Dalfsen tegen windmolens

Alternatieven      

Over ons

Wat vinden wij

Barometer

Dalfsen

Actueel

Groene stroom

Pers

Gastenboek

Links

Archief

Home

 

Waarom biomassa?

Biobrandstof van koolzaad zonder accijns


Dieselrijder 'tankt' bij de Lidl

Vragen over biogaswinning

Winnen van biogas kan zonder MER

Energieteelt wellicht opsteker boeren

Energie uit biomassa heeft veel potentie, aldus een nieuw onderzoek.

Een plant in de tank

E.ON baut größtes Biomassekraftwerk in Großbritannien

Elektriciteitswinning door bundeling watergolven

 

Waarom biomassa?


Door de grootschalige toepassing van fossiele brandstoffen stijgt de concentratie CO2 in de atmosfeer (het broeikaseffect). Biomassa is een brandstof die CO2-neutraal is: planten en bomen nemen tijdens hun groei CO2 dat weer vrijkomt bij de verbranding. Dit wordt de CO2-kringloop genoemd. Bij het gebruik van fossiele brandstoffen is dat anders omdat verbranding van steenkool, olie en gas wel CO2 toevoegt aan de atmosfeer en dus bijdraagt aan het broeikaseffect.

De duurzame maatschappij en de uitputting van fossiele bronnen

De ontwikkeling van een duurzame maatschappij, die het huidige welvaartsniveau kan handhaven, bij oprakende reserves en die ook in staat is om negatieve bijwerkingen van de huidige consumptiepatronen te neutraliseren, is wellicht de grootste uitdaging waar de huidige en toekomstige generaties voor staan. Om een aantal redenen is dit duurzaamheidstreven manifest binnen de energievoorziening, enerzijds omdat met een grote snelheid, die zijn gelijke niet heeft in de geschiedenis, voorraden worden uitgeput en anderzijds daar bijwerkingen zich binnen enkele decennia op mondiaal niveau voordoen.

Bezien we het energiegebruik per individu en de beschikbaarheid van energie op wereld niveau, dan zien we dat voor primaire levensprocessen van een individu slechts 100 Watt vereist is. Naarmate meer welvaartsgerelateerde verbruiken beschouwd worden, dan loopt dit vermogen snel op, maar ook neemt de tijd dat deze aanspraak gedaan wordt, af. Het vereiste vermogen voor transport bedraagt gemiddeld 100 kW maar voor hooguit ¾ uur per etmaal. Waarmee dit de grootste energiegebruiker is.

Mondiaal is er ook sprake van grote onbalans in de beschikbaarheid. De aarde vangt jaarlijks 3 miljoen Exajoule (3 × 1024 J) in. De totale reserves bedragen 3 × 1023 Joule, 10% van de jaarlijkse instraling. Het gebruik is 400 Exajoule (4 × 1020 Joule). Deze instraling komt beschikbaar als 90 Exajoule voor waterkracht, 630 Exajoule als wind en 1250 Exajoule via biosynthese. Feitelijk is er dus genoeg aan duurzame energiebronnen om in onze behoefte te voorzien. Het ontsluiten ervan is het probleem waardoor we nu en de komen decennia een beroep doen op de fossiele brandstoffen.

De voorraad aan olie, inclusief veronderstelde beschikbaarheid is 8,5 × 1021 Joule (8500 Exajoule) tegen een jaarlijks en groeiende verbruik van 150 Exajoule zodat binnen enkele decennia schaarste zich zal doen gevoelen. Hetzelfde, zij het dat het voor langere tijd beschikbaar is, geldt voor gas. Met kolen en uranium kunnen we nog langer doorgaan, maar het is de vraag of we dit gezien vanuit milieuoogpunt wel willen.

Biomassa

Al het organische materiaal afkomstig van planten en bomen wordt biomassa genoemd. Biomassa kan speciaal worden geteeld voor energiedoeleinden (energieteelt). Hiervoor worden uiteraard alleen snelgroeiende gewassen gebruikt die een hoge opbrengst per hectare geven. Typische voorbeelden zijn miscanthus, olifantsgras en wilg. Na het oogsten moeten de gewassen natuurlijk wel weer opnieuw worden aangeplant.

Wanneer de bijproducten van de landbouw worden gebruikt voor energiedoeleinden dan wordt gesproken van biomassa-reststromen. Het hoofdproduct bij de landbouw is namelijk voedsel. Typische voorbeelden hiervan zijn stro en bietenstaartjes.

Daarnaast zijn er nog biomassastromen die gemeen hebben dat ze in meer of mindere mate organisch materiaal bevatten dat ooit is geproduceerd door planten. Bijvoorbeeld ‘afval’ dat ontstaat bij onderhoud aan beplantingen, zoals dunningshout uit bossen, bermgras en park- en plantsoenafval. Daarnaast is er afval van huishoudens, bedrijven en uit industriële processen. Voorbeelden zijn GFT, sloophout, mest, slib, zaagsel van houtverwerkende bedrijven en cacaodoppen uit de voedingsmiddelenindustrie.

De bijdrage van biomassa aan onze duurzame maatschappij

Veronderstellen we dat zon en wind in de behoefte aan duurzaam opgewekte elektriciteit zal voldoen dan moet, maar kan ook, materiaal geproduceerd via fotosynthese (biomassa) worden aangewend voor substitutie van fossiele brandstoffen. De conclusie dat er genoeg zou zijn op basis van voorgaande cijfers van beschikbaarheid (1250 Exajoule) tegen een mondiaal gebruik van 400 Exajoule, is echter een te snelle conclusie.

Het technisch potentieel is dat deel van de 1250 Exajoule met huidige technische middelen kan worden vrijgemaakt, dit bedraagt naar de huidige maatstaven ten aanzien van de stand van de techniek 120 Exajoule. Dit moet worden afgezet tegen een mondiaal gebruik van energie uit biomassa van 50 Exajoule.

Een groei van de inzet van biomassa voor brandstoffen is dus alleszins haalbaar, maar doorbraken zijn nodig om het ook een substantieel deel van het technische potentieel te gebruiken.

