreren. De overheden kunnen de prijs van emissies en energie (voor bedrijven in hun landen) niet langer afzonderlijk beïnvloeden. Ook dit is echter niet afdoende: overheden kunnen nog steeds de prikkel hebben om bedrijven relatief goedkoop emissierechten aan te bieden. Hiermee kunnen overheden nog steeds proberen bedrijfsactiviteiten naar het eigen land te lokken.

CPB Discussion Paper 50, 'Environmental Policy Competition and Differential Tax Treatment', ISBN 90-5833-238-1, is te bestellen bij:

Bibliotheek Centraal Planbureau
Postbus 80510
2508 GM Den Haag
Telefax: 070-3383350
e-mail: bibliotheek@cpb.nl
Prijs: 9,- euro
 

De windturbine kan het dak op.

“Wie zijn eigen elektriciteit '' wil opwekken, kan tegenwoordig beter een windturbine op het dak "r ï zetten dan een zonnepaneel. Een nieuwe ` generatie urban windturbines is in opkomst.

De particulier die een deel van zijn elektriciteit zelf wil opwekken, kwam bijna altijd bij zonnepanelen terecht. Windturbines in de stad zag je vroeger alleen bij woonboten. De laatste jaren zijn ze echter ook op woningen en kantoorgebouwen te vinden. Uit recente berekeningen van ingenieursbureau DWA blijkt dat een zonne-energiesysteem van 100 watt per vierkante meter af­hankelijk van de locatie jaarlijks 60 tot 80 kWh per vierkante meter opbrengt. Een kleine windturbine scoort aanzienlijk meer: 150 tot 300 kWh/m2.

Windturbines zijn te onder­scheiden in wiek- en andere turbi­nes. Voor de leek is de meest beken­de turbinevorm waarschijnlijk die van de wiekturbine.

Wat voor bomen geldt, gaat ook op voorturbines

Dit is een zo­geheten horizontale as turbine - (HAT) bestaande uit een op de ; wind kruiende gondel met een propeller (wiek). In het Nederland­se landschap staan zij van Fries­land tot Zeeland aan de einder wind te vangen.       

Turbines met een verticale as  (VAT) zijn de Darrieus-turbine, die lijkt op een omgekeerde slagroomklopper, en de Savonius-rotor die de meeste van ons kennen in kleine uitvoering zoals ze soms te zien zijn op het dak van koelwagens: Voor deze rotor doet ook een ande­re, meer evocatieve benaming op­geld: de wokkel.

Waarschijnlijk is de oudste windturbine in de gebouwde om­geving in ons land de VAT (slag­roomklopper) van Turby op het dak van de Saxion Hogeschool in Deventer. Deze turbine wekt niet alleen elektriciteit op, maar dank­zij de erop gerichte schijnwerpers dient hij 's avonds ook als aan­dachtstrekker voor het college. De 3 meter hoge H-vormige turbine is ook te zien op het stadhuis van Den Haag en op het terrein van de TU - Delft.

Het merendeel van de stedelijke windturbines is van het `propeller' type. Zo stond in 2000 op het dak van het Nederlands Expo Paviljoen in Hannover een WESS Tulipo. De­ze turbine levert bij een toren­hoogte van 12 meter en een gemid­delde windsnelheid van 5,5 meter

per seconde jaarlijks 8.000 kWh. Voldoende voor tweeënhalf gezin. Speciaal geschikt voor huishou­dens is de slechts 17 kilo wegende Indi-Eco (individuele ecologische energie) met een diameter van 2 meter en een vermogen tot 1.300 watt. De van koolstofvezel ge­maakte wieken zijn volgens de fa­brikant speciaal ontworpen voor lage luchtweerstand.

Een buitenbeentje in de serie stedelijke windmolens is de op een grasmaaier lijkende Windwall, waarvan er sinds twee jaar één op het Deltion College in Zwolle te zien is. Recentelijk is er ook één ge­plaatst op het dak van Siemens in Den Haag. De 15 meter brede turbi­ne is gemaakt van een horizontale hoofdas voorzien van aërodyna­misch gevormde spaken met daar­aan zes rotorbladen van 1,2 meter doorsnee.

Alle besproken turbines zijn in principe op het dak van een wo­ning te installeren. Of het de moei­te waard is om een windturbine aan te schaffen hangt onder meer af van de hoeveelheid wind ter plekke. Maar in principe kan over­al waar een gsm-antenne op een dak staat een windmolen geplaatst worden.

Of het de moeite waard is een windturbine aan te schaffen hangt uiteraard niet alleen af van de wind ter plekke, maar ook van het type windturbine, de locatie (kust of binnenland), de hoogte van de ro­tor en de verstoring van het wind­profiel door de omgeving. Wat voor bomen geldt, dat zij naarmate zij groter zijn ook meer wind van­gen, gaat ook op voor turbines.

Volgens Gerard van Bussel, uni­versitair hoofddocent windenergie van de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek van de Tech­nische Universiteit Delft, zijn de VAT's het meest geschikt voor toe­passing in de gebouwde omgeving. „Windsnelheid en windrichting veranderen hier nu eenmaal vaak, de turbines met horizontale as (propellerturbines) moeten voort­durend de windrichting volgen, wat een nadelig effect heeft op de prestatie." Hij waarschuwt wel voor al te hoge verwachtingen.

Van Bussel: „Veel fabrikanten, importeurs en adviseurs van kleine windturbines hebben de neiging de opbrengst te rooskleurig voor te stellen. Een goede regel is om je niets aan te trekken van het vermo­gen, maar uit te gaan van het aan­geblazen oppervlak. Voor een gro­te, moderne, propellerwindturbi­ne in de polder is een opbrengst van 1.000 kWh/m2 per jaar moge­lijk. Kleine windturbines staan veelal op een slechtere plek en heb­ben een lager rendement. Als een fabrikant meer dan 300 kWh/m2 per jaar belooft, moet je dat met een flinke korrel zout nemen."

Een windturbine vraagt om een investering van 400 tot 1.500 euro. Bij een elektriciteitsprijs van 0,20 euro per kWh bespaart een zonne­paneel jaarlijks 12 tot 16 euro per vierkante meter, een urban wind­turbine brengt per jaar 30 tot 60 euro per vierkante meter in het laatje. Hierbij zij aangetekend dat voor beide soorten toepassingen diverse subsidies verkrijgbaar zijn, wat bijstelling van de vergelijking nodig maakt. In Nederland leveren zo'n tien bedrijven een kleine, voor stedelijke toepassing geschikte windturbine.

Om een indruk te krijgen hoe de huidige generatie urban turbines eruitziet, is een bezoek aan te ra­den aan het Speel-en Doepark voor de jeugd, Aeolus, in het Friese Sex­bierum. Daar draaien sinds enkele maanden twee Windside-wind­turbines. Deze zijn zo ontworpen dat ze al bij een zuchtje wind in be­weging komen.

Elk van deze `windwokkels' le­vert volgens leverancier Stevenha­gen Energie & Tractie SET jaarlijks ongeveer 3.100 kWh elektriciteit. Dat is voldoende voor een gemid­deld gezin. SET heeft van deze wokkels zowel kleinere als grotere types in de verkoop.

Turbinetypen

De windturbines op een rij:

• de horizontale as turbine (HAT) is een wiek- of propellerturbine. De meest bekende turbine.

• bij de verticale as turbines (VAT) vinden we de Darrieus-turbine (slagroomklopper) en de Savoni­us-turbine (wokkel).

• de Windwall is een verticale as turbine die horizontaal is gelegd (grasmaaier).

 

Rijkert Knoppers

NRC, 18 oktober 2005

 

22 oktober 2005
 

Energie: Windhaantje

Onbegrijpelijk dat CDA-kamerlid Jos Hessels toch akkoord gaat met windmolens in Noordzee

En de prijs voor windhaantje van het jaar 2005 gaat naar... jawel, Jos Hessels van het CDA. En de prijs voor de grootste geldverspiller van 2005 gaat naar... jawel, alweer Jos Hessels.

Applaus voor Jos Hessels!

Dit tot dusver anonieme Tweede-Kamerlid voor het CDA verkondigde enkele weken geleden in Het Financieele Dagblad de stelling dat minister Laurens Jan Brinkhorst (D66) van Economische Zaken te veel geld stopt in de aanleg van windmolenparken op de Noordzee.

Het uitdagende van dit standpunt zat hem niet in het feit dat het niet klopt. Je hoeft geen Nobelprijswinnaar natuurkunde te zijn om te begrijpen dat wind niet bijster geschikt is als bron van elektriciteit: wanneer het niet of te hard waait, en beide situaties doen zich vaak voor, gaat het licht uit. Nee, het was gedurfd, omdat het een modieuze misvatting is dat windmolens de toekomst zouden hebben. Alle linkse partijen plus sommige partijgenoten van Jos aanbidden de molens die inmiddels twee tot drie keer zo hoog zijn als menige dorpskerk.

Maar ja, onze Jos schrok van zijn eigen standpunt en kreeg slappe knieën. De Tweede Kamer had een motie van de LPF, gesteund door CDA en VVD, aangenomen dat er maar 0,5 miljard euro in plaats van 1 heel miljard aan windmolenparken op de Noordzee moest worden besteed. Jos Hessels interpreteerde als een waar windhaantje de motie zo dat er toch 1 miljard euro over de balk kan worden gegooid. En dus zullen er tal van vogelgehaktmolens in de Noordzee verschijnen. Heel fijn, Jos.

