|
Ruim baan voor
grote windturbines
Protesten
helpen niet: locaties in Dedemsvaart-Zuid en Dalfserveld
door
FRED BEENS
15
SEPTEMBER 2005 - ZWOLLE - ‘Dalfserveld vol natuur. Vol is
vol’. De slogan op het T-shirt van een van de actievoerders
sprak boekdoelen. Net als de affiches die gisteravond her en
der in het provinciehuis in Zwolle lagen met de tekst: ‘Wilt
u een tik van de zeven windmolens. Nou, wij in
Dedemsvaart-Zuid niet’.
Maar
Provinciale Staten beslisten gisteravond anders: het
Dalfserveld en Dedemsvaart-Zuid werden aangewezen als meest
kansrijke locaties in Overijssel voor het plaatsen van forse
windturbines.
Maar dat
wil niet zeggen dat de strijd gestreden is, zo bleek na de
finale stemming uit de reactie van A.L. Smit. Hij sprak voor
behandeling van het agendapunt waarin het streekplan
Overijssel 2000+ werd aangepast, in namens de Stichting
Behoud Open Landschap tussen Ommen, Dedemsvaart en
Rheezerveld. Volgens Smit hebben de gemeenten Ommen en
Hardenberg al duidelijk voor ogen wat er in Dedemsvaart-Zuid
aan turbines kan worden geplaatst en dat is veel meer dan de
acht die gisteravond als maximum per locatie werden
vastgesteld. ‘Als de betreffende bouwaanvragen zijn
ingediend kun je nieuwe stappen van de tegenstanders
verwachten. Ingebruikname van de turbines kan dan enorm
worden vertraagd.’
Dat zou
een flinke domper zijn voor de provincie Overijssel, die
zich in 2001 in een landelijk akkoord vastlegde op het
aanleveren van 30 megawatt aan windenergie vóór het jaar
2010. Op dit moment draaien nog maar drie windturbines in
Overijssel, tussen Staphorst en Nieuwleusen. Die leveren
samen zes megawatt.
Overigens
zijn er door het besluit van provinciale staten meer
mogelijkheden om turbines in Overijssel te plaatsen. Het
streekplan biedt nu ruimte om dergelijke apparaten ook te
bouwen op bedrijventerreinen van minimaal veertig hectare.
Een amendement van D66, waarin gevraagd werd dergelijke
bouwsels ook toe te staan op terreinen van minimaal twintig
hectare, haalde het niet. ‘Te versnipperd’, vond
gedeputeerde Theo Rietkerk.
De Stentor
15 september 2005
CDA en VVD stellen miljardensteun ter discussie
KAREL BECKMAN
AMSTERDAM - CDA en VVD zien geen heil meer in grootschalige subsidiëring van windmolenparken op zee. Volgens de regeringspartijen zijn offshore windmolenparken te duur en leveren ze te weinig rendement op voor het milieu en de energievoorziening. Als de regeringspartijen hun zin krijgen, bespaart de overheid miljarden aan subsidie. Op dit moment is het overheidsbeleid erop gericht om in 2020 zestig windmolenparken (6000 Megawatt) in de Noordzee te realiseren, goed voor 15 tot 20% van het Nederlandse stroomverbruik. Daarmee moet de economie minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen als olie en aardgas.
Nuon en Shell bouwen bij Egmond aan Zee een klein park van 100 Megawatt, waarvoor zij euro 350 mln aan subsidie ontvangen. Het park bij Egmond is een van de twee windmolenparken waarvoor tot dusver een vergunning is verleend.
Het CDA stelt nu dat het overheidsgeld beter aan andere doelen kan worden besteed. 'Je moet de beperkte middelen die je hebt voor duurzame energie, goed inzetten', zegt kamerlid Jos Hessels. 'Wij zien meer toekomst in zonne-energie en schone kolen- en gascentrales.'
Het CDA wil alleen nog subsidies verstrekken voor innovaties in windmolentechnologie, niet voor de exploitatie van de parken. 'Dat betekent dat nog maar een fractie overblijft van de oorspronkelijke miljarden die de overheid voor offshore windmolens had uitgetrokken', zegt Hessels.
De VVD neemt al langer stelling tegen de 'astronomische' overheidssteun voor windmolens op zee. 'We moeten hiermee stoppen, tenzij de resultaten van de twee parken die nu worden gebouwd erg meevallen', zegt VVD-kamerlid Paul de Krom.
De Krom en Hessels hebben er echter beiden een 'hard hoofd' in dat de parken 'ooit rendabel zullen worden'. De VVD'er beroept zich onder meer op een 'maatschappelijke kosten-batenanalyse' die onlangs is uitgevoerd aan de Katholieke Universiteit Leuven. Daarin wordt uiterst kritisch geoordeeld over windmolens op zee.
Het CDA verwacht meer van het ondergronds opslaan van het broeikasgas kooldioxide dat vrijkomt bij de verbranding van olie, gas en steenkool. CDA-kamerlid Liesbeth Spies heeft bij minister Brinkhorst van Economische Zaken gepleit voor subsidiëring van een nieuw te bouwen 'klimaatneutrale' elektriciteitscentrale in Drachten. Daarbij wordt kooldioxide opgeslagen in een leeg gasveld. 'In windenergie worden weinig doorbraken verwacht', zegt Spies.
Brinkhorst zette eerder dit jaar de subsidiëring van offshore windenergie tijdelijk stil vanwege de hoge kosten. Hij wil nog niet reageren op de stellingname van de regeringspartijen. 'Het CPB komt waarschijnlijk deze week met een kosten-batenanalyse', zegt een woordvoerder. 'Op basis daarvan komt de minister met een voorstel.'
Boris van der Ham van coalitiepartner D66 vindt dat een 'nuchtere afweging' moet worden gemaakt. 'Er dreigt een gevoel te ontstaan dat windmolens sowieso niet deugen. Daar ga ik niet in mee.' Staatssecretaris van Milieu Pieter van Geel (CDA) stelt via een woordvoerder dat windenergie een 'noodzakelijk spoor' blijft naar een toekomst van duurzame energie.
'Als Nederland het buitenland wil bijhouden, dan moet de subsidie op peil blijven', zegt Richard Kooloos, energie-expert van Fortis . 'Doe je dat niet, dan wordt het moeilijk voor de Nederlandse industrie om expertise op te bouwen.'
Draaiende wind
Windmolens op zee zouden in 2020 6000 MW moeten leveren, dat is 15-20% van het totale stroomverbruik
Een run op de subsidies leidde dit voorjaar tot een tijdelijke subsidiestop
CDA en VVD willen nu een permanente subsidiestop
Centraal Planbureau komt deze week met een kosten-baten- analyse van windenergie
12 september 2005
Copyright (c) 2005 Het Financieele Dagblad
Windmolens op zee
Subsidies moeten
omlaag
HET KONINKLIJK
INSTITUUT VAN
INGENIEURS (Kivi)
heeft drie jaar
geleden al eens
becijferd dat
het plan van de
overheid om in
2020 6000
megawatt aan
windmolens op
zee te bouwen,
dat zijn
drieduizend
'krengen' van
ieder 2
megawatt, zo'n
15 tot 20
miljard euro zou
gaan kosten. Dat
geld, driemaal
de kosten van de
Deltawerken, zou
grotendeels
moeten worden
opgebracht door
de overheid.
Die rekensom
komt tot dusver
aardig uit. Met
de huidige
subsidieregeling
kost een park
van 6000
megawatt de
overheid 2
miljard euro per
jaar aan
subsidie.
Daarmee is dan
wel 15 procent
van het
Nederlandse
stroomverbruik
op
milieuvriendelijke
wijze gedekt.
Niettemin gaat
het om een enorm
bedrag. Het is
terecht dat een
kamermeerderheid
van CDA, VVD en
LPF subsidiëring
van windmolens
op deze schaal
afwijst. De
regering had
overigens al
eerder de
subsidieverlening
tijdelijk
stopgezet
vanwege de
oplopende
kosten. De
subsidiëring van
windmolens op
land gaat wel
gewoon door. Die
molens, goed
voor 1,5 procent
van het
stroomverbruik,
kostten de
belastingbetaler
vorig jaar 144
miljoen euro aan
subsidie.
Dergelijke
overheidssteun
is op termijn
niet te
verantwoorden.
De subsidies
moeten lager,
dat erkennen
zelfs de
voorstanders,
maar met
hoeveel? Op de
achtergrond
speelt daarbij
een
fundamentelere
vraag, namelijk:
hoe betrouwbaar
is
windenergie
? Op het
elektriciteitsnet
moeten aanbod en
afname van
stroom
voortdurend met
elkaar in balans
zijn, anders
valt de stroom
uit. Als de wind
wegvalt, moeten
andere centrales
daarom
bijspringen.
Nederland is
vorig jaar al
een paar keer
aan een grote
stroomstoring
ontsnapt nadat
windmolens in
Duitsland stil
waren gevallen.
Als straks alle
landen rond de
Noordzee in
windenergie
stappen, zal dit
probleem alleen
maar groter
worden.
De regering is
intussen
teruggekomen van
haar eerdere
ambities om 6000
megawatt te
bouwen en staat
nu een
'gefaseerde
aanpak' voor.
Dat is
verstandig. Nuon
en Shell gaan
een
demonstratiepark
bouwen bij
Egmond aan Zee.
Uit dat project
zal moeten
blijken hoe we
verder moeten
met
windenergie
op zee. Daarbij
zou het
bedrijven als
Nuon en Shell
sieren als zij
meer risico's
durven te nemen
dan zij nu doen.
Shell maakt in
paginagrote
advertenties
reclame met zijn
windenergie
-activiteiten,
maar vertelt er
nooit bij dat
het daarvoor
honderden
miljoenen aan
subsidies
ontvangt. Het
park bij Egmond
wordt vrijwel
geheel door de
belastingbetaler
gefinancierd.
Als Shell echt
gelooft in
windenergie
, dan moet het
bedrijf laten
zien dat
windenergie
mogelijk is
zonder
overheidssteun.
KAREL BECKMAN
13 september
2005
Copyright (c) 2005
Het Financieele
Dagblad
Politiek wil af van subsidie van
windmolens in zee
CDA
en VVD zien geen heil meer in
grootschalige subsidiëring van
windmolenparken op zee. Volgens de
regeringspartijen zijn offshore
windmolenparken te duur en leveren
ze te weinig rendement op voor het
milieu en de energievoorziening.
Als de
regeringspartijen hun zin krijgen,
bespaart de overheid miljarden aan
subsidie. Op dit moment is het
overheidsbeleid erop gericht om in
2020 zestig windmolenparken (6000
Megawatt) in de Noordzee te
realiseren, goed voor 15 tot 20% van
het Nederlandse stroomverbruik.
Daarmee moet de economie minder
afhankelijk worden van fossiele
brandstoffen als olie en aardgas.
Nuon en
Shell bouwen bij Egmond aan Zee een
klein park van 100 Megawatt,
waarvoor zij euro 350 mln aan
subsidie ontvangen. Het park bij
Egmond is een van de twee
windmolenparken waarvoor tot dusver
een vergunning is verleend.
Andere doelen
Het CDA
stelt nu dat het overheidsgeld beter
aan andere doelen kan worden
besteed. 'Je moet de beperkte
middelen die je hebt voor duurzame
energie, goed inzetten', zegt
kamerlid Jos Hessels. 'Wij zien meer
toekomst in zonne-energie en schone
kolen- en gascentrales.'
Het CDA
wil alleen nog subsidies verstrekken
voor innovaties in
windmolentechnologie, niet voor de
exploitatie van de parken. 'Dat
betekent dat nog maar een fractie
overblijft van de oorspronkelijke
miljarden die de overheid voor
offshore windmolens had
uitgetrokken', zegt Hessels.
De VVD
neemt al langer stelling tegen de
'astronomische' overheidssteun voor
windmolens op zee. 'We moeten
hiermee stoppen, tenzij de
resultaten van de twee parken die nu
worden gebouwd erg meevallen', zegt
VVD-kamerlid Paul de Krom.
Rendabel
De Krom
en Hessels hebben er echter beiden
een 'hard hoofd' in dat de parken
'ooit rendabel zullen worden'. De
VVD'er beroept zich onder meer op
een 'maatschappelijke
kosten-batenanalyse' die onlangs is
uitgevoerd aan de Katholieke
Universiteit Leuven. Daarin wordt
uiterst kritisch geoordeeld over
windmolens op zee.
Het CDA
verwacht meer van het ondergronds
opslaan van het broeikasgas
kooldioxide dat vrijkomt bij de
verbranding van olie, gas en
steenkool. CDA-kamerlid Liesbeth
Spies heeft bij minister Brinkhorst
van Economische Zaken gepleit voor
subsidiëring van een nieuw te bouwen
'klimaatneutrale'
elektriciteitscentrale in Drachten.
Daarbij wordt kooldioxide opgeslagen
in een leeg gasveld. 'In windenergie
worden weinig doorbraken verwacht',
zegt Spies.
Brinkhorst zette eerder dit jaar de
subsidiëring van offshore
windenergie tijdelijk stil vanwege
de hoge kosten. Hij wil nog niet
reageren op de stellingname van de
regeringspartijen. 'Het CPB komt
waarschijnlijk deze week met een
kosten-batenanalyse', zegt een
woordvoerder. 'Op basis daarvan komt
de minister met een voorstel.'
Afwegen
Boris
van der Ham van coalitiepartner D66
vindt dat een 'nuchtere afweging'
moet worden gemaakt. 'Er dreigt een
gevoel te ontstaan dat windmolens
sowieso niet deugen. Daar ga ik niet
in mee.' Staatssecretaris van Milieu
Pieter van Geel (CDA) stelt via een
woordvoerder dat windenergie een
'noodzakelijk spoor' blijft naar een
toekomst van duurzame energie.
'Als
Nederland het buitenland wil
bijhouden, dan moet de subsidie op
peil blijven', zegt Richard Kooloos,
energie-expert van
Fortis . 'Doe je dat niet, dan
wordt het moeilijk voor de
Nederlandse industrie om expertise
op te bouwen.'
Draaiende wind
- Windmolens op zee zouden in
2020 6000 MW moeten leveren, dat
is 15-20% van het totale
stroomverbruik
Een run op de subsidies leidde
dit voorjaar tot een tijdelijke
subsidiestop
CDA en VVD willen nu een
permanente subsidiestop
Centraal Planbureau komt deze
week met kosten-baten- analyse
van windenergie
Copyright (c) 2005 Het Financieele
Dagblad
Windenergie is voorlopig onrendabel
CPB pleit
voor gefaseerde aanpak
AMSTERDAM - Snel investeren
in windenergieparken op zee is
maatschappelijk niet rendabel.
Alleen bij een gefaseerde aanpak
kunnen de kosten en baten van
windenergie
enigszins in balans worden gebracht.
Dat
schrijven het CPB en het Energie
Onderzoek Centrum Nederland in een
gisteren gepubliceerde studie naar
de kosten en baten van
windenergieparken op zee. De studie
is verricht op verzoek van minister
van Economische Zaken Brinkhorst
naar aanleiding van een motie vorig
jaar van de Tweede Kamer.
Volgens de studie levert investeren
in 6000 megawatt
windenergie op zee in 2020
een zwaar negatief saldo van kosten
en baten op. Afhankelijk van de
ontwikkelingen op de olie- en
gasmarkt, gaat het om euro 2,5 mrd
tot euro 6,8 mrd.
Als de investeringen worden
uitgesmeerd over een langere periode
tot 2030, komt het negatieve saldo
uit op euro 290 mln tot euro 3,9 mrd.
Bij een gefaseerde aanpak kan beter
gebruik worden gemaakt van
leereffecten. Bovendien kan beter
worden ingespeeld op de moeilijk te
voorspellen ontwikkeling van de
olieprijs en het klimaatbeleid.
Echt rendabel wordt investeren in
windenergie
op zee alleen als conventionele
vormen van energieopwekking fors
duurder worden gemaakt als gevolg
van een zeer stringent
klimaatbeleid. Ook als de olieprijs
structureel op een niveau van $ 60
tot $ 70 per vat zou blijven, zou
windenergie
rendabel worden. Het CPB gaat er
echter van uit dat de olieprijs in
de komende jaren zal gaan dalen.
Brinkhorst stelt dat hij zich door
de studie gesteund voelt in zijn
beleid dat is gericht op een meer
geleidelijke ontwikkeling van
windenergie
op zee. Hij geeft aan dat hij ernaar
streeft om in 2010 zo'n 700 MW uit
windenergie
op zee ter beschikking te hebben.
Dat is nodig om te voldoen aan de
Europese doelstelling van 9%
duurzame stroomopwekking.
Met het oog op dat doel worden de
subsidies hervat zodra de nieuwe wet
Milieukwaliteit van de
elektriciteitsproductie (MEP) van
kracht is. Onder de nieuwe wet
krijgt de subsidiestroom een
jaarlijks plafond. Bovendien wil de
minister met tenders de meest
kostenefficiënte projecten
selecteren.
De Nederlandse Wind Energie
Associatie is teleurgesteld over het
CPB-rapport. Volgens de NWEA schat
het CPB de olieprijzen veel te laag
in en onderschat het de
maatschappelijke baten.
Het rapport van het CPB komt nadat
bekend is geworden dat Brinkhorst de
komende jaren windmolenparken op zee
wil subsidiëren met euro 1 mrd. VVD
en LPF lieten maandag in een reactie
op het CPB-rapport weten dat ze daar
tegen zijn. Ook het CDA ziet meer in
investeringen in energiebesparing en
energiezuinige centrales.