  • De grootste inzet vindt plaats in Azië en is laagwaardig gebruik: warmte- en voedselbereiding.
  • Biomassa is bij uitstek geschikt voor productie van secundaire brandstoffen. De technische haalbaarheid (120 Ejoule) is van de orde van grootte van de mondiale consumptie (150 Ejoule), maar dit hoogwaardig gebruik zal in relatie met laagwaardige inzet worden ontwikkeld. Deze laagwaardige inzet kan niet worden voorkomen of significant worden omgebogen.
  • Ook voor biomassa geldt dat een surplus aan beschikbaarheid niet optreedt daar waar de behoefte aan secundaire brandstoffen het grootst is. Transport in een voor dat doel gewenste vorm zal onvermijdelijk zijn.
  • Op nationaal- en EU-niveau zijn doelstellingen geformuleerd. Wat betreft Nederland is dit 10% duurzame inzet in de energieproducten in 2020 zonder dat daarbij is vastgesteld hoe de verwachte bijdragen tussen de diverse bronnen zal zijn. Zeker is wel dat biomassa meer dan 50% daarvan voor z’n rekening moet nemen. Op EU-niveau is de doelstelling om in 2010 te groeien met 0,75% per jaar naar 5,75% inzet van transportbrandstoffen uit biomassa. Met het huidige tempo van de ontwikkelingen is geen van deze doelstellingen in Nederland haalbaar.
  • De ambities voor CO2 emissiebeperking zijn nog groter dan die voor inzet van duurzame bronnen. Doelstelling is een emissie van 6% lager dan in het jaar 1990 te halen in 2010. Er zijn echter mechanismen in ontwikkeling om middels handel in certificaten en toerekening van hoogrenderende investeringen elders hieraan te kunnen voldoen.

Er is al een aantal initiatieven genomen dat tot spectaculaire resultaten heeft geleid.

 

  • In Oostenrijk is er sprake van een toename in de inzet van biomassa voor districtverwarming met en factor 6 en in Zweden met een factor 8 gedurende de laatste 10 jaar.
  • In de VS is meer dan 8.000 MWe van de geïnstalleerde opwekkingscapaciteit gebaseerd op biomassa-inzet.
  • In Frankrijk wordt 5% van de gebruikte warmte voor ruimteverwarming geproduceerd uit biomassa.
  • In Finland draagt bio-energie al voor ongeveer 18% bij aan de totale energieproductie en het doel is dit te laten groeien naar 28% in het jaar 2025.
  • Ethanol wordt op grote schaal in Brazilië geproduceerd als brandstof voor auto’s. De totale hoeveelheid geproduceerde ethanol voor tractiedoeleinden is al 15–17 miljoen ton per jaar. Door een nieuwe richtlijn van de EU zal Europa deze ontwikkeling snel volgen. De productie van bio-olie, en vooral van Fischer-Tropsch-diesel, zal belangrijk toenemen.

Ook maatschappelijk en milieutechnisch heeft ontwikkeling van biomassa een belang.

 

  • Milieupolitiek: de levenscyclus van biomassa als hernieuwbaar materiaal heeft een neutraal effect op de CO2- en de SO2-emissie. Die laatste is bovendien toch al zeer gering, biomassa bevat van nature heel weinig zwavel. Ook is het bij grootschalig gebruik van biomassa mogelijk om de mineralen- en stikstofkringloop te sluiten.
  • Landbouwpolitiek: er moet in Europa een nieuwe bestemming worden gevonden voor uit productie genomen landareaal. Naar schatting 200 miljoen hectare landbouwgrond en 10 tot 20 miljoen hectare grond met marginale productiemogelijkheden kunnen worden ingezet voor productie van biomassa als bron voor materialen, grondstoffen en energie.
  • Sociale politiek: globaal gesproken worden er per megawatt geïnstalleerde productiecapaciteit 11 nieuwe banen gecreëerd. Dit getal vertalend naar de situatie in Europa, waar 5% van de energiebehoefte uit biomassa moet komen, komt men op 160.000 nieuwe banen.
  • Regionale politiek: biomassa kan worden gebruikt als een gedecentraliseerde bron voor energie waar de conversie dicht bij de productie wordt ingezet. Dit kan leiden tot maatschappelijke stabiliteit op regionaal niveau, speciaal in gebieden waar sprake is van economische achterstand.

Biomassa in Nederland

Uiteraard geeft het bovenstaande een aantal omstandigheden weer die wereldwijd gelden, maar toch van land tot land en van regio tot regio kunnen verschillen. Zo is in Nederland niet sprake van een groot landareaal dat uit productie is genomen en wordt geen grote rol toebedeeld aan landteelt van biomassa voor energiedoeleinden. Anderszins is het in Nederland zo dat energieopwekking sterk gecentraliseerd plaatsvindt in grote tot middelgrote eenheden en dat er door de hoge graad van urbanisatie een zeer grote hoeveelheid organisch afval ontstaat dat uitstekend inzetbaar is voor energieopwekking. Als men afval beziet als de door mensen beïnvloede reststromen, dan wordt er jaarlijks 65 miljoen ton geproduceerd. Vijf miljoen ton daarvan wordt verbrand en dus deels gebruikt voor energieopwekking. Vier miljoen ton wordt gestort en de rest wordt hergebruikt. Wat verwerking van afval betreft kan het Nederlandse beleid als zeer effectief worden gekenmerkt. Niettemin geven bovenstaande getallen wel aan dat meer inzet van afval mogelijk is waarbij nog fors kan worden verdiend door het rendement van conversie naar energie verder te verhogen. Een ander belangrijk aspect is dat Nederland uitstekende faciliteiten heeft voor aanvoer en overslag, zodat ook daar been verwerking van biomassa tot nieuwe ontwikkelingen leidt.

Een groot deel van de Nederlandse elektriciteit wordt uit kolen opgewekt. De kolencentrales in ons land zijn uiterst modern en bezitten voorzieningen voor rookgaszuivering naar de beste stand van de techniek. Deze eenheden lenen zich goed voor meestook van biomassa of organisch afval. Inmiddels wordt de meeste in ons land opgewekte duurzame energie dan ook geproduceerd door mee- en bijstook van biomassa met kolen. In die zin kan Nederland een gidsland worden genoemd.

ECN Biomassa is, inspelend op de nationale en internationale ontwikkelingen op het gebied van biomassa, uitgegroeid tot de grootste Nederlandse R&D-groep in deze sector, en kan zich meten met de topinstituten in Europa.

Mee- en bijstook

Meestook is de meest simpele vorm van biomassa-inzet in een kolencentrale. Feitelijk wordt biomassa meegevoerd met de tot gruis vermalen kolen naar de ketel. Daarmee wordt dus een deel van de koleninzet vervangen door biomassa en kan het evenredige deel van de calorische waarde van de biomassa-inzet als duurzame energie worden gerekend. Wel moet de biomassa dan ook zodanige eigenschappen krijgen dat zij zonder problemen kan worden meegevoerd. De biomassa moet dus tot zeer kleine deeltjes vermalen worden en moet ook, mede daarmee, loopeigenschappen krijgen die gelijk zijn aan die van kolen. De vezelachtige structuur van biomassa bemoeilijkt dit aanzienlijk en zo is veel geld en moeite opgegaan aan de ontwikkeling van de maaltechniek. Daar staat tegenover dat, zodra de biomassa bijdraagt aan de warmteproductie in de ketel, deze energie met de bestaande installatie, zoals de stoomketel en de turbine, in elektriciteit wordt omgezet. De additionele investeringen zijn dus beperkt.