Het was op het energiefront niet alleen maar kommer en kwel afgelopen week. Energiemaatschappij Delta kondigde aan een kerncentrale te willen bouwen in Nederland. Dat is nog eens goed nieuws. Kerncentrales zijn schoon, veilig, produceren maar weinig afval en leveren goedkope elektriciteit. Dat past beter bij een modern, milieuminnend land dan die achterhaalde ondingen in de Noordzee. Mensen die daar ook zo over denken, weten nu op wie ze moeten stemmen. Niet op het CDA.

Publicatiedatum: 22 oktober 2005

Auteur: Simon Rozendaal

 

Niets zo veranderlijk als de wind

Door onze redacteur Marcel aan de Brugh

Netbalans is de grootste uitdaging voor windparken in zee

 

BAARN, 20 OKT.  Volgend jaar verrijzen in de Noordzee de eerste twee parken met windmolens. Deze week bogen experts zich over de vraag: hoe passen we die stroom betrouwbaar en betaalbaar in het net?

In de duinen bij Egmond en IJmuiden gaan nu de elektriciteitskabels de grond in voor de eerste Nederlandse windmolenparken, die volgend jaar in de Noordzee moeten verrijzen. Het is het begin van een veel groter project, dat miljarden euro’s gaat kosten. Uiteindelijk moeten er zoveel windmolens in zee komen, dat ze 15 procent van alle in Nederland verbruikte elektriciteit opwekken. Althans, dat is het plan. Of het ooit zover komt, is nog maar de vraag. De bouw van deze parken is omgeven met vragen over de betrouwbaarheid van de stroomaanvoer, onduidelijkheden over de kosten, en politiek getouwtrek. Vorige week ontstond er in de Tweede Kamer nog onenigheid over de investeringen in deze vorm van duurzame energie.

Deze week praatten in Baarn enkele tientallen deskundigen met elkaar over een van de belangrijkste vragen rondom de windparken op zee: hoe pas je de opgewekte stroom op een betrouwbare en betaalbare manier in het elektriciteitsnet? ,,Het probleem van wind is zijn onvoorspelbaarheid’’, zegt prof.ir. Wil Kling, deeltijdhoogleraar elektriciteitsvoorziening aan de universiteiten van Delft en Eindhoven, en tevens werkzaam bij Tennet, de instantie die in Nederland het elektriciteitsnet beheert. ,,De ene keer waait het hard, de andere keer zacht, of helemaal niet.’’ Dr.ir. Han Slootweg van energiebedrijf Essent voegt daar aan toe dat het in West-Europa in de zomer en de winter het minst hard waait, terwijl de vraag naar stroom dan juist het grootst is. In de zomer schakelen Italianen, Spanjaarden en Grieken hun airco aan, in de winter stoken Zweden, Denen en Duitsers hun verwarming op.

De bouw van windparken in zee vraagt ook een dringende verzwaring van het bestaande Nederlandse stroomnet, zegt ir. Henk den Boono van projectontwikkelaar E-Connection, die volgend jaar twee windparken in de Noordzee zal aanleggen. Met name in Zuid-Holland, tussen de Maasvlakte en Beverwijk. Daar zal straks een hoop stroom aan land komen. De huidige hoogspanningslijnen in Zuid-Holland kunnen dat niet aan – het zijn voornamelijk 150 kiloVolt-lijnen. Tennet is derhalve begonnen met de aanleg van een extra 380 kV-lijn van de Maasvlakte via Wateringen en Bleiswijk, en vandaar recht omhoog naar Beverwijk.

Het is de onvoorspelbaarheid van de wind die stroomproducenten en netbeheerder Tennet voor de grootste uitdaging stelt. Het elektriciteitsnet vereist namelijk een strikt evenwicht tussen de productie van stroom en de afname ervan. Verstoringen van de balans kunnen het systeem platleggen. En opslag van elektriciteit, om bijvoorbeeld bij te springen bij een plotselinge daling van het aanbod, is nu nog onbetaalbaar. ,,Je hebt met windmolens altijd back-up vermogen nodig om de balans in stand te houden’’, zegt Kling. Dat vermogen komt van traditionele kolen- of gasgestookte centrales in Nederland, die vanuit de Tennet-controlekamer in Arnhem vlug te bedienen zijn om meer of minder te produceren. Trouwens, het argument dat windmolens geen CO2 uitstoten, gaat vanuit dit oogpunt niet op.

Tennet moet nu al vaak ingrijpen om het aanbod precies af te stemmen op de vraag. Elke dag schat het hoeveel stroom er de volgende dag nodig is in Nederland, en stemt die af met de energiebedrijven die opgeven wat ze die volgende dag denken te produceren. Maar als de weersvoorspellingen niet helemaal kloppen, en het morgen bijvoorbeeld iets kouder is dan verwacht, ligt de vraag naar stroom hoger dan verwacht. Tennet lost die onbalans steeds op, maar factureert de energiebedrijven daarvoor. Dergelijke afwijkingen in vraag en aanbod stijgen naarmate er meer windenergie komt, gezien het grillige karakter van de wind. Het wordt dus duurder voor energiebedrijven. Daarom werken ze, vaak in samenwerking met meteorologische stations, aan computerprogramma’s die weer en wind beter kunnen voorspellen

Hoe grillig de wind kan zijn, blijkt onder meer uit het Wind Report 2005 van het Duitse energiebedrijf E.On, ‘s werelds grootste producent van windenergie. In dat rapport worden de gebeurtenissen rond Kerstmis vorig jaar beschreven. Op 24 december, ‘s ochtends om kwart over negen, voedden de windturbines het elektriciteitsnet van E.On in Duitsland met ruim 6.000 megawatt (MW) aan stroom. Een record dat jaar. Maar binnen tien uur viel de aanvoer terug naar 2.000 MW. En een dag na Kerstmis zakte hij zelfs onder de 40 MW. ``Het stelt netbeheerders voor enorme uitdagingen om zulke grote verschillen aan te kunnen’’, concludeert het rapport.

Er zijn meer uitdagingen. De corrosieve werking van de zilte zeelucht bijvoorbeeld. De luchtgekoelde onderdelen van een windturbine, zoals de generator, moeten hiertegen beschermd worden. Verder zou het rendement verbeteren als turbines ook bij harde windstoten en storm kunnen blijven draaien – nu worden ze uit veiligheidsoverwegingen uitgeschakeld.

Toch zagen de deskundigen in Baarn geen technisch onoplosbare problemen. ,,Het zal vooral een politieke en economische discussie worden’’, zegt Slootweg. Dat Nederland begint met slechts twee windparken, werd als verstandig gezien. Met de opgedane kennis kunnen de volgende parken naar verwachting beter en goedkoper worden gebouwd. Het Centraal Planbureau en het Energieonderzoek Centrum Nederland pleitten er eerder deze maand al voor om geen haast te maken met de Nederlandse doelstelling om op zee een vermogen van 6.000 MW te plaatsen. De bouw moet worden uitgestreken over tenminste 25 jaar, om zo optimaal te profiteren van het leereffect. Bij een snellere bouw zullen de baten niet opwegen tegen de kosten.

NRC, 20 oktober 2005

 

Offshore windpark Middelgrunden, drie kilometer van de haven van Kopenhagen. Het park telt twintig windmolens van elk 2 megawatt. (Foto AFP)

 

 

 

 

 

'Eenderde minder CO2 is mogelijk'

Uitgegeven: 24 oktober 2005 07:34
 

BRUSSEL - Het Wereld Natuur Fonds stelt dat Europa eenderde van haar CO2-uitstoot kan beperken in 2020. De revolutionaire daling is mogelijk als de Europese Unie flink meer energie bespaart. Ook moeten er veel meer windmolens en andere alternatieve energiebronnen komen. Dat moet de opwarming van de aarde helpen beperken tot 2 graden.
 

"Een klimaatvriendelijker Europa heeft veel voordelen", aldus het WNF. "Zoals minder afhankelijkheid van buitenlandse olie, minder luchtvervuiling, betere gezondheid en meer banen in hernieuwbare energiewinning."

Het WNF publiceerde maandag een rapport met mogelijkheden. Huishoudens kunnen tot eenvijfde van hun energie besparen door betere verwarming en zuiniger apparaten. De energiebedrijven moeten flink meer windmolens bouwen. Ook warmte uit afvalverbranding en waterkracht bieden veel kansen.

Maatregelen

Het WNF wil dat de EU daarvoor stevige maatregelen neemt. Het moet de EU-landen gaan verplichten tot energiebesparing. Ook moet energie van windmolens en warmtekracht fiscaal en juridisch steun krijgen.

Kyoto

Ruim honderd landen vergaderen binnenkort in Montreal over de uitstoot van broeikasgassen. Ze zoeken naar een vervolg op het zogeheten Kyoto-verdrag, dat de landen tot beperking verplicht. Europa is daarbij relatief succesvol. De VS doet niet mee met het Kyoto-verdrag en meldt een toename van de CO2-uitstoot met 14 procent vergeleken met 1990. De EU heeft al gezegd in een nieuw verdrag de VS te willen overhalen mee te doen.

 

 

Woerden, 29 oktober 2005

9% Duurzame elektriciteit in 2010; verplicht of niet?

In de discussies over duurzame elektriciteit duikt gedurig de waarde van 9% voor 2004 in Nederland op. Daarmee beoogt men aan te geven een aandeel van 9% duurzaam opgewekte elektrische energie in verhouding tot het gehele elektriciteitsverbruik in 2010. Daarvoor worden - vooral op papier - grote inspanningen getroost om dit getal te halen, niet in het minst met windenergie.