Olieprijs
Om de kosten van
windenergie tegen de baten te
laten opwegen is een olieprijs nodig
van $ 60 tot $ 70 per vat
In een gunstiger mix met andere
duurzame elektriciteitsbronnen zou
de 'break-evenprijs' tussen de $ 45
en $ 48 liggen.
Het CPB gaat uit van een olieprijs
van gemiddeld $ 25 tot $ 35
20 september 2005
Copyright (c) 2005
Het Financieele Dagblad
De wind draait
Kabinet wil 2 miljard in windparken stoppen; CDA
en VVD denken daar anders over.
Het
is een waarheid als een koe:
als het niet waait, dan draaien de wieken
van een windmolen niet en dus levert een windmolen dan geen
elektriciteit
. Hoe komt het toch dat ogenschijnlijk verstandige mensen
dit maar niet willen begrijpen?
Neem de uitzending van het tv-programma Buitenhof afgelopen
zondag.
Daarin sprak journalist Rob Trip met minister Laurens Jan
Brinkhorst (D66) van
Economische Zaken. Drie opmerkelijke uitspraken vielen te
noteren. Brinkhorst
zei dat het debat over kernenergie in Nederland open moest,
maar vond de tijd
niet rijp om nieuwe kerncentrales te bouwen. Hoezo open
debat als een van de
mogelijke conclusies bij voorbaat wordt afgesloten?
Een tweede intrigerende opmerking was dat de minister
meedeelde een lange ervaring in ’de milieubeweging’ te
hebben.
Hij doelde daarmee niet op zijn lidmaatschap van Greenpeace,
maar op het
feit dat hij tien jaar de hoogste milieuambtenaar in Europa
was. Wie een
illustratie wil van de stelling dat milieuambtenaren de
loopjongens zijn
van de milieubeweging, vond haar hier.
Ten derde viel op dat de journalist vond dat de minister
veel te weinig in
windenergie en andere vormen van ’duurzame’ energie
investeerde, en daar
scherp over doorvroeg.
De journalist meende aldus vermoedelijk in een
kritischetraditie te handelen.
Ten onrechte.
Verspilling van belastinggeld is niet links, is niet
kritisch en is niet goed voor
het milieu. Windmolens leveren veel te dure elektriciteit.
Ook heeft het geen zin om met het oog op de toekomst in
windmolens te investeren. Uit alle studies blijkt dat het
over twintig, dertig jaar nauwelijks beter is. De
windturbine is technologisch vrijwel uitontwikkeld. Ook als
er nieuwe materialen worden gebruikt, ook als de slimste
elektronica ertegenaan wordt gegooid, blijft windenergie te
duur. De enige manier om de stroom iets goedkoper (maar nog
steeds te duur) te krijgen, is om die krengen nog hoger te
bouwen.
Toch maakt het kabinet naar alle waarschijnlijkheid volgende
week bekend
opnieuw een substantieel bedrag in windenergie te stoppen.
Eerst ging het gerucht dat het 4 miljard euro zou zijn,
thans lijkt het erop dat het bij 1 miljard blijft. Dat
bedrag gaat naar het bouwen van windmolens op zee.
Gelukkig is het allesbehalve zeker dat die plannen het halen
. Het kabinet
kan zo veel willen, als het parlement niet meegaat, dan
blijven het bij voornemens .
Zo langzamerhand komen de regeringspartijen CDA en VVD bij
zinnen.
Van de VVD was al bekend dat ze tegen windmolens is, omdat
deze zoals woordvoerder Paul de Krom zegt ”meer op subsidies
dan op wind draaien“.
Ook het CDA lijkt om. Kamerlid Jos Hessels zei deze week in
Het Financieele Dagblad dat er betere bestemmingen denkbaar
zijn voor de miljardensubsidies die windenergie behoeft.
Hè hè, de wind begint uit een andere hoek te waaien.
Simon Rozendaal
Wet
moet kosten groene stroom in toom houden
DEN HAAG
(ANP) - Minister Brinkhorst van Economische Zaken heeft
dinsdag een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd dat
de kosten van groene stroom in de hand moet houden.
Subsidies
op groene stroom worden betaald uit een zogeheten
afnemerstarief per aansluiting op het elektriciteitsnet.
Zonder nadere maatregelen zou dat tarief stijgen van 52 euro
nu naar vele honderden euro's.
De
subsidies worden voortaan gebonden aan een jaarlijks vast te
stellen maximum. Brinkhorst belooft dat dit maximum hoog
genoeg zal zijn om de doelstelling van 9 procent duurzame
energie in 2010 te halen.
Greenpeace heeft kritiek op het wetsvoorstel, omdat het ook
de mogelijkheid biedt voor subsidies op ondergrondse opslag
van het broeikasgas CO2. De milieuorganisatie wil niet dat
dit ten koste gaat van subsidie op ,,echte'' duurzame
energie. Volgens Greenpeace is er onvoldoende zekerheid dat
het CO2 op den duur niet alsnog vrijkomt uit de ondergrond.
Woensdag 21
september 2005
De
werkgroep Ommen-Hardenberg heeft enkele mogelijke locaties
voor de plaatsing van windturbines in het gebied
Dedemsvaart-Zuid/Ommen Noord in kaart gebracht. Hiervoor
heeft de werkgroep een landschappelijke beoordeling
uitgevoerd, waaruit een opstelling van drie lijnen als de
meest ideale naar voren komt. De mogelijke locaties en de
landschappelijke beoordeling worden op 4 en 5 oktober
tijdens inloopbijeenkomsten aan de inwoners van Hardenberg
en Ommen gepresenteerd.
Begin 2004 hebben de provincie Overijssel en de gemeenten
Ommen en Hardenberg de ‘Beleidsvisie Windenergie Noord-Oost
Overijssel’ vastgesteld. Hierin werden de kansrijke gebieden
voor grootschalige opstellingen voor windenergie genoemd. De
twee meest kansrijke gebieden mogen van Provinciale Staten
eerst ontwikkeld worden, één van deze gebieden is het gebied
Dedemsvaart-Zuid/Ommen-Noord. Het gaat om het open agrarisch
gebied rond de Elfde Wijk, de Driehoek en de Verlengde
Zestiende Wijk. De gemeenteraden van Ommen en Hardenberg
hebben ingestemd met dit zoekgebied, waarbij de gemeenteraad
van Hardenberg alleen heeft ingestemd met het gebied ten
zuiden van de hoogspanningsleiding en ten oosten van het
Ommerkanaal.
De werkgroep Ommen-Hardenberg heeft de beleidsvisie verder
uitgewerkt en is binnen het gebied op zoek gegaan naar meer
concrete locaties voor de plaatsing van windturbines. Voor
het bepalen van deze locaties gelden diverse uitgangspunten
en ruimtelijke richtlijnen. Na het zorgvuldig afwegen van
alle relevante aspecten uit de beleidsvisie heeft de
werkgroep een landschappelijke beoordeling uitgevoerd.
Hierbij heeft de werkgroep bijzondere aandacht gehad voor de
opstellingsvorm en het aantal windturbines per opstelling.
Uit de landschappelijke beoordeling blijkt dat in het
gebied een opstelling van drie lijnen van maximaal vier
turbines in een Oost-West lijn de voorkeur geniet. Dit sluit
het best aan op de regionale landschappelijke opbouw en kan
goed worden aangesloten op bestaande landschappelijke
structuren. Oost-West lijnen in het zuidelijke deel van het
plangebied, grotendeels op Ommer grondgebied, hebben
ruimtelijk gezien de voorkeur. Deze opstelling geeft ook het
meest rustige totaalbeeld en bevindt zich op grotere afstand
van de hoogspanningslijn en van geconcentreerde bebouwing.
Op het grondgebied van de gemeente Hardenberg zijn langs de
Verlengde Zestiende Wijk of ten zuiden daarvan mogelijkheden
voor een lijn. De Oost-West lijn moet volgens de werkgroep
de kavelrichting volgen. De lijnen kunnen nog iets
verschuiven.
De landschappelijke beoordeling wordt tijdens twee
inloopbijeenkomsten toegelicht. Inwoners en belangstellenden
kunnen tijdens de inloopbijeenkomst uitleg krijgen over
windenergie in het algemeen en de landschappelijke
beoordeling van het gebied. Tijdens de avond is er de
mogelijkheid om op de plannen te reageren en/of vragen te
stellen. De inloopbijeenkomsten worden gehouden op dinsdag 4
oktober 2005 van 17.00 tot 20.00 uur in ’t Centrum aan de
Julianastraat in Dedemsvaart en op woensdag 5 oktober van
17.00 tot 20.00 uur in De Lindenberg aan de Balkerweg in
Ommen. Inwoners van het gebied zijn in een nieuwsbrief
geïnformeerd over de landschappelijke beoordeling.
De landschappelijke beoordeling wordt na de
inloopbijeenkomsten en het verwerken van de reacties nu
voorgelegd aan de gemeenteraden van Hardenberg en Ommen.
Daarna kunnen initiatiefnemers opdracht geven tot nadere
onderzoeken en eventueel een aanvraag voor de plaatsing van
windturbines indienen. Het is dan aan de gemeenteraden om te
beslissen over de opstellingsvarianten en de aantallen.
Provinciale Staten van Overijssel hebben onlangs besloten
dat het maximaal aantal turbines op 8 per gebied komt te
liggen.
Laatste
wijziging: 21-09-2005
Windmolens inzet van lokale verkiezingen
DALFSEN
- Als het aan Willem van der Rest van de stichting Dalfsen
tegen Windmolens ligt, komt de mogelijke plaatsing van een
aantal windturbines in de gemeente Dalfsen bij de komende
gemeenteraadsverkiezingen hoog op de politieke agenda te
staan.
Van der
Rest maakte afgelopen maandag van het inspreekrecht gebruik
om de raadsleden nog eens fijntjes te wijzen op de groeiende
oppositie die de windmolens in Nederland ondervinden. Hij
refereerde onder meer aan een rapport van TNO over
windenergie.
Ook van
andere zijden krijgen de windmolens de laatste tijd klappen.
Zo bepaalde een rechter onlangs dat omwonenden van een
windturbine minder onroerendezaakbelasting hoeven te
betalen. Van der Rest zei dat ook de planschade flink in de
papieren kan lopen, tot wel dertig procent van de waarde
van een woning. Hij stelde verder tevreden vast dat ook het
koningshuis, in de persoon van Z.K.H. Pieter van
Vollenhoven, zich inmiddels in de discussie heeft gemengd.
Hij toonde zich verder verheugd over een uitspraak van de
VVD dat windmolens meer op subsidies draaien dan op wind.
"Niemand
heeft de verplichting om windmolens te plaatsen", drukte Van
der Rest de raadsleden op het hart. "Het levert niets op,
een klein aantal inwoners profiteert, terwijl velen er de
nadelen van ondervinden", zo concludeerde hij. Met
belangstelling ziet hij de gemeenteraadsverkiezingen van
2006 tegemoet. "Die kunnen duidelijk maken welke partijen
het landschap in Dalfsen een warm hart toedragen", aldus Van
der Rest.
Dalfser Courant, 28
september 2005
PERSBERICHT
Den Haag, 28 september 2005
LPF
ZAL CPB-ADVIES WINDENERGIE NIET IN DE WIND SLAAN
Het
overheidsplan om windmolenparken te realiseren voor de
energievoorziening in ons land moet van de baan. De
Lijst Pim Fortuyn zal hiertoe een motie indienen tijdens
de komende Algemene Financiële Beschouwingen.
“Nu
de portemonnee van het kabinet toch al dwingt tot
moeilijke keuzen is een miljardeninvestering in
windmolens tegen het advies van het Centraal Plan Bureau
(CPB) in niet uit te leggen,” aldus fractievoorzitter
Van As. “En als een Kamermeerderheid desondanks besluit
om windmolenparken te realiseren, dan ben ik ervan
overtuigd: ‘Die wind zaait, zal storm oogsten.”
Uit
recente studie van het CPB bleek duidelijk dat de baten
van windenergie met de bijkomende milieuvoordelen de
komende decennia lager zijn dan de kosten die moeten
worden gemaakt voor het winnen van windenergie. Een
extra bekrachtiging van haar betoog uitte het CPB
vandaag nog in het Financieele Dagblad. Het is volgens
de Lijst Pim Fortuyn onvoorstelbaar om het CPB-rapport
dat het advies geeft de investering van maar liefst een
miljard euro niet te doen, te negeren.
Fractieleider Gerard van As: “De coalitiepartijen CDA en
VVD vroegen zelf eerder om een kosten-batenanalyse op
basis waarvan besluiten kunnen worden genomen. Het zou
wel heel opzienbarend zijn wanneer ze deze goede raad
van het CPB in de wind zouden slaan.”
“De
honderden miljoenen euro’s die de windmolens in beweging
zetten – immers, windmolens draaien op subsidie in
plaats van wind – zouden volgens de Lijst Pim Fortuyn
daarvoor moeten worden aangewend, waar het de economie
versterkt. De fractie pleitte enkele weken geleden
tijdens het duurzaamheiddebat in de Kamer al voor het
direct stoppen met de bouw van windmolens en liet
tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen vorige week
weten een dergelijke besteding niet te steunen.
Energie uit wind, kern, kolen, zon, biomassa:
het
is niet goed of het deugt niet
29 september 2005
SOESTDUINEN
(Energeia)
- De zoektocht naar de juiste opwekkingsmethode voor
stroom begint een beetje een afvalrace te worden. Tegen
windenergie is veel weerstand. 'Windmolens draaien meer
op subsidie dan op wind', zo zei
VVD-politicus Paul de Krom gisteren op een
congres over het Energierapport nog eens. Directeur Paul
Dijkstra van NRE was het met hem eens: Nederland is geen
windland.
Met biomassa heeft De Krom ook problemen, net als
directeur Joost van Dijk van Eon
Benelux, zo bleek op het congres.
Eon had er samen met
Greenpeace onderzoek naar laten doen. Waar de
milieu-organisatie tot de
conclusie kwam dat biomassa de 'oplossing van het
klimaatprobleem' is, concludeerde
Eon dat een
biomassa-centrale van 1.000 MW te ambitieus is.
Reden: het grote volume van de aan te voeren biomassa
(vier keer zo groot als kolen), wat tot logistieke
problemen leidt. Ook vindt Van Dijk het niet erg zinvol
om met houtsnippers over heel de wereld te gaan slepen.
Maar als je
windenergie en biomassa wegstreept van het palet van
mogelijke opwekkingsmethoden in Nederland blijft er
bitter weinig over, zo was de teneur van een opmerking
van Helma Kip van
Essent.
Dat komt omdat er een
aantal feiten zijn, zo stelde ze. Een eerste feit is dat
de bouw van een kerncentrale in Nederland nog een beetje
moeilijk ligt. Andere feiten zijn het
Kioto-verdrag en de duurzame
energiedoelen die Europa aan Nederland heeft opgelegd.
De bouw van een nieuwe kolencentrale ligt dus ook niet
zo voor de hand.
De andere sprekers hebben kolen-
en kernenergie echter nog lang niet afgeschreven.
Eon is, zoals bekend, aan
het denken over de bouw van een kolencentrale op de
Maasvlakte. Het bedrijf is in gesprek met de industrie
over langjarige afname-contracten.
Probleem zijn wel de lokale
milieuregels en de tegenstrijdigheden daarin. Toch is
het investeringsklimaat in Nederland goed. En de kosten
van kolenenergie liggen op de Maasvlakte door de
gunstige ligging zo'n EUR 8
per MWh lager dan verderop
in het binnenland van Europa,
zo stelde Van Dijk.
De Krom is het met hem eens en wil dat de overheid "de
prikkels op de juiste manier neerlegt" om
zo'n centrale te realiseren.
En hij wil ook nog wel eens een pleidooi houden voor
kernenergie. "Als iemand mij kan vertellen hoe we de
Kioto-normen halen zonder
kernenergie, dan hoor ik het graag." Ook sluit De Krom
biomassa niet helemaal uit, zo benadrukt hij. "Maar de
duurzame energiedoelen betekenen niet dat ik domme
dingen moet gaan doen om die te halen." De Krom brak
verder een lans voor waterstof. "De Verenigde Staten
steken er EUR 1 mrd in. Waar
is Europa?" Hij pleitte ook voor een krachtenbundeling
tussen overheid, universiteiten en bedrijven.
Ook Dijkstra van NRE ziet mogelijkheden voor, vooral,
kleinschalige biomassa. Hij verwijt het ministerie van
Economische Zaken dat die in het Energierapport 2005
geen keuze maakt. "Of je kiest voor kernenergie, maar
dan moet je nu stappen zetten of je kiest voor een
kolencentrale met afvang van CO2." Van belang vindt
hij dat er een dialoog tussen
overheid en bedrijven op gang komt. "Maar dan moeten
eerst andere problemen (de ruzie over de splitsing van
de bedrijven, red.) van tafel."
Als je biomassa gebruikt moeten het houtgewassen zijn,
zoals wilg, riet, populier en hennep, zo vindt
wetenschapper Wim
Turkenburg. De mening van de
deskundigen op het congres over koolzaad als
biobrandstof was eensgezind: niet doen. Met de
zogenaamde tweede generatie biobrandstoffen, zoals
waterstof, kan je met de auto vier keer zo ver rijden
per hectare als met koolzaad, zo vatte
Turkenburg de lage potentie
samen. Volgens Van Dijk is het bovendien cru om
landbouwgronden te gebruiken voor brandstof als er nog
zoveel honger is in de wereld.
Over zonne-energie waren de meningen verdeeld.