Een nieuwe ontwikkeling waar ECN met een aantal bedrijven in de elektriciteitswereld aan werkt is de zogenoemde torrefactie. Dit is een warmtebehandelingstechniek op de organische brandstof, biomassa dus, die een temperatuurverhoging tot slechts 200-300ºC vereist en zodanig kan worden ingericht dat het materiaal volledig verbrost, zijn vocht verliest en ook nog waterafstotend wordt. Inhomogene stromen krijgen zo voor het gebruiksdoel homogene eigenschappen, het materiaal krijgt daarnaast dezelfde maaleigenschappen als kolen en het neemt geen water meer op. Deze verbeteringen wegen op tegen de extra voorbehandelingstechniek, en zullen naar verwachting de mogelijkheid van eenvoudige meestook vergroten.

Vooralsnog is men bij de elektriciteitscentrales terecht voorzichtig met het toelaten van een groot aandeel aan meestook. Een reden is dat het totaal rendement van de centrale iets terugloopt, wat verlies met zich meebrengt. Een andere reden is de reststof, de as die bij het proces vrijkomt. In Nederland wordt de as volledig en nuttig ingezet in bijvoorbeeld de wegenbouw. Daarvoor worden zeer strenge eisen gesteld aan de kwaliteit vanuit onder meer milieuoogpunt. Het meestoken van biomassa, dat ook as produceert dat zich vermengt met de kolenas, mag de afzet ervan niet nadelig beïnvloeden. Daarom dient men prudent te opereren en wordt een meestook van niet meer dan enkele procenten aangehouden. Er zijn echter geen fundamentele redenen waarom dit niet omhoog kan en samen met ECN zijn de bedrijven op zoek naar de beste mogelijkheid om het percentage geleidelijk te verhogen. Bijstook is een meer geavanceerde vorm van inzet bij kolen, met de mogelijkheid dat het ook tot toepassing komt in gasturbinecentrales. Hierbij wordt biomassa in een aparte vergasser eerst in een brandbaar gas omgezet (een mengsel van koolmonoxide en waterstof), waarna dit gas in de kolenketel wordt geblazen en verbrand.

Op deze manier kan menging van de biomassa-as en de kolenas worden voorkomen en is er meer vrijheid in het kiezen van de bijstookpercentages. Een investering in een biomassavergasser staat daar tegenover, zodat het totale proces duurder uitkomt ten opzichte van meestook. Ook op dit terrein vervult Nederland een voortrekkersrol, want bij de Amercentrale is zo’n vergasser al gebouwd. Het gaat om een geheel nieuwe technologie en daarom is het niet verwonderlijk dat zich nog enkele problemen manifesteren. Samen met het energiebedrijf Essent heeft ECN intensief gewerkt aan het oplossen daarvan. De belangrijkste problemen zijn inmiddels opgeheven en het vertrouwen bestaat dat het volledige systeem van vergasser, gasreiniging, kolenketel en nageschakelde stoomcyclus betrouwbaar zal gaan functioneren. Als gevolg van de bijdragen die ECN heeft geleverd en nog zal gaan leveren, is ECN een belangrijke partij geworden op het gebied van voorbewerking, gasreiniging, reststoffen en procesbeheersing van bij- en meestook bij centrale elektriciteitsopwekking.

Vergassing

Het hoofdonderwerp van de technologieontwikkeling bij ECN Biomassa is vergassingstechniek. Vergassing is al genoemd voor bijstook bij kolencentrales en als belangrijke optie voor bijstook in gasturbinecentrales, maar ook het product van vergassing, synthesegas, is een gas dat direct in een turbine, gasmotor of brandstofcel in elektriciteit kan worden omgezet. Op de lange termijn is synthesegas cruciaal voor productie van groene brandstoffen uit dit gas. Met behulp van een katalytisch proces kan dieselbrandstof of synthetisch aardgas ontstaan welke kunnen worden gemengd met de conventionele brandstoffen waarvoor een hoogkwalitatieve infrastructuur aanwezig is. Doordat motoren, turbines en vooral katalytische processen zeer tot extreem gevoelig zijn voor de kwaliteit van de brandstof – gas in dit geval – moet ook een vergassingsproces, dat feitelijk afval als grondstof heeft, een gas leveren dat aan zeer stringente eisen voldoet. Om die reden is gasreiniging de achilleshiel voor deze voor de toekomst zo belangrijke technologieontwikkeling.

Download file"Advanced techniques for generation of energy from biomass and waste" door H.J. Veringa

 

 

Biobrandstof van koolzaad zonder accijns


 

VENRAY, 2 AUG. De Limburgse coöperatie van koolzaadtelers Carnola mag volgend jaar drie miljoen liter biobrandstof verkopen zonder accijns. De coöperatie heeft hiervoor toestemming gekregen van het ministerie van VROM, meldde secretaris P. van Meegen van Carnola vandaag.

De toestemming geldt voor koolzaadolie of zogenoemde ppo (pure plantaardige olie). Die biobrandstof is dankzij de accijnsvrijstelling per liter 10 tot 15 eurocent goedkoper dan gewone diesel. Volgens een woordvoerster van het ministerie van VROM valt de toestemming onder de zogenoemde 'experimentenregeling'. Die is bedoeld om nieuwe ontwikkelingen te stimuleren.

De toestemming voor de Limburgse telersgroep staat los van de kabinetsplannen voor biodiesel en bio-ethanol. In het Belastingplan 2006 zal de regering op prinsjesdag ontvouwen op welke manier het Rijk het gebruik van deze biobrandstoffen vanaf volgend jaar wil stimuleren, zo liet minister Veerman van Landbouw vorige week in een brief aan de Tweede Kamer weten.

Ppo is geen biodiesel, dat diesel met een deel koolzaadolie is. Om een auto op ppo te kunnen laten rijden, is een aangepaste motor vereist. Van Meegen ziet toch mogelijkheden om deze biobrandstof te verkopen, zeker met de stijgende benzineprijzen. Daarnaast rijden al aangepaste wagens rond op ppo. ,,De gemeente Venlo is onze grootste klant'', aldus de secretaris.

De Limburgse coöperatie produceert volgens Van Meegen momenteel eentiende van de drie miljoen liter waarvoor vrijstelling van accijns is gegeven. ,,Het zit allemaal nog in de opstartfase.''

De coöperatie wil het koolzaad graag op Limburgse bodem verwerken tot ppo en niet meer zoals nu bij een Duitse molen. In Lottum wordt daarom een oliemolen gebouwd die volgens plan half augustus klaar moet zijn. Om de productie te verhogen, kunnen ook nieuwe telers zich aanmelden. (ANP)

NRC 2 augustus 2005



Dieselrijder 'tankt' bij de Lidl


Autorijden op plantaardige olie kan, maar mag niet

Automobilisten met een diesel kunnen de tank vullen met zonnebloemolie van de supermarkt. Goedkoper dan het pompstation, maar met het risico dat er een boete volgt.