Vooral nu de maatschappelijke weerstand tegen windenergie groeit, niet in het minst gevoed door publicaties van de onafhankelijke Algemene Energieraad (1), verdient het aanbeveling om eens terug te kijken hoe het precies zit met de 9% duurzame elektriciteit in 2010.

Waar komt die 9% vandaan, en hoe verplichtend is die?

Op 27 oktober 2001 trad de ‘Europese richtlijn voor de promotie van duurzame energie’ in werking. De richtlijn heeft tot doel het aandeel duurzame energie in de energievoorziening te vergroten tot 12% in 2010.

De richtlijn heeft specifiek voor de elektriciteitsenergie tot doel het aandeel duurzaam geproduceerde elektriciteit tot 22% in 2010 te vergroten. De doelstelling voor duurzaam geproduceerde elektriciteit is verdeeld over de lidstaten. Het doel voor Nederland is 9% duurzaam opgewekte elektriciteit in 2010. (2)

Onder de ‘Europese richtlijn ter bevordering van elektriciteit’ leggen de lidstaten elke 5 jaar nationale streefcijfers voor het verbruik van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen vast, voor het eerst vastgelegd in 2002.

Zo is dus de 9% duurzame elektriciteit geboren; een Europese richtlijn.

Nu komen in de vorige alinea’s al de begrippen ‘doelstelling’ en ‘streefcijfer’ voor. Dat zijn nogal vage termen als het gaat om de mate van hardheid.

De vraag is gerechtvaardigd hoe hard het cijfer van 9% is. Kan ervan worden afgeweken of niet? Wat is de sanctie als de doelstelling niet gehaald wordt.

Daarover geeft het ministerie van Economische Zaken uitsluitsel in het openbare document: ‘Duurzame energie: Een uitdaging voor Europa’(3).

Daarin staat het volgende:

‘De Europese commissie stelt elke twee jaar een syntheserapport op, voor de eerste maal in juni 2004, waarin zij de vorderingen van de lidstaten en de EU als geheel toetst. Als dat verslag tot de conclusie komt dat de Europese doelstellingen niet gehaald worden, kan dit resulteren in een voorstel voor bindende nationale streefcijfers.’ (onderstreping door schrijver).

Hieruit valt – a contrarie – af te leiden dat de richtlijn van 2001, inclusief de doelstelling voor Nederland van 9% duurzaam opgewekte elektriciteit in 2010, niet bindend is.

Ofwel de waarde van 9% is geen heilig moeten, maar meer een streefwaarde. Er is geen sanctie aan verbonden als de waarde niet gehaald wordt.

[Over het syntheserapport en eventuele daaruit resulterende voorstellen is tot op heden geen informatie beschikbaar].

Mr.ir. R.G.M. van Rooij

te Woerden

Bronnen:

Briefadvies van Algemene Energieraad aan minister van EZ, dd. 30-01-2001;

ODE - Organisatie voor Duurzame Energie: ‘Europese richtlijn met doel duurzame energie’;

Ministerie van EZ, ‘Duurzame energie: een uitdaging voor Europa’, dd. 03-05-2004, auteur: Stientje van Veldhoven-van der Meer.

Klimaat maakt Nederlandse windmolens mogelijk werkloos   

De talloze windmolens in de polder of de zee zouden binnen enkele decennia wel eens werkloos kunnen worden. Als gevolg van de klimaatverandering lijkt de wind in Noordwest-Europa te gaan afnemen, stellen Nederlandse klimaatdeskundigen.

 

Met moeite kreeg minister Brinkhorst van Economische Zaken vorige week de bouw van windmolenparken in zee door de Tweede Kamer. Nu beginnen wetenschappers aan zijn energieplannen te knagen.

In een interview met de milieuredactie van persbureau Reuters stelt Albert Klein Tank van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) dat het aantal stormen in Noordwest-Europa afneemt. Nederlandse windmolens hebben de laatste tien jaar minder energie geproduceerd. Een goede verklaring ervoor heeft hij nog niet.

Tot nu toe waren klimaatwetenschappers er altijd van uitgegaan dat opwarming van de aarde tot meer wind in het noordwesten van Europa zou leiden.
Zo wordt de toename van het aantal krachtige orkanen, zoals Katrina en Wilma, door groepen wetenschappers ook toegeschreven aan klimaatverandering.


Stabiliseren

Klein Tank verwacht dat de energieproductie zich weer stabiliseert, maar durft geen uitspraken te doen voor de komende dertig jaar. 'Het is een van de moeilijkste en grootste uitdagingen voor klimaatwetenschappers om iets realistisch te zeggen over toekomstige stormen.'

 

Klein Tank en zijn collega Rob van Dorland maken deel uit van een internationaal team van klimaatdeskundigen dat in 2007 met het eerstvolgende gezaghebbende klimaatrapport van de Verenige Naties komt.

Natte zomers

Het KNMI publiceert begin volgend jaar nieuwe scenario's voor het Nederlandse klimaat. Daarin wordt uitgegaan van nattere zomers, een grotere kans op overstromingen en stijgende temperaturen. De zeespiegel, die mogelijk gaat stijgen, is er overigens verantwoordelijk voor dat de gemiddelde temperatuurstijging in Nederland 10 procent lager is dan op de rest van de aarde.


 

College pakt waterfront en windenergie bij de kop

van een onzer verslaggevers

DALFSEN

B & W van Dalfsen willen de knoop doorhakken voor wat betreft twee gevoelige zaken, het waterfront Dalfsen en de discussie over windmolens in

het Dalfserveld.

Burgemeester Leo Elfers, die dit meedeelde, wil met deskundi­gen om tafel voor een voortge­zette gedachtevorming over het waterfront, omdat signalen uit de bevolking duidelijk aange­ven dat er nog bezwaren leven. Met die opmerking wilde hij Ge­meentebelangen en Algemeen Belang 2000 weerhouden van het indienen van een motie wa­terfront. Nadat CDA-fractievoor­zitter Arno van Dijk liet weten gelijk met de raadsverkiezingen een referendum windenergie te willen, zei Elfers dat zo'n refe­rendum misschien niet nodig is als het college straks met een voorstel komt. Elfers vond zo'n referendum ook niet juist, om­dat het slechts een klein gedeel­te van de gemeente betreft. De andere fracties voelden er overi­gens wel voor, met uitzonde­ring van AB2000 en GB. Uit een telefonische enquête  van deze fracties onder 380 inwoners van de gemeente Dalfsen bleek dat de helft voor en de helft tegen is.

De Stentor, 15 november 2005

Overijssel waagt proef met windenergie

Binnenlandsbestuur: (28/11/2005)

Op het dak van het Overijsselse provinciehuis vindt een experiment met een windturbine plaats. Als de turbine niet teveel geluidsoverlast veroorzaakt worden er volgend voorjaar nog acht neergezet.

‘De turbine is tien meter hoog en staat op het dak van de zesde verdieping. Hoe hoger de turbine staat hoe meer wind die vangt’, vertelt Bonnie van der Meer van de provincie Overijssel. ‘Vanaf de straat is het ding niet duidelijk zichtbaar en vandaag hebben we de turbine nog niet gehoord. Misschien omdat die nog niet draait?’

Het provinciehuis kan met een turbine een hoeveelheid stroom opwekken die genoeg is om één huishouden te voorzien. Dat is slechts een fractie van het totale energieverbruik van de 941 werknemers van het provinciehuis. 

Volgens Van der Meer is het provinciehuis in Zwolle het eerste dat experimenteert met windenergie. Groningen wil ook eigen energie voor het provinciehuis opwekken, maar dan met zonnepanelen.

Voor zevenhonderd werkplekken verbruikt het Groningse provinciehuis in totaal 1,8 miljoen kilowatturen energie per jaar. Met de zonnepanelen kan het zelf voorzien in 3,5 procent van dit verbruik. Jaarlijks leveren de zonnepanelen 40.000 tot 50.000 kilowatturen op, ongeveer zoveel als 15 huishoudens zouden verbruiken.

Is alles geoorloofd in de strijd tegen de OZB-verlaging door windturbines?

 In de gemeente Woerden is een windmolenpark gepland nabij de woonwijk Molenvliet. Dat staat aangegeven in het streekplan van de provincie Utrecht.

Nu hebben meerdere bewoners een bezwaar ingediend tegen hun WOZ/OZB-aanslag 2005, met als argument dat het geplande windturbinepark de WOZ-waarde van hun woning verlaagt.

De gemeentelijke heffingsambtenaar verwijst alle bezwaren naar de prullenbak met als argument dat al duidelijk was dat het windmolenpark er niet zal komen.

Sommige bezwaarmakers leggen zich neer bij deze uitspraak, in goed vertrouwen dat het gemeentelijke standpunt wel juist zal zijn. Andere bezwaarmakers zetten door en gaan in beroep bij de rechtbank. Wederom verklaart de ambtenaar in geschrifte even zovele malen naar de rechtbank dat al duidelijk was dat het windmolenpark er niet zal komen. 

Nu komt de affaire in versnelling, omdat de griffier van de gemeenteraad, desgevraagd, juist komt met uitspraken van de gemeente dat het windturbinepark wél in the picture is. Ook het NKPW vraagt de raad van Woerden in een brief om opheldering.

Nu verklaart de windturbine-wethouder tegenover het AD Groene Hart dat de heffingsambtenaar het bij het verkeerde eind heeft in zijn stelling dat er geen windturbines komen.

 Wat zijn nu de gevolgen?