Volgens
Turkenburg is zonne-energie duur en zal het dat
altijd blijven. Directeur Ton
Hoff van ECN denkt echter
dat de kosten wel degelijk omlaag kunnen: van EUR 120
naar EUR 60 per MWh. En dan
wordt het concurrerend. Ook De Krom ziet veel in
(grootschalige) opwekking van zonne-energie. Een nieuw
modewoord in de energiesector is ten slotte schoon
fossiel: ofwel fossiele opwekking met opvang van de
vrijkomende CO2. En de term energiebesparing is
natuurlijk weer helemaal terug van weggeweest. Alleen is
de grote vraag: hoe die te realiseren
Copyright©, Energeia, 2005
De
Krom (VVD): het blijft bij twee windmolenparken op zee
29 september 2005
SOESTDUINEN
(Energeia)
- Alleen de bouw van de twee windmolenparken op zee
waarvoor op dit moment een vergunning is afgegeven moet
doorgaan. "Daar blijft het bij, tenzij het zo enorm
meevalt dat we door moeten gaan". Dit zei
Tweede-Kamerlid Paul de Krom van de VVD gisteren op een
congres in Soestduinen over het Energierapport 2005.
NRE-directeur Paul Dijkstra is het met hem eens.
"Nederland is geen windland", zo vond hij.
De Krom verwacht overigens niet dat het 'enorm meevalt'
met de bouw van windmolenparken, zo liet hij er meteen
op vallen. "Windmolens kosten de overheid bakken met
geld maar ze leveren niet veel op. Het heeft lang
geduurd voordat dit doordrong tot de Kamer, maar het is
nu wel gelukt. Er is 1 mrd uitgetrokken voor windenergie
uit het FES. Dat gaat dus niet gebeuren", aldus een
stellige De Krom.
Pas na 2025 wordt windenergie enigszins rendabel volgens
De Krom maar dan veronderstel je wel dat energieprijzen
heel hoog blijven. De parken waarvoor een vergunning is
afgegeven zijn het Near Shore Windpark dat door Shell en
Nuon gebouwd gaat worden en het Q7-windmolenpark, waar
E-concern de vergunning van heeft.
Directeur Paul Dijkstra van het Eindhovense
energiebedrijf NRE was het met De Krom eens. Dijkstra,
die naar eigen zeggen veel ervaring met wind heeft, is
tot de conclusie gekomen dat Nederland geen 'windland'
is. Zelfs op de beste plekken in Nederland (de
Maasvlakte en de Eemshaven) is de windsnelheid niet
hoger dan 7 meter per seconde. In andere streken is dat
11 tot 12 meter per seconde. Het aantal uren per jaar
dat de molens draaien is hooguit 2.000, minder dan een
kwart van de tijd dus.
Dijkstra hekelt het zogenaamde Blow-akkoord waarin alle
provincies hebben vastgelegd dat ze een bepaalde
capaciteit aan windenergie zullen bouwen. Dit is
"dommigheid" en het convenant moet daarom snel worden
teruggedraaid. Als voorbeeld van de uitzichtloosheid van
de doelen noemde hij de pogingen van Eneco om windmolens
neer te zetten in Barneveld. ("Wie wil dat dan ook?") Er
was veel tijd en geld in gestoken maar de vergunning is
afgeschoten omdat een militaire radar er last van heeft.
Copyright©, Energeia, 2005
| |
|
Park voor
grote
windmolens |
| |
|
Albert Jansen en Frank Stroeken |
| |
|
Al jaren
worden windturbines almaar groter.
Met de hoogte neemt de
elektriciteitsopbrengst exponentieel
toe. Turbines waren tien jaar
geleden nog 30 tot 45 meter hoog. |
| |
|
De laatste jaren zijn er veel
turbines geplaatst met een hoogte
van 70 of 80 meter. De eerste
windturbine met een hoogte van 100
meter en met wieken van 50 meter -
de breedte van een voetbalveld - is
onlangs geplaatst in de
Wieringermeer. Flevoland en
Noord-Holland plaatsen nog
tientallen van zulke giganten. |
| |
|
Met grote
windturbines veranderen
landschappen. In de afgelopen tien
jaar hebben we in Nederland
geprobeerd windturbines in lijnen te
plaatsen bij wegen, waterlopen of
bedrijventerreinen. Men probeerde ze
in het landschap in te passen,
terwijl ze daarvoor veel te groot
zijn. |
| |
|
Grote
turbines vormen zelf een landschap.
Ze domineren het onderliggende
landschap en ook de infrastructuur.
Alleen de grote
contrasten in ons Nederlandse
landschap, zoals de grens van land
en IJsselmeer, hebben een schaal die
past bij grote
turbines. |
| |
|
Om dergelijke turbines een plek te
geven, moet er in grotere maten
worden gedacht in het landschap én
in de besluitvorming. De turbines
overstijgen al snel de schaal van
een dorp of gemeente. Een andere
aanpak is geboden. |
| |
|
Met de nieuwe turbines moet
landschap worden ontworpen op
nationaal of ten minste regionaal
niveau. |
| |
|
De huidige verdeling van de
taakstelling over de provincies en
vaak over gemeenten leidt tot kleine
clusters. Daarmee gaat de kans
verloren om een goed landschappelijk
ontwerp te maken. |
| |
|
Als deze grote
objecten worden gebundeld, blijven
elders lege landschappen bestaan.
Als we 300 grote
windturbines verspreid plaatsen op
20 kilometer van elkaar, zie je
overal in Nederland een windturbine.
Wanneer we er 300 neerzetten met een
onderlinge afstand van 500 meter,
passen die in een gebied van 7,5 bij
10 kilometer. Dan kan een spannend
windturbinelandschap worden gemaakt. |
| |
|
Een `turbine-bos' met een binnen- en
een buitenkant, met richtingen en
verschillende dichtheden. Hiermee
ontstaan nieuwe kwaliteiten, waar
ook toeristen op afkomen. Om de
beweging te beleven of om van het
uitzicht te genieten vanuit een
grote
turbinekamer. |
| |
|
Een concentratie van turbines kan
het onderliggende historische
landschap op een nieuwe manier laten
voortbestaan. Tegelijk met
grote
investeringen in turbines kan
geïnvesteerd worden
cultuurhistorisch erfgoed en natuur
of infrastructuur. |
| |
|
Momenteel wordt in het beleid deze
benadering nog nauwelijks als
vertrekpunt genomen. In het beleid
wordt gekozen voor plaatsen ver uit
de buurt van woningen, waar
windturbines geen kwaad zouden
kunnen. |
| |
|
Turbines worden zo ervaren als
moderne ondingen die op lawaaiige
rotplekken komen, zoals bij
snelwegen. In het beleid kiest men
ook voor verdeling van de `ellende'
in bestuurlijke zin. Elke provincie
en veel gemeenten moeten bijdragen
aan het landelijke doel. |
| |
|
Deze uitgangspunten hebben hun
waarde en zelfs een juridische
status. Ze leiden echter tot een
slechte landschappelijke kwaliteit.
Met de komst van
grote turbines moet het
ruimtelijke-ordeningsbeleid
toewerken naar landschappen die de
moeite waard zijn. |
| |
|
Voor de plaatsing van
grote
turbines moet in Nederland op
nationaal niveau gekozen worden voor
één of enkele locaties. Per locatie
moet ten minste regionaal gedacht
worden. |
| |
|
Voor deze aanpak is bestuurlijke
durf nodig en organisatorische
creativiteit. Met die creativiteit
zit het wel goed, wanneer de
politiek een grote
keuze maakt. |
| |
|
|
| |
|
Op dit
artikel rust auteursrecht van NRC
Handelsblad BV, respectievelijk van
de oorspronkelijke auteur. |
| |
|
|
 |
Regeringspartijen zien meer in alternatieven
als CO2-opslag en 'klimaatneutrale' centrales
Gepubliceerd door Paul de Krom op 12 september
2005
Het Financieeled Dagblad, 12 september 2005.
Minister Laurens Jan Brinkhorst van Economische
Zaken (EZ) heeft 'extra investeringsruimte', zei hij
donderdag tegen de Tweede Kamer, vooral dankzij de
gestegen aardgasbaten. Ook de energiesector kan op
Prinsjesdag rekenen op extraatjes.
Niettemin staat de minister voor harde keuzes in
het energiebeleid. De afhankelijkheid van olie en
gas moet minder, de uitstoot van het broeikasgas
kooldioxide (CO2) moet omlaag en torenhoge
energieprijzen moeten beteugeld.
Windmolens op zee waren tot voor kort favoriet.
Zij konden rekenen op de hoogste subsidie onder de
zogeheten MEP-regeling, die door Brinkhorst is
opgezet om milieuvriendelijke energieopwekking te
stimuleren. En de overheid had grootse plannen: er
zou in 2020 6000 megawatt (MW) aan windmolens op zee
worden gerealiseerd. Daarmee zou in 15-20% van het
Nederlandse stroomverbruik worden voorzien.
Critici wezen er al snel op dat de kosten erg
hoog zouden zijn en de opbrengsten twijfelachtig.
Het Koninklijk Instituut van Ingenieurs (Kivi)
constateerde in april 2002 dat 6000 MW een
investering van euro 15 mrd zou vergen, grotendeels
op te brengen door de overheid.
Nuon en Shell, die een park bouwen voor de kust
van Egmond, vroegen - en kregen - honderden
miljoenen aan subsidie voor dit kleine project (100
MW). Het project Q7 van Econcern krijgt ook een
dergelijke subsidie. Nadat zich dit voorjaar een rij
nieuwe exploitanten aandiende bij EZ, besloot
Brinkhorst in paniek de subsidieverlening op te
schorten. Verkeer & Waterstaat blokkeerde tegelijk
alle nieuwe vergunningverleningen.
Als het aan CDA en VVD ligt, wordt de tijdelijke
subsidiestop omgezet in een permanente. Het CDA wil
alleen nog innovaties in windmolentechniek
ondersteunen. Maar de partij gelooft daar niet echt
in. 'Er worden op dit gebied weinig nieuwe
doorbraken verwacht', zegt CDA-kamerlid Liesbeth
Spies. PvdA-parlementariër Diederik Samsom is het
daar niet mee eens. 'Natuurlijk is innovatie
mogelijk. De productie kan een factor twee goedkoper
worden.'
Richard Kooloos, senior manager Global Energy &
Utilities Group bij Fortis , denkt dat de
Nederlandse industrie kansen misloopt als de
subsidie wordt afgebouwd. 'In het buitenland gaan de
ontwikkelingen door.' Kooloos verwacht 'eerder in
het buitenland nieuwe off shore parken te kunnen
financieren dan in Nederland. Het beleid is te
onvoorspelbaar.'
Maar volgens VVD-kamerlid Paul de Krom gaat het
niet alleen om geld. 'Wind is een instabiele bron
van energie. Je hebt altijd reservecapaciteit
nodig.'
CDA en VVD zien meer in alternatieve vormen van
duurzame energie, zoals het 'klimaatneutraal' maken
van elektriciteitsopwekking. Dit gebeurt door het
broeikasgas CO2 af te vangen en ondergronds op te
slaan. Uit onderzoek van TNO blijkt dat er genoeg
ondergrondse reservoirs zijn om honderd jaar lang de
totale wereldwijde CO2-uitstoot op te slaan.
In landen als de VS, Canada en Noorwegen word al
volop geëxperimenteerd met het opslaan van CO2 in
ondergrondse aardlagen. Op het Nederlandse deel van
de Noordzee voert Gaz de France, met steun van de
Nederlandse overheid, een project uit. Shell-dochter
NAM komt nog dit jaar met plannen voor CO2-opslag in
gasvelden.
In het Friese Drachten gaat SEQ uit Bunnik
mogelijk zelfs de eerste 'klimaatneutrale'
elektriciteitscentrale ter wereld bouwen. Deze
gasgestookte centrale wordt via een pijpleiding
aangesloten op een oud gasveld in Akkrum. De CO2 die
vrijkomt bij de verbranding van het aardgas wordt in
het veld gepompt. Met behulp van die CO2-injectie
kan weer gas worden gewonnen dat in het veld is
achtergebleven. Dat kan weer worden gebruikt voor de
elektriciteitsproductie.
Maar ook deze ZEPP-centrale ('Zero Emissions
Power Plant') kan niet zonder subsidie. Het Centraal
Planbureau oordeelde in juni dat het gaat om een 'in
de wereld unieke technologie', die vooralsnog echter
'relatief erg duur' is.
Volgens een van de initiatiefnemers, Wouter van
de Waal van SEQ, negeert het CPB echter dat het
rendement van de centrale na vijf jaar sterk
verbetert. 'Dan kunnen we zonder subsidie verder.'
Het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN), het
belangrijkste energie-onderzoeksinstituut, juicht de
ZEPP-centrale wel toe. 'In 2050 zijn alle centrales
zonder emissies', zegt Jan Willem Erisman van het
ECN. 'Er zijn nu demonstratieprojecten nodig. SEQ
zet een zeer geavanceerd concept neer.'
Ook het CDA is 'heel enthousiast' over dit
project. 'Wij hebben dit aangeboden aan Brinkhorst
met een strikje erom', zegt Spies. SEQ heeft bij EZ
een subsidieaanvraag ingediend. Het bedrijf vraagt
4,1 cent per kWh. Ruim de helft goedkoper dan
windmolens op zee.
|
Miljardensteun voor windmolens slecht besteed
CPB:
'Als je naar de kosten en baten kijkt, moetje het voorlopig
niet doen'
DEN HAAG
- Windmolens roepen bij zowel voor- als tegenstanders felle
emoties op, hebben ze bij het Centraal Planbureau gemerkt.
'We krijgen niet vaak zoveel reacties op een
onderzoeksrapport', zeggen Annemiek Verrips en Taco van
Hoek, respectievelijk onderzoeker en onderdirecteur van het
CPB.
Het CPB
heeft samen met het Energieonderzoekscentrum Nederland (ECN)
naar aanleiding van een motie van CDA en VVD in juni vorig
jaar, een 'maatschappelijke kosten -batenanalyse' gemaakt
van windmolens op de Noordzee. Een onbevooroordeelde
analyse, beklemtonen Verrips en Van Hoek. 'Wij hebben niet
een positief of negatief gevoel bij windmolens.'
De
analyse van het CPB levert echter vooral teleurstellende
conclusies op voor de voorstanders van windmolens. Het CPB
concludeert dat het oorspronkelijke plan van de overheid om
in 2020 6000 megawatt aan windmolens op zee te realiseren
(zestig forse windmolenparken), miljarden aan subsidies kost
en weinig oplevert, noch voor het klimaat, noch voor de
werkgelegenheid.
'Als je
naar de kosten en baten kijkt voor Nederland, zou je het
gewoon niet moeten doen', zegt Verrips. 'Die boodschap is
niet echt opgepikt door de media.'
Door de
politiek ook niet, want gelijktijdig met publicatie van het
CPB-rapport maakte minister Laurens Jan Brinkhorst van
Economische Zaken bekend tot 2013 euro 1 mrd aan subsidies
toe te kennen voor windmolens op zee.
In een
brief aan de Tweede Kamer schrijft Brinkhorst dat het CPB
weliswaar laat zien dat 6000 megawatt niet rendabel is, maar
dat hij deze beleidsdoelstelling sowieso al heeft geschrapt.
Voor een 'meer geleidelijke ontwikkeling', zoals hij die nu
voorstaat, vindt hij in het rapport 'duidelijke
ondersteuning en onderbouwing'.
Van Hoek
denkt daar toch iets genuanceerder over. 'De gefaseerde
aanpak is misschien het beste gegeven de EU-doelstellingen
die er zijn op dit gebied. Maar op basis van de kosten en
baten ligt uitstel meer voor de hand dan een gefaseerde
ontwikkeling.'
Waar Van
Hoek en Verrips meer aandacht voor zouden willen hebben is
de principiële kritiek die zij in het rapport uiten op de
Europese doelstellingen voor duurzame energie. Die
doelstellingen botsen volgens hen namelijk met de Europese
emissiehandelsrichtlijn. Die richtlijn legt een plafond op
aan de uitstoot van het broeikasgas kooldioxide (C02) door
de industrie. Binnen dat plafond wordt het aan marktpartijen
overgelaten om te bepalen wat de meest efficiënte methoden
zijn om hun C02uitstoot te verminderen. 'De overheid
subsidieert via de zogenoemde Mepregeling echter een aantal
technieken om groene stroom op te wekken, zoals windenergie,
zonne-energie en het mee- en bijstoken van biomassa in
elektriciteitscentrales. Met die subsidies ga je als
overheid dus toch weer specifieke technieken stimuleren in
plaats van dat aan de markt over te laten', zeggen de
onderzoekers.
Die
subsidies hebben volgens de CPB-onderzoekers geen positief
effect voor het klimaat, althans als het
emissiehandelssysteem wordt voortgezet. 'Het aanleggen van
windmolens op zee doet de vraag naar C02-rechten afnemen,
omdat je voor windenergie geen rechten hoeft te kopen.
Daardoor daalt de prijs, waardoor andere mogelijkheden om
C02-uitstoot terug te dringen, bijvoorbeeld door
energiebesparing, worden verdrongen. Per saldo levert de
subsidiëring van windmolens dus niet minder C02-uitstoot op.
Dat is een belangwekkende conclusie, maar daar hoor je in de
media weinig over.'
Dat
Brinkhorst toch doorgaat met het ondersteunen van windmolens
op zee, heeft mede te maken met de EU-doelstelling voor
duurzame energie waar Nederland aan moet voldoen. De
EU-landen moeten in 2010 9% van hun stroom 'duurzaam'
opwekken. Dat kan bijna niet zonder windmolens.
Volgens
de CPB-onderzoekers brengt die Europese doelstelling, net
als het subsidiëren van windenergie, onnodige kosten met
zich mee. 'Op de lange termijn kan het om miljarden gaan.'