Door Olga van Ditzhuijzen

BUSSUM, 4 AUG. ,,Het is een witte pick-up truck, volg de krokettenlucht maar'', zegt Gérard Buhr (57) aan de telefoon. Op de parkeerplaats van station Naarden-Bussum hangt inderdaad een geur van walmende frituurolie. Het spoor leidt naar een omgebouwde Ford Escort 1.8 TD met een enthousiaste Buhr achter het stuur. Hij geeft toe: ,,Het ruikt wel wat vreemd, maar de lucht van diesel is ook niet fijn.'' De auto van Buhr rijdt op zonnebloemolie.

Sinds de verhoogde olieprijzen verdiepen steeds meer hobbyisten zich in de mogelijkheden van alternatieve brandstoffen. Op verschillende internetforums, zoals die van 'Twaalf ambachten', een platform dat onderzoek doet naar 'ecologische technieken', wisselen automobilisten tips uit over plantaardige brandstoffen. Algenolie, kippenvet, soja- en koolzaadolie: als het maar brandt, lijkt het devies.

De meest toegankelijke soort is gewoon bij de supermarkt te koop: ,,Ik 'tank' bij de Lidl'', zegt Buhr. ,,Ik koop zoveel flessen als ik nodig heb en gooi het ter plekke in de tank. Eén flesje zonnebloemolie kost 59 cent, een liter diesel kost rond de euro. Reken maar uit.'' Buhr gebruikt zonnebloemolie, ,,omdat het de goedkoopste soort is. Of ik er nu olijfolie in gooi of arachideolie (olie uit pinda's), dat maakt voor de motor niet uit.'' Buhr erkent dat hij vooral geïnteresseerd is in alternatieve brandstoffen vanwege de prijs. ,,Als ik wat goedkopers vind dan zonnebloemolie, gooi ik dat erin.'' Aan de motor brengt het geen schade toe: ,,Ik heb nog geen enkel probleem gehad.''

In Duitsland maken automobilisten op grote schaal gebruik van bio-diesel, dieselolie die met 20 procent plantaardige olie is aangelengd. Een tiental tankstations levert deze diesel.

In Nederland is dit type brandstof niet toegestaan. ,,Volgens mij ben ik in overtreding, omdat ik geen brandstof-accijns betaal over de zonnebloemolie'', zegt Buhr. ,,Ik wil wel het moment meemaken dat ik een bon krijg. Waarom zou ik in vredesnaam niet mogen stoken wat ik zelf wil?''

,,Op het moment dat je zonnebloemolie, die voor huishoudelijk gebruik bestemd is, in de tank van een auto gooit, heet het brandstof'' zegt een woordvoerder van de douane, die belast is met de controle op accijns. ,,Brandstof mag alleen worden vervaardigd in een 'accijnsgoederenplaats'. Dat moet aan zoveel milieu- en veiligheidseisen voldoen dat het voor particulieren niet rendabel meer is.''

Over elke vorm van brandstof moet accijns worden betaald, vanwege de belasting van het milieu. Volgens de douane staat voor rijden met 'illegale' brandstof een boete van 4,53 euro per liter tankinhoud. Die wordt niet vaak uitgedeeld, zegt een woordvoerder: ,,We komen nauwelijks auto's op biodiesel of zonnebloemolie tegen.''

Buhr is erg tevreden over zijn keuze om de tank met plantaardige olie te vullen. ,,In een dieseltank kun je van alles gooien, meneer Diesel zelf gebruikte destijds ook raapolie als brandstof. Het is hartstikke schoon: bij zonnebloemolie komen volgens mij geen roetdeeltjes vrij zoals bij gewone dieselolie.''

Technisch is het inderdaad mogelijk om een dieselauto op doodgewone zonnebloemolie te laten rijden, zegt K. Krishna, onderzoeker bij de vakgroep reactor- en katalysetechniek van de Technische Universiteit Delft. ,,De effecten op de lange termijn zijn nog onduidelijk. Er moet nog onderzocht worden wat de gevolgen zijn voor enerzijds de motor, en anderzijds het milieu'', aldus Krishna. ,,Bij de verbranding van plantaardige olie komen minder roetdeeltjes vrij dan bij het verbranden van dieselolie. Tegelijkertijd levert de verbranding van zonnebloemolie meer uitstoot van stikstofoxiden (NOx) op. De milieuvervuiling door diesel en huishoudelijke olie is in principe inwisselbaar'', zegt de onderzoeker. Stikstofoxiden dragen bij aan smogvorming. Veel beter voor het milieu dan gewone dieselolie is het rijden op zonnebloemolie waarschijnlijk niet.

De automobilist Buhr is pas sinds vijf maanden in het bezit van een auto, hij is meteen op zonnebloemolie gaan rijden. ,,In de winter zal het wat moeilijker worden, dan wordt de olie wat dikker en duurt het langer om hem aan de praat te krijgen.''

Andere gebruikers van alternatieve brandstoffen hebben meestal aanpassingen gemaakt in hun auto. Zo is het gebruikelijk om twee tanks te hebben: één voor gewone diesel, om de auto mee op te starten, en één tank om later naartoe over te schakelen, met zonnebloemolie. Buhr vult zijn enkele tank met pure zonnebloemolie, zó uit de plastic fles van de supermarkt. Hooguit giet hij een scheutje diesel erbij om het opstarten te vergemakkelijken. Tevreden stuurt Buhr het Fordje met de frituurdampen uit de uitlaat door de weilanden rond Bussum. ,,Het rijdt geweldig, toch?''

NRC 5 september 2005
 

Artikel uit De Stentor van 05-02-2004

Vragen over biogaswinning

door Joke Solen

5 FEBRUARI 2004 - HEETEN - Als alles volgens plan verloopt komt er binnen afzienbare tijd een biogasinstallatie op het terrein van het Heetense loonbedrijf Gebroeders Jansen aan de Weseperweg. De plannen liggen ter goedkeuring bij de provincie.

Omwonenden en aanwonenden van de aan- en afvoerroutes zijn inmiddels geïnformeerd. Als de laatste plooien glad zijn gestreken kan een begin worden gemaakt met de bouwwerkzaamheden.

‘Tijdens de vorige week gehouden informatieavond voor omwonenden en bewoners van woningen langs de aan- en afvoerroutes zijn de plannen voor deze biogasinstallatie over het algemeen goed ontvangen‘, vertelt Jan Oostewechel van PB Heeten. ‘Wel zijn er enkele kritische vragen gesteld over het aantal transportbewegingen en de zwaarte van het transport over de Weseperweg en door het dorp Heeten. En ook waren er vragen over stank, geluidsoverlast en veiligheid. Daarvoor was begrip bij de initiatiefnemers, zij vertelden de aanwezigen dat men aan alle wettelijke normen moet voldoen.‘

Oostewechel: ‘Wij zijn niet bang dat door de komst van een biogasinstallatie de verkeersintensiteit op de Weseperweg en in het dorp Heeten hand over hand toeneemt. Die twaalf tot vijftien transportbewegingen per dag, waarvan het merendeel richting N348 gaat en een enkel transport door Heeten, staan in geen verhouding tot wat er dagelijks aan gemotoriseerd verkeer door het dorp gaat. Natuurlijk worden er dergelijke vragen gesteld. Daaruit blijkt dat men betrokken is bij de gang van zaken. Bovendien was men zeer positief richting de nieuwe vereniging Biogreen en de presentatie van het geheel‘, aldus het PB-bestuurslid.