Op de eerste plaats zal de gemeente tegenover alle bezwaarden de onjuiste stelling van de eigen heffingsambtenaar moeten herroepen.

Ook zal de gemeente tegenover de rechtbank bij alle lopende beroepszaken de onjuiste stelling moeten herroepen.

Maar daarmee is de kous nog niet af. Aan de bezwaarden die niet in beroep zijn gegaan, moet de gelegenheid worden geboden alsnog in beroep te gaan bij de rechtbank. Het door de gemeenteambtenaar gewekte vertrouwen is immers misplaatst gebleken.

 Op 20 december a.s is de eerste hoorzitting bij de rechtbank.

Dit muisje heeft dus nog menig staartje.

 

Complete verwarring rond windturbines

WOERDEN - Woerdenaar R. van Rooij zegt ’met klapperende oren’ kennis te hebben genomen van het Woerdense standpunt rond windmolens.

Hij en vijf buren zijn naar aanleiding van de molens volop in juridische strijd met de gemeente. ,,Er gaan hier een paar champagnekurken knallen,’’ regeert Van Rooij op het nieuws zaterdag, dat Woerden de komst van windmolens helemaal nog niet uitsluit. Wethouder van der Woude gaf aan dat onderzoek naar de mogelijke bouw van windturbines aan de westkant van de stad betrokken zal moeten worden bij de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein. Van Rooij, die het oneens is met de waardebepaling van zijn huis omdat de negatieve invloed van windmolens hier niet in zou zijn verwerkt, hoort echter tegenovergestelde geluiden uit het stadhuis. Een ambtenaar heeft hem geschreven dat ’op 1 januari al bekend was dat het windmolenpark Woerden West niet door zou gaan’.

Ook al heeft wethouder Van der Woude verklaard dat deze bewering niet klopt en rechtgezet zal worden, komt dat volgens Van Rooij te laat. ,,De zaak is al onder de rechter nu. Die procedure kan niet meer gestopt.’’ Ook noemt hij het raadselachtig dat de betrokken ambtenaar, in tegenstelling tot wat de wethouder beweert, blijft volhouden dat Woerden van de molens heeft afgezien. ,,Zelfs vorige maand werd dat weer herhaald.’’

11 december 2005

Initiatiefnemers windmolens geven geld aan bezwaarmakers

door HARRY WOERTINK

13 DECEMBER 2005 - DEDEMSVAART/OMMEN - De initiatiefnemers van de komst van windmolens tussen Dedemsvaart en Ommen willen bezwaarmakers financieel tegemoet komen. Het voorstel is om de windmolenaars planschade te laten vergoeden en om een fonds voor verenigingen in het leven te roepen.

Dat bleek tijdens de commissievergadering Ruimte in Ommen. Namens de initiatiefgroep Verlengde Zestiende Wijk, die de windmolens wil plaatsen en exploiteren, ventileerde Henk de Lange de voorstellen.

Zo wil de initiatiefgroep eventuele planschadeclaims voor rekening laten komen van de initiatiefnemers en niet op het bordje leggen van de gemeente. Daarnaast willen de toekomstige windmolenaars een jaarlijks bedrag schenken aan groepen die actief zijn in het gebied Ommen Noord en Dedemsvaart Zuid.

Daarvoor wordt een stichting in het leven geroepen die de bedragen door moet sluizen aan bijvoorbeeld scholen, sportverenigingen en toneelverenigingen.

Zo gemakkelijk als de Ommer politiek zich begin dit jaar schaarde achter de mogelijke komst van een windmolenpark in het gebied Dedemsvaart-Zuid en Ommen-Noord, zo groot was nu de tegenstand. Dit keer was de zaal ook voller met een volle publieke tribune met meest tegenstanders.

De commissie twijfelde of windenergie wel de juiste methode is. Daarbij kreeg de politiek steun van de insprekers die zich verzetten tegen de plannen om in het open agrarisch gebied rond de Elfde Wijk, de Driehoek en de Verlengde Zestiende Wijk windturbines te plaatsen.

Alleen voor het CDA stond de beoogde locatie vast. Alle andere fracties zetten vraagtekens en willen nader onderzoek. Daarbij gaat het niet alleen om nut en noodzaak van windenergie, maar ook om de beoogde locatie. De VVD en de fractie Buter zeiden verbaasd te zijn over de reactie van CDA.

Op 29 januari heeft de raad van Ommen ingestemd met de provinciale beleidsvisie 'Windenergie Noordoost Overijssel'.

Daarbij werd Dedemsvaart-Zuid aangewezen als mogelijke locatie voor een windmolenpark. Maar de molens kunnen ook op Ommer grondgebied komen.

Vervolgens heeft een werkgroep een uitwerking gemaakt die is gepresenteerd tijdens inloopbijeenkomsten in Dedemsvaart en Ommen. Nu zijn de raden van Ommen en Hardenberg aan zet.

Ze moeten instemmen met de landschappelijke beoordeling, zodat vervolgens een programma van eisen kan worden opgesteld, waaraan de initiatiefnemers moeten voldoen.

Tijdens de commissievergadering lieten omwonenden nogmaals weten dat zij de windturbines niet willen.

In de Hardenbergse gemeenteraad bestaat inmiddels ook twijfel over plaatsing van windturbines. Onder meer CDA en PvdA lieten de afgelopen weken geluiden horen dat er nu wordt getwijfeld aan een eerder genomen besluit.

Binnenkort wordt er in een commissievergadering opnieuw gesproken over de plaatsing van windmolens.

Artikel uit De Stentor van 13-12-2005

 

Time out plaatsing windmolens

door GERT WENSINK

21 DECEMBER 2005 - HARDENBERG/OMMEN - Het plan om in het buitengebied van Dedemsvaart, op de grens met de gemeente Ommen, acht windturbines te plaatsen ligt vooralsnog twee jaar stil. Een meerderheid van de Hardenbergse gemeenteraad ging gisteravond na een lange discussie weliswaar akkoord met het voorstel Dedemsvaart-Zuid als enig zoekgebied aan te wijzen, maar alleen met de toevoeging dat er eerst een time out van twee jaar geldt. Morgenavond staat het windmolenplan op de agenda van de raad Ommen.

In die periode komen vanuit provincie, rijk of door technische ontwikkelingen misschien nieuwe mogelijkheden voor alternatieve energie of locaties voor windmolens naar voren. Als blijkt dat er begin 2008 geen veranderingen zijn kan het plan voor plaatsing van windmolens in Dedemsvaart-Zuid alsnog worden uitgevoerd. Als er wel andere locaties of ontwikkelingen zijn wordt er een nieuw plan gemaakt.

Een amendement met die strekking, ingediend door de PvdA, werd uiteindelijk alleen gesteund door het CDA. Maar de achttien vertegenwoordigers die beide partijen in de Hardenbergse gemeenteraad hebben zijn er ruim meer dan de twaalf die ChristenUnie, VVD, GroenLinks, Fractie Odink en Fractie Kelder samen groot zijn. ‘Wij zijn absoluut een voorstander van alternatieve energie’, benadrukte fractievoorzitter Henk Meulink van het CDA. Maar, ‘er komen nieuwe alternatieven. Wellicht hebben we over twee jaar spijt als we nu besluiten tot plaatsing.’ Daarnaast gaf Meulink toe dat de mening van bewoners van het gebied zeker heeft meegeteld bij zijn partij. Bewoners van Dedemsvaart-Zuid zijn massaal tegen de komst van de meer dan honderd meter hoge turbines.

‘Waarom zouden we gaan uitstellen’, vroeg Mettina Grimmerink van de ChristenUnie zich af. Ze wees naar een eerder genomen besluit in de Hardenbergse raad, in februari 2004, toen alle partijen voorstander voor plaatsing van windmolens ten zuiden van Dedemsvaart waren. ‘Is het niet een beetje naïef nu met het argument te komen dat bewoners er tegen zijn’, meende haar partijgenoot Jannes Janssen. Lottie Verbreaken van de VVD vond dat iedere alternatieve vorm van energie nodig is. ‘Dan moet je ook de gevolgen aanvaarden.’

De PvdA, die met een amendement kwam, gaf aan het plan niet op lange termijn te willen schuiven. ‘Maar we willen wel even de voet op de rem’, aldus Ria Juurlink van deze partij. ‘Een time out van twee jaar is op zijn plaats.’ Volgens Kees Slingerland van GroenLinks is het inmiddels vijf voor twaalf. ‘En het is een minuut voor twaalf als we tot uitstel besluiten.’ Dat laatste gebeurde uiteindelijk toch, door de meerderheid van twee partijen, waardoor er over twee jaar een vervolg komt.

De Stentor

Ommen wel voor komst windmolens

door WIM DE JONGE

23 DECEMBER 2005 - OMMEN - Uitstel van plaatsing van windmolens in de gemeente Hardenberg betekent geen afstel van plaatsing in de gemeente Ommen. De Ommer gemeenteraad bepaalde gisteravond in grote meerderheid dat het gebied tussen Ommen en Dedemsvaart de beste plaats is voor windturbines. Ook was een grote meerderheid tegen het in de ijskast zetten van de plannen.

De gemeenteraad van Hardenberg besloot deze week wel om het programma van eisen twee jaar uit te stellen. Antoinette Stegeman (D66) wilde hetzelfde in Ommen doen, maar kreeg niemand mee. Concreet betekent het dat de procedures in Hardenberg stil liggen en in Ommen doorgaan. Omdat er maar acht windmolens geplaatst kunnen worden, bestaat de kans dat die allemaal op Ommer grondgebied en toch dicht bij Dedemsvaart komen te staan.