Aan een exacte schatting wil Van Hoek zich niet wagen. 'Dat
hangt van allerlei factoren af, die we niet apart hebben
bekeken.'
De
C02-uitstoot kan volgens het CPB veel goedkoper worden
teruggedrongen met besparingsopties dan door duurzame
energie . 'Het is vreemd dat de EU-lidstaten zich vastpinnen
op zo'n doelstelling, terwijl het emissiehandelssysteem al
een plafond oplegt.'
Blijft
de vraag of de aannames van het CPB niet te pessimistisch
zijn voor windenergie. Zo stelt de Nederlandse Windmolen
Energie Associatie (NWEA) dat het CPB uitgaat van een te
lage olieprijs, van $ 28 tot $ 35 per vat, terwijl de
marktprijs nu boven de $ 60 ligt.
Verrips
en Van Hoek erkennen dat windmolens eerder rendabel zullen
worden als de olieprijs hoog blijft. Ook een stringent
Europees klimaatbeleid, dat een laag plafond voorschrijft
voor C02emissies, zal windmolens competitiever maken,
zeggen zij. 'In dat geval wordt windenergie vanzelf
rendabel. Maar dan is er ook geen subsidie meer nodig.'
Richtingenstrijd
Het
Centraal Planbureau stelt vast dat het bouwen van 6000
megawatt aan windmolens in zee in 2020 euro 3,4 tot 6 mrd
meer kost dan het oplevert. Bij deze berekeningen zijn ook
indirecte effecten meegenomen, zoals milieuwinst.
Voor de
werkgelegenheid levert het subsidiëren van windmolens niets
op, omdat alleen een verschuiving van werkgelegenheid
plaatsvindt. Van de voordelen die Nederland zou kunnen
hebben als 'first mover', moet volgens het CPB ook niet te
veel worden verwacht.
Inmiddels heeft de regering haar ambities naar beneden
bijgesteld. EZ streeft nu naar 700 megawatt in 2010. Dit is
inclusief twee parken van elk 100 megawatt die al een
vergunning hebben. Van slechts één park (van Nuon en Shell
bij Egmond) is zeker dat het wordt gebouwd.
Op de
begroting van EZ is euro I mrd gereserveerd voor subsidie
aan windmolens op zee. Meer dan de helft daarvan wordt pas
uitgekeerd in de periode 2010-2013. Een deel van het geld
komt uit de milieuheffing die energieverbruikers betalen
(euro 350 mln per jaar) en een deel uit de extra
aardgasbaten.
KAREL
BECKMAN
Copyright (c) 2005 Het Financieele Dagblad
Publicatiedatum:
28-9-2005
Kamerleden krijgen college duurzame energie (11/10/2005)
Aan
de vooravond van de beraadslagingen over de Energienota,
staan vier hoogleraren vanavond op Het Plein in Den Haag om
een college te geven over duurzame energie. Volgens
initiatiefnemer Chris Westra komt er veel non-informatie
langs en weet de Tweede Kamer vaak niet waar ze over praat.
Een
college op Het Plein, hoe moet ik me dat voorstellen?
‘Er komt een grote videowall en een podium. Het lijkt net of
K3 en Lange Frans komen optreden, alleen staan zij niet in
de spotlights, maar vier heren hoogleraren uit Delft en
Utrecht. Ze gaan praten over windenergie en zonnecellen.’
Hun
boodschap?
‘Dat de overheid op het spoor van de duurzame energie verder
moet gaan. Het kabinet heeft de mond vol over de
kenniseconomie, maar uiteindelijk komt er weinig van
terecht. We zullen de politici eens bijspijkeren over dit
onderwerp.’
Zijn
de hoogleraren opgewassen tegen deze setting?
‘Dit zijn allemaal heren van mijn leeftijd. Nu keurig
burger, maar vroeger zaten we met z’n allen in de bus en
reden we naar Kalkar om te protesteren tegen kernenergie.
Ooit stonden zij op de barricaden. Nu weer, op Het Plein.’
Waarom moeten ze de barricaden weer op?
‘Omdat onze overheid op het gebied van duurzame energie
visie, ambitie en daadkracht mist. Het is toch niet te
verkopen dat je net over de Duitse grens tegen enorme
windmolenparken aan rijdt en dat elk huis zonnepanelen op
het dak heeft. Daar hebben ze het wel in de gaten: duurzame
energie is goed en goedkoop voor iedereen.’
Verwacht u ook de hoeveelheid publiek van een popconcert?
‘Ik denk dat er veel mensen zullen komen. En voor de pers
ligt er geschreven informatie klaar; een schriftelijke
cursus zeg maar. Niets is ons te dol om een golf van
positieve informatie over duurzame energie door Nederland te
laten gaan.
Reactie
Duurzame
energie (te weinig energie-inhoud) zal geen rol van
betekenis spelen. Bovendien is de beschikbaarheid te laag is
en vertoont het een te grillig patroon in energielevering.
Kernenergie met zijn nadelen zal toch de enige oplossing
zijn. Kernfusie komt voorlopig niet aan bod.
J.Balk, met pensioen 12/10/2005
Kamer
stemt in met bouw windmolens in zee
Door een onzer redacteuren
DEN HAAG, 13 OKT. De Tweede Kamer gaat akkoord met het plan
van minister Brinkhorst (Economische Zaken, D66) om
'gefaseerd' windmolenparken in zee te bouwen. In een debat
gisteren stemden CDA en oppositie daarmee in.
Brinkhorst liet in het debat blijken ,,onthutst'' te zijn
over het aannemen door de Kamer van een motie van de
LPF-fractie eerder deze week. De LPF legde de eigen motie zo
uit dat er alleen nog 500 miljoen euro subsidie kan worden
gegeven aan de reeds afgesproken twee windmolenparken en
daarna een moratorium geldt. Tot opluchting van de minister
legde het CDA de motie echter zo uit dat er wel degelijk
financiële steun kan worden gegeven aan de bouw van meer
windmolens.
Dat valt volgens het Kamerlid Hessels (CDA) ook onder wat in
de LPF-motie genoemd wordt: ,,bronnen van schone en
efficiënte vormen van energie''. Eerst zullen echter de
effecten van de geplande twee parken moeten worden
onderzocht, vindt het CDA. Minister Brinkhorst concludeerde
vervolgens dat de motie een ondersteuning van zijn beleid
was.
Coalitiepartner VVD is vierkant tegen meer subsidie voor
windenergie, liet VVD'er De Krom in het debat weten. Wat de
liberalen betreft kan het bij de twee reeds afgesproken
parken blijven. Begin september van dit jaar bleken VVD en
CDA flink van mening te verschillen over de plannen van
Brinkhorst voor de aanleg van windmolenparken in zee.
Brinkhorst wil daarvoor de komende jaren nog 1 miljard euro
beschikbaar stellen, maar de VVD vond de helft meer dan
genoeg. Windenergie is volgens De Krom een riskante bron:
,,Als het niet waait heb je niks''.
Tot nu toe zijn plannen voor twee grote windmolenparken
goedgekeurd, een bij Egmond en de ander bij IJmuiden. Bij
Egmond zouden 36 windmolens in zee worden gebouwd. Beide
parken leveren gezamenlijk 220 megawatt aan energie op. Op
prinsjesdag is officieel bekendgemaakt dat Brinkhorst tot
2013 via het Fonds Economische Structuurversterking (FES) 1
miljard euro beschikbaar wil stellen voor de verdere
ontwikkeling van windenergie op zee. Op het ministerie
liggen volgens een woordvoerder van Economische Zaken nog
dertig plannen te wachten op goedkeuring. Ook Brinkhorst wil
geen grootschalige plannen meer, maar vindt wel dat er naast
andere vormen van energieproductie ruimte voor bescheiden
toepassing van windenergie moet zijn.
13 oktober 2005
CENTRAAL PLANBUREAU
Onderwerp: persbericht
Nummer: 42
Datum: 8 oktober 2005
Inlichtingen bij:
Richard Nahuis (tel: 070-3383482), of
Dick Morks (tel:
070-3383410)
Uit vrees voor verplaatsing van aantrekkelijke bedrijven
naar andere landen kiezen overheden lage
energiebelastingen voor bedrijven. Het verschil in
energiebelasting tussen bedrijven en gezinnen, dat
daardoor vergroot wordt, brengt extra kosten met zich
mee. Het uitvoeren van het Kyoto-protocol, dat een
reductie van energiegebruik beoogt, pakt daardoor
duurder uit dan tot nu toe gedacht.
Deze conclusies trekken de onderzoekers Richard
Nahuis en Paul Tang in het CPB Discussion Paper 'Environmental
Policy Competition and Differential Tax Treatment'.
Het onderzoek betreft een theoretische analyse van
overheidsoptreden wanneer bedrijven vrijelijk over de
landsgrenzen kunnen bewegen en het Kyoto-protocol wordt
ingevoerd. In het Kyoto-protocol zijn afspraken gemaakt
over de reductie van broeikasgassen. Landen die het
protocol ondertekenen hebben zich vastgelegd op een
emissiereductie ten opzichte van het emissieniveau van
1990. Voor de EU-15 gaat het om een percentage van 8%,
te bereiken tussen 2008 en 2012.
De energiebelastingen voor bedrijven zijn in het
algemeen lager dan voor huishoudens. Dit komt
bijvoorbeeld doordat de accijns op diesel lager is dan
die op benzine, terwijl diesel veel belangrijker is voor
bedrijven dan voor huishoudens. Ook zijn energieprijzen
voor bedrijven soms lager dan voor huishoudens, zoals de
verschillende gasprijzen voor groot- en
kleinverbruikers. De onderzoekers zoeken de verklaring
in de concurrentie tussen overheden om aantrekkelijke
bedrijven binnen te halen. Elke overheid kan door andere
tarieven dan elders vast te stellen vervuilende
bedrijven over de grens jagen ('not in my backyard') of
juist naar het eigen land lokken ('omgekeerde dumping').
Het laatste motief heeft in de praktijk van het
energiebeleid de overhand.
De relatief hoge energiebelasting voor huishoudens
stimuleert gezinnen verder te gaan met energiebesparing
dan bedrijven. Dat betekent dat huishoudens dure
besparingsopties uitvoeren, terwijl bedrijven goedkopere
opties laten liggen. Dat is niet efficiënt.
Het Kyoto-protocol zal het verschil in belastingdruk
tussen huishoudens en bedrijven vergroten tenzij er
additionele afspraken gemaakt worden. Binnen het
Kyoto-protocol moeten overheden immers een gegeven
doelstelling behalen en kunnen zij met elkaar
emissierechten verhandelen. Hoe ze dan de lasten over
bedrijven en consumenten verdelen is volledig vrij. Bij
de meeste schattingen van de kosten van het
Kyoto-protocol wordt geen rekening gehouden met de
neiging van overheden om het belastingverschil te
vergroten. Wanneer wel rekening wordt gehouden met dit
effect en de daarmee verbonden inefficiëntie, dan zullen
de kosten van Kyoto hoger uitvallen.
Afspraken zoals het Europese stelsel voor
emissiehandel kunnen daarentegen voorkomen dat nationale
overheden met elkaar concurreren. De overheden kunnen de
prijs van emissies en energie (voor bedrijven in hun
landen) niet langer afzonderlijk beïnvloeden. Ook dit is
echter niet afdoende: overheden kunnen nog steeds de
prikkel hebben om bedrijven relatief goedkoop
emissierechten aan te bieden. Hiermee kunnen overheden
nog steeds proberen bedrijfsactiviteiten naar het eigen
land te lokken.
CPB Discussion Paper 50, 'Environmental Policy
Competition and Differential Tax Treatment', ISBN
90-5833-238-1, is te bestellen bij:
Bibliotheek Centraal Planbureau
Postbus 80510
2508 GM Den Haag
Telefax: 070-3383350
e-mail: bibliotheek@cpb.nl
Prijs: 9,- euro
De windturbine kan
het dak op.
“Wie
zijn eigen elektriciteit '' wil opwekken, kan tegenwoordig
beter een windturbine op het dak "r ï zetten dan een
zonnepaneel. Een nieuwe ` generatie urban windturbines is in
opkomst.
De
particulier die een deel van zijn elektriciteit zelf wil
opwekken, kwam bijna altijd bij zonnepanelen terecht.
Windturbines in de stad zag je vroeger alleen bij woonboten.
De laatste jaren zijn ze echter ook op woningen en
kantoorgebouwen te vinden. Uit recente berekeningen van
ingenieursbureau DWA blijkt dat een zonne-energiesysteem van
100 watt per vierkante meter afhankelijk van de locatie
jaarlijks 60 tot 80 kWh per vierkante meter opbrengt. Een
kleine windturbine scoort aanzienlijk meer: 150 tot 300
kWh/m2.
Windturbines zijn te onderscheiden in wiek- en andere
turbines. Voor de leek is de meest bekende turbinevorm
waarschijnlijk die van de wiekturbine.
Wat voor
bomen geldt, gaat ook op voorturbines
Dit is
een zogeheten horizontale as turbine - (HAT) bestaande uit
een op de ; wind kruiende gondel met een propeller (wiek).
In het Nederlandse landschap staan zij van Friesland tot
Zeeland aan de einder wind te vangen.
Turbines
met een verticale as (VAT) zijn de Darrieus-turbine, die
lijkt op een omgekeerde slagroomklopper, en de
Savonius-rotor die de meeste van ons kennen in kleine
uitvoering zoals ze soms te zien zijn op het dak van
koelwagens: Voor deze rotor doet ook een andere, meer
evocatieve benaming opgeld: de wokkel.
Waarschijnlijk is de oudste windturbine in de gebouwde
omgeving in ons land de VAT (slagroomklopper) van Turby op
het dak van de Saxion Hogeschool in Deventer. Deze turbine
wekt niet alleen elektriciteit op, maar dankzij de erop
gerichte schijnwerpers dient hij 's avonds ook als
aandachtstrekker voor het college. De 3 meter hoge
H-vormige turbine is ook te zien op het stadhuis van Den
Haag en op het terrein van de TU - Delft.
Het
merendeel van de stedelijke windturbines is van het
`propeller' type. Zo stond in 2000 op het dak van het
Nederlands Expo Paviljoen in Hannover een WESS Tulipo. Deze
turbine levert bij een torenhoogte van 12 meter en een
gemiddelde windsnelheid van 5,5 meter
per
seconde jaarlijks 8.000 kWh. Voldoende voor tweeënhalf
gezin. Speciaal geschikt voor huishoudens is de slechts 17
kilo wegende Indi-Eco (individuele ecologische energie) met
een diameter van 2 meter en een vermogen tot 1.300 watt. De
van koolstofvezel gemaakte wieken zijn volgens de
fabrikant speciaal ontworpen voor lage luchtweerstand.
Een
buitenbeentje in de serie stedelijke windmolens is de op een
grasmaaier lijkende Windwall, waarvan er sinds twee jaar één
op het Deltion College in Zwolle te zien is. Recentelijk is
er ook één geplaatst op het dak van Siemens in Den Haag. De
15 meter brede turbine is gemaakt van een horizontale
hoofdas voorzien van aërodynamisch gevormde spaken met
daaraan zes rotorbladen van 1,2 meter doorsnee.
Alle
besproken turbines zijn in principe op het dak van een
woning te installeren. Of het de moeite waard is om een
windturbine aan te schaffen hangt onder meer af van de
hoeveelheid wind ter plekke. Maar in principe kan overal
waar een gsm-antenne op een dak staat een windmolen
geplaatst worden.
Of het
de moeite waard is een windturbine aan te schaffen hangt
uiteraard niet alleen af van de wind ter plekke, maar ook
van het type windturbine, de locatie (kust of binnenland),
de hoogte van de rotor en de verstoring van het
windprofiel door de omgeving. Wat voor bomen geldt, dat zij
naarmate zij groter zijn ook meer wind vangen, gaat ook op
voor turbines.
Volgens
Gerard van Bussel, universitair hoofddocent windenergie van
de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek van de
Technische Universiteit Delft, zijn de VAT's het meest
geschikt voor toepassing in de gebouwde omgeving.
„Windsnelheid en windrichting veranderen hier nu eenmaal
vaak, de turbines met horizontale as (propellerturbines)
moeten voortdurend de windrichting volgen, wat een nadelig
effect heeft op de prestatie." Hij waarschuwt wel voor al te
hoge verwachtingen.
Van
Bussel: „Veel fabrikanten, importeurs en adviseurs van
kleine windturbines hebben de neiging de opbrengst te
rooskleurig voor te stellen. Een goede regel is om je niets
aan te trekken van het vermogen, maar uit te gaan van het
aangeblazen oppervlak. Voor een grote, moderne,
propellerwindturbine in de polder is een opbrengst van
1.000 kWh/m2 per jaar mogelijk. Kleine windturbines staan
veelal op een slechtere plek en hebben een lager rendement.
Als een fabrikant meer dan 300 kWh/m2 per jaar belooft, moet
je dat met een flinke korrel zout nemen."
Een
windturbine vraagt om een investering van 400 tot 1.500
euro. Bij een elektriciteitsprijs van 0,20 euro per kWh
bespaart een zonnepaneel jaarlijks 12 tot 16 euro per
vierkante meter, een urban windturbine brengt per jaar 30
tot 60 euro per vierkante meter in het laatje. Hierbij zij
aangetekend dat voor beide soorten toepassingen diverse
subsidies verkrijgbaar zijn, wat bijstelling van de
vergelijking nodig maakt. In Nederland leveren zo'n tien
bedrijven een kleine, voor stedelijke toepassing geschikte
windturbine.
Om een
indruk te krijgen hoe de huidige generatie urban turbines
eruitziet, is een bezoek aan te raden aan het Speel-en
Doepark voor de jeugd, Aeolus, in het Friese Sexbierum.