De initiatieven voor de bouw van een biogasinstallatie bij de Gebroeders Jansen zijn ontplooid door een groep van tachtig varkenshouders, gevestigd in een straal van circa tien kilometer rondom het Heetense loonbedrijf. Om zo rendabel en milieuvriendelijk mogelijk te werken hebben deze varkensboeren zich verenigd in leveranciersvereniging Biogreen.

Het bestuur van Biogreen wordt gevormd door voorzitter Jan Schokker uit Raalte, secretaris Harrie Duteweert uit Heeten, penningmeester John Wichers Schreur uit Raalte en de bestuursleden Wim Vosman uit Heeten en Erik Schiphorst uit Lettele. ‘Wij zijn een groep agrariërs uit de omgeving die op een economisch verantwoorde en milieuvriendelijke manier dierlijke mest willen bewerken‘, zegt secretaris Harrie Duteweert. ‘Door vergisting van dierlijke mest en biomassa zoals bermgras kan er duurzame energie worden geproduceerd en worden de mest en biomassa opgewaardeerd.‘

De biogasinstallatie die gebouwd wordt is eigendom van de bij de vereniging aangesloten boeren. Zij betalen dertig procent van de kosten. Loonbedrijf Jansen stelt de locatie beschikbaar en is verantwoordelijk voor het beheer. ‘Zie het als een coöperatie: van ons, voor ons en door ons‘, aldus Duteweert. ‘Om het zo rendabel mogelijk te maken willen we alles gebiedseigen laten. Dus korte afstanden met zo weinig mogelijk transportbewegingen. Dat is eigenlijk de kracht van het hele initiatief.‘

Mestoverschot is nog altijd een groot probleem, met name voor varkensboeren. Het uitrijden van mest wordt beperkt door wettelijke maatregelen. Om van de mest af te komen blijven boeren zoeken naar milieuvriendelijke en rendabele alternatieven. Een nieuwe technologie is mest vergisten, waarbij energie in de vorm van biogas wordt opgewekt.

Na verwerking van de mest kan de compostachtige dikke restfractie worden afgezet richting akkerbouw. De resterende dunne stikstofrijke fractie is heel geschikt voor grasland van de vele melkveehouders in deze regio. ‘Dat is dus een ideale combinatie. Door het toevoegen van een nevenproduct, zoals bermgras aan dierlijke mest, creëer je een win-win-situatie. Gemeentes en provincies weten vaak niet waar ze met dit soort afval naar toe moeten. Door vergisting van bermgras met mest ontstaat biogas dat via leidingen naar speciale biogasmotoren wordt geleid en bij verbranding energie opwekt. Groene stroom dus. Niet alleen de boeren hebben baat bij deze betaalbare mestverwerking. Ook burgers doen er hun voordeel mee. Groene stroom is beter voor het milieu en er is minder uitstoot van CO2.‘

De biogasinstallatie bestaat uit een betonnen silo, bekleed met damwandprofiel. Daar boven zit een flexibel rond gas- en luchtdicht doek, dat lijkt op een halve ballon die naarmate er meer gas geproduceerd wordt boller gaat staan. Er komt in dit gesloten vergistingsproces dus ook geen geur vrij.

Achter de bestaande loodsen van het Heetense loonbedrijf komen vijf van die betonnen installaties met een doorsnee van ongeveer 18,5 meter naast elkaar te staan. De capaciteit van de installatie is 67,5 ton dierlijke mest per jaar. Daarnaast kan er nog eens zeven ton aan bermgras aangevoerd worden.

GEENSTANK

Het laden en lossen gebeurt in een overdekte hal en ook alle producten zijn binnen opgeslagen. Zelfs de lucht in die overdekte hal wordt afgezogen en via een biofilter naar de verbranding geleid. ‘Nee, aanwonenden hoeven beslist niet bang te zijn voor stankoverlast of geluidshinder. Ook wij moeten aan de bestaande geluidsnormen voldoen. Het meeste lawaai zal afkomstig zijn van de vrachtwagens die producten aan- en afleveren. Maar dat is nu eenmaal niet anders. Dat heb je bij een supermarkt ook, daar maken de bevoorradingsvrachtwagens ook het meeste geluid‘, weet Duteweert.

De vrees voor meer verkeer op de Weseperweg noemt hij ongegrond. ‘De weg is in de loop der jaren juist minder druk geworden vanwege de inkrimping van de landbouw en het verdwijnen van de slachterij in Wesepe. Bovendien is de weg al jaren geleden geschikt gemaakt voor deze economische activiteit. Het fietspad is er destijds speciaal voor aangelegd. Neemt niet weg dat er mettertijd zo‘n vijftien transportbewegingen per dag zullen zijn over de Weseperweg en Heetenerdijk richting N348.‘

Voor die route is in overleg met Plaatselijk Belang Heeten gekozen omdat Heetenaren niet zitten te wachten op nog meer transportbewegingen door hun dorp voor wat betreft de mestverwerking. Duteweert: ‘Over dat laatste zijn goede afspraken gemaakt met het loonbedrijf. Er zal geen transport zijn op die tijden dat kinderen van en naar school gaan.‘

 

Artikel uit De Stentor van 11-10-2004

Winnen van biogas kan zonder MER

van een onzer verslaggevers

11 OKTOBER 2004 - HEETEN - Voor de winning van biogas in Heeten is geen uitgebreide milieu - effectrapportage (MER) nodig. Dit hebben gedeputeerde staten van Overijssel laten weten aan de gemeente Raalte.

Zoals eerder gemeld, bestaan er concrete plannen voor de bouw van een biogasinstallatie op het terrein van het Heetense loonbedrijf Gebroeders Jansen aan de Weseperweg. Het initiatief komt van een groep van tachtig varkenshouders, die bedrijf houden in een straal van circa tien kilometer rondom het Heetense loonbedrijf. De varkensboeren hebben zich verenigd in de leveranciersvereniging Biogreen Salland.

De biogasinstallatie bestaat uit vijf betonnen silo‘s met een doorsnee van 18,5 meter per stuk. Boven elke silo zit een flexibel gas- en luchtdicht doek, dat lijkt op een halve ballon die naarmate er meer gas geproduceerd wordt boller gaat staan. Er komt in dit gesloten vergistingsproces dus ook geen geur vrij.

BERMGRAS

In de installatie kan per jaar 67,5 ton aan dierlijke mest worden verwerkt.

Daarnaast is er capaciteit voor de aanvoer van in totaal zeven ton aan bermgras.