D66 hinkte tijdens de discussie op twee gedachten. Namens de partij zei Hans Kersbergen: ‘Deze locatie geeft de minste problemen. We stemmen in met het voorstel, maar houden wel de weg open voor andere locaties als die er zijn’. Zijn partijgenoot Stegeman probeerde daarna de andere partijen te verlokken tot een uitstel van twee jaar. Ze kreeg geen enkele steun.

Uiteindelijk stemden alleen VVD, fractie Buter en raadslid Berend van der Beek (ChristenUnie) tegen het voorstel. Als het gebied kennelijk zo zeldzaam is dat alleen daar windmolens kunnen komen, dat moeten we het gebied koesteren zoals het nu is, was de gedachte van Van der Beek. Zijn partijgenoten stemden wel voor de landschapsvisie windenergie. ‘Twee zoekgebieden voor de windmolens liggen in Ommen, dus we kunnen gewoon doorgaan’, constateerde Gerrit-Jan Bolks namens ChristenUnie.

VVD en fractie Buter konden kort zijn. Deze partijen zijn helemaal tegen windenergie. PvdA noemde de windmolens ‘geen lelijke maar nieuwe elementen in het landschap’. Volgens deze partij leent het gebied zich niet alleen voor windenergie, maar ook voor zonne-energie en energie uit biomassa. CDA wilde de discussie zuiver houden. ‘We stemmen vanavond niet over nut en noodzaak van windenergie, maar over de plaats waar de windmolens komen te staan. En dit is de goede plaats om ze neer te zetten’, aldus CDA.

 

Windmolens naar Tolhuislanden

van een onzer verslaggevers

30 DECEMBER 2005 - DALFSEN/ZWOLLE - Geen windturbines in het Dalfserveld, maar in Tolhuislanden (langs de A28). Dat is de koers die burgemeester en wethouders van Dalfsen nu varen. In Tolhuislanden wil het college samenwerken met de gemeente Zwolle. Er wordt van uitgegaan dat het aantal windmolens op Dalfser grondgebied daar gering zal zijn.

Het initiatief tot intergemeentelijke samenwerking in Tolhuislanden is uitgegaan van het Dalfser college. Beide colleges hebben de intentie uitgesproken de mogelijkheden in Tolhuislanden te onderzoeken. Het gaat erom een bijdrage te leveren aan de provinciale doelstelling om voor 2010 in totaal 30 megawatt windenergie in de gehele provincie Overijssel te realiseren.

Door middel van deze samenwerking willen B & W versnippering van windmolens in een betrekkelijke klein gebied (Tolhuislanden door Zwolle, Dalfserveld door Dalfsen en daarnaast nog de Staphorster locatie) voorkomen.

In het voorjaar van 2004 stonden in de beleidsvisie windenergie Noordoost-Overijssel voor Dalfsen nog drie gebieden genoemd, naast Dalfserveld en Tolhuislanden ook Nieuwleusen-West. Eind maart van dat jaar besloot de gemeenteraad geen medewerking te verlenen aan plaatsing van windmolens in Nieuwleusen-West.

B & W stellen vast dat realisering van windenergie zeer ter discussie staat, ook in de gemeente Dalfsen. Ook om die reden is gekozen voor afstemming met de gemeente Zwolle. Het college vindt dat Tolhuislanden uit landschappelijk, maatschappelijk en financieel opzicht beter is dan Dalfserveld.

 De stentor, 30 december 2005

 

Belangengroep in actie tegen windmolens

van een onzer verslaggevers


4 FEBRUARI 2006 - STEENWIJKERLAND - Het Nationaal Kritisch Platform Windenergie (NKPW) vindt dat het fraaie Steenwijkerland onherstelbaar wordt aangetast als in deze gemeente windturbines worden geplaatst. Voor de gemeente Steenwijkerland is een belangengroep in oprichting, die actie onderneemt tegen de plaatsing van windmolen.

Het platform heeft als doel het bevorderen van objectieve informatie over windenergie, een objectieve beoordeling van alle gevolgen van windturbines en maatregelen die gericht zijn op het behoud en de verbetering van de Nederlandse landschappen, het milieu en het leefklimaat in door windturbines getroffen en bedreigde gebieden.

Landelijk zijn nu zo’n vijftig belangengroepen actief tegen de plaatsing van windturbines. Voor de gemeente Steenwijkerland is een belangengroep in oprichting.

Het platform vindt dat het ‘schitterende gebied’, waarover in de gemeentegids 2005-2006 wordt gerept, onherstelbaar wordt aangetast door windturbines als onder meer de vergunningaanvragen voor het gebied aan de Zuidveenseweg en langs het kanaal Steenwijk-Ossenzijl worden gehonoreerd. Deze aanvragen betreffen windturbines van 80 en 105 meter hoog. ‘En daar moet nog de helft bij opgeteld worden om aan de tiphoogte van de wieken te komen. Een totale hoogte dus van maar liefst 120 tot 150 meter’, aldus het NKPW. ‘Ter vergelijking: de Sint Clemenstoren is met z’n 86 meter de tiende toren van Nederland. De zichtlijn naar de fraaie en voor de stad Steenwijk zo karakteristieke toren zal bruusk en definitief verstoord worden door windturbines, die anderhalf tot twee keer zo hoog zijn.’

De hoge windturbines en hun draaiende rotoren domineren hun omgeving tot op twee tot vijf kilometer afstand en zijn zichtbaar tot op tientallen kilometers, aldus het platform. ‘Als deze en andere windmolenprojecten doorgaan, is er in de mooie en recreatieve gemeente Steenwijkerland nauwelijks meer een plek waar ze niet te zien zijn. Zo wordt niet alleen schaarse ruimte en landschap verspild, maar trekt het ook een zware economische wissel op deze recreatieve gemeente. Dit staat haaks op het recreatieve beleid van de gemeente.’

Daarbij zijn de windturbines nadelig voor de vogelstand, aldus het NKPW, en veroorzaken ze sterfte bij trekvogels. ‘En dat nota bene nabij de provinciale ecologische hoofdstructuur en Nationaal Park De Weerribben’, zegt een woordvoerder. Bovendien leidt de plaatsing van windturbines volgens het platform tot een waardevermindering van de huizen in de wijde omgeving en mogen de veiligheidsrisico’s niet worden onderschat.

Dat gekeken moet worden naar ‘groene’ alternatieven, beaamt het NKPW, ‘maar windenergie heeft nauwelijks effect op het verbruik van fossiele brandstoffen en dus op de CO2-uitstoot’ Het NKPW vindt dat de hoge subsidies voor windenergie kunnen veel beter ingezet worden voor milieumaatregelen, die een veel grotere bijdrage leveren. ‘Het is beter dat de gemeente in afwachting hiervan in ieder geval voorlopig alle aanvragen voor windmolenprojecten afwijst en eerst een brede en open discussie met de inwoners voert voordat de skyline van Steenwijk en wijde omgeving definitief is verpest.’

De belangengroep voor Steenwijkerland in oprichting is bereikbaar via geen-windturbines-in-steenwijkerland@hotmail.com.

 

Waardedrukkend effect van nabijgelegen windmolen

WOZ (Heffing lokale overheden)

 

Rechtbank Leeuwarden 18 januari 2006, 05/00898

Wetsartikelen: Art. 19 lid 2, onderdeel a, Wet WOZ; Art. 17, Wet WOZ; Art. 25 lid 1, Wet WOZ

Trefwoorden: windmolen, mutatiebeschikking

Rechtbank Leeuwarden 18 januari 2006, nr. 05/00898

 De gemeente heeft aan belanghebbende aanslagen OZB voor 2004 opgelegd. Deze aanslagen zijn berekend naar een waarde van € 147.024, zoals deze bij beschikking van 21 maart 2001 voor het tijdvak 2001-2004 is vastgesteld. Belanghebbende maakt tegen de aanslagen bezwaar en stelt dat de waarde van de woning is gedaald nadat in december 2003 op korte afstand van de woning een windmolen is geplaatst. De gemeente laat belanghebbende bij brief weten dat de waarde onherroepelijk vaststaat, maar dat zij zal onderzoeken of een mutatiebeschikking moet worden afgegeven. De gemeente laat de woning taxeren. De taxateur komt op basis van de uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden van 7 mei 2003 (NTFR 02/495) tot de conclusie dat de eerdere waarde moet worden verlaagd met een bedrag van € 25.000; wegens geluidsoverlast € 20.000 en wegens slagschaduw € 5.000. Vervolgens verklaart de gemeente het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk wegens het onherroepelijk vaststaan van de beschikking, maar deelt zij in dezelfde uitspraak mee dat sprake is van een mutatiebeschikking waarbij de waarde van de oorspronkelijke beschikking met een bedrag van € 25.000 wordt verlaagd.
Belanghebbende vindt deze waardeverlaging te gering en gaat in beroep bij de rechtbank. De rechtbank overweegt vooraf dat zij dit beroep zal beschouwen als een rechtstreeks beroep ter zake van de mutatiebeschikking. De rechtbank is van oordeel dat op grond van de afstand tussen de woning en de windmolen - ca. 160 m - de waarde verlaagd dient te worden naar een bedrag van € 75.000.
(Beroep gegrond.)