Daar draaien sinds enkele maanden twee
Windside-windturbines. Deze zijn zo ontworpen dat ze al bij
een zuchtje wind in beweging komen.
Elk van
deze `windwokkels' levert volgens leverancier Stevenhagen
Energie & Tractie SET jaarlijks ongeveer 3.100 kWh
elektriciteit. Dat is voldoende voor een gemiddeld gezin.
SET heeft van deze wokkels zowel kleinere als grotere types
in de verkoop.
Turbinetypen
De
windturbines op een rij:
• de
horizontale as turbine (HAT) is een wiek- of
propellerturbine. De meest bekende turbine.
• bij de
verticale as turbines (VAT) vinden we de Darrieus-turbine
(slagroomklopper) en de Savonius-turbine (wokkel).
• de
Windwall is een verticale as turbine die horizontaal is
gelegd (grasmaaier).
Rijkert
Knoppers
NRC, 18
oktober 2005
22 oktober 2005
Onbegrijpelijk dat CDA-kamerlid Jos Hessels toch
akkoord gaat met windmolens in Noordzee
En de prijs voor windhaantje van het jaar
2005 gaat naar... jawel, Jos Hessels van het CDA. En de
prijs voor de grootste geldverspiller van 2005 gaat
naar... jawel, alweer Jos Hessels.
Applaus voor Jos Hessels!
Dit tot dusver anonieme Tweede-Kamerlid voor het CDA
verkondigde enkele weken geleden in Het Financieele
Dagblad de stelling dat minister Laurens Jan Brinkhorst
(D66) van Economische Zaken te veel geld stopt in de
aanleg van windmolenparken op de Noordzee.
Het uitdagende van dit standpunt zat hem niet in het
feit dat het niet klopt. Je hoeft geen Nobelprijswinnaar
natuurkunde te zijn om te begrijpen dat wind niet
bijster geschikt is als bron van elektriciteit: wanneer
het niet of te hard waait, en beide situaties doen zich
vaak voor, gaat het licht uit. Nee, het was gedurfd,
omdat het een modieuze misvatting is dat windmolens de
toekomst zouden hebben. Alle linkse partijen plus
sommige partijgenoten van Jos aanbidden de molens die
inmiddels twee tot drie keer zo hoog zijn als menige
dorpskerk.
Maar ja, onze Jos schrok van zijn eigen
standpunt en kreeg slappe knieën. De
Tweede Kamer had een motie van de LPF, gesteund door CDA
en VVD, aangenomen dat er maar 0,5 miljard euro in
plaats van 1 heel miljard aan windmolenparken op de
Noordzee moest worden besteed. Jos Hessels
interpreteerde als een waar windhaantje de motie zo dat
er toch 1 miljard euro over de balk kan worden gegooid.
En dus zullen er tal van vogelgehaktmolens in de
Noordzee verschijnen. Heel fijn, Jos.
Het was op het energiefront niet alleen maar kommer
en kwel afgelopen week. Energiemaatschappij Delta
kondigde aan een kerncentrale te willen bouwen in
Nederland. Dat is nog eens goed nieuws. Kerncentrales
zijn schoon, veilig, produceren maar weinig afval en
leveren goedkope elektriciteit. Dat past
beter bij een modern, milieuminnend land dan die
achterhaalde ondingen in de Noordzee. Mensen die daar
ook zo over denken, weten nu op wie ze moeten stemmen.
Niet op het CDA.
Publicatiedatum: 22
oktober 2005
Auteur: Simon Rozendaal
Niets zo veranderlijk als
de wind
Door onze redacteur Marcel aan de Brugh
Netbalans
is de grootste uitdaging voor windparken in zee
BAARN, 20 OKT. Volgend
jaar verrijzen in de Noordzee de eerste twee parken met
windmolens. Deze week bogen experts zich over de vraag:
hoe passen we die stroom betrouwbaar en betaalbaar in
het net?
In de duinen bij Egmond en IJmuiden gaan nu de
elektriciteitskabels de grond in voor de eerste
Nederlandse windmolenparken, die volgend jaar in de
Noordzee moeten verrijzen. Het is het begin van een veel
groter project, dat miljarden euro’s gaat kosten.
Uiteindelijk moeten er zoveel windmolens in zee komen,
dat ze 15 procent van alle in Nederland verbruikte
elektriciteit opwekken. Althans, dat is het plan.
Of het ooit
zover komt, is nog maar de vraag. De bouw van deze
parken is omgeven met vragen over de betrouwbaarheid van
de stroomaanvoer, onduidelijkheden over de kosten, en
politiek getouwtrek. Vorige week ontstond er in de
Tweede Kamer nog onenigheid over de investeringen in
deze vorm van duurzame energie.
Deze week praatten in Baarn enkele tientallen
deskundigen met elkaar over een van de belangrijkste
vragen rondom de windparken op zee: hoe pas je de
opgewekte stroom op een betrouwbare en betaalbare manier
in het elektriciteitsnet? ,,Het probleem van wind is
zijn onvoorspelbaarheid’’, zegt prof.ir. Wil Kling,
deeltijdhoogleraar elektriciteitsvoorziening aan de
universiteiten van Delft en Eindhoven, en tevens
werkzaam bij Tennet,
de instantie die
in Nederland het elektriciteitsnet beheert. ,,De ene
keer waait het hard, de andere keer zacht, of helemaal
niet.’’ Dr.ir. Han Slootweg van energiebedrijf Essent
voegt daar aan toe dat het in West-Europa in de zomer en
de winter het minst hard waait, terwijl de vraag naar
stroom dan juist het grootst is.
In de zomer
schakelen Italianen, Spanjaarden en Grieken hun airco
aan, in de winter stoken Zweden, Denen en Duitsers hun
verwarming op.
De bouw van
windparken in zee vraagt ook een dringende verzwaring
van het bestaande Nederlandse stroomnet, zegt ir.
Henk den Boono van projectontwikkelaar E-Connection, die
volgend jaar twee windparken in de Noordzee zal
aanleggen. Met name in Zuid-Holland, tussen de
Maasvlakte en Beverwijk. Daar zal straks een hoop stroom
aan land komen. De huidige hoogspanningslijnen in
Zuid-Holland kunnen dat niet aan – het zijn voornamelijk
150 kiloVolt-lijnen. Tennet is derhalve begonnen met de
aanleg van een extra 380 kV-lijn van de Maasvlakte via
Wateringen en Bleiswijk, en vandaar recht omhoog naar
Beverwijk.
Het is de onvoorspelbaarheid van de wind die
stroomproducenten en netbeheerder Tennet voor de
grootste uitdaging stelt. Het elektriciteitsnet vereist
namelijk een strikt evenwicht tussen de productie van
stroom en de afname ervan. Verstoringen van de balans
kunnen het systeem platleggen. En opslag van
elektriciteit, om bijvoorbeeld bij te springen bij een
plotselinge daling van het aanbod, is nu nog
onbetaalbaar.
,,Je hebt met windmolens altijd back-up vermogen nodig
om de balans in stand te houden’’, zegt Kling. Dat
vermogen komt van traditionele kolen- of gasgestookte
centrales in Nederland, die vanuit de
Tennet-controlekamer in Arnhem vlug te bedienen zijn om
meer of minder te produceren.
Trouwens, het
argument dat windmolens geen CO2 uitstoten, gaat vanuit
dit oogpunt niet op.
Tennet moet nu al vaak ingrijpen om het aanbod precies
af te stemmen op de vraag. Elke dag schat het hoeveel
stroom er de volgende dag nodig is in Nederland, en
stemt die af met de energiebedrijven die opgeven wat ze
die volgende dag denken te produceren. Maar als de
weersvoorspellingen niet helemaal kloppen, en het morgen
bijvoorbeeld iets kouder is dan verwacht, ligt de vraag
naar stroom hoger dan verwacht.
Tennet lost die
onbalans steeds op, maar factureert de energiebedrijven
daarvoor. Dergelijke afwijkingen in vraag en aanbod
stijgen naarmate er meer windenergie komt, gezien het
grillige karakter van de wind. Het wordt dus duurder
voor energiebedrijven. Daarom werken ze, vaak in
samenwerking met meteorologische stations, aan
computerprogramma’s die weer en wind beter kunnen
voorspellen
Hoe grillig de wind kan zijn, blijkt onder meer uit het
Wind Report 2005 van het Duitse energiebedrijf E.On, ‘s
werelds grootste producent van windenergie. In dat
rapport worden de gebeurtenissen rond Kerstmis vorig
jaar beschreven. Op 24 december, ‘s ochtends om kwart
over negen, voedden de
windturbines
het elektriciteitsnet van E.On in Duitsland met ruim
6.000 megawatt (MW) aan stroom. Een record dat jaar.
Maar binnen tien uur viel de aanvoer terug naar 2.000
MW. En een dag na Kerstmis zakte hij zelfs onder de 40
MW. ``Het stelt netbeheerders voor enorme uitdagingen om
zulke grote verschillen aan te kunnen’’, concludeert het
rapport.
Er zijn meer uitdagingen. De corrosieve werking van de
zilte zeelucht bijvoorbeeld. De luchtgekoelde onderdelen
van een windturbine, zoals de generator, moeten
hiertegen beschermd worden. Verder zou het rendement
verbeteren als turbines ook bij harde windstoten en
storm kunnen blijven draaien –
nu worden ze uit
veiligheidsoverwegingen uitgeschakeld.
Toch zagen de deskundigen in Baarn geen technisch
onoplosbare problemen. ,,Het zal vooral een politieke en
economische discussie worden’’, zegt Slootweg. Dat
Nederland begint met slechts twee windparken, werd als
verstandig gezien. Met de opgedane kennis kunnen de
volgende parken naar verwachting beter en goedkoper
worden gebouwd.
Het Centraal Planbureau en het Energieonderzoek Centrum
Nederland pleitten er eerder deze maand al voor om geen
haast te maken met de Nederlandse doelstelling om op zee
een vermogen van 6.000 MW te plaatsen. De bouw moet
worden uitgestreken over tenminste 25 jaar, om zo
optimaal te profiteren van het leereffect. Bij een
snellere bouw zullen de baten niet opwegen tegen de
kosten.
NRC, 20 oktober 2005

Offshore windpark Middelgrunden, drie kilometer van de
haven van Kopenhagen. Het park telt twintig windmolens
van elk 2 megawatt. (Foto AFP)
'Eenderde minder CO2 is mogelijk'
Uitgegeven: 24 oktober 2005 07:34
BRUSSEL - Het Wereld Natuur Fonds
stelt dat Europa eenderde van haar
CO2-uitstoot kan beperken in 2020. De
revolutionaire daling is mogelijk als de
Europese Unie flink meer energie
bespaart. Ook moeten er veel meer
windmolens en andere alternatieve
energiebronnen komen. Dat moet de
opwarming van de aarde helpen beperken
tot 2 graden.
"Een klimaatvriendelijker Europa heeft veel voordelen", aldus het WNF.
"Zoals minder afhankelijkheid van
buitenlandse olie, minder
luchtvervuiling, betere gezondheid en
meer banen in hernieuwbare
energiewinning."
");
Het WNF publiceerde maandag een
rapport met mogelijkheden. Huishoudens
kunnen tot eenvijfde van hun energie
besparen door betere verwarming en
zuiniger apparaten. De energiebedrijven
moeten flink meer windmolens bouwen. Ook
warmte uit afvalverbranding en
waterkracht bieden veel kansen.
Maatregelen
Het WNF wil dat de EU daarvoor
stevige maatregelen neemt. Het moet de
EU-landen gaan verplichten tot
energiebesparing. Ook moet energie van
windmolens en warmtekracht fiscaal en
juridisch steun krijgen.
Kyoto
Ruim honderd landen vergaderen
binnenkort in Montreal over de uitstoot
van broeikasgassen. Ze zoeken naar een
vervolg op het zogeheten Kyoto-verdrag,
dat de landen tot beperking verplicht.
Europa is daarbij relatief succesvol. De
VS doet niet mee met het Kyoto-verdrag
en meldt een toename van de CO2-uitstoot
met 14 procent vergeleken met 1990. De
EU heeft al gezegd in een nieuw verdrag
de VS te willen overhalen mee te doen.
|
|
Woerden, 29 oktober 2005
9% Duurzame elektriciteit in 2010; verplicht of niet?
In de discussies over duurzame elektriciteit duikt
gedurig de waarde van 9% voor 2004 in Nederland op. Daarmee
beoogt men aan te geven een aandeel van 9% duurzaam
opgewekte elektrische energie in verhouding tot het gehele
elektriciteitsverbruik in 2010. Daarvoor worden - vooral op
papier - grote inspanningen getroost om dit getal te halen,
niet in het minst met windenergie.
Vooral nu de maatschappelijke weerstand tegen windenergie
groeit, niet in het minst gevoed door publicaties van de
onafhankelijke Algemene Energieraad (1), verdient het
aanbeveling om eens terug te kijken hoe het precies zit met
de 9% duurzame elektriciteit in 2010.
Waar komt die 9% vandaan, en hoe verplichtend is die?
Op 27 oktober 2001 trad de ‘Europese richtlijn voor de
promotie van duurzame energie’ in werking. De richtlijn
heeft tot doel het aandeel duurzame energie in de
energievoorziening te vergroten tot 12% in 2010.
De richtlijn heeft specifiek voor de
elektriciteitsenergie tot doel het aandeel duurzaam
geproduceerde elektriciteit tot 22% in 2010 te vergroten. De
doelstelling voor duurzaam geproduceerde elektriciteit is
verdeeld over de lidstaten. Het doel voor Nederland is 9%
duurzaam opgewekte elektriciteit in 2010. (2)
Onder de ‘Europese richtlijn ter bevordering van
elektriciteit’ leggen de lidstaten elke 5 jaar nationale
streefcijfers voor het verbruik van elektriciteit uit
hernieuwbare energiebronnen vast, voor het eerst vastgelegd
in 2002.
Zo is dus de 9% duurzame elektriciteit geboren; een
Europese richtlijn.
Nu komen in de vorige alinea’s al de begrippen
‘doelstelling’ en ‘streefcijfer’ voor. Dat zijn nogal vage
termen als het gaat om de mate van hardheid.
De vraag is gerechtvaardigd hoe hard het cijfer van 9%
is. Kan ervan worden afgeweken of niet? Wat is de sanctie
als de doelstelling niet gehaald wordt.
Daarover geeft het ministerie van Economische Zaken
uitsluitsel in het openbare document: ‘Duurzame energie: Een
uitdaging voor Europa’(3).
Daarin staat het volgende:
‘De Europese commissie stelt elke twee jaar een
syntheserapport op, voor de eerste maal in juni 2004, waarin
zij de vorderingen van de lidstaten en de EU als geheel
toetst. Als dat verslag tot de conclusie komt dat de
Europese doelstellingen niet gehaald worden, kan dit
resulteren in een voorstel voor bindende nationale
streefcijfers.’ (onderstreping door schrijver).
Hieruit valt – a contrarie – af te leiden dat de
richtlijn van 2001, inclusief de doelstelling voor Nederland
van 9% duurzaam opgewekte elektriciteit in 2010, niet
bindend is.
Ofwel de waarde van 9% is geen heilig moeten, maar meer
een streefwaarde. Er is geen sanctie aan verbonden als de
waarde niet gehaald wordt.
[Over het syntheserapport en eventuele daaruit
resulterende voorstellen is tot op heden geen informatie
beschikbaar].
Mr.ir. R.G.M. van Rooij
te Woerden
Bronnen:
Briefadvies van Algemene Energieraad aan minister
van EZ, dd. 30-01-2001;
ODE - Organisatie voor Duurzame Energie:
‘Europese richtlijn met doel duurzame energie’;
Ministerie van EZ, ‘Duurzame energie: een
uitdaging voor Europa’, dd. 03-05-2004, auteur:
Stientje van Veldhoven-van der Meer.
21 - 10 - 2005
Bron: OneWorld
|
|
De talloze windmolens in de polder of de zee
zouden binnen enkele decennia wel eens
werkloos kunnen worden. Als gevolg van de
klimaatverandering lijkt de wind in
Noordwest-Europa te gaan afnemen, stellen
Nederlandse klimaatdeskundigen.
Met moeite kreeg minister Brinkhorst van
Economische Zaken vorige week de bouw van
windmolenparken in zee door de Tweede Kamer.
Nu beginnen wetenschappers aan zijn
energieplannen te knagen.
In een interview met de milieuredactie van
persbureau Reuters stelt Albert Klein Tank
van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch
Instituut (KNMI) dat het aantal stormen in
Noordwest-Europa afneemt. Nederlandse
windmolens hebben de laatste tien jaar
minder energie geproduceerd. Een goede
verklaring ervoor heeft hij nog niet.
Tot nu toe waren klimaatwetenschappers er
altijd van uitgegaan dat opwarming van de
aarde tot meer wind in het noordwesten van
Europa zou leiden.
Zo wordt de toename van het aantal krachtige
orkanen, zoals Katrina en Wilma, door
groepen wetenschappers ook toegeschreven aan
klimaatverandering.
Stabiliseren
Klein Tank verwacht dat de energieproductie
zich weer stabiliseert, maar durft geen
uitspraken te doen voor de komende dertig
jaar. 'Het is een van de moeilijkste en
grootste uitdagingen voor
klimaatwetenschappers om iets realistisch te
zeggen over toekomstige stormen.'
Klein Tank en zijn collega Rob van Dorland
maken deel uit van een internationaal team
van klimaatdeskundigen dat in 2007 met het
eerstvolgende gezaghebbende klimaatrapport
van de Verenige Naties komt.