 

Energieteelt wellicht opsteker boeren

Artikel uit De Stentor van 09-08-2005

van een onzer verslaggever

9 AUGUSTUS 2005 - LELYSTAD/FLEVOLAND - De drie bedrijven DLV Plant, PPO - AGV en ASG gaan excursies op poten zetten voor agrariërs die meer willen weten van zogeheten ‘energie - teelt’.

Mogelijk zijn teelten voor bio-energie (waaronder koolzaadolie) goede vervangers voor gewassen die onder druk staan.

Bij Lelystad zijn op 24 en 25 augustus landelijke demodagen die onder meer daar op inspelen. Ze hebben de titel ‘Mest en Energie 2005’ meegekregen.

DLV Plant, PPO-AGV en ASG willen onder meer ‘excursies naar de demovelden’ organiseren, net als een ‘informatiebrochure en een minisymposium, allen gericht op energieteelten’, meldt de provincie. Die draagt 10.000 euro bij aan het project. En dat is een derde van de totale kosten. Want de provincie Flevoland wil dat ‘akkerbouwers met de opgedane kennis een afweging kunnen maken’, of energieteelt wat voor ze is.

Die teelt kan gericht zijn op ‘de productie van biogas, bio-olie of bio-ethanol’. De inspanning van de provincie is niet alleen omdat ze zo gek is met haar boeren, maar ook ‘omdat zij een bijdrage wil leveren aan het behalen van de Kyotodoelstellingen’. Dat zijn mondiale afspraken over het verminderen van de uitstaat van schadelijke stoffen. Met name industrieën, maar ook ons dagelijks verkeer doen een belangrijke duit in het zakje.

Maar dat akkerbouwers met energie-teelt wellicht voor (meer) brood op de planken kunnen zorgen, is voor de provincie eveneens belangrijk, meldt ze.

 Plan voor enorme biomassacentraleGepubliceerd op dinsdag 06 september 2005
 

Het onderzoek is uitgevoerd door KEMA en werd vanmorgen door Greenpeace gepresenteerd in Nieuwspoort in Den Haag.

Toekomst van onze energievoorziening
De Tweede Kamer vergadert donderdag over het energierapport van Economische Zaken, dat minister Brinkhorst onder de titel 'Nu voor later' naar het parlement heeft gestuurd.

Onderwerp is de toekomst van onze energievoorziening. Naast forse energiebesparingen, meer innovatie en spreiding van energiebronnen, is een grote aandeel van duurzame energie nodig om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen.

Biomassa zou als duurzame energiebron een hoofdrol kunnen vervullen, aldus het nieuwe rapport dat is gefinancierd door Greenpeace en het energiebrdrijf E.ON Benelux. De uitvoering is verzorgd door KEMA, een onderneming die gespecialiseerd is in innovatieve technologie op het gebied van energie.

Megacentrale op biomassa
In het KEMA-rapport staat onder meer een plan voor de bouw van een revolutionaire elektriciteitscentrale op schone biomassa.

Deze 1000 megawatt centrale zou in theorie een kwart van alle Nederlandse huishoudens van groene stroom kunnen voorzien. Op papier bestaat de reusachtige centrale uit 4 units die ieder 250 megawatt produceren.

De energiecentrale zou daarmee ruim vier keer zo groot worden als de grootst bestaande centrale op biomassa, die voor het onderzoek als referentiepunt diende. Dat is de Alholmens Kraft in Finland, goed voor een jaarlijkse productie van 240 megawatt (zie foto). In het bosrijke land van de duizend meren vormen houtsnippers, boomschors en turf de hoofdbronnen van waaruit energie wordt gewonnen.

Voortrekkersrol Nederland
De overheid zou de bouw van zo'n milieuvriendelijke megacentrale moeten stimuleren, meent Greenpeace. "Duurzame energie uit wind, zon en biomassa is de oplossing voor het klimaatprobleem. Nederland is zelf bijzonder kwetsbaar voor klimaatverandering en moet het voortouw nemen," aldus Joris Thijssen van de milieuorganisatie.

"Zonder subsidie voor groene alternatieven worden er nu nieuwe gas- en kolencentrales gebouwd en zal Nederland nooit zijn bijdrage leveren om klimaatverandering te voorkomen. Het investeringsklimaat voor duurzame energie in Nederland wordt steeds slechter. Dat het kabinet vorige week eenmalig een paar honderd miljoen euro beschikbaar stelde, verandert daar niets aan."

Wereldwijd
Naast Nederland zou ook de rest van de wereld veel meer energie uit biomassa kunnen winnen, aldus het rapport.

KEMA heeft berekend dat de hele wereld in theorie ruimschoots kan worden voorzien van elektriciteit uit schone biomassa. Honderden groene biomassacentrales kunnen volledig branden op reststromen uit onder meer de bos- en landbouw.
 

Milieuvriendelijke biomassa
Bij de productie van energie uit biomassa is het wel zaak om te kijken welke producten daarvoor in aanmerking komen. Biomassa benadeelt het milieu als de productie en toelevering daarvan niet duurzaam is.

Palmolie bijvoorbeeld, waarvoor regenwouden in Indonesië worden gekapt, komt niet in aanmerking, kippenmest evenmin. Ook biodiesel uit koolzaad is niet milieuvriendelijk. De productie vergt veel kunstmest, bestrijdingsmiddelen en ook nog eens veel energie.

Het ontwikkelen van een keten van productie en aanvoer van duurzame, schone biomassa heeft de hoogste prioriteit. Net als de eerste investeringen in groene biomassacentrales. "Wachten kan niet," vindt Joris Thijssen. "Het klimaat schreeuwt om groene stroom."

De Stichting Natuur en Milieu pleitte eerder deze week al voor stimulering van schone biobrandstof als reactie op het kabinetsvoorstel om op biobrandstoffen geen accijns meer te heffen. De organisatie pleit voor een korting
afhankelijk van de CO2-uitstoot, het belangrijkste broeikasgas.

Producten als ethanol uit reststoffen uit de agrarische industrie of biodiesel uit oud frituurvet acht Natuur en Milieu geschikt als basis voor milieuvriendelijke energieproductie.

Opvallende afwezige bij de presentatie van het Kema-rapport was medeopdrachtgever Eon. Het Duitse energiebedrijf is erg sceptisch over de uitkomsten en zet grote vraagtekens bij de haalbaarheid van een biomassacentrale. Er is nog veel aanvullend onderzoek nodig, aldus het concern.

Een plant in de tank

De benzinepomp gaat alcohol verkopen. Wat zijn biobrandstoffen, wat zijn de voordelen

voor het milieu en waarom is Nederland zo allemachtig laat?

 

Simon Rozendaal

Het amusante is dat de auto begon met brandstoffen die van de akker kwamen. De pioniers van de twee soorten motoren waarvan we vandaag de dag gebruik maken, Henry Ford en Rudolf Diesel, hadden een eeuw geleden een groot vertrouwen in biologische brandstoffen.