Duitse windmolens houden stroomprijs hoog
Karel Beckman van het Financieele Dagblad schrijft in de krant van vrijdag 17 maart j.l.: ‘extra stroom importeren uit Duitsland biedt geen soelaas voor de hoge elektriciteitsprijzen in Nederland. Het zojuist gepubliceerde Capaciteitsplan van stroomnetbeheerder Tennet laat zien dat de stroommarkt de komende jaren krap blijft. Extra stroom uit Duitsland biedt geen soelaas, door de sterke groei van de Duitse windenergie, die de stabiliteit van het net parten speelt. ‘Nu al moeten we een groot deel van de importcapaciteit reserveren om de grote hoeveelheden windenergie die over het net vliegen in goede banen te leiden, aldus directeur Mel Kroon van Tennet.’                    En ofschoon de energiemarkt werd geliberaliseerd verviervoudigden de stroomprijzen de afgelopen drie jaar. Minister Brinkhorst van Economische Zaken zet daarom in op uitbreiding van de netverbindingen met het buitenland, vooral om de importmogelijkheden voor de industrie te verruimen.                                       Commentaar: Windmolens, ons inziens de excuus Truus van de politiek voor een duurzame energiehuishouding, schaden onze economie. Doordat ze de import van stroom en dus concurrentie op de stroommarkt in de weg staan, worden bedrijfsleven en consumenten benadeeld.

Windmolens ‘s nachts luidruchtig

 

<>

 

GRONINGEN - Windmolens maken ‘s nachts meer lawaai dan overdag, blijkt uit onderzoek van de RUG. Hierdoor hebben omwonenden vaker last van slaapproblemen. Met de uitkomsten van het onderzoek kan niemand meer zijn ogen sluiten voor het probleem, stelt natuurkundige Frits van den Berg van de RUG.

Als het donker wordt kan er op grotere hoogte meer wind staan dan aan de grond. Dat komt omdat de atmosfeer in de nacht stabieler is dan overdag. Hierdoor blijft het aan de grond windstil, terwijl het op grote hoogte stevig waait.

Het draaien van de molens maakt een geluid dat qua toonhoogte en variatie overeenkomt met spraak. Omdat mensen voor dit soort toonhoogten extra gevoelig zijn, komen er veel klachten over het lawaai van windmolens. "Omwonenden vergelijken het geluid met dat van een eindeloze trein, de branding of een opstijgende Boeing 747", zegt Frist van den Berg, die promoveert op het onderzoek.

Van den Berg vindt dat overheden en energiebedrijven hun ogen niet langer kunnen sluiten voor lawaaiklachten van omwonenden. "Het stoort mij dat de overheid en exploitanten de klachten afdoen als een 'not in my backyard'-houding. Dat is gewoon arrogant. Mensen die op één of twee kilometer afstand van een windpark wonen, hebben er wel degelijk last van. Bovendien worden de geluidsnormen overschreden."

 
Frits van den Berg...

2 mei 2006 17:01

 

 
AMSTERDAM - Met het startsein voor de bouw van een windmolenpark voor de Nederlandse kust wordt zeer waarschijnlijk voor vele miljoenen aan gemeenschapsgeld over de balk gegooid.

scanner
De bouw van windmolens wordt door het steeds beter georganiseerde maatschappelijke verzet ertegen steeds moeilijker.
Foto: scanner

Ervaringen met eerder gerealiseerde windmolenparken in zee zijn niet positief. Dit nieuws is zelfs uitgebreid op televisie geweest en toch gaat men door. Dit nog los van de twijfel die überhaupt omtrent windenergie bestaat, zowel qua milieu als qua rentabiliteit!

Moet de Nederlandse burger nu wéér (linksom of rechtsom) de rekening betalen voor persoonlijk scoren, lobby en goedbedoeld hobbyisme?

R.M. Duijne, Almere

Boer levert groene stroom

Grote belangstelling biogasinstallaties

Veehouders gaan massaal groene stroom produceren. De aanvragen voor biogasin­stallaties, waarin mest wordt gebruikt als brandstof voor elektriciteitsproductie, ne­men stormenderhand toe. Naar verwachting leveren de boeren volgend jaar al vol­doende groene stroom voor honderdduizenden huishou­dens.

`Het is een rage aan het worden', aldus Theo Brink van LTO-Noord. In Nederland staan nu zo`n veertig installaties die stroom produceren. `Eind volgend jaar zijn er dat meer dan honderd, misschien wel twee­honderd', aldus Brink:

En daarmee is het einde nog niet in zicht. Uit studies blijkt dat er plaats is voor 2500 tot 3000 installaties. 

Daarmee zou vier miljard kilo­wattuur groene stroom kunnen worden opgewekt, genoeg om 1,2 miljoen huishoudens van elektriciteit te voorzien.

Zelfs voorzichtige schattingen van het Natuur- en Milieu Plan­bureau gaan uit van voldoende groene stroom om in 2010 een half miljoen huishoudens te voorzien.

Voor veehouders biedt een bio­gasinstallatie gouden kansen. Een installatie kost zo'n twee tot drie miljoen euro bij aanschaf. Dankzij subsidies van de overheid krijgen de boeren 14 tot 15 eurocent per kilowattuur energie. Met een gemiddelde in­stallatie zijn de kosten van aan­schaf en onderhoud dan in zo'n jaar of vijf terugverdiend. `Biogasinstallaties zijn subsidie­machientjes', wordt onder boe­ren dan ook gezegd. Wel wordt er rekening mee gehouden dat de subsidie op den duur gaat ver­dwijnen. Als de elektriciteitsprij­zen in het huidige tempo blij­ven stijgen is de productie van groene stroom over een aantal jaren ook zonder subsidie renda­bel.

Grootste probleem bij de pro­ductie van groene stroom is het afvalprobleem. Voor de produc­tie is varkens- of koeienmest en een ander product, vaak maïs, nodig: De huidige wetgeving zegt dat ook het bijproduct als mest moet worden aangemerkt. De totale mestberg stijgt dus door de biogasinstallaties. Ne­derland kampt nu al met een mestoverschot dat nauwelijks is af te zetten.

Betrokkenen in de sector heb­ben echter goede hoop dat dat probleem op afzienbare termijn kan worden opgelost. Dat zou kunnen door de restproducten als kunstmest aan te 'merken. Daardoor zou het afzetpro­bleem vrijwel zijn opgelost. Het ministerie van landbouw be­kijkt daartoe de mogelijkheden.

Peet Vogels

Stentor 24 mei 2006  

“Het is een rage aan het worden”

Henk Eissen heeft er een paar monden meer bij te voeden. Naast zijn 150 melkkoeien moet hij nu ook elke ochtend zijn twee biogasinstallaties voeren. Veertig ton maïs stopt hij er per dag in. Samen met 40 ton rundermest levert dat 30.000 kilowatt groene stroom op.

Eissen is een van de pioniers met biomassavergisting. `Ik ben hier zes jaar geleden begonnen en wilde iets doen naast de melkveehouderij. Toevallig liep ik aan tegen wat toen nog mest­vergisting werd genoemd.'

Eissen krijgt steeds meer navol­gers, weet Henk Brink, bestuur­der bij LTO Noord de branche­vereniging voor boeren in Noord-Nederland. `Het leeft heel erg in de agrarische sector. Momenteel staan er tien of twin­tig biogasinstallaties, maar eind volgend jaar zullen dat er al meer dan honderd zijn.'

Een studie van Senter Novem, het agentschap voor duurzaam­heid en innovatie, toont dat er mogelijk ruimte is voor zo'n 2800 installaties. In dat geval krijgen in de toekomst meer dan een miljoen huishoudens hun stroom van de boerderij: `Dan zijn we ook meteen verlost van de discussie over kernener­gie', meent Eissen.

Komkommers

Op de varkenshouderij geld ver­dienen met mest in plaats van de' mest tegen hoge kosten af te zetten, dat klinkt te mooi om waar te zijn voor varkenshou­ders. Vandaar dat biogas een hot item is in het zuiden waar

een groot mestoverschot heerst. Dankzij de subsidie is biogas rendabel, weet Mart Smolders van het Praktijkcentrum Var­kenshouderij in het Brabantse Sterksel. Daar experimenteren ze al jaren met een installatie die loopt op varkensmest en an­dere productén. `We hebben hem al komkommers gevoerd en andere restproducten uit de voedingsindustrie. Want je voert de bacteriën in de mest.' Een goudmijn is het echter niet. `Een installatie kost al snel 2 tot 3 miljoen euro en hij moet in een jaar of vijf tot zeven worden afgeschreven. Het probleem is dat slechts 40 procent van de opgewekte energie wordt omgezet in stroom. De rest is warmte die we nu nog niet kunnen gebrui­ken: Als we die warmte ook kun­nen verkopen is dat het beleg op de boterham.'

Eissen heeft het met zijn 220 hectare grote bedrijf in Gasselternijveenschemond in de Drentse Veenkoloniën wat dat betreft gemakkelijker. De maïs die hij aan zijn bacteriën voert, teelt hij op zijn eigen land. `Maïs levert veel energie en is daarom ideaal om bij te men­gen.' De installaties bij Eïssen zijn zo groot als een vakantie­huis. `Met een paar bomen er omheen zie je et niets van: Dat scheelt veel in de maatschappe­lijke acceptatie.' Tot een paar jaar geleden waren de windmo­lens populair, maar die mogen boeren bijna niet meer op hun erf zetten omdat die het land­schap aantasten.

Volgens Eissen ziet de toekomst er veelbelovend uit: `De prijs voor elektriciteit zal blijven stij­gen: Over een jaar of tien is sub­sidie helemaal niet meer nodig om rendabel te draaien.'