Natte zomers
Het KNMI publiceert begin volgend jaar
nieuwe scenario's voor het Nederlandse
klimaat. Daarin wordt uitgegaan van nattere
zomers, een grotere kans op overstromingen
en stijgende temperaturen. De zeespiegel,
die mogelijk gaat stijgen, is er overigens
verantwoordelijk voor dat de gemiddelde
temperatuurstijging in Nederland 10 procent
lager is dan op de rest van de aarde.
|
College pakt waterfront en windenergie bij de kop
van een onzer verslaggevers
DALFSEN
B & W van Dalfsen willen de knoop doorhakken voor wat
betreft twee gevoelige zaken, het waterfront Dalfsen en de
discussie over windmolens in
het Dalfserveld.
Burgemeester Leo Elfers, die dit meedeelde, wil met
deskundigen om tafel voor een voortgezette gedachtevorming
over het waterfront, omdat signalen uit de bevolking
duidelijk aangeven dat er nog bezwaren leven. Met die
opmerking wilde hij Gemeentebelangen en Algemeen Belang
2000 weerhouden van het indienen van een motie waterfront.
Nadat CDA-fractievoorzitter Arno van Dijk liet weten gelijk
met de raadsverkiezingen een referendum windenergie te
willen, zei Elfers dat zo'n referendum misschien niet nodig
is als het college straks met een voorstel komt. Elfers vond
zo'n referendum ook niet juist, omdat het slechts een klein
gedeelte van de gemeente betreft. De andere fracties
voelden er overigens wel voor, met uitzondering van AB2000
en GB. Uit een telefonische enquête van deze fracties onder
380 inwoners van de gemeente Dalfsen bleek dat de helft voor
en de helft tegen is.
De Stentor,
15 november 2005
Overijssel waagt proef met windenergie
Binnenlandsbestuur:
(28/11/2005)
Op het dak van het Overijsselse
provinciehuis vindt een experiment met een windturbine plaats. Als de turbine
niet teveel geluidsoverlast veroorzaakt worden er volgend voorjaar nog acht
neergezet.
‘De turbine is tien meter hoog en
staat op het dak van de zesde verdieping. Hoe hoger de turbine staat hoe meer
wind die vangt’, vertelt Bonnie van der Meer van de provincie Overijssel. ‘Vanaf
de straat is het ding niet duidelijk zichtbaar en vandaag hebben we de turbine
nog niet gehoord. Misschien omdat die nog niet draait?’
Het provinciehuis kan met een
turbine een hoeveelheid stroom opwekken die genoeg is om één huishouden te
voorzien. Dat is slechts een fractie van het totale energieverbruik van de 941
werknemers van het provinciehuis.
Volgens Van der Meer is het
provinciehuis in Zwolle het eerste dat experimenteert met windenergie. Groningen
wil ook eigen energie voor het provinciehuis opwekken, maar dan met
zonnepanelen.
Voor zevenhonderd werkplekken
verbruikt het Groningse provinciehuis in totaal 1,8 miljoen kilowatturen energie
per jaar. Met de zonnepanelen kan het zelf voorzien in 3,5 procent van dit
verbruik. Jaarlijks leveren de zonnepanelen 40.000 tot 50.000 kilowatturen op,
ongeveer zoveel als 15 huishoudens zouden verbruiken.
Is alles geoorloofd in de strijd tegen de OZB-verlaging door windturbines?
In de gemeente Woerden is een windmolenpark gepland nabij
de woonwijk Molenvliet. Dat staat aangegeven in het streekplan van de provincie
Utrecht.
Nu hebben meerdere bewoners een bezwaar ingediend tegen hun
WOZ/OZB-aanslag 2005, met als argument dat het geplande windturbinepark de
WOZ-waarde van hun woning verlaagt.
De gemeentelijke heffingsambtenaar verwijst alle bezwaren
naar de prullenbak met als argument dat al duidelijk was dat het windmolenpark
er niet zal komen.
Sommige bezwaarmakers leggen zich neer bij deze uitspraak,
in goed vertrouwen dat het gemeentelijke standpunt wel juist zal zijn. Andere
bezwaarmakers zetten door en gaan in beroep bij de rechtbank. Wederom verklaart
de ambtenaar in geschrifte even zovele malen naar de rechtbank dat al duidelijk
was dat het windmolenpark er niet zal komen.
Nu komt de affaire in versnelling, omdat de griffier van de
gemeenteraad, desgevraagd, juist komt met uitspraken van de gemeente dat het
windturbinepark wél in the picture is. Ook het NKPW vraagt de raad van Woerden
in een brief om opheldering.
Nu verklaart de windturbine-wethouder tegenover het AD
Groene Hart dat de heffingsambtenaar het bij het verkeerde eind heeft in zijn
stelling dat er geen windturbines komen.
Wat zijn nu de gevolgen?
Op de eerste plaats zal de gemeente tegenover alle
bezwaarden de onjuiste stelling van de eigen heffingsambtenaar moeten herroepen.
Ook zal de gemeente tegenover de rechtbank bij alle lopende
beroepszaken de onjuiste stelling moeten herroepen.
Maar daarmee is de kous nog niet af. Aan de bezwaarden die
niet in beroep zijn gegaan, moet de gelegenheid worden geboden alsnog in beroep
te gaan bij de rechtbank. Het door de gemeenteambtenaar gewekte vertrouwen is
immers misplaatst gebleken.
Op 20 december a.s is de eerste hoorzitting bij de
rechtbank.
Dit muisje heeft dus nog menig staartje.
Complete verwarring rond
windturbines
WOERDEN - Woerdenaar R.
van Rooij zegt ’met klapperende oren’ kennis te hebben genomen van het Woerdense
standpunt rond windmolens.
Hij en vijf buren zijn
naar aanleiding van de molens volop in juridische strijd met de gemeente. ,,Er
gaan hier een paar champagnekurken knallen,’’ regeert Van Rooij op het nieuws
zaterdag, dat Woerden de komst van windmolens helemaal nog niet uitsluit.
Wethouder van der Woude gaf aan dat onderzoek naar de mogelijke bouw van
windturbines aan de westkant van de stad betrokken zal moeten worden bij de
ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein. Van Rooij, die het oneens is met de
waardebepaling van zijn huis omdat de negatieve invloed van windmolens hier niet
in zou zijn verwerkt, hoort echter tegenovergestelde geluiden uit het stadhuis.
Een ambtenaar heeft hem geschreven dat ’op 1 januari al bekend was dat het
windmolenpark Woerden West niet door zou gaan’.
Ook al heeft wethouder Van der Woude verklaard dat deze bewering niet klopt en
rechtgezet zal worden, komt dat volgens Van Rooij te laat. ,,De zaak is al onder
de rechter nu. Die procedure kan niet meer gestopt.’’ Ook noemt hij het
raadselachtig dat de betrokken ambtenaar, in tegenstelling tot wat de wethouder
beweert, blijft volhouden dat Woerden van de molens heeft afgezien. ,,Zelfs
vorige maand werd dat weer herhaald.’’
11 december 2005
Initiatiefnemers windmolens geven geld aan bezwaarmakers
door HARRY WOERTINK
13 DECEMBER 2005
- DEDEMSVAART/OMMEN - De initiatiefnemers van de komst van
windmolens tussen Dedemsvaart en Ommen willen bezwaarmakers
financieel tegemoet komen. Het voorstel is om de
windmolenaars planschade te laten vergoeden en om een fonds
voor verenigingen in het leven te roepen.
Dat bleek
tijdens de commissievergadering Ruimte in Ommen. Namens de
initiatiefgroep Verlengde Zestiende Wijk, die de windmolens
wil plaatsen en exploiteren, ventileerde Henk de Lange de
voorstellen.
Zo wil de initiatiefgroep eventuele planschadeclaims voor
rekening laten komen van de initiatiefnemers en niet op het
bordje leggen van de gemeente. Daarnaast willen de
toekomstige windmolenaars een jaarlijks bedrag schenken aan
groepen die actief zijn in het gebied Ommen Noord en
Dedemsvaart Zuid.
Daarvoor wordt een stichting in het leven geroepen die de
bedragen door moet sluizen aan bijvoorbeeld scholen,
sportverenigingen en toneelverenigingen.
Zo gemakkelijk als de Ommer politiek zich begin dit jaar
schaarde achter de mogelijke komst van een windmolenpark in
het gebied Dedemsvaart-Zuid en Ommen-Noord, zo groot was nu
de tegenstand. Dit keer was de zaal ook voller met een volle
publieke tribune met meest tegenstanders.
De commissie twijfelde of windenergie wel de juiste methode
is. Daarbij kreeg de politiek steun van de insprekers die
zich verzetten tegen de plannen om in het open agrarisch
gebied rond de Elfde Wijk, de Driehoek en de Verlengde
Zestiende Wijk windturbines te plaatsen.
Alleen voor het CDA stond de beoogde locatie vast. Alle
andere fracties zetten vraagtekens en willen nader
onderzoek. Daarbij gaat het niet alleen om nut en noodzaak
van windenergie, maar ook om de beoogde locatie. De VVD en
de fractie Buter zeiden verbaasd te zijn over de reactie van
CDA.
Op 29 januari heeft de raad van Ommen ingestemd met de
provinciale beleidsvisie 'Windenergie Noordoost Overijssel'.
Daarbij werd Dedemsvaart-Zuid aangewezen als mogelijke
locatie voor een windmolenpark. Maar de molens kunnen ook op
Ommer grondgebied komen.
Vervolgens heeft een werkgroep een uitwerking gemaakt die is
gepresenteerd tijdens inloopbijeenkomsten in Dedemsvaart en
Ommen. Nu zijn de raden van Ommen en Hardenberg aan zet.
Ze moeten instemmen met de landschappelijke beoordeling,
zodat vervolgens een programma van eisen kan worden
opgesteld, waaraan de initiatiefnemers moeten voldoen.
Tijdens de commissievergadering lieten omwonenden nogmaals
weten dat zij de windturbines niet willen.
In de Hardenbergse gemeenteraad bestaat inmiddels ook
twijfel over plaatsing van windturbines. Onder meer CDA en
PvdA lieten de afgelopen weken geluiden horen dat er nu
wordt getwijfeld aan een eerder genomen besluit.
Binnenkort wordt er in een commissievergadering opnieuw
gesproken over de plaatsing van windmolens.
Artikel uit De Stentor van 13-12-2005
Time
out plaatsing windmolens
door GERT WENSINK
21 DECEMBER 2005
- HARDENBERG/OMMEN - Het plan om in het buitengebied van
Dedemsvaart, op de grens met de gemeente Ommen, acht
windturbines te plaatsen ligt vooralsnog twee jaar stil. Een
meerderheid van de Hardenbergse gemeenteraad ging
gisteravond na een lange discussie weliswaar akkoord met het
voorstel Dedemsvaart-Zuid als enig zoekgebied aan te wijzen,
maar alleen met de toevoeging dat er eerst een time out van
twee jaar geldt. Morgenavond staat het windmolenplan op de
agenda van de raad Ommen.
In die periode komen vanuit provincie, rijk of
door technische ontwikkelingen misschien nieuwe
mogelijkheden voor alternatieve energie of locaties voor
windmolens naar voren. Als blijkt dat er begin 2008 geen
veranderingen zijn kan het plan voor plaatsing van
windmolens in Dedemsvaart-Zuid alsnog worden uitgevoerd. Als
er wel andere locaties of ontwikkelingen zijn wordt er een
nieuw plan gemaakt.
Een amendement met die strekking, ingediend door de PvdA,
werd uiteindelijk alleen gesteund door het CDA. Maar de
achttien vertegenwoordigers die beide partijen in de
Hardenbergse gemeenteraad hebben zijn er ruim meer dan de
twaalf die ChristenUnie, VVD, GroenLinks, Fractie Odink en
Fractie Kelder samen groot zijn. ‘Wij zijn absoluut een
voorstander van alternatieve energie’, benadrukte
fractievoorzitter Henk Meulink van het CDA. Maar, ‘er komen
nieuwe alternatieven. Wellicht hebben we over twee jaar
spijt als we nu besluiten tot plaatsing.’ Daarnaast gaf
Meulink toe dat de mening van bewoners van het gebied zeker
heeft meegeteld bij zijn partij. Bewoners van
Dedemsvaart-Zuid zijn massaal tegen de komst van de meer dan
honderd meter hoge turbines.
‘Waarom zouden we gaan uitstellen’, vroeg Mettina Grimmerink
van de ChristenUnie zich af. Ze wees naar een eerder genomen
besluit in de Hardenbergse raad, in februari 2004, toen alle
partijen voorstander voor plaatsing van windmolens ten
zuiden van Dedemsvaart waren. ‘Is het niet een beetje naïef
nu met het argument te komen dat bewoners er tegen zijn’,
meende haar partijgenoot Jannes Janssen. Lottie Verbreaken
van de VVD vond dat iedere alternatieve vorm van energie
nodig is. ‘Dan moet je ook de gevolgen aanvaarden.’
De PvdA, die met een amendement kwam, gaf aan het plan niet
op lange termijn te willen schuiven. ‘Maar we willen wel
even de voet op de rem’, aldus Ria Juurlink van deze partij.
‘Een time out van twee jaar is op zijn plaats.’ Volgens Kees
Slingerland van GroenLinks is het inmiddels vijf voor
twaalf. ‘En het is een minuut voor twaalf als we tot uitstel
besluiten.’ Dat laatste gebeurde uiteindelijk toch, door de
meerderheid van twee partijen, waardoor er over twee jaar
een vervolg komt.
De
Stentor
Ommen wel voor
komst windmolens
door WIM DE
JONGE
23
DECEMBER 2005 - OMMEN - Uitstel van plaatsing van windmolens
in de gemeente Hardenberg betekent geen afstel van plaatsing
in de gemeente Ommen. De Ommer gemeenteraad bepaalde
gisteravond in grote meerderheid dat het gebied tussen Ommen
en Dedemsvaart de beste plaats is voor windturbines. Ook was
een grote meerderheid tegen het in de ijskast zetten van de
plannen.
De
gemeenteraad van Hardenberg besloot deze week wel om het
programma van eisen twee jaar uit te stellen. Antoinette
Stegeman (D66) wilde hetzelfde in Ommen doen, maar kreeg
niemand mee. Concreet betekent het dat de procedures in
Hardenberg stil liggen en in Ommen doorgaan. Omdat er maar
acht windmolens geplaatst kunnen worden, bestaat de kans dat
die allemaal op Ommer grondgebied en toch dicht bij
Dedemsvaart komen te staan.
D66 hinkte tijdens de discussie op twee gedachten. Namens de
partij zei Hans Kersbergen: ‘Deze locatie geeft de minste
problemen. We stemmen in met het voorstel, maar houden wel
de weg open voor andere locaties als die er zijn’. Zijn
partijgenoot Stegeman probeerde daarna de andere partijen te
verlokken tot een uitstel van twee jaar. Ze kreeg geen
enkele steun.
Uiteindelijk stemden alleen VVD, fractie Buter en raadslid
Berend van der Beek (ChristenUnie) tegen het voorstel. Als
het gebied kennelijk zo zeldzaam is dat alleen daar
windmolens kunnen komen, dat moeten we het gebied koesteren
zoals het nu is, was de gedachte van Van der Beek. Zijn
partijgenoten stemden wel voor de landschapsvisie
windenergie. ‘Twee zoekgebieden voor de windmolens liggen in
Ommen, dus we kunnen gewoon doorgaan’, constateerde
Gerrit-Jan Bolks namens ChristenUnie.
VVD en fractie Buter konden kort zijn. Deze partijen zijn
helemaal tegen windenergie. PvdA noemde de windmolens ‘geen
lelijke maar nieuwe elementen in het landschap’. Volgens
deze partij leent het gebied zich niet alleen voor
windenergie, maar ook voor zonne-energie en energie uit
biomassa. CDA wilde de discussie zuiver houden. ‘We stemmen
vanavond niet over nut en noodzaak van windenergie, maar
over de plaats waar de windmolens komen te staan. En dit is
de goede plaats om ze neer te zetten’, aldus CDA.
Windmolens naar Tolhuislanden
van een onzer verslaggevers
30 DECEMBER 2005 -
DALFSEN/ZWOLLE - Geen windturbines in het Dalfserveld, maar
in Tolhuislanden (langs de A28). Dat is de koers die
burgemeester en wethouders van Dalfsen nu varen. In
Tolhuislanden wil het college samenwerken met de gemeente
Zwolle. Er wordt van uitgegaan dat het aantal windmolens op
Dalfser grondgebied daar gering zal zijn.
Het initiatief tot
intergemeentelijke samenwerking in Tolhuislanden is
uitgegaan van het Dalfser college. Beide colleges hebben de
intentie uitgesproken de mogelijkheden in Tolhuislanden te
onderzoeken. Het gaat erom een bijdrage te leveren aan de
provinciale doelstelling om voor 2010 in totaal 30 megawatt
windenergie in de gehele provincie Overijssel te realiseren.
Door middel van deze samenwerking willen B & W versnippering
van windmolens in een betrekkelijke klein gebied
(Tolhuislanden door Zwolle, Dalfserveld door Dalfsen en
daarnaast nog de Staphorster locatie) voorkomen.
In het voorjaar van 2004 stonden in de beleidsvisie
windenergie Noordoost-Overijssel voor Dalfsen nog drie
gebieden genoemd, naast Dalfserveld en Tolhuislanden ook
Nieuwleusen-West. Eind maart van dat jaar besloot de
gemeenteraad geen medewerking te verlenen aan plaatsing van
windmolens in Nieuwleusen-West.
B & W stellen vast dat realisering van windenergie zeer ter
discussie staat, ook in de gemeente Dalfsen. Ook om die
reden is gekozen voor afstemming met de gemeente Zwolle. Het
college vindt dat Tolhuislanden uit landschappelijk,
maatschappelijk en financieel opzicht beter is dan
Dalfserveld.