De Duitser Rudolf Diesel schijnt regelmatig slaolie in zijn eerste auto’s te hebben

gegooid. Ook die andere uitvinder annex pionier- de Amerikaan Henry Ford, die aan de wieg stond van de benzinemotor (voor alle duidelijkheid, die motor is wezenlijk anders dan een dieselmotor; het is als appels met peren vergelijken) - had iets met biobrandstoffen. Hij dacht

eigenlijk dat de toekomst van de verbrandingsmotor in biologisch verkregen alcohol

lag. Maar dat was vóór de opkomst van aardolie. Het is een prachtige illustratie van de stelling dat wanneer je maar lang genoeg wacht, alles weer in de mode raakt. Bakkebaarden, heupbroeken en dus ook biologische brandstoffen. Vorige week lekte uit dat het kabinet op

Prinsjesdag bekendmaakt dat Nederland nu ook het gebruik van biodiesel en -alcohol gaat

bevorderen.

Wat zijn biologische brandstoffen?

Even wat scherpslijperij. Eigenlijk zijn ook aardolie en andere fossiele brandstoffen een vorm van “biomassa”. Het zijn immers brandstoffen die door de natuur zijn voortgebracht. Maar vanwege een tijdsverschil mogen fossiele brandstoffen niet biologisch heten. Aardolie, steenkool en aardgas zijn een paar honderd miljoen jaar geleden uit planten gevormd, terwijl biobrandstoffen vers van de akker komen.

Rondvaartboten

Er zijn verschillende manieren om uit planten brandstof te maken. Een daarvan is persen.

Bij sommige planten druipt dan olie uit de zaden of noten. Die olie wordt biodiesel genoemd.

De bekendste bron is koolzaad, maar ook mosterdzaad, soja en zonnebloemolie zijn geschikt. In biodiesel lopen Duitsland en Frankrijk voorop. Wie in beide landen diesel tankt, rijdt op een paar procent koolzaadolie. Biodiesel is vooralsnog de enige biobrandstof die in Nederland wordt gebruikt. Sinds enkele jaren varen de Amsterdamse rondvaartboten en

enkele Friese vaartuigen erop. In de Europese Unie bestaat zo’n 80 procent van de gebruikte biobrandstof uit biodiesel.

Toch is biodiesel uit het oogpunt van energie en milieu minder aantrekkelijk dan die andere biobrandstof, alcohol.

Een rapport van SenterNovem en het Centrum voor Energiebesparing wees daar onlangs

weer op. Natuurlijk wordt aardolie bespaard, maar het kost ook heel wat energie om

biodiesel te maken. Er zit nu eenmaal niet zoveel olie in planten. Dus is een vrij groot

landoppervlak -en veel met olie gemaakte kunstmest– nodig om brandstof voor een dieselauto te produceren.

Bioalcohol is aantrekkelijker.

Logisch. Alcohol wordt uit zetmeel en suiker gemaakt en de meeste planten bezitten daar

heel wat van. Een plant kan 80 procent suikerachtige stoffen bevatten, terwijl 40 procent

olie al een behoorlijke hoeveelheid is. En dus levert een hectare planten door de bank genomen meer bioalcohol op dan biodiesel.

Bij de vraag of bioalcohol loont, is het van belang om te kijken hoe deze wordt geproduceerd.

Brazilië maakt bijvoorbeeld al zo’n dertig jaar bioalcohol uit suikerriet. Dat is, mede omdat dit land beschikt over overvloedige zonneschijn, uiterst lucratief. Braziliaanse rietsuikeralcohol is meer dan de helft goedkoper dan benzine, en dus rijdt Brazilië massaal op bioalcohol. Het land spaart daardoor veel aardolie uit -en dus geld- en is niet afhankelijk van enge, olieproducerende landen.

Bioalcohol kan ook uit tarwe worden gemaakt (Zweden) of uit gerst (Spanje). De  Nederlandse producent Nedalco wil het gaan maken uit zogeheten reststromen. Dat is afval

van voedingsbedrijven, zoals melasse (een suikerhoudende stroop die overblijft wanneer

suiker uit suikerbieten wordt gewonnen) en de aardappelschillen die resteren wanneer

chips uit aardappelen worden gesneden. De discussie over het nut van bioalcohol is gecompliceerd, omdat er een zogenoemde eerste en een tweede generatie is. Om het onderscheid daartussen duidelijk te maken, is een kleine uitstap naar de chemie nodig. Gistcellen kunnen, zo wisten de Egyptenaren vijfduizend jaar geleden al, uit

suiker alcohol maken. Nu zit er in veel planten (zoals aardappelen) een vorm van suiker die

consumenten weliswaar niet als suiker herkennen, maar die het wel degelijk is: zetmeel.

Zetmeel bestaat uit aan elkaar vastzittende suikermoleculen. Die zijn vrij makkelijk, met

behulp van een enzym, om te zetten in echte suiker en gistcellen kunnen deze dan weer

omzetten in alcohol. Dit gebeurt bij de eerste generatie bioalcohol.

Olifantenkeutels

Er is ook een vorm van suiker die gistcellen niet kunnen omzetten: hout. Cellulose in hout

is, net als zetmeel, aan elkaar geknoopt suiker. In hout zit die suiker zo stevig aan elkaar vast

dat enzymen en gistcellen daar weinig mee kunnen. Het is niet ondenkbaar dat het op een gegeven moment, dankzij technologische vooruitgang, wel mogelijk is om hout in alcohol om

te zetten. Dan kunnen allerlei houtige afvalproducten -bermgras, takken, schilfers,  papierpulp- als grondstof voor biobrandstof dienen.

Ook al loopt Nederland bij de toepassing van bioalcohol achter, op het researchfront

zijn wel interessante ontwikkelingen. Zo zijn onderzoekers van de universiteiten van Delft

en Nijmegen erin geslaagd om sommige van de suikers in hout om te zetten in alcohol.

Op een vernuftige wijze: ze hebben in olifantenkeutels gezocht naar een micro-organisme

dat in staat is om dit te doen. Achteraf beschouwd ligt dat voor de hand. Omdat olifanten

allerlei houtige gewassen eten, gebeurt er in hun spijsverteringsstelsel klaarblijkelijk

iets bijzonders.

Optrekken

De Europese Unie verplicht Nederland om biobrandstoffen bij te mengen. Op de valreep,

als een van de laatste landen in Europa, gaat Nederland daar nu gehoor aan geven. De komende jaren komt in de Nederlandse benzine dus enkele procenten alcohol te zitten.

Voor de motor is dat geen enkel probleem. Moderne auto’s kunnen zelfs op 10 tot

20 procent alcohol rijden. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de Verenigde Staten. Het tast de

motor niet aan en de prestaties van de auto gaan zelfs licht vooruit: een auto trekt beter op

met alcohol. De mogelijkheid bestaat ook om op 85 en zelfs 100 procent alcohol te rijden.