Peet Vogels

Stentor 24 mei 2006  

 

Kamer wil geen subsidiestop op groene stroom

ANP

DEN HAAG - Een meerderheid in de Tweede Kamer wil dat de subsidieregeling voor duurzame energie in stand blijft. Minister Joop Wijn van Economische Zaken moet zijn besluit intrekken om geen nieuwe aanvragen meer in behandeling te nemen, vinden alle fracties behalve CDA en VVD.

Dat bleek donderdag tijdens een Kamerdebat met Wijn. Een motie van SGP-kamerlid Kees van der Staaij, die Wijn oproept de aangekondigde stop op de zogenoemde MEP-subsidies terug te draaien, krijgt steun van PvdA, GroenLinks, SP, LPF, D66 en ChristenUnie.

Wijn ontraadde de motie. Wel is hij bereid in het kabinet te praten over een ruime overgangsregeling. Een motie hierover wordt behalve door de genoemde partijen ook door het CDA gesteund.

Enkele weken terug maakte Wijn tot schrik van de sector onverwacht een einde aan de MEP-regeling, omdat de doelstelling om in 2010 9 procent van de stroom duurzaam op te wekken ook gehaald wordt zonder nieuwe projecten te subsidiëren.

Tijdens het Kamerdebat zei Wijn dat ook financiële overwegingen een rol hebben gespeeld. De subsidieregeling is zo succesvol dat de kosten uit de hand lopen. Het kabinet was de afgelopen maanden genoodzaakt nog eens 280 miljoen euro extra op tafel te leggen.

Een Kamermeerderheid toonde zich donderdag niet onder de indruk van deze argumenten. Ze vindt dat de overheid niet van de ene op de andere dag een einde aan de regeling kan maken, voor er een alternatief is. Diverse fracties betwijfelen ook of de doelstelling van 9 procent duurzaam opgewekte stroom in 2010 echt wordt gehaald.

Wijn hield de Kamer voor dat het in stand houden van de MEP-subsidies forse financiële consequenties heeft. Een overgangsregeling kost ook extra geld, maar Wijn is niettemin bereid daarover met zijn collega-bewindslieden te spreken. Eerder wilde de CDA-minister alleen een schadevergoeding toezeggen voor tuinders en andere ondernemers die kosten hebben gemaakt in de verwachting voor een subsidie in aanmerking te komen.

7 september 2006

 

26 september 2006

Rechterlijke uitspraken WOZ-waarde i.v.m. windturbines

 Rechtbank Zwolle, sector bestuursrecht

Registratienummer: AWB 06/607

Datum van uitspraak: 26-10-2006

 Concrete dreiging van plaatsing windmolenpark leidt tot vermindering WOZ-waarde van nabij gelegen woning

 Samenvatting

 Een bewoner van een vrijstaande woning te Arriën, gemeente Ommen, heeft bezwaar gemaakt tegen zijn aanslag OZB 2005. Dit op grond van het feit dat er een concrete dreiging is van plaatsing van een windturbinepark binnen een afstand van 1.000 m van zijn woning.

De gemeente (het hoofd afdeling financiën) heeft het bezwaar ongegrond verklaard, waarna de bewoner in beroep gaat bij de rechtbank Zwolle.

De gemeente voert in geding meerdere taxaties van referentieobjecten op.

De rechter acht de conclusies uit de taxaties ongegrond, omdat er geen sprake is van vergelijkbare objecten. Een aantal objecten zijn qua afstand tot het windpark onvergelijkbaar. Die objecten die qua  afstand tot het windpark vergelijkbaar zijn, kunnen de rechterlijke toets niet doorstaan, omdat het andere woningtypes betreft.

Dan komt de vraag aan de orde, hoeveel de vermindering van de WOZ-waarde bedraagt.

De bewonerheeft de vermindering gesteld op 30%, ontleend aan de uitspraak van het hof Leeuwarden van 18-07-2003 (BK 74/02). Maar de bewoner heeft naar de rechter oordeelt geen onderbouwing gegeven van deze waardevermindering. De rechter stelt het waardedrukkend effect in goede justitie vast op 15%.

 Wilt u de volledige tekst van de uitspraak? Mailt u even naar de webmaster c.q. secretaris van de stichting "Dalfsen tegen Windmolens" stollmeyer@hetnet.nl

Windmolens hebben voorlopig wind tegen      
Het aanleggen van twee windparken in de gemeente Steenwijkerland is voorlopig van de baan. Op de CPB na steunden alle andere fracties gisteravond in de gemeenteraadsvergadering het voorstel van de PvdA om eerst een Duurzame Energiescan uit te laten voeren en vervolgens moet het college komen met een actieplan waarin ze concrete maatregelen voorstelt om de CO2-uitstoot terug te dringen.
Maar liefst drie uur vergaderen, negen insprekers, twee schorsingen en vier moties waren er voor nodig om tot het door de meerderheid gedragen voorstel van de Partij van de Arbeid te komen. Allereerst kwam de PvdA met haar voorstel, daarna kwamen Folkert Jellesma (PAS) en Hemmie Holweg (CDA) met het voorstel om in Baarloo bij Blokzijl en aan de Scholtensloot bij Scheerwolde twee windmolenparken te laten aanleggen en andere aanvragen niet te honoreren. Vervolgens kwam de CPB met het voorstel om alleen aan de Scholtensloot een windmolenpark toe te laten en tot slot kwam de fractie van Hemmie Holweg en Folkert Jellesma met het voorstel om een raadgevend referendum te houden op 7 maart, tegelijk met de provinciale staten verkiezingen, over het voorstel van de raad over het opwekken van van windenergie in Steenwijkerland. Met 11 voor en 15 tegen (VVD-raadslid Ineke Steinmetz had tijdens de vergadering de zaal verlaten, werd dit voorstel verworpen. Het duo Holweg en Jellsema had toen al zijn eerste voorstel ingetrokken. Het voorstel van de CPB werd niet gesteund door andere fracties.

Uit: De Steenwijker Courant, 18 oktober 2006

 

ANWB tegen windmolens Steenwijkerland      
De ANWB vraagt de gemeenteraad van Steenwijkerland niet mee te werken aan plaatsing van windturbines in deze gemeente. De ANWB is van mening, dat plaatsing van die turbines ten koste gaan van het landschap en van recreatie en toerisme.
De gemeente zou haar inspanningen op het gebied van alternatieve energie moeten richten op andere bronnen. Dit schrijft de bond aan de raadsleden in een reactie op de beleidsnota `windenergie en alternatieve energiebronnen' die binnenkort door de Raad wordt besproken.

De ANWB respecteert uiteraard de eigen afweging van de gemeente om bij te dragen aan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. De ANWB is echter van mening dat de grote landschappelijke en recreatieve waarden in Steenwijkerland geen ruimte bieden aan de plaatsing van windturbines. De ANWB ziet die eerder verschijnen langs snelwegen en in of nabij steden en industrieterreinen. Niet nabij pittoreske dorpen als Giethoorn, noch langs de voormalige zuiderzeedijk die in de toekomst wellicht weer een functie krijgt wanneer een vaarverbinding Blokzijl - Lemmer alsnog gerealiseerd gaat worden. 

Alle provincies hebben destijds een bepaalde taakstelling met het Rijk afgesproken voor de plaatsing van windturbines. Overijssel is daarbij niet zonder reden ontzien. Op haar beurt heeft de provincie voldoende locaties aangewezen die `kansrijk' zijn voor plaatsing. Steenwijkerland wordt niet door de provincie genoemden dat is niet zonder reden, aldus de ANWB      
Bron: Opregte Steenwijker Courant, 10 oktober 2006

 

Uitnodiging: Stichting "Dalfsen tegen Windmolens"

Secretaris: J.W.H. Stollmeyer, Petersweg 3, 7711 GC Nieuwleusen  0529-482620

Nieuwleusen, 23 mei 2008

Aan de inwoners van de Tolhuislanden en Nieuwleusen.

Verzet tegen een park van 11 windmolens !

Belangrijke bijeenkomsten op 28 mei en 5 juni om 19.30 uur

in Wegrestaurant De Lichtmis (chauffeurscafé)

Ruim twee jaar heeft de Stichting zich succesvol verzet tegen een besluit om windmolens in Dalfsen/Nieuwleusen te plaatsen in het Dalfserveld. Tweemaal was de gemeenteraad zo verdeeld dat er geen besluit kon worden genomen tot enkele weken geleden onder druk van de windmolenlobby en de provincie alsnog een politiek ongeloofwaardig compromis is bereikt om mee te werken aan plaatsing, maar nu plotseling in de Tolhuislanden. Ongeloofwaardig omdat de gemeenteraad zich daar twee jaar geleden al unaniem tegen had uitgesproken. Nog maar enkele maanden geleden waren burgemeester en wethouders opnieuw van mening dat de Tolhuislanden niet in aanmerking kon komen, toen de windmolenbouwers verenigd in "Tolhuiswind" daarvoor een plan indienden. Gemeentebelangen spant nu zelfs een juridische procedure aan bij de bestuursrechter vanwege onregelmatigheden in de besluitvorming.

De gemeente Zwolle onderzoekt op verzoek van "Tolhuiswind" de mogelijke plaatsing van windmolens in het Zwolse deel van de Tolhuislanden.De keuze voor de Tolhuislanden (tussen Koedijk en Nieuwedijk) zou de plaatsing van zeker 8 windmolens mogelijk maken: 4 aan de Zwolse kant en 4 aan de Nieuwleusener kant. In directe lijn daarmee staan de 3 molens in Staphorst.

Een park van 11 windmolens als resultaat.