De stentor,
30 december 2005
Belangengroep in actie tegen windmolens
van een onzer verslaggevers
4 FEBRUARI 2006 -
STEENWIJKERLAND - Het Nationaal Kritisch Platform
Windenergie (NKPW) vindt dat het fraaie Steenwijkerland
onherstelbaar wordt aangetast als in deze gemeente
windturbines worden geplaatst. Voor de gemeente
Steenwijkerland is een belangengroep in oprichting, die
actie onderneemt tegen de plaatsing van windmolen.
Het platform heeft
als doel het bevorderen van objectieve informatie over
windenergie, een objectieve beoordeling van alle gevolgen
van windturbines en maatregelen die gericht zijn op het
behoud en de verbetering van de Nederlandse landschappen,
het milieu en het leefklimaat in door windturbines getroffen
en bedreigde gebieden.
Landelijk zijn nu zo’n vijftig belangengroepen actief tegen
de plaatsing van windturbines. Voor de gemeente
Steenwijkerland is een belangengroep in oprichting.
Het platform vindt dat het ‘schitterende gebied’, waarover
in de gemeentegids 2005-2006 wordt gerept, onherstelbaar
wordt aangetast door windturbines als onder meer de
vergunningaanvragen voor het gebied aan de Zuidveenseweg en
langs het kanaal Steenwijk-Ossenzijl worden gehonoreerd.
Deze aanvragen betreffen windturbines van 80 en 105 meter
hoog. ‘En daar moet nog de helft bij opgeteld worden om aan
de tiphoogte van de wieken te komen. Een totale hoogte dus
van maar liefst 120 tot 150 meter’, aldus het NKPW. ‘Ter
vergelijking: de Sint Clemenstoren is met z’n 86 meter de
tiende toren van Nederland. De zichtlijn naar de fraaie en
voor de stad Steenwijk zo karakteristieke toren zal bruusk
en definitief verstoord worden door windturbines, die
anderhalf tot twee keer zo hoog zijn.’
De hoge windturbines en hun draaiende rotoren domineren hun
omgeving tot op twee tot vijf kilometer afstand en zijn
zichtbaar tot op tientallen kilometers, aldus het platform.
‘Als deze en andere windmolenprojecten doorgaan, is er in de
mooie en recreatieve gemeente Steenwijkerland nauwelijks
meer een plek waar ze niet te zien zijn. Zo wordt niet
alleen schaarse ruimte en landschap verspild, maar trekt het
ook een zware economische wissel op deze recreatieve
gemeente. Dit staat haaks op het recreatieve beleid van de
gemeente.’
Daarbij zijn de windturbines nadelig voor de vogelstand,
aldus het NKPW, en veroorzaken ze sterfte bij trekvogels.
‘En dat nota bene nabij de provinciale ecologische
hoofdstructuur en Nationaal Park De Weerribben’, zegt een
woordvoerder. Bovendien leidt de plaatsing van windturbines
volgens het platform tot een waardevermindering van de
huizen in de wijde omgeving en mogen de veiligheidsrisico’s
niet worden onderschat.
Dat gekeken moet worden naar ‘groene’ alternatieven, beaamt
het NKPW, ‘maar windenergie heeft nauwelijks effect op het
verbruik van fossiele brandstoffen en dus op de
CO2-uitstoot’ Het NKPW vindt dat de hoge subsidies voor
windenergie kunnen veel beter ingezet worden voor
milieumaatregelen, die een veel grotere bijdrage leveren.
‘Het is beter dat de gemeente in afwachting hiervan in ieder
geval voorlopig alle aanvragen voor windmolenprojecten
afwijst en eerst een brede en open discussie met de inwoners
voert voordat de skyline van Steenwijk en wijde omgeving
definitief is verpest.’
De belangengroep voor Steenwijkerland in oprichting is
bereikbaar via
geen-windturbines-in-steenwijkerland@hotmail.com.
Waardedrukkend effect van nabijgelegen windmolen
WOZ (Heffing
lokale overheden)
Rechtbank
Leeuwarden 18 januari 2006, 05/00898
Wetsartikelen: Art. 19 lid 2, onderdeel a, Wet WOZ; Art. 17,
Wet WOZ; Art. 25 lid 1, Wet WOZ
Trefwoorden: windmolen, mutatiebeschikking
Rechtbank Leeuwarden 18 januari
2006, nr. 05/00898
De
gemeente heeft aan belanghebbende aanslagen OZB voor 2004
opgelegd. Deze aanslagen zijn berekend naar een waarde van €
147.024, zoals deze bij beschikking van 21 maart 2001 voor
het tijdvak 2001-2004 is vastgesteld. Belanghebbende maakt
tegen de aanslagen bezwaar en stelt dat de waarde van de
woning is gedaald nadat in december 2003 op korte afstand
van de woning een windmolen is geplaatst. De gemeente laat
belanghebbende bij brief weten dat de waarde onherroepelijk
vaststaat, maar dat zij zal onderzoeken of een
mutatiebeschikking moet worden afgegeven. De gemeente laat
de woning taxeren. De taxateur komt op basis van de
uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden van 7 mei 2003 (NTFR
02/495) tot de conclusie dat de eerdere waarde moet worden
verlaagd met een bedrag van € 25.000; wegens geluidsoverlast
€ 20.000 en wegens slagschaduw € 5.000. Vervolgens verklaart
de gemeente het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk
wegens het onherroepelijk vaststaan van de beschikking, maar
deelt zij in dezelfde uitspraak mee dat sprake is van een
mutatiebeschikking waarbij de waarde van de oorspronkelijke
beschikking met een bedrag van € 25.000 wordt verlaagd.
Belanghebbende vindt deze waardeverlaging te gering en gaat
in beroep bij de rechtbank. De rechtbank overweegt vooraf
dat zij dit beroep zal beschouwen als een rechtstreeks
beroep ter zake van de mutatiebeschikking. De rechtbank is
van oordeel dat op grond van de afstand tussen de woning en
de windmolen - ca. 160 m - de waarde verlaagd dient te
worden naar een bedrag van € 75.000.
(Beroep gegrond.)
|
Karel
Beckman van het Financieele
Dagblad schrijft in de krant van
vrijdag 17 maart j.l.: ‘extra
stroom importeren uit Duitsland
biedt geen soelaas voor de hoge
elektriciteitsprijzen in
Nederland. Het zojuist
gepubliceerde
Capaciteitsplan van
stroomnetbeheerder Tennet laat
zien dat de stroommarkt de
komende jaren krap blijft. Extra
stroom uit Duitsland biedt geen
soelaas, door de sterke groei
van de Duitse windenergie, die
de stabiliteit van het net
parten speelt. ‘Nu al moeten we
een groot deel van de
importcapaciteit reserveren om
de grote hoeveelheden
windenergie die over het net
vliegen in goede banen te
leiden, aldus directeur Mel
Kroon van Tennet.’
En ofschoon de energiemarkt werd
geliberaliseerd verviervoudigden
de stroomprijzen de afgelopen
drie jaar. Minister Brinkhorst
van Economische Zaken zet daarom
in op uitbreiding van de
netverbindingen met het
buitenland, vooral om de
importmogelijkheden voor de
industrie te verruimen.
Commentaar: Windmolens, ons
inziens de excuus Truus van de
politiek voor een duurzame
energiehuishouding, schaden onze
economie. Doordat ze de import
van stroom en dus concurrentie
op de stroommarkt in de weg
staan, worden bedrijfsleven en
consumenten benadeeld. |
|
<>
|
|
|
|
|
|
|
|
|
GRONINGEN - Windmolens maken ‘s
nachts meer lawaai dan overdag, blijkt uit onderzoek
van de RUG. Hierdoor hebben omwonenden vaker last
van slaapproblemen. Met de uitkomsten van het
onderzoek kan niemand meer zijn ogen sluiten voor
het probleem, stelt natuurkundige Frits van den Berg
van de RUG.
Als het donker wordt kan er op grotere hoogte meer
wind staan dan aan de grond. Dat komt omdat de
atmosfeer in de nacht stabieler is dan overdag.
Hierdoor blijft het aan de grond windstil, terwijl
het op grote hoogte stevig waait.
Het draaien van de molens maakt een geluid dat qua
toonhoogte en variatie overeenkomt met spraak. Omdat
mensen voor dit soort toonhoogten extra gevoelig
zijn, komen er veel klachten over het lawaai van
windmolens. "Omwonenden vergelijken het geluid met
dat van een eindeloze trein, de branding of een
opstijgende Boeing 747", zegt Frist van den Berg,
die promoveert op het onderzoek.
Van den Berg vindt dat overheden en energiebedrijven
hun ogen niet langer kunnen sluiten voor
lawaaiklachten van omwonenden. "Het stoort mij dat
de overheid en exploitanten de klachten afdoen als
een 'not in my backyard'-houding. Dat is gewoon
arrogant. Mensen die op één of twee kilometer
afstand van een windpark wonen, hebben er wel
degelijk last van. Bovendien worden de geluidsnormen
overschreden."
Frits
van den Berg...
2 mei 2006 17:01 |
|
|
AMSTERDAM - Met het
startsein voor de bouw van
een windmolenpark voor de
Nederlandse kust wordt zeer
waarschijnlijk voor vele
miljoenen aan
gemeenschapsgeld over de
balk gegooid.
 |
|
De bouw van
windmolens wordt
door het steeds
beter georganiseerde
maatschappelijke
verzet ertegen
steeds moeilijker. |
|
Foto: scanner |
Ervaringen met eerder
gerealiseerde
windmolenparken in zee zijn
niet positief. Dit nieuws is
zelfs uitgebreid op
televisie geweest en toch
gaat men door. Dit nog los
van de twijfel die überhaupt
omtrent windenergie bestaat,
zowel qua milieu als qua
rentabiliteit!
Moet de Nederlandse
burger nu wéér (linksom of
rechtsom) de rekening
betalen voor persoonlijk
scoren, lobby en goedbedoeld
hobbyisme?
R.M. Duijne, Almere
|
|
|
|
Boer levert groene
stroom
Grote belangstelling biogasinstallaties
Veehouders gaan massaal groene stroom produceren. De
aanvragen voor biogasinstallaties, waarin mest wordt
gebruikt als brandstof voor elektriciteitsproductie, nemen
stormenderhand toe. Naar verwachting leveren de boeren
volgend jaar al voldoende groene stroom voor
honderdduizenden huishoudens.
`Het is een rage aan het worden', aldus Theo Brink van
LTO-Noord. In Nederland staan nu zo`n veertig installaties
die stroom produceren. `Eind volgend jaar zijn er dat meer
dan honderd, misschien wel tweehonderd', aldus Brink:
En daarmee is het einde nog niet in zicht. Uit studies
blijkt dat er plaats is voor 2500 tot 3000 installaties.
Daarmee zou vier miljard kilowattuur groene stroom kunnen
worden opgewekt, genoeg om 1,2 miljoen huishoudens van
elektriciteit te voorzien.
Zelfs voorzichtige schattingen van het Natuur- en Milieu
Planbureau gaan uit van voldoende groene stroom om in 2010
een half miljoen huishoudens te voorzien.
Voor veehouders biedt een biogasinstallatie gouden kansen.
Een installatie kost zo'n twee tot drie miljoen euro bij
aanschaf. Dankzij subsidies van de overheid krijgen de
boeren 14 tot 15 eurocent per kilowattuur energie. Met een
gemiddelde installatie zijn de kosten van aanschaf en
onderhoud dan in zo'n jaar of vijf terugverdiend.
`Biogasinstallaties zijn subsidiemachientjes', wordt onder
boeren dan ook gezegd. Wel wordt er rekening mee gehouden
dat de subsidie op den duur gaat verdwijnen. Als de
elektriciteitsprijzen in het huidige tempo blijven stijgen
is de productie van groene stroom over een aantal jaren ook
zonder subsidie rendabel.
Grootste probleem bij de productie van groene stroom is het
afvalprobleem. Voor de productie is varkens- of koeienmest
en een ander product, vaak maïs, nodig: De huidige wetgeving
zegt dat ook het bijproduct als mest moet worden aangemerkt.
De totale mestberg stijgt dus door de biogasinstallaties.
Nederland kampt nu al met een mestoverschot dat nauwelijks
is af te zetten.
Betrokkenen in de sector hebben echter goede hoop dat dat
probleem op afzienbare termijn kan worden opgelost. Dat zou
kunnen door de restproducten als kunstmest aan te 'merken.
Daardoor zou het afzetprobleem vrijwel zijn opgelost. Het
ministerie van landbouw bekijkt daartoe de mogelijkheden.
Peet Vogels
Stentor 24 mei 2006
“Het is een rage
aan het worden”
Henk Eissen heeft er een paar monden meer bij te voeden.
Naast zijn 150 melkkoeien moet hij nu ook elke ochtend zijn
twee biogasinstallaties voeren. Veertig ton maïs stopt hij
er per dag in. Samen met 40 ton rundermest levert dat 30.000
kilowatt groene stroom op.
Eissen is een van de pioniers met biomassavergisting. `Ik
ben hier zes jaar geleden begonnen en wilde iets doen naast
de melkveehouderij. Toevallig liep ik aan tegen wat toen nog
mestvergisting werd genoemd.'
Eissen krijgt steeds meer navolgers, weet Henk Brink,
bestuurder bij LTO Noord de branchevereniging voor boeren
in Noord-Nederland. `Het leeft heel erg in de agrarische
sector. Momenteel staan er tien of twintig
biogasinstallaties, maar eind volgend jaar zullen dat er al
meer dan honderd zijn.'
Een studie van Senter Novem, het agentschap voor
duurzaamheid en innovatie, toont dat er mogelijk ruimte is
voor zo'n 2800 installaties. In dat geval krijgen in de
toekomst meer dan een miljoen huishoudens hun stroom van de
boerderij: `Dan zijn we ook meteen verlost van de discussie
over kernenergie', meent Eissen.
Komkommers
Op de varkenshouderij geld verdienen met mest in plaats van
de' mest tegen hoge kosten af te zetten, dat klinkt te mooi
om waar te zijn voor varkenshouders. Vandaar dat biogas een
hot item is in het zuiden waar
een groot mestoverschot heerst. Dankzij de subsidie is
biogas rendabel, weet Mart Smolders van het Praktijkcentrum
Varkenshouderij in het Brabantse Sterksel. Daar
experimenteren ze al jaren met een installatie die loopt op
varkensmest en andere productén. `We hebben hem al
komkommers gevoerd en andere restproducten uit de
voedingsindustrie. Want je voert de bacteriën in de mest.'
Een goudmijn is het echter niet. `Een installatie kost al
snel 2 tot 3 miljoen euro en hij moet in een jaar of vijf
tot zeven worden afgeschreven. Het probleem is dat slechts
40 procent van de opgewekte energie wordt omgezet in stroom.
De rest is warmte die we nu nog niet kunnen gebruiken: Als
we die warmte ook kunnen verkopen is dat het beleg op de
boterham.'
Eissen heeft het met zijn 220 hectare grote bedrijf in
Gasselternijveenschemond in de Drentse Veenkoloniën wat dat
betreft gemakkelijker. De maïs die hij aan zijn bacteriën
voert, teelt hij op zijn eigen land. `Maïs levert veel
energie en is daarom ideaal om bij te mengen.' De
installaties bij Eïssen zijn zo groot als een vakantiehuis.
`Met een paar bomen er omheen zie je et niets van: Dat
scheelt veel in de maatschappelijke acceptatie.' Tot een
paar jaar geleden waren de windmolens populair, maar die
mogen boeren bijna niet meer op hun erf zetten omdat die het
landschap aantasten.
Volgens Eissen ziet de toekomst er veelbelovend uit: `De
prijs voor elektriciteit zal blijven stijgen: Over een jaar
of tien is subsidie helemaal niet meer nodig om rendabel te
draaien.'
Peet Vogels
Stentor 24 mei 2006
Kamer
wil geen subsidiestop op groene stroom
ANP
DEN HAAG
- Een meerderheid in de Tweede Kamer wil dat de
subsidieregeling voor duurzame energie in stand blijft.
Minister Joop Wijn van Economische Zaken moet zijn besluit
intrekken om geen nieuwe aanvragen meer in behandeling te
nemen, vinden alle fracties behalve CDA en VVD.
Dat
bleek donderdag tijdens een Kamerdebat met Wijn. Een motie
van SGP-kamerlid Kees van der Staaij, die Wijn oproept de
aangekondigde stop op de zogenoemde MEP-subsidies terug te
draaien, krijgt steun van PvdA, GroenLinks, SP, LPF, D66 en
ChristenUnie.
Wijn
ontraadde de motie. Wel is hij bereid in het kabinet te
praten over een ruime overgangsregeling. Een motie hierover
wordt behalve door de genoemde partijen ook door het CDA
gesteund.
Enkele
weken terug maakte Wijn tot schrik van de sector onverwacht
een einde aan de MEP-regeling, omdat de doelstelling om in
2010 9 procent van de stroom duurzaam op te wekken ook
gehaald wordt zonder nieuwe projecten te subsidiëren.
Tijdens
het Kamerdebat zei Wijn dat ook financiële overwegingen een
rol hebben gespeeld. De subsidieregeling is zo succesvol dat
de kosten uit de hand lopen. Het kabinet was de afgelopen
maanden genoodzaakt nog eens 280 miljoen euro extra op tafel
te leggen.
Een
Kamermeerderheid toonde zich donderdag niet onder de indruk
van deze argumenten. Ze vindt dat de overheid niet van de
ene op de andere dag een einde aan de regeling kan maken,
voor er een alternatief is. Diverse fracties betwijfelen ook
of de doelstelling van 9 procent duurzaam opgewekte stroom
in 2010 echt wordt gehaald.