Daarvoor moet de automotor wel worden aangepast. Er bestaan zogeheten flexifuelauto’s,

die zowel op pure benzine, pure alcohol als op elk mengsel van alcohol en benzine

kunnen rijden. Er zit een meetinstrument (de lamdasensor) in de uitlaat. Dat weet, aan de hand van de uitlaatgassen, precies op welke brandstof de auto rijdt en past de afstelling

van de motor daarop aan. In tal van landen (Brazilië, Amerika, Zweden) rijden dergelijke

flexifuel-auto’s al vele jaren tot volle tevredenheid, maar in Nederland nog niet -al

heeft Rotterdam een proefproject aangekondigd.

Een intrigerende vraag is waarom een land dat op het gebied van milieu zo vaak ver

voor de muziek wil uitlopen, bij de biobrandstoffen zo traag is geweest. Dat komt doordat

zowel de olie-industrie (vooral Shell) als de milieubeweging lange tijd tegen biobrandstof

is geweest. Shell verdedigde die opstelling door te zeggen dat het bedrijf voor de tweede

generatie bioalcohol is. Maar een cynischer verklaring is dat wanneer er alcohol in de benzine

zit, Shell minder benzine verkoopt en dus minder geld verdient.

Vreemder is het verzet van de milieubeweging tegen biobrandstof. Het illustreert dat deze pressiegroep geheel de kluts kwijt is. De Stichting Natuur en Milieu bijvoorbeeld,

de denktank van de milieubeweging, was tegen biobrandstof, omdat ze eigenlijk ook

tegen de moderne landbouw (met kunstmest en pesticiden) is. Door die krachtige kongsie

van Shell en de milieubeweging heeft het milieudepartement lange tijd geaarzeld over

de uitvoering van de Brusselse richtlijnen. Natuurlijk zijn biobrandstoffen niet dé oplossing. De landbouw is vooralsnog niet (en vermoedelijk zelfs nooit) in staat om alle  olieraffinaderijen te vervangen. In de miljoenen jaren dat planten hun metamorfose

tot aardolie hebben ondergaan, is er in die planten chemisch van alles en nog wat

gebeurd. Misschien wel het meest kenmerkende proces is dat het water is verdampt.

Daarom is aardolie in potentie een veel geconcentreerdere en goedkopere brandstof dan de

planten waaruit ze is ontstaan.

Het staat echter buiten kijf dat het gebruik van biobrandstoffen tal van voordelen

heeft. Het spaart schaarse aardolie uit, het maakt de lucht schoner, het helpt de

landbouw en het maakt een land minder afhankelijk van het Midden-Oosten. Des te

vreemder dat Nederland zo traag is geweest.

- E L Z E V I E R - 17 SEPTEMBER 2005

 

E.ON baut größtes Biomassekraftwerk in Großbritannien

 E.ON wird im schottischen Lockerbie das größte Biomasse-Kraftwerk Großbritanniens bauen. Die Anlage mit einer Leistung von 44 Megawatt kann 70.000 Haushalte mit Strom versorgen. Der Einsatz von Biomasse wie Holz und Forstabfälle wird rund 140.000 Tonnen Treibhausgase pro Jahr vermeiden, die bei der Stromproduktion mit fossilen Brennstoffen freigesetzt würden. Die Arbeiten zur Errichtung der Anlage beginnen Ende 2005, das Kraftwerk soll Ende 2007 seine Arbeit aufnehmen. Die Investitionssumme beläuft sich auf rd. 130 Mio Euro.

 

Elektriciteitswinning door bundeling watergolven

12 oktober 2005 14:44
 

AMSTERDAM - Chinese natuurkundigen hebben een manier bedacht om watergolven te bundelen op één punt aan de kust, of om ze juist te verspreiden. De onderzoekers zien toepassingen in elektriciteitswinning uit golfenergie. Dit meldt Kennislink dinsdag.
 

Xinhua Hu en Che Ting Chan van de Technische Universiteit Hong Kong publiceren in het vakblad Physics Review Letters een methode om watergolven af te buigen en te bundelen. Met een groep afgezonken cilinders kunnen ze de voortplantingssnelheid van golven in water aanpassen. Watergolven buigen daardoor van hun pad af, net zoals een lichtstraal door een glazen lens wordt gebroken.

Hu en Chan hebben laten zien dat een groep cilinders onder de waterlijn waterstromen in hun omgeving stremt. Door die remkracht haalt het deel van een golf dat om de cilinders heen reist het deel in dat erdoorheen gaat. De golf als geheel kromt daardoor naar binnen en bundelt zich achter de barrière. bron: Phys. Rev. Lett. 95 154501

Afgezonken cilinders

Net als lichtstralen bij de overgang tussen twee verschillende materialen zijn ook watergolven te breken en af te buigen. Hu en Chan simuleerden het gedrag van golven in de buurt van een groep afgezonken cilinders. De cilinders beïnvloeden de snelheid van watergolven. Die remmen daardoor plaatselijk af en veranderen van richting. Golfdelen die om de serie obstakels heen reizen kunnen met de juiste opstelling naar de 'schaduw' van de cilinders worden afgebogen. Ze komen dan bijeen in een klein gebied en bundelen daar hun energie.

Lichttheorie

Gesimuleerde watergolven die langs de juiste cilindergroep reizen gehoorzamen volgens Hu en Chan aan de wet van Snellius uit de optica. Die geeft aan hoe een golf van richting verandert bij de overgang tussen twee materialen met verschillende voortplantingssnelheid. Het Chinese resultaat geeft aan dat technieken uit de lichttheorie ook zijn toe te passen op watergolven.

Energie

"We kunnen hiermee een 'lens' maken om golfenergie op één plaats te bundelen", legt Chan uit. "Dat is handig als je golfenergie in andere energie om wilt zetten, zoals in elektriciteit." Energie opwekken uit golfbewegingen is een van de minder bekende manieren om aan groene stroom te komen. Experts schatten dat op gunstige locaties tot 70 kilowatt per meter kust te winnen is. Volgens het Edison Electic Institute (Washington D.C., V.S.) verbruikt een Amerikaans huishouden tussen de 1 en 4 kW. De Nederlandse energieconsumptie ligt rond de 15.000 megawatt (15 miljoen kilowatt).

De opbrengst van een golfcentrale varieert sterk van plaats tot plaats en met de seizoenen; in de winter wordt de zee woeliger doordat grotere energieverschillen sterkere stromingen op gang brengen. De grootte van het wateroppervlak telt ook mee. Hoe meer open water, hoe meer de wind golven op kan jagen; Atlantische golven zijn dan ook groter en energierijker dan die van de Noordzee. Wil een energiebedrijf elektriciteit winnen uit de Noordzee dan is het geen gek idee golven van een groot stuk zee te laten samenkomen bij een golfcentrale.

 

 

Actueel Home Dalfsen Barometer Gastenboek Groene stroom            Links Over ons Pers Wat vinden wij Archief