Dit terwijl in het hele land het verzet tegen deze parken in het open landschap sterk groeit vanwege de landschapsvervuiling, de waardevermindering van de huizen( 30% of meer) en de inmiddels aangetoonde ernstige gezondheidsklachten zoals slapeloosheid, depressie, hartklachten enz. voor bewoners tot minstens 1,5 kilometer afstand van de windmolens !! Hoezeer wij er met z’n allen ook van overtuigd zijn dat er alternatieve energiebronnen moeten komen, deze aanpak is onaanvaardbaar. Als wij ons nu niet stevig verzetten, ook met inschakeling van de rechter, dan staan ze er over een half jaar en is het te laat.

Hoe nu verder?

Zowel Zwolle als Dalfsen moeten in het kader van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) nog een besluit nemen en daartegen kunnen we binnen 6 weken na bekendmaking gerichte bezwaren aanvoeren. Dat zijn bezwaren van landschappelijke aard en milieu, de onverkoopbaarheid/waardevermindering van de huizen en gezondheidsklachten. Deze klachten waren voor de gemeente Hardenberg een half jaar geleden meer dan voldoende reden om van plaatsing op haar grondgebied af te zien op grond van een advies van o.a. de GGD in Zwolle. In Nederland wordt nog uitgegaan van een veilige afstand van 350 meter tot de eerste bebouwing. Dat is in Duitsland en Frankrijk al opgetrokken tot 1,5 kilometer en in enkele Staten in Amerika zelfs tot 3 km.

Wij zullen nu als bewoners in actie moeten komen tegen de voorgenomen plaatsing. Dat kan om te beginnen door de bijeenkomst a.s. woensdag 28 mei, 19.30 uur van de gemeente Zwolle in Wegrestaurant De Lichtmis te bezoeken en duidelijk onze bezwaren naar voren te brengen bij de wethouder. Wij zullen voor een groot spandoek zorgen, die daarna ook in het gebied zal worden geplaatst.

Een week later op donderdag 5 juni, 19.30 uur bespreken wij als Stichting onze aanpak in De Lichtmis.

Wij rekenen op uw aanwezigheid en met vriendelijke groet,

Willem van der Rest, Arie Kragt, Wim Stollmeyer, Thijs Scholten, Hans van Zanten, Harry Been, Aalt Kreule, Annette Wessels, Truus Fli

Met vriendelijke groet,

J.W.H. Stollmeyer

Stentor Vechtdal

Juridische strijd tegen windturbines in de maak

door Hans Keesmaat. zaterdag 07 juni 2008 | 03:33

NIEUWLEUSEN - De stichting Dalfsen Tegen Windmolens gaat juridische procedures voeren om de bouw van windturbines in het gebied Tolhuislanden tegen te houden.

Daarnaast wil zij het toenemende aantal publicaties, rapporten en onderzoeken over de gezondheidsrisico's gebruiken om bestuurders tot andere inzichten te brengen.

Donderdagavond hield de actiegroep een informatiebijeenkomst voor bewoners van het gebied. De stichting wil zowel individueel als collectief bezwaar maken tegen de procedures die nodig zijn om de windmolens te plaatsen, zoals de wijziging van het bestemmingsplan buitengebied.

Daarnaast hoopt men op een Milieueffectrapportage. Nu ook Dalfsen onlangs Tolhuislanden als locatie aanwees, kan het aantal megawatt boven de wettelijke norm komen, waardoor nader onderzoek naar de gevolgen voor landschap, mens, dier en milieu in beeld komt. Ook de mogelijkheden van een kort geding en planschadeprocedures worden nader onderzocht. De stichting heeft hiervoor al enkele juristen benaderd.

De initiatiefgroep wijst op recente publicaties rond gezondheidsrisico's van windturbines, met name als het gaat om het continue geluid dat ze produceren.

"Het is het effect van een vliegtuig dat 24 uur per dag boven je huis hangt", schetste bestuurslid Hans van Zanten. "Laagfrequent geluid is nauwelijks hoorbaar, maar heeft effect op je hele lichaam." Volgens hem is de maximale afstand van een woning tot windturbines in Nederland veel kleiner dan in landen als Duitsland en Amerika.

In een nog te versturen open brief aan gemeenteraden spreekt de stichting haar verontrusting uit over de gezondheidsrisico's. Men wil deze brieven gebruiken als leidraad voor de huiskamergesprekken die de gemeente Zwolle binnenkort organiseert voor bewoners van Tolhuislanden.

"Als we doorgaan tot de Raad van State, kunnen we plaatsing in elk geval twee jaar tegenhouden", aldus voorzitter Willem van der Rest. "Die tijd willen we gebruiken om steeds meer feiten boven water te krijgen. Maar uiteindelijk streven we niet naar uitstel, maar naar afstel."

Stentor Vechtdal 8 december 2008

Windmolens niet in Ommen

door Sander Wageman. maandag 08 december 2008 | 17:27 | Laatst bijgewerkt op: maandag 08 december 2008 | 17:35

OMMEN - Windmolens in de gemeente Ommen zijn nog altijd geen optie. De gemeente heeft bij monde van verantwoordelijk wethouder Ilona Lagas nogmaals bevestigd geen bestemmingsplannen te willen wijzigen om de bouw van een windpark mogelijk te maken.


De discussie over windenergie brak weer in alle hevigheid los, toen de buurgemeente Hardenberg vorige week bekend maakte dat het toch windturbines gaat plaatsen in Dedemsvaart-Zuid, pal op de gemeentegrens met Ommen. Een aantal jaren geleden kwamen voor dat gebied ook bouwaanvragen van energiebedrijven binnen bij de gemeente Ommen. Die toonde zich ook toen niet enthousiast over het project.
Het college van Ommen zegt nu nogmaals bij haar standpunt te blijven dat windmolens leiden tot een verrommeling van het landschap. "En dat willen we niet", legt gemeentewoordvoerder Jeroen Engelsman uit. "De gemeente is voor een duurzame en groene toekomst, maar niet ten koste van het landschap. We zijn daarom bezig met een energienota zonder de windturbines, waarin duurzaamheid toch een belangrijk aandeel heeft." Wat er precies in die energienota staat, kan de zegsman nog niet vertellen. "Die stukken liggen nog onder de hamer."

Of de provincie nu, zoals door gedeputeerde Theo Rietkerk aangekondigd, de gemeente passeert en zelf met acties komt, moet nog blijken.

Hattem schiet plan windmolens af

maandag 08 december 2008 | 22:08 | Laatst bijgewerkt op: dinsdag 09 december 2008 | 09:50

HATTEM - De gemeenteraad van Hattem heeft het plan voor de bouw van vier gigantische windturbines langs de N50 richting Kampen zojuist afgeschoten. Een meerderheid van de raad vindt dat molens, met een 'tiphoogte' van 150 meter het IJssellandschap teveel aantasten.

Bovendien zou er onduidelijkheid zijn over de gevolgen van de windmolens voor de omgeving. Een brief die het ministerie van VROM donderdag stuurde, kon die twijfel niet wegnemen.

Het besluit van de Hattemers is des te opmerkelijk, omdat de Oldebroeker raad (het plan behelsde ook de bouw van drie molens in deze gemeente) er totaal geen moeite mee had.

Deur op kier voor komst windmolens in Dalfserveld

door Hans Keesmaat. woensdag 10 december 2008 

DALFSEN - Als de gemeente Dalfsen de ambities uit haar meerjarenprogramma 'klimaat en duurzaamheid' wil waarmaken, moeten er misschien niet alleen windmolens komen in de Tolhuislanden, maar ook in het Dalfserveld.

Die mogelijkheid kwam maandagavond ter sprake nadat de behandeling van het voorstel over 'klimaat en duurzaamheid' was verzand in een discussie over windturbines. Die ontstond nadat Arno van Dijk (CDA) de PvdA de zwartepiet toeschoof voor de keuze van Tolhuislanden als locatie. Volgens hem is er 'door toedoen van de PvdA' niet gekozen voor de locatie die de meeste windenergie kan opleveren. "Als er onverhoopt niet gebouwd wordt in Tolhuislanden, weten wij een prima alternatief", stelde Van Dijk.

Johan Wiltvank (PvdA) stoorde zich aan die opmerking. Van Dijk erkende dat de raad unaniem heeft gekozen voor Tolhuislanden en gaf deze dan ook de hoogste prioriteit ('ze moeten er snel komen'), maar stelde ook vast dat er, gezien de geringe voortgang, een kans is dat windturbines op deze locatie niet haalbaar blijken.

Luco Nijkamp (ChristenUnie) noemde de opmerking van Van Dijk 'niet zo verstandig', maar zette wel de deur op een kier voor realisatie van turbines op beide locaties. "Het is geen óf óf, maar én én. De raad heeft unaniem gekozen voor windenergie in Tolhuislanden, maar als je de doelstellingen op het gebied van duurzaamheid wilt waarmaken, zou je vervolgens kunnen bekijken of ook de locatie Dalfserveld nader uitgewerkt kan worden", aldus Nijkamp.

VVD en Gemeentebelangen vonden dit geen goed idee. Jos Ramaker (GB) wees op de protesten uit de bevolking bij de besluitvorming over Tolhuislanden en stelde dat er geen draagvlak is voor nog meer windmolens in Dalfsen. GB en VVD zien meer in andere alternatieven, zoals zonne-energie.

 

 

 

 

 

Dalfsen Home Alternatieven Barometer Gastenboek Groene stroom Links Over ons Pers Wat vinden wij Windenergie Archief