Wijn
hield de Kamer voor dat het in stand houden van de
MEP-subsidies forse financiële consequenties heeft. Een
overgangsregeling kost ook extra geld, maar Wijn is
niettemin bereid daarover met zijn collega-bewindslieden te
spreken. Eerder wilde de CDA-minister alleen een
schadevergoeding toezeggen voor tuinders en andere
ondernemers die kosten hebben gemaakt in de verwachting voor
een subsidie in aanmerking te komen.
7 september
2006
26
september 2006
Rechterlijke uitspraken WOZ-waarde i.v.m. windturbines
Rechtbank Zwolle, sector bestuursrecht
Registratienummer: AWB 06/607
Datum van uitspraak: 26-10-2006
Concrete dreiging van plaatsing
windmolenpark leidt tot vermindering WOZ-waarde van nabij
gelegen woning
Samenvatting
Een bewoner van een vrijstaande woning
te Arriën, gemeente Ommen, heeft bezwaar gemaakt tegen zijn
aanslag OZB 2005. Dit op grond van het feit dat er een
concrete dreiging is van plaatsing van een windturbinepark
binnen een afstand van 1.000 m van zijn woning.
De gemeente (het hoofd afdeling
financiën) heeft het bezwaar ongegrond verklaard, waarna de
bewoner in beroep gaat bij de rechtbank Zwolle.
De gemeente voert in geding meerdere
taxaties van referentieobjecten op.
De rechter acht de conclusies uit de
taxaties ongegrond, omdat er geen sprake is van
vergelijkbare objecten. Een aantal objecten zijn qua afstand
tot het windpark onvergelijkbaar. Die objecten die qua
afstand tot het windpark vergelijkbaar zijn, kunnen de
rechterlijke toets niet doorstaan, omdat het andere
woningtypes betreft.
Dan komt de vraag aan de orde, hoeveel
de vermindering van de WOZ-waarde bedraagt.
De bewonerheeft de vermindering gesteld
op 30%, ontleend aan de uitspraak van het hof Leeuwarden van
18-07-2003 (BK 74/02). Maar de bewoner heeft naar de rechter
oordeelt geen onderbouwing gegeven van deze
waardevermindering. De rechter stelt het waardedrukkend
effect in goede justitie vast op 15%.
Wilt u de volledige tekst van de
uitspraak? Mailt u even naar de webmaster c.q. secretaris
van de stichting "Dalfsen tegen Windmolens"
stollmeyer@hetnet.nl
Het aanleggen van twee
windparken in de gemeente
Steenwijkerland is voorlopig van
de baan. Op de CPB na steunden
alle andere fracties gisteravond
in de gemeenteraadsvergadering
het voorstel van de PvdA om
eerst een Duurzame Energiescan
uit te laten voeren en
vervolgens moet het college
komen met een actieplan waarin
ze concrete maatregelen
voorstelt om de CO2-uitstoot
terug te dringen.
Maar liefst drie uur vergaderen,
negen insprekers, twee
schorsingen en vier moties waren
er voor nodig om tot het door de
meerderheid gedragen voorstel
van de Partij van de Arbeid te
komen. Allereerst kwam de PvdA
met haar voorstel, daarna kwamen
Folkert Jellesma (PAS) en Hemmie
Holweg (CDA) met het voorstel om
in Baarloo bij Blokzijl en aan
de Scholtensloot bij Scheerwolde
twee windmolenparken te laten
aanleggen en andere aanvragen
niet te honoreren. Vervolgens
kwam de CPB met het voorstel om
alleen aan de Scholtensloot een
windmolenpark toe te laten en
tot slot kwam de fractie van
Hemmie Holweg en Folkert
Jellesma met het voorstel om een
raadgevend referendum te houden
op 7 maart, tegelijk met de
provinciale staten verkiezingen,
over het voorstel van de raad
over het opwekken van van
windenergie in Steenwijkerland.
Met 11 voor en 15 tegen (VVD-raadslid
Ineke Steinmetz had tijdens de
vergadering de zaal verlaten,
werd dit voorstel verworpen. Het
duo Holweg en Jellsema had toen
al zijn eerste voorstel
ingetrokken. Het voorstel van de
CPB werd niet gesteund door
andere fracties.
Uit: De Steenwijker Courant,
18 oktober 2006
|
De ANWB vraagt de gemeenteraad
van Steenwijkerland niet mee te
werken aan plaatsing van
windturbines in deze gemeente.
De ANWB is van mening, dat
plaatsing van die turbines ten
koste gaan van het landschap en
van recreatie en toerisme.
De gemeente zou haar
inspanningen op het gebied van
alternatieve energie moeten
richten op andere bronnen. Dit
schrijft de bond aan de
raadsleden in een reactie op de
beleidsnota `windenergie en
alternatieve energiebronnen' die
binnenkort door de Raad wordt
besproken.
De ANWB
respecteert uiteraard de eigen
afweging van de gemeente om bij
te dragen aan de vermindering
van de uitstoot van
broeikasgassen. De ANWB is
echter van mening dat de grote
landschappelijke en recreatieve
waarden in Steenwijkerland geen
ruimte bieden aan de plaatsing
van windturbines. De ANWB ziet
die eerder verschijnen langs
snelwegen en in of nabij steden
en industrieterreinen. Niet
nabij pittoreske dorpen als
Giethoorn, noch langs de
voormalige zuiderzeedijk die in
de toekomst wellicht weer een
functie krijgt wanneer een
vaarverbinding Blokzijl - Lemmer
alsnog gerealiseerd gaat worden.
Alle provincies hebben destijds
een bepaalde taakstelling met
het Rijk afgesproken voor de
plaatsing van windturbines.
Overijssel is daarbij niet
zonder reden ontzien. Op haar
beurt heeft de provincie
voldoende locaties aangewezen
die `kansrijk' zijn voor
plaatsing. Steenwijkerland wordt
niet door de provincie genoemden
dat is niet zonder reden, aldus
de ANWB
Bron: Opregte Steenwijker
Courant, 10 oktober 2006 |
Uitnodiging:
Stichting "Dalfsen
tegen Windmolens"
Secretaris: J.W.H. Stollmeyer, Petersweg 3, 7711 GC
Nieuwleusen 0529-482620
Nieuwleusen, 23 mei 2008
Aan de inwoners van de Tolhuislanden en Nieuwleusen.
Verzet tegen een park van 11 windmolens !
Belangrijke bijeenkomsten op 28 mei en 5 juni om 19.30
uur
in Wegrestaurant De Lichtmis (chauffeurscafé)
Ruim twee jaar heeft de Stichting zich succesvol verzet
tegen een besluit om windmolens in Dalfsen/Nieuwleusen te
plaatsen in het Dalfserveld. Tweemaal was de gemeenteraad zo
verdeeld dat er geen besluit kon worden genomen tot enkele
weken geleden onder druk van de windmolenlobby en de
provincie alsnog een politiek ongeloofwaardig compromis is
bereikt om mee te werken aan plaatsing, maar nu plotseling
in de Tolhuislanden. Ongeloofwaardig omdat de gemeenteraad
zich daar twee jaar geleden al unaniem tegen had
uitgesproken. Nog maar enkele maanden geleden waren
burgemeester en wethouders opnieuw van mening dat de
Tolhuislanden niet in aanmerking kon komen, toen de
windmolenbouwers verenigd in "Tolhuiswind" daarvoor een plan
indienden. Gemeentebelangen spant nu zelfs een juridische
procedure aan bij de bestuursrechter vanwege
onregelmatigheden in de besluitvorming.
De gemeente Zwolle onderzoekt op verzoek van
"Tolhuiswind" de mogelijke plaatsing van windmolens in het
Zwolse deel van de Tolhuislanden.De keuze voor de
Tolhuislanden (tussen Koedijk en Nieuwedijk) zou de
plaatsing van zeker 8 windmolens mogelijk maken: 4 aan de
Zwolse kant en 4 aan de Nieuwleusener kant. In directe lijn
daarmee staan de 3 molens in Staphorst.
Een park van 11 windmolens als resultaat.
Dit terwijl in het hele land het verzet tegen deze parken
in het open landschap sterk groeit vanwege de
landschapsvervuiling, de waardevermindering van de huizen(
30% of meer) en de inmiddels aangetoonde ernstige
gezondheidsklachten zoals slapeloosheid, depressie,
hartklachten enz. voor bewoners tot minstens 1,5 kilometer
afstand van de windmolens !! Hoezeer wij er met z’n allen
ook van overtuigd zijn dat er alternatieve energiebronnen
moeten komen, deze aanpak is onaanvaardbaar. Als wij ons nu
niet stevig verzetten, ook met inschakeling van de rechter,
dan staan ze er over een half jaar en is het te laat.
Hoe nu verder?
Zowel Zwolle als Dalfsen moeten in het kader van de Wet
op de Ruimtelijke Ordening (WRO) nog een besluit nemen en
daartegen kunnen we binnen 6 weken na bekendmaking gerichte
bezwaren aanvoeren. Dat zijn bezwaren van landschappelijke
aard en milieu, de onverkoopbaarheid/waardevermindering van
de huizen en gezondheidsklachten. Deze klachten waren voor
de gemeente Hardenberg een half jaar geleden meer dan
voldoende reden om van plaatsing op haar grondgebied af te
zien op grond van een advies van o.a. de GGD in Zwolle. In
Nederland wordt nog uitgegaan van een veilige afstand van
350 meter tot de eerste bebouwing. Dat is in Duitsland en
Frankrijk al opgetrokken tot 1,5 kilometer en in enkele
Staten in Amerika zelfs tot 3 km.
Wij zullen nu als bewoners in actie moeten komen tegen de
voorgenomen plaatsing. Dat kan om te beginnen door de
bijeenkomst a.s. woensdag 28 mei, 19.30 uur van de
gemeente Zwolle in Wegrestaurant De Lichtmis te bezoeken en
duidelijk onze bezwaren naar voren te brengen bij de
wethouder. Wij zullen voor een groot spandoek zorgen, die
daarna ook in het gebied zal worden geplaatst.
Een week later op donderdag 5 juni, 19.30 uur
bespreken wij als Stichting onze aanpak in De Lichtmis.
Wij rekenen op uw aanwezigheid en met vriendelijke groet,
Willem van der Rest, Arie Kragt, Wim Stollmeyer, Thijs
Scholten, Hans van Zanten, Harry Been, Aalt Kreule, Annette
Wessels, Truus Fli
Met vriendelijke groet,
J.W.H. Stollmeyer
Stentor
Vechtdal
Juridische strijd tegen windturbines in de maak
door Hans Keesmaat. zaterdag 07 juni 2008 | 03:33
NIEUWLEUSEN - De stichting Dalfsen Tegen Windmolens gaat
juridische procedures voeren om de bouw van windturbines in
het gebied Tolhuislanden tegen te houden.
Daarnaast wil zij het toenemende aantal publicaties,
rapporten en onderzoeken over de gezondheidsrisico's
gebruiken om bestuurders tot andere inzichten te brengen.
Donderdagavond hield de actiegroep een informatiebijeenkomst
voor bewoners van het gebied. De stichting wil zowel
individueel als collectief bezwaar maken tegen de procedures
die nodig zijn om de windmolens te plaatsen, zoals de
wijziging van het bestemmingsplan buitengebied.
Daarnaast hoopt men op een Milieueffectrapportage. Nu ook
Dalfsen onlangs Tolhuislanden als locatie aanwees, kan het
aantal megawatt boven de wettelijke norm komen, waardoor
nader onderzoek naar de gevolgen voor landschap, mens, dier
en milieu in beeld komt. Ook de mogelijkheden van een kort
geding en planschadeprocedures worden nader onderzocht. De
stichting heeft hiervoor al enkele juristen benaderd.
De initiatiefgroep wijst op recente publicaties rond
gezondheidsrisico's van windturbines, met name als het gaat
om het continue geluid dat ze produceren.
"Het is het effect van een vliegtuig dat 24 uur per dag
boven je huis hangt", schetste bestuurslid Hans van Zanten.
"Laagfrequent geluid is nauwelijks hoorbaar, maar heeft
effect op je hele lichaam." Volgens hem is de maximale
afstand van een woning tot windturbines in Nederland veel
kleiner dan in landen als Duitsland en Amerika.
In een nog te versturen open brief aan gemeenteraden spreekt
de stichting haar verontrusting uit over de
gezondheidsrisico's. Men wil deze brieven gebruiken als
leidraad voor de huiskamergesprekken die de gemeente Zwolle
binnenkort organiseert voor bewoners van Tolhuislanden.
"Als we doorgaan tot de Raad van State, kunnen we plaatsing
in elk geval twee jaar tegenhouden", aldus voorzitter Willem
van der Rest. "Die tijd willen we gebruiken om steeds meer
feiten boven water te krijgen. Maar uiteindelijk streven we
niet naar uitstel, maar naar afstel."
Stentor
Vechtdal
8 december
2008
Windmolens niet in Ommen
door Sander Wageman. maandag 08
december 2008 | 17:27 | Laatst bijgewerkt op: maandag 08
december 2008 | 17:35
OMMEN - Windmolens in de gemeente
Ommen zijn nog altijd geen optie. De gemeente heeft bij
monde van verantwoordelijk wethouder Ilona Lagas nogmaals
bevestigd geen bestemmingsplannen te willen wijzigen om de
bouw van een windpark mogelijk te maken.
De discussie over windenergie brak weer in alle hevigheid
los, toen de buurgemeente Hardenberg vorige week bekend
maakte dat het toch windturbines gaat plaatsen in
Dedemsvaart-Zuid, pal op de gemeentegrens met Ommen. Een
aantal jaren geleden kwamen voor dat gebied ook
bouwaanvragen van energiebedrijven binnen bij de gemeente
Ommen. Die toonde zich ook toen niet enthousiast over het
project.
Het college van Ommen zegt nu nogmaals bij haar standpunt te
blijven dat windmolens leiden tot een verrommeling van het
landschap. "En dat willen we niet", legt
gemeentewoordvoerder Jeroen Engelsman uit. "De gemeente is
voor een duurzame en groene toekomst, maar niet ten koste
van het landschap. We zijn daarom bezig met een energienota
zonder de windturbines, waarin duurzaamheid toch een
belangrijk aandeel heeft." Wat er precies in die energienota
staat, kan de zegsman nog niet vertellen. "Die stukken
liggen nog onder de hamer."
Of de provincie nu, zoals door gedeputeerde Theo Rietkerk
aangekondigd, de gemeente passeert en zelf met acties komt,
moet nog blijken.
Hattem schiet plan windmolens af
maandag 08 december 2008 | 22:08 |
Laatst bijgewerkt op: dinsdag 09 december 2008 | 09:50
HATTEM - De gemeenteraad van
Hattem heeft het plan voor de bouw van vier gigantische
windturbines langs de N50 richting Kampen zojuist
afgeschoten. Een meerderheid van de raad vindt dat molens,
met een 'tiphoogte' van 150 meter het IJssellandschap teveel
aantasten.
Bovendien zou er onduidelijkheid
zijn over de gevolgen van de windmolens voor de omgeving.
Een brief die het ministerie van VROM donderdag stuurde, kon
die twijfel niet wegnemen.
Het besluit van de Hattemers is des te opmerkelijk, omdat de
Oldebroeker raad (het plan behelsde ook de bouw van drie
molens in deze gemeente) er totaal geen moeite mee had.
Deur op kier voor komst windmolens in Dalfserveld
door Hans Keesmaat.
woensdag 10 december 2008
DALFSEN - Als de gemeente
Dalfsen de ambities uit haar meerjarenprogramma 'klimaat en
duurzaamheid' wil waarmaken, moeten er misschien niet alleen
windmolens komen in de Tolhuislanden, maar ook in het
Dalfserveld.
Die
mogelijkheid kwam maandagavond ter sprake nadat de
behandeling van het voorstel over 'klimaat en duurzaamheid'
was verzand in een discussie over windturbines. Die ontstond
nadat Arno van Dijk (CDA) de PvdA de zwartepiet toeschoof
voor de keuze van Tolhuislanden als locatie. Volgens hem is
er 'door toedoen van de PvdA' niet gekozen voor de locatie
die de meeste windenergie kan opleveren. "Als er onverhoopt
niet gebouwd wordt in Tolhuislanden, weten wij een prima
alternatief", stelde Van Dijk.
Johan Wiltvank (PvdA) stoorde zich aan die opmerking. Van
Dijk erkende dat de raad unaniem heeft gekozen voor
Tolhuislanden en gaf deze dan ook de hoogste prioriteit ('ze
moeten er snel komen'), maar stelde ook vast dat er, gezien
de geringe voortgang, een kans is dat windturbines op deze
locatie niet haalbaar blijken.
Luco Nijkamp (ChristenUnie) noemde de opmerking van Van Dijk
'niet zo verstandig', maar zette wel de deur op een kier
voor realisatie van turbines op beide locaties. "Het is geen
óf óf, maar én én. De raad heeft unaniem gekozen voor
windenergie in Tolhuislanden, maar als je de doelstellingen
op het gebied van duurzaamheid wilt waarmaken, zou je
vervolgens kunnen bekijken of ook de locatie Dalfserveld
nader uitgewerkt kan worden", aldus Nijkamp.
VVD en Gemeentebelangen vonden dit geen goed idee. Jos
Ramaker (GB) wees op de protesten uit de bevolking bij de
besluitvorming over Tolhuislanden en stelde dat er geen
draagvlak is voor nog meer windmolens in Dalfsen. GB en VVD
zien meer in andere alternatieven, zoals zonne-energie.
|